Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze civiele bodemzaak stond een geschil centraal over een revisiemotor die door gedaagden in de bus van eiser was geplaatst en binnen enkele maanden defect raakte. Eiser stelde dat gedaagden tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst en vorderde schadevergoeding. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat eiser onvoldoende feiten had aangevoerd ter onderbouwing van zijn stellingen, waardoor de vorderingen werden afgewezen.
In reconventie vorderden gedaagden betaling van een factuur van bijna €2.000, bestaande uit doorbelasting van kosten en reparaties. De rechtbank wees de vordering af voor zover deze betrekking had op doorbelasting van kosten en gaf gedaagden de gelegenheid bewijs te leveren voor de reparatiepost. Gedaagden zag echter af van bewijslevering, waardoor ook deze vordering werd afgewezen.
Beide partijen werden in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De veroordeling in proceskosten werd hoofdelijk uitgesproken, wat inhoudt dat iedere partij het volledige bedrag kan worden aangesproken. Het vonnis werd uitgesproken door mr. E. Boerwinkel op 20 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en veroordeelt hen in hun proceskosten.