Uitspraak
1.[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
Eiser en gedaagden, buren die een pand hebben gesplitst, zijn in geschil over een geldlening en een aanvullende vergoeding voor installatiekosten. Partijen sloten op 30 januari 2023 een overeenkomst over de verdeling van kosten voor het realiseren van zelfstandige aansluitingen voor elektra, gas en water. Gedaagden leenden geld van eiser, waarvan een bedrag van €8.681,28 nog openstaat.
Gedaagden voerde verweer dat in een eerdere schikking finale kwijting was verleend, maar de kantonrechter oordeelde dat deze schikking niet ziet op de lening. Daarnaast stelt gedaagden aanspraak te maken op een vergoeding van €10.000,- onder voorwaarden, waaronder dat alle kosten van installaties voldaan zijn. Eiser betwist dat aan deze voorwaarde is voldaan vanwege onbetaalde kosten van werkzaamheden in 2022.
De kantonrechter concludeert dat gedaagden aan zijn betalingsverplichting voor de installatiekosten moet voldoen voordat aanspraak op de €10.000,- ontstaat, waardoor deze vergoeding onder een opschortende voorwaarde valt. De hoofdsom van de lening is echter opeisbaar en wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 6 maart 2024. Gedaagden wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden wordt veroordeeld tot betaling van €8.681,28 met rente en proceskosten, terwijl de vergoeding van €10.000,- onder opschortende voorwaarde blijft.