Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4513

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
ARN 24_5816
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1a AwbArt. 4:17 AwbArt. 11 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021Besluit zorgverzekering artikel 2.6
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toekenning en afwijzing maatwerkvoorzieningen Wmo door gemeente Doesburg

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor diverse maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waaronder voortzetting van behandeling door het Leo Kannerhuis, ergo- en haptotherapie, een Cogmed-werkgeheugentraining, een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding door zijn moeder en een vervoersvoorziening.

Het college van burgemeester en wethouders van Doesburg heeft de aanvraag deels toegekend en deels afgewezen. Zo werd de voortzetting van het Leo Kannerhuis afgewezen, maar een pgb voor begeleiding door de moeder toegekend. De aanvraag voor ergo- en haptotherapie, Cogmed-training en vervoersvoorziening werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het toegekende pgb onvoldoende was en dat het college een dwangsom moest betalen wegens niet-tijdig beslissen.

De rechtbank oordeelt dat de afwijzingen terecht zijn, omdat ergotherapie en haptotherapie paramedische zorg betreffen die onder de Zorgverzekeringswet vallen, en de Cogmed-training een behandeling is die niet onder de Wmo valt. Het toegekende aantal uren pgb is voldoende onderbouwd en toereikend. De vervoersvoorziening is terecht afgewezen omdat reiskosten binnen het pgb kunnen worden vergoed. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat het college geen dwangsom verschuldigd is, omdat het binnen de wettelijke termijnen heeft beslist.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het college de aanvraag terecht deels heeft toegekend en deels afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college heeft de aanvraag terecht deels toegekend en deels afgewezen zonder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5816

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg, het college
(gemachtigden: mr. D. van Tilborg en mr. J. Scheper).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke toekenning en de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiser voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Eiser is het niet eens met de gedeeltelijke toekenning en de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag voor maatwerkvoorzieningen terecht deels heeft toegekend en deels heeft afgewezen. Hiernaast is het college eiser geen dwangsom verschuldigd. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo. Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 20 juni 2024 deels toegekend en deels afgewezen.
2.1.
In zijn bezwaarschrift heeft eiser het college verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter. Het college heeft ingestemd met dit verzoek. [1] Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, de moeder van eiser, en de gemachtigden van het college.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Op 20 juni 2023 heeft eiser een melding gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Eiser heeft het college daarbij gevraagd om voortzetting van de ondersteuning en behandeling door het Leo Kannerhuis, de behandeling en ondersteuning van zijn eetstoornis door ergo- en haptotherapie, een persoonsgebonden budget (pgb) van 17 uur en 25 minuten per week voor zorg, begeleiding en ondersteuning door zijn moeder en een Cogmed-werkgeheugentraining bij Denkkracht ter verbetering van het concentratievermogen. Hierop volgend heeft eiser op 28 augustus 2023 een aanvraag gedaan voor de betreffende maatwerkvoorzieningen.
3.1.
Daarnaast heeft eiser per e-mail op 18 juni 2024 een aanvraag gedaan voor een vervoersvoorziening voor het vervoer van en naar verschillende benodigde therapieën.
3.2.
Op verzoek van het college heeft de arts [naam arts] van Trompetter en Partners op 26 april 2024 een sociaal-medisch advies uitgebracht.
3.3.
Het college is vervolgens overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”.
3.4.
In het bestreden besluit heeft het college het volgende beslist:
- De aanvraag voor voortzetting van de ondersteuning en behandeling door het Leo Kannerhuis is afgewezen.
- De aanvraag voor behandeling en ondersteuning van de eetstoornis door ergo- en haptotherapie is afgewezen.
- De aanvraag voor een Cogmed-werkgeheugentraining is afgewezen.
- Er is 2 uur regie per week begeleiding ‘specialistisch’ in natura toegekend voor (een deel van) de regievoerende begeleiding door een externe zorgaanbieder.
- Er is een pgb toegekend voor 13 uur en 45 minuten per week over de periode 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025 voor de niet-gebruikelijke begeleiding door de moeder van eiser. In deze omvang is 3 uur per week specifiek bedoeld voor het oefenen van activiteiten en het meegaan naar (nieuwe) afspraken. Voorwaarde is dat eiser tevens gebruik maakt van de 2 uur regievoerende begeleiding door een externe zorgaanbieder.
