ECLI:NL:RBGEL:2026:4496
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsherstel voor arbeidskorting bij WGA-uitkering van UWV ondanks gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2020, 2021 en 2022, omdat de WGA-uitkeringen die zij van het UWV ontving niet werden betrokken in de berekening van de arbeidskorting. De inspecteur verklaarde de bezwaren over 2020 en 2021 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees de bezwaren over 2022 af. De rechtbank behandelde het beroep op 21 januari 2026.
De rechtbank overwoog dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden doordat WGA-uitkeringen via de werkgever wel meetellen voor de arbeidskorting, maar via het UWV niet. Deze ongelijke behandeling is door de Hoge Raad bevestigd als onrechtmatig, maar rechtsherstel is volgens de Hoge Raad aan de wetgever. De kabinetsreactie van 14 maart 2025 kondigt aan dat vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskorting meer wordt toegepast op socialezekerheidsuitkeringen, waaronder de WGA.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen rechtsherstel kan krijgen voor de jaren 2020-2022 en verklaart het beroep ongegrond. Wel veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak sluit aan bij het arrest van de Hoge Raad en de kabinetsreactie, waarbij de wetgever de ongelijke behandeling binnen afzienbare tijd zal opheffen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslagen IB/PVV 2020-2022 zonder rechtsherstel voor de ongelijke behandeling van WGA-uitkeringen.