Uitspraak
1.De procedure
27 februari 2026
2.De feiten
Hoi [verzoeker] , we hebben het nu volgende bericht van [opdrachtgever] over voorwaarden voortzetting werkzaamheden voor [opdrachtgever] :
Graag een chauffeur die minimaal 2 x per week kan overnachten.
1 x per 3 weken beschikbaar voor werk op zaterdag of zondag.
Waar komt dit ineens vandaan? Wat te beperkt ik heb jaren voor zo gereden zo. Ik ga niet akkoord en zoek wel iets andersIk ben inmiddels 51 geworden is de bedoeling dat ik minder werk inplaats van meer. Dus nee”
“
Welke werkzaamheden zou je vanaf maandag willen en kunnen uitvoeren? DHL Freight Houten of DHL Parcel?
- bericht van [HR-manager] (hierna: [HR-manager] ), werkzaam als HR-manager bij SMK, aan [verzoeker] om hem van het consult op 20 augustus 2025 dat plaatsvindt in Amsterdam op de hoogte te stellen,
- bericht van [verzoeker] :
- bericht van [HR-manager] , waarin hij aangeeft dat de afspraak van 18 augustus 2025 is geannuleerd en omgezet naar een fysieke afspraak op 20 augustus 2025.
“(…)
Omdat er geen medische beoordeling door de bedrijfsarts is geweest kunnen wij niet aangeven of door zijn medische beperkingen hij inderdaad niet fysiek gezien kan worden door de bedrijfsarts. Daarom dient hij dan ook fysiek aanwezig te zijn. (…)”
“(…)
Ik heb begrepen dat er nog geen oplossing is gevonden voor de problematiek op het werk. Ik adviseer daarom werkgever en werknemer om op korte termijn in gesprek te gaan met de professionele begeleiding van een mediator.
7 november 2025 stopgezet. Verder is hem verzocht om op 10 november 2025 op kantoor te verschijnen met vermelding dat als hij niet komt of niet meewerkt dit kan leiden tot verdere arbeidsrechtelijke maatregelen, waaronder ontslag.
“(…)
Ook verzoek je of ik formeel terugkoppeling aan SMK dat je niet op kantoor zal verschijnen. Zoals ik eerder heb aangegeven ben ik geen trait d’union. Over inhoudelijke zaken zul je zelf in gesprek moeten gaan met je werkgever. Dit kan natuurlijk altijd onder begeleiding van mij als mediator.”
17 november 2025 kan leiden tot een ontslag op staande voet.
“
De werknemer stelt dat er geen sprake is van onwil om mee te werken aan re-integratie. Het gaat echter over het startmoment. De werknemer is van oordeel dat hij eerst moet herstellen van zijn ziekte en dat daarna gestart kan worden met re-integratie. Zijn gebruik van medicatie beïnvloedt hem zodanig dat momenteel geen re-integratie mogelijk is en ook geen start van mediation. De werknemer geeft aan dat de bedrijfsarts dit zo gezegd heeft en dat er iemand aanwezig was die dat kan bevestigen.”
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
Zo is [verzoeker] bij herhaling niet op komen dagen bij de bedrijfsarts. [verzoeker] stelt daarover dat hij daartoe niet in staat zou zijn geweest, zowel niet qua fysieke gesteldheid als wat betreft financiële middelen. Zijn gemachtigde heeft dat ook aangekaart in zijn brief aan de gemachtigde van SMK op 30 augustus 2025. Zonder gehoudenheid daartoe en zonder dat het SMK uitdrukkelijk is verzocht, had SMK een mildere opstelling kunnen kiezen in plaats van vast te houden aan strikte naleving van een fysieke afspraak in Amsterdam. Zij had beeldbellen vooralsnog toe kunnen staan, een bedrijfsarts in de buurt aan kunnen wijzen of een reiskostenvergoeding aan kunnen bieden ter voorkoming van extra druk op de verhouding naar aanleiding van dit specifieke punt waarin [verzoeker] zich onverzettelijk en volhardend toonde.
5.De beoordeling van het tegenverzoek
(artikel 7:671 lid 6 onder Pro b BW).