Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- het slaan en/of het schoppen tegen het gezicht, het hoofd en/of de armen, althans het lichaam, van die [slachtoffer] en/of
- het gooien van een (fiets)accu tegen de schouder, althans in de richting van het lichaam, van die [slachtoffer] ;
- die [slachtoffer] tegen het gezicht, het hoofd en/of de armen, althans het lichaam, te slaan en/of te schoppen en/of
- een (fiets)accu tegen de schouder, althans het lichaam, te gooien;
3.De bewezenverklaring
primair
of omstreeks25 februari 2026 te Arnhem aan de Amsterdamseweg,
of meerpersoon
en,
egeweld bestond uit
- het slaan
- het gooien van een (fiets)accu tegen de schouder,
of omstreeks25 februari 2026 te Arnhem tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, een fiets (van het merk La Souris),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [aangever] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De motivering van de straf
- het uittreksel justitiële documentatie van 21 mei 2026 (het strafblad),
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 13 mei 2026.
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
de rechtbank begrijpt: materiële schade] wordt verwezen naar ‘omzet van 4 weken’ á € 2.000,-, zonder enige nadere toelichting of onderbouwing. De benadeelde partij is evenmin op zitting verschenen om een toelichting op de vordering te geven. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering indien gewenst nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.De vorderingen tot tenuitvoerlegging
11.De toegepaste wettelijke bepalingen
12.De beslissing
een jeugddetentie voor de duur van 80 (tachtig) dagen;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
de benadeelde partij [slachtoffer]niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
de benadeelde partij [aangever], van een bedrag van € 399,- (driehonderdnegenennegentig euro) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
de benadeelde partij [aangever]in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;