De rechtbank Gelderland behandelde een zaak tegen een 33-jarige man die werd beschuldigd van ontucht met twee cliënten met een matige verstandelijke beperking en complexe persoonlijkheidsproblematiek. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen gepleegd in de periode van augustus 2020 tot februari 2023 tijdens zijn werkzaamheden als begeleider.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 40 maanden en een beroepsverbod van vijf jaar, gebaseerd op de verklaringen van de slachtoffers en getuigen die emotioneel gedrag hadden waargenomen. De verdediging betoogde dat de verklaringen onbetrouwbaar waren vanwege inconsistenties, associatief gedrag en persoonlijkheidsproblematiek van de slachtoffers, en het ontbreken van objectief steunbewijs.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van beide slachtoffers onvoldoende betrouwbaar en geloofwaardig waren, mede door hun lage functionele leeftijd en associatief gedrag. Daarnaast ontbrak objectief steunbewijs zoals fysieke aanwijzingen of onafhankelijke getuigenverklaringen. De verklaringen van getuigen waren gebaseerd op horen zeggen en konden daarom niet als steunbewijs dienen.
Gezien het bewijsminimum niet was gehaald, sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De civiele vorderingen tot schadevergoeding van de slachtoffers werden eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak.