ECLI:NL:RBGEL:2026:4453

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
079868-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • P.J. Verbeek
  • M.A. van Leeuwen
  • S. Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 47 SrArt. 416 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verduistering en diefstal, veroordeeld voor medeplegen opzetheling van gestolen iPhones

Op 3 juni 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van verduistering in dienstbetrekking, diefstal in vereniging en opzetheling van gestolen smartphones.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de primair en subsidiair tenlastegelegde feiten van verduistering en diefstal, omdat onvoldoende bewijs was dat verdachte betrokken was bij de in scène gezette overval waarbij 1539 iPhones werden gestolen. Wel werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzetheling van 298 gestolen iPhones, die hij samen met medeverdachten had voorhanden gehad en overgedragen.

Bewijs bestond uit onder meer telefoongegevens, foto’s van IMEI-nummers van gestolen iPhones op de telefoon van verdachte, chatberichten waarin afspraken werden gemaakt over overdracht en aanwijzingen dat verdachte wist dat de telefoons gestolen waren. De rechtbank achtte medeplegen bewezen vanwege actieve betrokkenheid bij de overdracht en communicatie.

De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, lager dan de eis, vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte sindsdien niet met justitie in aanraking was gekomen. De tijd in verzekering werd in mindering gebracht. Verdachte werd strafbaar verklaard voor opzetheling, maar vrijgesproken van de overige tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf voor medeplegen opzetheling van 298 gestolen iPhones, vrijgesproken van verduistering en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/079868-24
Datum uitspraak : 3 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres] in ([postcode]) [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. C.T.B.J. Besjes, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk ongeveer 1539 iPhones van het merk Apple, althans een hoeveelheid smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededaders uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als zijnde koerier voor [bedrijf 2] van een lading smartphones van [bedrijf 1], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;
subsidiair
hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 1539 iPhones van het merk Apple, althans een hoeveelheid smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [aangever], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
meer subsidiair
hij in of omstreeks de periode 1 maart 2024 tot en met 4 maart 2024 te Beusichem, gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 1539, althans 298, althans een hoeveelheid Apple smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de als meer subsidiair tenlastegelegde opzetheling van 298 iPhones. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integraal vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw daartoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat de telefoons van diefstal afkomstig waren en ook niet had hoeven te vermoeden dat ze van diefstal afkomstig waren. Verder heeft zij aangevoerd dat verdachte geen beschikkingsmacht had over de telefoons en dat het louter maken van een afspraak geen nauwe en bewuste samenwerking oplevert.
Beoordeling door de rechtbank
Vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van verduistering in dienstbetrekking (het primair tenlastegelegde) en het medeplegen van diefstal in vereniging (het subsidiair tenlastegelegde).
Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de in scène gezette overval op 1 maart 2024 waarbij 1539 telefoons werden gestolen.
Meer subsidiair
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte schuldig is aan opzet- dan wel schuldheling van meerdere telefoons in de periode van 1 maart 2024 tot en met 4 maart 2024.
De rechtbank neemt bij de beantwoording van deze vraag het volgende in aanmerking.
Op 1 maart 2024 zijn 1539 smartphones (waaronder 1537 iPhones) gestolen uit een bedrijfsbus die werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1]). [2] De telefoons waren eigendom van het bedrijf [bedrijf 1], waarvan [aangever] eigenaar is. [3] In eerste instantie heeft [medeverdachte 1] aangifte gedaan van een overval. Later heeft hij verklaard dat die aangifte vals was en dat de overval in scène was gezet. [4]
Vervolgens wordt op 4 maart 2024 omstreeks 22:00 uur verdachte samen met [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) aangehouden aan de Klassenburgerstraat 5 in Beusichem, een locatie gelegen op een industrieterrein. De politie heeft kort voor die aanhouding waargenomen dat een Citroën C3 met kenteken [kenteken] (met daarin [medeverdachte 2] als bestuurder en verdachte als bijrijder) naast een Renault (met daarin onder andere [medeverdachte 1]) parkeerde. De verbalisanten zagen dat de twee personen uit de Citroën stapten en één persoon uit de Renault en dat die personen vervolgens kort contact met elkaar hadden. Daarna werden meerdere bigshoppers uit de kofferbak van de Citroën overgeplaatst naar de kofferbak van de Renault. In de kofferbak van de Renault werden na de aanhouding drie bigshoppers aangetroffen met daarin in totaal 298 Apple iPhones. [5] De IMEI-nummers van deze telefoons komen overeen met de op 1 maart 2024 gestolen telefoons. [6]
De onder verdachte in beslag genomen telefoon is onderzocht. Verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem is. [7] Op 4 maart 2024 is op deze telefoon gezocht op de volgende zoekvragen in Google:
“Iphones gestolen 2024”en
“Iphones gestolen”. Verder werden op de telefoon twee foto’s aangetroffen, de een gemaakt om 15:00 uur en de ander gemaakt om 15:01 uur. Op beide foto’s zijn IMEI-nummers zichtbaar. De IMEI-nummers op de foto’s komen voor in de lijst met telefoons, gestolen op 1 maart 2024. Het IMEI-nummer op de ene foto betreft een iPhone 13 mini en het IMEI-nummer op de andere foto is van een iPhone 13 Pro. Door de politie is verder gerelateerd dat de foto’s zijn opgeslagen in de map waarin Apple foto’s bewaard die met het toestel gemaakt zijn en dat het aannemelijk is dat deze foto’s met de inbeslaggenomen telefoon zijn gemaakt. [8]
Daarnaast werden in de telefoon van verdachte gesprekken aangetroffen.
