Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4691

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
05-397881/24 , 96-405560/24 , 96-407824/24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor rijden onder invloed, verlaten plaats ongeval, wapens en ernstige verkeersovertredingen

Op 7 december 2024 reed verdachte onder invloed van alcohol, GHB en 3-MMC in ’s-Hertogenbosch met een Volkswagen Golf. Hij veroorzaakte een verkeersongeval waarbij schade aan een andere auto ontstond en verliet de plaats van het ongeval zonder zijn identiteit bekend te maken. Daarnaast had hij in zijn auto en woning munitie van categorie II en III van de Wet wapens en munitie voorhanden.

Verdachte pleegde meerdere ernstige verkeersovertredingen, waaronder het rijden met snelheden van 121 km/u en 180 km/u waar respectievelijk 50 km/u en 70 km/u was toegestaan. Hij reed zigzaggend, raakte stremmingspaaltjes, een middengeleider en een andere auto, en veroorzaakte gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of de dood van anderen.

De militaire kamer achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen, verwierp de meeste verweren van de verdediging en legde een taakstraf van 180 uur (waarvan 60 voorwaardelijk) en 12 maanden ontzegging rijbevoegdheid (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) op. Voor de snelheidsovertredingen werden aanvullende taakstraffen en voorwaardelijke ontzeggingen opgelegd. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de noodzaak de verkeersveiligheid te beschermen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraffen en ontzegging rijbevoegdheid voor rijden onder invloed, verlaten plaats ongeval, bezit munitie en ernstige verkeersovertredingen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05-397881/24, 96-405560/24 (ter terechtzitting gevoegd) en 96-407824/24 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak : 1 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsvrouwen: mr. M.L. Koper en mr. G. Zengin, advocaten in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is in de zaak, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, ten laste gelegd dat:
t.a.v. 05-397881/24:
1
hij op of omstreeks 7 december 2024 te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig, te weten een personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten alcohol, GHB (gamma-hydroxyboterzuur) en/of 3-MMC (3-methylmethcathinon), althans een of meerdere verdovende middelen, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
2
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in 's-Hertogenbosch op/aan Koningsweg, althans op een weg, op of omstreeks 7 december 2024 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht;
3
hij op of omstreeks 7 december 2024 te [woonplaats] munitie van categorie II en/of categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
-15 losse patronen van het kaliber 5.56 x 45 millimeter (blanks)
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 8 december 2024 te [woonplaats] munitie van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, te weten
-45 blanks, merk MEN, 5.56 x 45 millimeter
-6 patroonhouders, Lancer-systems type Colt en/of
-2 patroonhouders, Glock
voorhanden heeft gehad;
5
hij op of omstreeks 7 december 2024 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg/wegen, Smalle Haven en/of Koningsweg en/of Vughterweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
-meermaals, althans eenmaal, tegen stremmingspaaltjes te rijden en/of,
-tegen de achterzijde van een aldaar op die weg, de Koningsweg, rijdende bestuurder van een personenauto is gereden en/of,
-tegen een middengeleider is gereden en/of,
-met een geschatte snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur heeft gereden waar maximaal 50 kilometer per uur was toegestaan, en/of
-te planken waardoor een gevoel van onbehagen van omstanders werd ondervonden, althans "als hij (verdachte) een ruk aan het stuur geeft, dan kunnen we geen kant op",
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
t.a.v. 96-405560/24
hij, op of omstreeks 7 december 2024, te 's-Hertogenbosch, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Hambakenweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 121 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;
t.a.v. 96-407824/24
