ECLI:NL:RBGEL:2026:4393

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
K/5001/11899062
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder succesvol aangesproken voor kosten noodafdichting na politiedwangsituatie

Uniglas B.V. vordert betaling van kosten die zijn gemaakt voor een noodafdichting van een pand nadat de politie met behulp van de brandweer de toegang tot het pand heeft geforceerd vanwege een opgesloten persoon binnen het pand. De huurder betwistte het plaatsvinden van deze politiedwangsituatie en de noodreparatie.

Uniglas bracht een geanonimiseerd mutatierapport van de politie in het geding waaruit bleek dat de politie ter plaatse is geweest en de brandweer heeft ingeschakeld om toegang te verkrijgen. De huurder heeft niet gereageerd op deze stukken, waardoor de kantonrechter de stellingen van Uniglas als juist aanneemt.

De rechtbank wijst de hoofdsom van € 211,02 toe, evenals de wettelijke rente tot 11 augustus 2025 van € 23,99. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 toegewezen omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan en de huurder als consument wordt aangemerkt. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten van € 560,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van noodafdichting, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11899062 \ CV EXPL 25-2749
Vonnis van 8 mei 2026
in de zaak van
UNIGLAS B.V.,
gevestigd te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Uniglas,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 februari 2026,
- de akte van Uniglas van 13 maart 2026, met productie 9.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de akte van Uniglas, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
Bij tussenvonnis heeft Uniglas de mogelijkheid gekregen om zich uit te laten over de betwisting van [gedaagde] met betrekking tot het plaatsvinden van een politiedwangsituatie waarbij de toegang tot het pand is geforceerd en dat vervolgens een noodreparatie is verricht.
2.2.
Uniglas heeft in het kader van de betwisting van [gedaagde] bij akte een geanonimiseerd mutatierapport van de politie in het geding gebracht. Daaruit volgt dat verbalisanten naar het adres [adres] in [vestigingsplaats] toe zijn gegaan, waar zij – kort samengevat – iemand aantroffen die op voornoemd adres zat opgesloten. De politie besloot daarop de brandweer de toegang tot het pand te laten forceren. Vervolgens heeft de politie contact opgenomen met Uniglas voor het afsluiten van de toegangsdeur. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op deze akte. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Uniglas. Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 211,02 zal worden toegewezen.
2.3.
De gevorderde wettelijke rente, die tot 11 augustus 2025 is berekend op € 23,99, zal eveneens worden toegewezen nu daartegen geen (nader) verweer is gevoerd.
2.4.
Uniglas vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Uniglas heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Uniglas worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
261,00
(3 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
560,28

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Uniglas te betalen een bedrag van € 275,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 211,02, met ingang van 11 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 560,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
67756/560