Uitspraak
1.[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
In deze burenzaak vordert eiser betaling van bijna €25.000 aan boetes wegens vermeende overtredingen van gebods- en verbodsbepalingen uit notariële leveringsaktes. De procedure volgt op een eerdere kortgedingprocedure waarin partijen een schikking troffen met finale kwijting van alle vorderingen uit de rechtsbetrekking tussen hen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering van eiser onder deze finale kwijting valt, omdat de boetes en de onderliggende geschillen in de eerdere procedure aan de orde waren en de kwijting ook toekomstige vorderingen omvat. Daarnaast blijkt uit de notariële akte slechts één boetebeding van toepassing, dat beperkt is tot het gebruik van een uitweg. Veel van de door eiser genoemde overtredingen zijn niet met een boete bedreigd en kunnen daarom niet als grondslag dienen.
De rechtbank concludeert dat de gevorderde boetes onvoldoende zijn onderbouwd en dat de vordering daarom wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagden, die worden begroot op €50. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M.J.C. van Leeuwen op 9 januari 2026.
Uitkomst: De vordering tot betaling van boetes wordt afgewezen wegens finale kwijting en onvoldoende grondslag in de notariële akte.