ECLI:NL:RBGEL:2026:4515
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging WGA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar loongerelateerde WGA-uitkering per 24 juni 2026 om te zetten in een lagere WGA-vervolguitkering. Dit leidt tot een aanzienlijke daling van haar maandelijkse inkomen, waardoor zij stelt haar vaste lasten niet meer te kunnen betalen.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoekster heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij geen alternatieve uitkeringen kan aanvragen, zoals een toeslag op haar WIA-uitkering of een aanvullende Participatiewet-uitkering. Ook blijkt niet dat zij een dergelijke aanvraag heeft ingediend.
Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang oordeelt de voorzieningenrechter dat verzoekster de beslissing op bezwaar kan afwachten. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.