Een gesprek dat plaats vond op 4 maart 2024 omstreeks 14:33 uur tussen de eigenaar van de telefoon (verdachte) en [medeverdachte 1]. In dat gesprek werd een afspraak gemaakt voor diezelfde avond om 22:00 uur op de Klassenburgerstraat in Beusichem. [9]
En een Whatsapp-conversatie tussen verdachte en [medeverdachte 2]. [10] Voor zover relevant werd daarin het volgende bericht op 4 maart 2024:
Tijd
Afzender
Bericht
00:35:26 (UTC+1)
[verdachte]
Wollah walo k belde die jongen die snap heeft gegeven maar hij neemt niet op.
00:35:34 (UTC+1)
[verdachte]
Om te zeggen dat hij moet reageren
00:35:43 (UTC+1)
[verdachte]
Als ik wat hoor meld ik gelijk
(…)
00:36:04 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Ik heb hem echt nodig
(…)
10:16:23 (UTC+1)
[verdachte]
Is t al gedaan
10:17:07 (UTC+1)
[verdachte]
Kan niet zo zijn dat hij 8 uur lang niet reageert
10:17:41 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Nee bro dit gaat om iets anders
(...)
10:18:35 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Ben gisteren 2x naar zijn deur geweest
10:19:32 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Hij denkt meskien meshakiel ofzo
10:19:47 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Maar ik heb hem echt nodig
10:20:22 (UTC+1)
[verdachte]
Kga t regelen
(…)
10:20:36 (UTC+1)
[verdachte]
Hij s vaak by de kapper
10:20:39 (UTC+1)
[verdachte]
Chille
10:20:43 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Ik heb alleen nodig
(…)
10:20:49 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Zonder die fahed
10:20:55 UTC+1)
[medeverdachte 2]
Of die neefje [11]
(…)
16:34:57 (UTC+1)
[verdachte]
Hij komt vnv
16:35:02 (UTC+1)
[verdachte]
Alleen 1 x 55
16:35:10 (UTC+1)
[verdachte]
Als goed gaat dan kijken we
16:36:42 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Is goed
(…)
17:24:25 (UTC+1)
[verdachte]
Waar spreken we af hij vertrekt 20.30
17:29:36 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Zeg maar
17:29:49 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Onthoud dat je somma ook komt straks
17:30:57 (UTC+1)
[verdachte]
Jaa anders doen we eerst die soma kijken straks
(…)
20:18.52 (UTC+1)
[verdachte]
Waar zie k je 15 min ben ik jn cborg
20:28:32 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Kom naar jumbo
20:28:36 (UTC+1)
[medeverdachte 2]
Moet ik alles mee
20:29:14 (UTC+1)
[verdachte]
doe alles in je waggie en parkeer hem ergeng veilig omw. [12]
De rechtbank concludeert dat verdachte op 4 maart 2024 omstreeks 14:33 uur met [medeverdachte 1] een afspraak heeft gemaakt om 22.00 uur diezelfde avond op de Klassenburgerstraat in Beusichem, waar zij later op de avond samen met [medeverdachte 2] ook zijn aangehouden. Voorafgaand aan dat tijdstip heeft verdachte nog via Whatsapp contact met [medeverdachte 2], waarbij [medeverdachte 2] vraagt ‘moet ik alles mee’ en verdachte antwoordt dat hij alles in zijn waggie (de rechtbank begrijpt: auto) moet doen. Vervolgens is op de Klassenburgerstraat door verbalisanten gezien dat er bigshoppers vanuit de auto van verdachte en [medeverdachte 2] in de kofferbak van [medeverdachte 1] worden geplaatst. In die bigshoppers worden in totaal 298 iPhones aangetroffen.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen kan dan ook worden vastgesteld dat verdachte op 4 maart 2024 samen met [medeverdachte 2] in diens auto 298 Apple iPhones voorhanden heeft gehad die van diefstal afkomstig zijn en dat zij deze omstreeks 22:00 uur op een industrieterrein in Beusichem hebben overgedragen aan [medeverdachte 1].