- De aanvraag voor een vervoersvoorziening in de vorm van een pgb voor de uren die de moeder van eiser kwijt is met het begeleiden van eiser naar, tijdens en van behandelingen is afgewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek van eiser tot vergoeding van de reiskosten die eisers moeder bij de begeleiding naar, tijdens en van de behandelingen maakt.
Verlengen beslistermijn en ingebrekestellingen wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag
4. Per e-mail heeft het college op 29 augustus 2023 eiser bericht dat het niet binnen de geldende beslistermijn van twee weken een besluit kan nemen op de aanvraag van 28 augustus 2023. Het college heeft de beslistermijn daarom opgeschort tot en met 25 november 2023.
4.1.
Met het “Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen” van 12 september 2023 heeft eiser het college (voor de eerste keer) in gebreke gesteld omdat het niet tijdig op zijn aanvraag heeft beslist.
4.2.
Met het besluit van 12 september 2023 heeft het college eiser meegedeeld dat het geen dwangsom is verschuldigd. De beslistermijn is opgeschort tot en met 25 november 2023, zodat deze termijn nog niet is verstreken en het college bijgevolg niet in gebreke is.
4.3.
Op 13 november 2023 heeft eiser het college (voor de tweede keer) in gebreke gesteld omdat het niet tijdig op zijn aanvraag heeft beslist.
4.4.
Met het besluit van 13 november 2023 heeft het college eiser (opnieuw) meegedeeld dat de beslistermijn nog loopt tot en met 25 november 2023 en het daarom niet in gebreke is.
4.5.
Per e-mail van 21 november 2023 heeft het college de beslistermijn (voor de tweede keer) opgeschort tot en met twee weken na ontvangst van het sociaal-medisch advies van Trompetter & Partners.
4.6.
Op 20 januari 2024 heeft eiser het college (voor de derde keer) in gebreke gesteld omdat het niet tijdig op zijn aanvraag heeft beslist.
4.7.
Met het besluit van 31 januari 2024 heeft het college eiser meegedeeld dat het geen dwangsom is verschuldigd. Het college heeft het sociaal-medisch advies van Trompetter & Partners nog niet ontvangen, zodat de beslistermijn door de tweede opschorting nog loopt. Om die reden stelt het college dat het op 20 januari 2024 niet in gebreke is en dat de derde ingebrekestelling prematuur is.
4.8.
Op 6 juni 2024 heeft eiser het college (voor de vierde keer) in gebreke gesteld omdat het niet tijdig op zijn aanvraag heeft beslist.
4.9.
Het college is vervolgens overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”.
4.10.
In het bestreden besluit overweegt het college dat het binnen de termijn van twee weken, na de dag waarop het van eiser de vierde ingebrekestelling heeft ontvangen, een besluit heeft genomen. Om die reden is het college eiser geen dwangsom verschuldigd.
Standpunt eiser
5. Eiser stelt – kort samengevat – dat de aanvraag voor behandeling en begeleiding door het Leo Kannerhuis, ergo- en haptotherapie, de Cogmed-geheugentraining en de vervoersvoorziening ten onrechte is afgewezen. Daarnaast is het wel toegekende pgb voor begeleiding ontoereikend. Ten slotte moet het college volgens eiser een dwangsom betalen wegens niet-tijdig beslissen.
Beoordeling door de rechtbank
Behandeling en begeleiding door het Leo Kannerhuis
6. In het bestreden besluit heeft het college de aanvraag voor voortzetting van de ondersteuning en behandeling door het Leo Kannerhuis afgewezen. Tijdens de zitting heeft eiser zijn beroepsgronden tegen de afwijzing van de ondersteuning en behandeling door het Leo Kannerhuis in de vorm van zorg in natura ingetrokken, omdat deze inmiddels vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden vergoed. Deze afwijzing is daarom ook niet meer in geschil.
Ergotherapie en haptotherapie
7. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag voor behandeling en ondersteuning door ergo- en haptotherapie terecht heeft afgewezen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat ergotherapie paramedische zorg betreft die niet onder de reikwijdte van de Wmo valt, maar onder die van de Zvw.
7.2.
Ook de haptotherapie betreft paramedische zorg die in beginsel onder de Zvw voor vergoeding in aanmerking kan worden gebracht. In artikel 2.6 van het Besluit zorgverzekering is vastgelegd welke paramedische zorg voor vergoeding op grond van de Zvw in aanmerking komt. De regelgever heeft ervoor gekozen om haptotherapie niet voor vergoeding in aanmerking te brengen. Dat neemt niet weg dat de vraag of haptotherapie voor vergoeding in aanmerking komt onder de reikwijdte van de Zvw valt, en daarom niet voor vergoeding onder de Wmo.
Cogmed-geheugentraining
8. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag voor een Cogmed-werkgeheugentraining terecht heeft afgewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat deze geheugentraining geen ondersteuning, maar een behandeling betreft. Daarom komt het niet voor vergoeding onder de Wmo in aanmerking.
Pgb
9. De rechtbank is van oordeel dat het college het aantal uren begeleiding voldoende onderbouwd op 13 uur en 45 minuten per week heeft vastgesteld. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
9.1.
In zijn melding heeft eiser gevraagd om 17 uur en 25 minuten per week aan begeleiding onder verwijzing naar het rapport van JPH Consult van 29 april 2022. In het advies van de arts [naam arts] is onderbouwd hoe hij tot 13 uur en 45 minuten is gekomen. Met betrekking tot het verschil met het rapport van JPH Consult is in het rapport van [naam arts] opgenomen:
“Deze omvang komt, weliswaar op andere wijze ingedeeld, redelijk overeen met de vastgestelde omvang van het eerder medisch advies. Het verschil betreft de schoolondersteuning. Dat is voor wat betreft de leer/studievaardigheden een taak van de opleiding. Voor wat betreft de regelzaken is de ondersteuning praktisch van aard en daarmee meegenomen in de al vastgestelde omvang.” [2]
9.2.
In het verweerschrift van 22 juli 2025 heeft het college – onder meer – het volgende aangevoerd. Het rapport van JPH Consult was al twee jaar oud en is opgemaakt in het kader van de Jeugdwet (Jw) in plaats van de Wmo. In het rapport van JPH Consult wordt 30 minuten ondersteuning per dag aanbevolen voor de begeleiding van eiser bij diens huiswerk en opdrachten. Het is exact dit deel van de begeleiding waarvan [naam arts] in zijn rapport stelt dat eiser daar ingevolge de Wmo niet op is aangewezen. Volgens het college volgt uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat, als er voor bepaalde ondersteuning andere wettelijke regelingen bestaan, daarvan gebruik moet worden gemaakt (‘eigen kracht’). In het bestreden besluit is toegelicht dat ondersteuning bij de schoolgang – voor zover deze ondersteuning een didactische doelstelling heeft – valt onder de verantwoordelijkheid van de school op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Bovendien kan ondersteuning met een didactische doelstelling niet als begeleiding als bedoeld in de Wmo worden aangemerkt, aldus het college. Eiser lijkt bovendien te miskennen dat aan hem wel degelijk ondersteuning is toegekend in relatie tot school. [naam arts] heeft uitsluitend voor begeleiding die betrekking heeft op leer- en studievaardigheden geadviseerd om geen begeleiding toe te kennen. Voor wat betreft de zogenoemde regelzaken is er geadviseerd om wel begeleiding toe te kennen en heeft [naam arts] de benodigde omvang meegenomen in de geadviseerde omvang van de praktische begeleiding. Het college heeft dit advies op dat punt onverkort overgenomen. De begeleiding voor het stimuleren om naar school te gaan en om over handelingsperspectieven te beschikken, moet geacht worden omsloten te liggen in de toegekende (praktische) begeleiding. Volgens het college is niet aannemelijk (gemaakt) dat ondanks een dergelijke omvang van de begeleiding, die bovendien is afgestemd op de eigen zorgmomentenoverzichten van de moeder, er onvoldoende ruimte zou bestaan voor de moeder om eiser in voorkomend geval te stimuleren om naar school te gaan en om handelingsperspectieven te bieden. [3]
9.3.
De rechtbank is van oordeel dat aldus voldoende is onderbouwd dat het toegekende aantal uren toereikend is.
9.4.
Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat bij hem de diagnose Psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) is gesteld. Dat houdt in dat bij overvraging het brein afschakelt, waardoor eiser niet meer reageert of zelfs kan omvallen. Daardoor is meer ondersteuning en begeleiding nodig. In beroep is dit niet eerder aangevoerd. Uit het rapport van [naam arts] blijkt dat eiser deze aanvallen vermeld heeft in een reactie op een concept van dat rapport. [4] Uit het vermelde begrijpt de rechtbank dat ten tijde van de aanvang van de periode waarop het besluit betrekking heeft en ten tijde van het huisbezoek op 22 november 2023 al sprake was van dergelijke aanvallen, maar in beperkte mate, en dat sprake is van een gewijzigde (medische) situatie door het vaker en intenser optreden van de aanvallen. De rechtbank kan de overweging van [naam arts] volgen dat die gewijzigde situatie niet meer in het onderzoek kon worden meegewogen, omdat dit een nieuw onderzoek zou vereisen. De rechtbank is van oordeel dat het niet onzorgvuldig is dat het college het besluit van 20 juni 2024 op het onderzoek van [naam arts] heeft gebaseerd. Ter zitting is door eiser meegedeeld dat in augustus 2024 een brief aan de gemeente is gestuurd waarin is meegedeeld dat de diagnose PNEA is gesteld. Zoals gezegd heeft eiser in de onderhavige procedure tot aan de zitting niets aangevoerd over de diagnose PNEA en ook niet dat vanwege de aanvallen extra uren toegekend zouden moeten worden. Ook is niet gebleken dat eiser het college vanwege een toename van de aanvallen heeft verzocht om onderzoek of uitbreiding van het pgb. Hetgeen eiser heeft aangevoerd is onvoldoende om te oordelen dat meer uren toegekend hadden moeten worden, of dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid.
Voorwaarde pgb: regievoerende begeleiding 2 uur per week
10. Aan de toekenning van het pgb heeft het college de voorwaarde verbonden dat eiser gebruik maakt van de 2 uur regievoerende begeleiding door een externe zorgaanbieder. Ter zitting heeft eiser meegedeeld dat de beroepsgronden tegen deze voorwaarde worden ingetrokken.
Vervoersvoorziening
11. In het bestreden besluit heeft het college de aanvraag voor een vervoersvoorziening in de vorm van een pgb voor de uren die eisers moeder kwijt is met het begeleiden van eiser naar, tijdens en van behandelingen afgewezen. Ter zitting heeft eiser meegedeeld dat de beroepsgronden tegen de afwijzing van uren voor het begeleiden naar behandelingen worden ingetrokken.
11.1.
Met betrekking tot de gevraagde reiskosten overweegt de rechtbank het volgende. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de reiskosten die de moeder van eiser maakt voor begeleiding van eiser op grond van artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021 (Verordening), vergoed kunnen worden uit het pgb en dat daarvoor dus geen aparte voorziening wordt toegekend. De rechtbank volgt dit standpunt. In artikel 11, tweede lid, onder b, van de Verordening staat immers ‘reiskosten hulpverlener op basis van woon-werkverkeer’ en niet ‘reiskosten hulpverlener voor woon-werkverkeer’. Eiser heeft aangevoerd dat het pgb geheel is besteed aan de urenvergoeding en dat er dus geen budget meer over is om de gemaakte reiskosten te vergoeden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet van belang is. Volgens de rechtspraak van de CRvB is de hoogte van het pgb gebaseerd op het uurloon van de in die rechtspraak genoemde CAO. [5] Eiser is echter niet verplicht om zijn moeder te betalen conform dat uurloon. Indien ervoor wordt gekozen om dat wel te doen, is de consequentie dat er geen budget meer over is voor de vergoeding van reiskosten.
Moet het college een dwangsom betalen wegens niet-tijdig beslissen?
12. Ter zitting heeft eiser bevestigd dat binnen twee weken na de ingebrekestelling van 6 juni 2024 is beslist op de aanvraag, zodat die ingebrekestelling dus niet tot een dwangsom kan leiden. [6] Om die reden heeft het college zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat het eiser geen dwangsom is verschuldigd. Wellicht ten overvloede wil de rechtbank opmerken dat de eerdere ingebrekestellingen van 12 september 2023, 13 november 2023 en 20 januari 2024 in deze procedure niet voorliggen. Indien eiser het niet eens was met de besluiten over de dwangsommen van 12 september 2023, 13 november 2023 en 31 januari 2024, had eiser bezwaar moeten maken tegen deze besluiten. Voor zover de rechtbank bekend, heeft eiser dit niet gedaan.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de aanvraag voor maatwerkvoorzieningen terecht deels heeft toegekend en deels heeft afgewezen. Hiernaast is het college eiser geen dwangsom verschuldigd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P. Hoenderboom, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Rechtstreeks beroep is geregeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Pagina 8.
3.Pagina 11-12 van het verweerschrift.
4.Pagina 12.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 16 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394.
6.Dit volgt uit artikel 4:17, derde lid, van de Awb.