Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] met productie 10
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 21 oktober 2025
2.De verdere beoordeling
4 april 2025.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling voor de stalling van drie voertuigen door gedaagde. De kantonrechter verwijst naar een tussenvonnis waarin gedaagde werd opgedragen bewijs te leveren van een overeenkomst waarbij eiser de voertuigen per 1 november 2017 aan gedaagde in opslag zou hebben gegeven tegen een maandelijkse vergoeding van €150.
Gedaagde heeft zichzelf als getuige gehoord en schriftelijke verklaringen van een derde overgelegd, maar deze verklaringen zijn onvoldoende specifiek en overtuigend. Eiser verklaarde dat hij sinds april 2017 geen toegang meer had tot het terrein en geen contact meer had over de voertuigen. De kantonrechter hecht aan de verklaring van eiser volledige bewijskracht omdat hij niet met het bewijs is belast.
Daarom wordt geconcludeerd dat er geen bindende afspraken zijn gemaakt over opslagkosten. De vordering wordt afgewezen. Tevens wordt het verstekvonnis van 3 april 2020 vernietigd. Gedaagde wordt opgedragen alle beslagen op te heffen en aan eiser terug te betalen wat ten onrechte is geïnd, vermeerderd met wettelijke rente. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens ontbreken bewijs van overeenkomst stalling; verstekvonnis vernietigd en beslagen opgeheven met terugbetaling aan eiser.