Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“3000 is betaald aan [kleinzoon/werknemer] ”
“Ter bevestiging 600 contant voldaan”.
“(…)Lood komt los onder kozijn / zijwang
“de schoorsteen aan de dakkant is nog nat de rest is droog”
3.Het geschil
4.De beoordeling
als gevolg vande revisiewerkzaamheden lekkages in de schoorsteen zijn ontstaan maar juist om de vraag of
ondanksde revisiewerkzaamheden lekkages in de schoorsteen actief zijn. Eén van de onderdelen van een schoorsteenrevisie was immers het vochtdicht maken van de schoorsteen. Niet gesteld of gebleken is dat partijen in dat geval hierop een uitzondering hebben gemaakt.
€ 50,00
.Daarnaast blijkt uit de WhatsApp-correspondentie dat [eiser] op dezelfde dag aan [gedaagde] heeft laten weten dat hij € 3.000,00 aan [werknemer] heeft betaald en dat [gedaagde] dit bericht heeft gelezen omdat hij daarop heeft gereageerd. [gedaagde] was er dus van op de hoogte dat [eiser] stelde dat hij op 18 januari 2024 een bedrag van € 3.000,00 contant aan [werknemer] heeft betaald. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] hierop op 18 januari 2024 of in de dagen daarna is teruggekomen en heeft aangevoerd dat die betaling niet heeft plaatsgevonden. Uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt niet dat [gedaagde] eerder dan in mei 2025 via zijn gemachtigde aan [eiser] heeft laten weten dat hij de gestelde contante betaling van € 3.000,00 niet heeft ontvangen. Niet valt in te zien waarom [gedaagde] daar zo lang mee heeft gewacht. In het licht van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband gezien, ziet de kantonrechter aanleiding om als voorshands bewezen aan te nemen dat [eiser] op 18 januari 2024 een bedrag van € 3.000,00 aan [werknemer] heeft betaald. [gedaagde] zal in de gelegenheid worden gesteld om tegenbewijs te leveren. Dit betekent dat [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld de stelling van [eiser] dat hij op 18 januari 2024 een bedrag van € 3.000,00 contant aan [werknemer] heeft betaald, te ontzenuwen. Het is aan [gedaagde] om te bepalen met welke bewijsmiddelen hij tegenbewijs wil leveren. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de hierna in de beslissing vermelde roldatum.
5.De beslissing
woensdag 1 juli 2026voor uitlating door [gedaagde] of hij tegenbewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
augustustot en met
oktober 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,