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte wist dat de iPhones van diefstal afkomstig waren ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Een half uur na de totstandkoming van de afspraak tussen verdachte en [medeverdachte 1] zijn er met de telefoon van verdachte foto’s gemaakt van IMEI-nummers van iPhones. Deze IMEI-nummers komen voor in de lijst met telefoons die op 1 maart 2024 zijn gestolen en later zijn aangetroffen in de bigshoppers. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verdachte op 4 maart 2024 op zijn telefoon heeft gegoogeld naar ‘iPhones gestolen 2024’ en ‘iPhones gestolen’ en dat verdachte omstreeks 20:30 uur - op de vraag van [medeverdachte 2] of hij alles mee moet nemen - heeft gereageerd dat die [medeverdachte 2] ‘alles’ in zijn auto moet doen en deze ergens ‘veilig’ moet parkeren. Uit deze feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de Apple iPhones wist dat deze van diefstal afkomstig waren. Daarmee acht de rechtbank opzetheling van 298 Apple smartphones op 4 maart 2024 wettig en overtuigend bewezen. Anders dan door de verdediging is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van medeplegen. Verdachte heeft niet alleen de opdracht voor de overdracht van de gestolen telefoons gemaakt, hij heeft ook foto’s gemaakt van IMEI-nummers van 2 bij de gestolen partij behorende telefoons, voorafgaand aan de afspraak gegoogeld op gestolen iPhones en [medeverdachte 2] de opdracht gegeven alle telefoons in de auto te doen en de auto veilig te parkeren.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij
in of omstreeks de periode 1 maart 2024 tot en metop4 maart 2024 te Beusichem, gemeente Buren
, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, ongeveer 1539, althans298
, althans een hoeveelheidApple smartphones,
in elk geval een of meerdere goed(eren) heeft verworven,voorhanden heeft gehad en
/ofheeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van dit goed wist(en),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoedendat het
(een)door misdrijf verkregen goed
(eren
)betrof.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Medeplegen van opzetheling.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in inverzekeringstelling doorgebracht en daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van drie jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de beperkte rol van verdachte, de negatieve consequenties van de aanhouding, het tijdsverloop, het feit dat verdachte een eigen onderneming heeft en een jong gezin waarvoor hij verantwoordelijk is en de omstandigheden dat verdachte een first offender is.
De raadsvrouw heeft bepleit dat een taakstraf het meest passend zou zijn bij een bewezenverklaring van (schuld)heling.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan opzetheling van bijna 300 Apple iPhones. Heling van gestolen goederen is een ernstig strafbaar feit. Het bevordert namelijk diefstal. De verdachte heeft door zo te handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendom van anderen en (kennelijk) enkel oog te hebben voor zijn eigen financiële gewin.
Reclasseringsadvies
De reclassering heeft in haar advies van 12 juni 2025 vermeld dat verdachte de verschillende leefgebieden op orde heeft en hij geen hulpvragen heeft. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat gelet op de ontkennende houding van verdachte. De reclassering adviseert dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien geen mogelijkheden om met toezicht de risico’s te beperken of gedrag te veranderen.
Redelijke termijn
Verdachte is op 5 maart 2024 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Een eindvonnis dient vervolgens binnen twee jaren te volgen. In de zaak van verdachte is op 3 juni 2026 vonnis gewezen. Dit is twee jaar, twee maanden en 30 dagen later. Daarmee is de redelijke termijn met twee maanden en 30 dagen overschreden. Deze overschrijding is niet te wijten aan de ingewikkeldheid van de zaak dan wel aan de proceshouding van verdachte of door onderzoekswensen van de verdediging.
De op te leggen straf
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 150 uur passend zou zijn. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank daarop een strafvermindering toepassen. De rechtbank zal daarom een taakstraf voor de duur van 120 uur opleggen. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal daarop in mindering worden gebracht.
De straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie. Dit komt omdat de rechtbank bij de bepaling van de straf rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte sinds het gepleegde feit niet verder met politie of justitie in aanraking is gekomen.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde;
 verklaart bewezen dat verdachte het onder meer subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Verbeek (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2026.
mr. J.M.P. van der Meulen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek Dacia, dossiernummer PL0600-2024103361, gesloten op 6 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 20-21.
3.Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 6 maart 2024, p. 20-21.
4.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 241-245, proces-verbaal van aangifte [aangever], p. 20-21 en proces-verbaal van bevindingen, p. 155-159.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 104-105; proces-verbaal van bevindingen, p. 123; proces-verbaal van bevindingen, p. 174.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 174.
7.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 308.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 178-179.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 178.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 178 en proces-verbaal van bevindingen, p. 152.
11.Chatconversatie 2, p. 29-40 van 66 (niet doorgenummerd).
12.Chatconversatie 2, p. 54-62 van 66 (niet doorgenummerd).