Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4416

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
C/05/4599400 / HZ ZA 25-343
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst beveiliging opvanglocaties Oekraïense vluchtelingen door gemeente gerechtvaardigd

De gemeente Montferland stelde meerdere locaties beschikbaar voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen en sloot daartoe op 20 december 2023 een overeenkomst met [bedrijf] B.V. voor de beveiliging van deze locaties. De overeenkomst had een looptijd van één jaar met de mogelijkheid tot verlenging en bevatte bepalingen over ontbinding en opzegging.

Tijdens de uitvoering van de overeenkomst ontving de gemeente klachten over het functioneren van [bedrijf], met name over het niet naleven van het toegangs- en bezoekersbeleid op locatie [hotel]. Na meerdere waarschuwingen en een ingebrekestelling op 3 juli 2025 ontbond de gemeente de overeenkomst per brief van 22 juli 2025.

[bedrijf] stelde dat de ontbinding onterecht was en vorderde schadevergoeding en kostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat [bedrijf] toerekenbaar tekort was geschoten door onder meer het niet registreren van bezoekers, waaronder een voormalig medewerkster die na haar dienstverband regelmatig aanwezig was zonder registratie of toestemming. Ook andere incidenten en herhaalde waarschuwingen bevestigden de tekortkomingen.

De rechtbank vond dat de gemeente gerechtvaardigd was de overeenkomst te ontbinden en dat dit niet in strijd was met de redelijkheid en billijkheid. De vorderingen van [bedrijf] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de gemeente terecht de overeenkomst met [bedrijf] heeft ontbonden wegens tekortkomingen in de beveiliging en wijst de vorderingen van [bedrijf] af.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/459940 / HZ ZA 25-343
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[bedrijf] B.V.,
te [vestigingsplaats ] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. D.M.A. van Zijl-van Hengel,
tegen
GEMEENTE MONTFERLAND,
te Didam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. M.H. Boersen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 februari 2026
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 april 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De Gemeente heeft sinds het uitbreken van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland meerdere locaties beschikbaar gesteld voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Het betreft voormalig hotel [hotel] in [vestigingsplaats ] (hierna: [hotel] ) en een voormalig kantoorpand van Specialized in ’s-Heerenberg (hierna: Specialized). [bedrijf] was in opdracht van de Gemeente verantwoordelijk voor de beveiliging van voornoemde opvanglocaties. Later is hier nog een derde locatie bijgekomen.
2.2.
Op 20 december 2023 hebben [bedrijf] en de Gemeente een overeenkomst gesloten voor de beveiliging van de opvanglocaties (hierna: de overeenkomst). Daarin is – voor zover relevant – het volgende bepaald:

Artikel 1. Onderwerp van de Overeenkomst
1.1
Onderwerp van de overeenkomst is een overeenkomst voor beveiliging opvanglocaties vluchtelingen (zie opdrachtomschrijving offerteaanvraag).
[…]
Artikel 2. Duur van de Overeenkomst
2.1
Deze Overeenkomst is aangegaan voor een bepaalde tijd. De Overeenkomst heeft een looptijd van één jaar, gaat in op 1-1-2024 en eindigt op 1-1-2025.
2.2
De Overeenkomst kan maximaal drie maal één jaar eenzijdig door opdrachtgever schriftelijk verlengd worden. Uiterlijk drie maanden voor het einde van de dan geldende looptijd wordt schriftelijk mededeling gedaan aan opdrachtnemer of de Overeenkomst wordt verlengd dan wel beëindigd.
[…]
2.4
Dit artikel laat het recht op ontbinding of vernietiging van deze Overeenkomst onverlet.
2.5
Deze Overeenkomst betreft een flexibele overeenkomst. Op dit moment heeft de gemeente geen zicht op hoelang de opvang van vluchtelingen moeten faciliteren. De gemeente heeft de mogelijkheid om de overeenkomst tijdens de looptijd met een opzegtermijn van drie maanden op te zeggen. Dit komt alleen maar voor als opdrachtgever geen vluchtelingen hoeft op te vangen.
[…]

6.Algemeneinkoopvoorwaarden

6.1
Op deze Overeenkomst zijn de Algemene Inkoopvoorwaarden Achterhoekse Gemeenten 2017 (AIAG 2017) van toepassing.
2.3.
In de offerteaanvraag waarnaar in artikel 1.1 van de overeenkomst wordt verwezen staat – voor zover relevant – het volgende:

1.1 INHOUD VAN DE OPDRACHT
[…]
De taakomschrijving voor de beveiliging van onze locaties is als volgt kort samengevat:
-
Toegangscontrole;
-
Gastheerschap;
-
Surveillanceronden;
-
Sleutelbeheer;
-
Rapporteert;
-
Het beantwoorden van de telefoon, basis meldkamer werkzaamheden;
-
Hoofd BHV en aanspreekpunt als er een calamiteit is;
-
Kleine conciërge achtige huishoudelijke klusjes.
Voor een volledig overzicht van taken verwijs ik u naar bijlage 11 Programma van eisen.
In bijlage 11, het Programma van eisen, staat – voor zover relevant – het volgende:

1. Algemene eisen
1.1
De beveiliger verricht beveiligings, portiers en/of receptiediensten op de aangewezen opvanglocatie. Door het verrichten van controles en het signaleren van onregelmatigheden oefent de beveiliger preventief toezicht uit, waarbij het kunnen omgaan met of het optreden naar personen of omstandigheden een vereiste is. De verrichte werkzaamheden zal onder andere bestaan uit de volgende werkzaamheden:
-
Toegangscontrole
-
Gastheerschap
-
Surveillanceronden
-
Sleutelbeheer
-
Houdt tijdens zijn dienst rapportages in de opdrachtnemers zijn portaal bij en dienen zichtbaar te zijn voor opdrachtgever.
-
Houdt toezicht op personen die binnen komen en deze registreren
-
De beveiliger registreert een bezoekerslijst (organisatie/ bezoekers/ vrijwilligers)
-
Het beantwoorden van de telefoon, basis meldkamer werkzaamheden etc. behoort tot de taken.
-
De beveiliger is tevens hoofd BHV en aanspreekpunt als er een calamiteit is.
-
Ook op het moment van nachtdienst, dient de beveiliger dezelfde werkzaamheden uit te voeren als tijdens een dagdienst.
-
Kleine huishoudelijke klusjes
1.2
Onregelmatigheden dienen direct te worden gemeld bij de contactpersoon van de opdrachtgever. Opdrachtgever is bereikbaar tot 22:00 uur, na 22:00 uur dient de politie te worden ingelicht.
[…]
3. Communicatie
3.7
De Opdrachtnemer beschikt over een digitaal portal waar de beveiliger dagelijks in rapporteert.
[…]
4. Kleding voorschriften en apparatuur
4.1
De gedragen werkkleding van de beveiliger dient minimaal te beschikken over een zichtbaar bedrijfslogo op het bovenkledingstuk.
[…]
2.4.
Naast de Gemeente en [bedrijf] zijn nog diverse andere organisaties betrokken bij de opvanglocaties. Een daarvan is Stichting Welcom (hierna: Welcom). Zij verzorgt de sociale en maatschappelijke begeleiding van de bewoners van de opvanglocaties.
2.5.
Gedurende de looptijd van de overeenkomst heeft de Gemeente verschillende klachten ontvangen van medewerkers van betrokken instanties, bewoners en buurtbewoners over het functioneren van [bedrijf] (in het bijzonder de heer [betrokkene ] ). Deze klachten hadden voornamelijk betrekking op locatie [hotel] . Naar aanleiding van deze klachten hebben tussen partijen meerdere gesprekken plaatsgevonden over het functioneren van [bedrijf] . Ook is hierover meermaals per e-mails gecorrespondeerd.
2.6.
Op 3 juli 2025 heeft de Gemeente aan [bedrijf] een ingebrekestelling gestuurd. Per brief van 22 juli 2025 heeft de Gemeente de overeenkomst ontbonden.

3.Het geschil

3.1.
[bedrijf] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad
I. voor recht te verklaren dat de Gemeente gehouden is door [bedrijf] geleden schade te vergoeden,
II. de Gemeente te veroordelen tot betaling van € 366.396,28, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf 21 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
III. de Gemeente te veroordelen tot betaling van de kosten voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomsten van € 12.358,69,
IV. de Gemeente te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 6.775,00,
V. de Gemeente te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De Gemeente voert verweer. De Gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [bedrijf] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [bedrijf] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag die partijen verdeeld houdt is of de Gemeente op 22 juli 2025 mocht overgaan tot ontbinding van de overeenkomst. Volgens [bedrijf] is dat niet het geval. Voor zover de Gemeente de overeenkomst wenste te beëindigen, had zij de daarvoor geldende opzegtermijn in acht moeten nemen, aldus [bedrijf] . Door dat niet te doen is volgens [bedrijf] sprake van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad door de Gemeente jegens haar. [bedrijf] vordert daarom vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de ontbinding van de overeenkomst.
4.2.
In de op de overeenkomst van toepassing verklaarde Algemene Inkoopvoorwaarden Achterhoekse Gemeenten 2017 (hierna: de algemene voorwaarden) is over ontbinding het volgende bepaald:

Artikel 13 Toerekenbare Pro tekortkoming
13.1
Indien één van de Partijen toerekenbaar tekort schiet in de nakoming van de Overeenkomst en/ of deze algemene inkoopvoorwaarden, zal de andere Partij een schrijven verzenden aan de tekortkomende Partij, alvorens gebruik te maken van de Partij toekomende wettelijke rechten, behoudens de gevallen waarin ingebrekestelling ingevolge het Burgerlijk Wetboek achterwege kan blijven, in welke gevallen de nalatige partij direct in verzuim verkeert.
13.2
Ieder der partijen is gerechtigd de Overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst en zonder ingebrekestelling met onmiddellijke ingang te ontbinden, indien de andere Partij in verzuim is geraakt, behoudens voor zover ontbinding – gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het verzuim – in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid.
Hieruit volgt dat voor een gerechtvaardigde ontbinding door de Gemeente vereist is dat [bedrijf] in verzuim is geraakt. Daarvoor moet [bedrijf] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst of de algemene voorwaarden. Verder is voor het ontstaan van verzuim vereist dat de Gemeente aan [bedrijf] een schrijven heeft gestuurd. Vast staat dat de Gemeente in ieder geval op 3 juli 2025 een ingebrekestelling heeft gestuurd aan [bedrijf] .
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of [bedrijf] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en/of de algemene voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Daartoe is het volgende redengevend.
[bedrijf] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst
4.3.
De Gemeente stelt dat [bedrijf] tekort is geschoten in de uitvoering van meerdere (12) verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst. Het voornaamste verwijt dat de Gemeente [bedrijf] maakt is dat zij het voor de opvanglocaties geldende toegangsbeleid niet (correct) heeft gehandhaafd. [bedrijf] was op grond van de overeenkomst gehouden om bezoekers van de opvanglocaties te registreren (artikel 1.1 Programma van Eisen). Dat heeft [bedrijf] niet gedaan, aldus de Gemeente.
4.4.
Voornoemd verwijt van de Gemeente ziet voor een groot deel op de aanwezigheid van [voormalig medewerkster] op locatie [hotel] . [voormalig medewerkster] is een voormalig medewerkster van Welcom die tot 28 februari 2025 werkzaam was op locatie [hotel] . Na het einde van haar dienstverband had [voormalig medewerkster] te gelden als extern bezoek. Naar aanleiding van een klacht over [bedrijf] van Welcom van 12 juni 2025 is de Gemeente ermee bekend geraakt dat [voormalig medewerkster] na het eindigen van haar dienstverband frequent bij locatie [hotel] kwam. Haar aanwezigheid werd door [bedrijf] niet geregistreerd, hetgeen een schending van artikel 1.1 Programma van Eisen is. [bedrijf] heeft niet betwist dat zij de aanwezigheid van [voormalig medewerkster] niet heeft geregistreerd. Zij heeft slechts aangevoerd dat [voormalig medewerkster] geen locatieverbod had en dat het voor iedereen onduidelijk was of zij op locatie [hotel] aanwezig mocht zijn. Dat doet echter niets af aan de verplichting van [bedrijf] om bezoekers van de opvanglocaties te registreren. Door dit niet te doen, is [bedrijf] tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.
4.5.
Verder is het handelen van [bedrijf] volgens de Gemeente in strijd met het op de opvanglocaties geldende ‘huishoudelijk reglement gemeentelijke opvanglocatie ontheemden uit Oekraïne’. Hieruit volgt dat extern bezoek op de opvanglocaties van tevoren moet worden aangevraagd en goedgekeurd bij de Coördinator Maatschappelijke opvang van de Gemeente. [bedrijf] betwist dat deze huisregels van toepassing zijn op de overeenkomst. Zelfs als de huisregels niet van toepassing zouden zijn, betekent dit niet dat [bedrijf] niet is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. De Gemeente heeft [bedrijf] namelijk meermaals gewezen op de regel dat bezoek van tevoren moest worden aangevraagd. Zo schreef de Gemeente in een e-mail van 26 mei 2025 aan [bedrijf] :

[…]
Ten eerste heeft bewoonster [bewoonster 1] op 24 mei 2025 om 22:15 uur bezoek gekregen. […] Los van het tijdstip (extern bezoek is toegestaan tot 22:30 uur), is dit bezoek niet van tevoren aangevraagd. De bewaking speelt hierin een duidelijke rol en had deze bezoeker moeten weigeren.
[…]
Op 23 mei 2025 heeft bewoonster [bewoonster 2] onaangekondigd drie collega’s van haar werk op bezoek gehad. Ook dit is ontoelaatbaar en de beveiliging had hier eveneens tegen moeten optreden.
Het lijkt erop dat de regels over bezoek, alcohol en geluidsoverlast niet worden nageleefd. Ik verwacht dat de beveiliging hier voortaan streng tegen zal optreden.
[…]
Uit deze e-mail volgt duidelijk dat bezoek volgens de Gemeente op voorhand moet worden aangemeld. Bij e-mail van 26 juni 2025 van de Gemeente aan [bedrijf] is deze regel nogmaals genoemd. [bedrijf] is voorts door de Gemeente uitdrukkelijk gewezen op voornoemde verplichtingen in de ingebrekestelling van 3 juli 2025. Per e-mail van 4 juli 2025 heeft [bedrijf] ( [betrokkene ] ) bevestigd zich te zullen houden aan – onder andere – deze afspraak. Zelfs wanneer de huisregels geen deel zouden uitmaken van de overeenkomst, dan is voornoemde regel over het vooraf aanvragen van bezoek gelet op het voorgaande toch onderdeel geworden van de overeenkomst tussen partijen.
4.6.
Uit diverse door de Gemeente overgelegde verklaringen en uit door de Gemeente in het geding gebrachte camerabeelden volgt dat [voormalig medewerkster] na 3 juli 2025 nog steeds regelmatig op locatie [hotel] aanwezig was. De aanwezigheid van [voormalig medewerkster] is ook na 3 juli 2025 niet door [bedrijf] geregistreerd. Verder is geen goedkeuring gevraagd aan de Gemeente voor het bezoek van [voormalig medewerkster] . [bedrijf] heeft aangevoerd dat [voormalig medewerkster] na 3 juli 2025 slechts aanwezig is geweest op een openbaar pad voor de ingang van locatie [hotel] . [bedrijf] heeft dit echter onvoldoende onderbouwd, aangezien uit verschillende door de Gemeente overgelegde verklaringen blijkt dat [voormalig medewerkster] wel degelijk in het gebouw aanwezig is geweest na 3 juli 2025.
4.7.
Gelet op het voorgaande is [bedrijf] tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Ook na de ingebrekestelling van de Gemeente van 3 juli 2025 hebben deze tekortkoming voortgeduurd. [bedrijf] is daarom gelet op artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden in verzuim geraakt, zodat de Gemeente de overeenkomst in beginsel kon ontbinden.
Ontbinding is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid
4.8.
[bedrijf] stelt dat de onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst door de Gemeente in strijd was met de redelijkheid en billijkheid. In dit kader voert zij aan dat de ontbinding heeft geleid tot het plotseling verlies van inkomen voor vijf werknemers. De rechtbank stelt voorop dat [bedrijf] deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Daarnaast voert de Gemeente terecht aan dat de ontbinding het directe gevolg is van het handelen en nalaten van [bedrijf] (en haar medewerkers). Zij hebben immers het geldende toegangs- en bezoekersbeleid niet (correct) nageleefd. Daarbij is in het bijzonder van belang dat – zoals de Gemeente terecht aanvoert – het toezien op wie de opvanglocaties bezoekt en betreedt een belangrijke (zo niet kern-)taak is van de beveiliging. Dat [voormalig medewerkster] geliefd zou zijn geweest onder de bewoners – zoals [bedrijf] aanvoert – doet aan het voorgaande niets af.
4.9.
Daarnaast is van belang dat de hiervoor omschreven tekortkoming niet de eerste (en enige) keer was dat [bedrijf] verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam. Gedurende de samenwerking tussen partijen hebben zich meerdere incidenten voorgedaan. Zo heeft [betrokkene ] een luchtbuks meegenomen naar locatie [hotel] om daarmee (met bewoners) te schieten, heeft een medewerker van [bedrijf] geslachtsgemeenschap gehad met een bewoner van één van de opvanglocaties en is een bewoonster uit een raam in een vlaggenmast gesprongen tijdens een feest op locatie [hotel] , waarna de vlaggenmast afbrak. De Gemeente heeft [bedrijf] meermaals per e-mail gewezen op zaken die niet goed gingen. Zo heeft de Gemeente op 5 februari 2025, 26 mei 2026 en 26 juni 2026 gemaild. In die laatste twee e-mails is specifiek gewezen op het niet naleven van het toegangs- en bezoekersbeleid. Daarnaast hebben verspreid over meerdere maanden verschillende gesprekken plaatsgevonden tussen medewerkers van de Gemeente en [bedrijf] . De tekortkoming stond dus niet op zichzelf en de Gemeente heeft [bedrijf] meermaals gewezen op zaken die niet goed gingen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat de ontbinding van de overeenkomst door de Gemeente in strijd was met de redelijkheid en billijkheid.
4.10.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Gemeente gerechtvaardigd mocht overgaan tot ontbinding van de overeenkomst. Van wanprestatie of een onrechtmatige daad door de Gemeente is – anders dan [bedrijf] stelt – dan ook geen sprake. De vorderingen van [bedrijf] zullen gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Proceskosten
4.11.
[bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.820,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf] af,
5.2.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [bedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 en 5.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
RG/FB