hij, op of omstreeks 7 december 2024 te Eindhoven als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de John F. Kennedylaan geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 180 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verdachte heeft op 7 december 2024 gereden in 's-Hertogenbosch als bestuurder van zijn Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] . Verdachte heeft alleen in zijn auto gezeten en hij was onder invloed van alcohol, GHB en 3-MMC. [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de feiten ten laste gelegd onder parketnummer 05-397881/24 heeft de officier van justitie het volgende gevorderd. Met betrekking tot feit 2 kan alleen het toebrengen van schade aan een ander worden bewezen. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het toebrengen van schade aan [slachtoffer] en het toebrengen van letsel. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de onder 4 ten laste gelegde patroonhouders en de gedachtestreepjes 1, 3, en 4 van het onder 5 ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 van parketnummer 05-397881/24 ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat hij betrokken was bij een verkeersongeval en dat hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat hij daarbij schade had veroorzaakt.
Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat verdachte van het onder 5 van parketnummer 05-397881/24 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat alleen bewezen kan worden dat verdachte tegen stremmingspaaltjes en een midden-geleider is aan gereden en er daardoor geen sprake is van ernstige gevaarzetting in de zin van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994.
Verder dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van de onder 4 van parketnummer 05-397881/24 ten laste gelegde patroonhouders.
Voor het overige heeft de verdediging geen bewijsverweren gevoerd.
Beoordeling door de militaire kamer
Feit 1 parketnummer 05-397881/24:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 41-43;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 51-52;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 december 2024, p. 249.
Feit 2 parketnummer 05-397881/24:
[slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Zij reed op 7 december 2024 omstreeks 22:30 op de Koningsweg in ’s-Hertogenbosch in de auto op naam van haar partner [partner] en zag in haar binnenspiegel dat een voertuig haar naderde. Ze zag dat de auto aan het zigzaggen was en ze had het idee dat de bestuurder haar aan het opjagen was zodat zij sneller zou gaan rijden, maar zij deed dat niet. Daarna zag zij dat de bestuurder ging bumperkleven. De auto reed zo dicht op de achterzijde van het voertuig, dat zij de koplampen van die auto niet meer zag. Vervolgens zag zij in de binnenspiegel dat de koplampen weer zichtbaar waren en dat de auto afstand nam. Daarna zag zij de koplampen ineens snel naderen en zij voelde een harde klap, waardoor zij met haar lichaam naar voren ging. Ook hoorde zij een harde knal. Vervolgens reed zij verder en sloeg zij rechtsaf bij de verkeerslichten ter hoogte van de Lekkerbeetjesstraat om haarzelf in veiligheid te brengen. Zij dacht dat de bestuurder haar voertuig zou volgen om een schadeformulier in te vullen, maar de bestuurder reed rechtdoor bij de verkeerslichten. De bestuurder heeft zijn identiteit niet bekend gemaakt aan haar. De persoon reed in een Volkswagen Golf of Polo in het blauw of zwart. Aangeefster [slachtoffer] heeft schade aan haar voertuig, namelijk een kapotte achterruit, een gat in de achterklep, een kapot achterlicht, een kapotte bumper en het kenteken zat niet meer bevestigd aan de auto. [3]
Ook de bijrijder [partner] , heeft aangifte gedaan. Aangever dacht dat een Volkswagen Polo of Golf achter hen reed. Hij hoorde een harde klap en voelde dat hij van voor naar achter bewoog in de stoel. Hij draaide zich om, voelde een koude wind en zag dat de hele achterruit kapot was. Daarna reed het voertuig nog achter hen en de bestuurder maakte agressieve gebaren, had een boze blik en had zijn vuist in de lucht. Het kwam op hem niet over alsof de bestuurder geschrokken was. [slachtoffer] zette de auto aan de kant en [partner] heeft het kenteken [kenteken] genoteerd dat aangeefster [slachtoffer] aan hem doorgaf. De auto reed hun voertuig daarna hard voorbij. Naast de kapotte achterruit, zit er een gat in de achterklep, zijn het linker achterlicht en de achterbumper kapot en is het kenteken van de auto af. De auto is
total lossverklaard. [4]
De militaire kamer heeft onder de vaststaande feiten vastgesteld dat verdachte op 7 mei 2024 in ’s-Hertogenbosch de bestuurder is geweest van zijn Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] . Verder heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij in een blauwe auto reed. [5]
Gelet op het voorgaande stelt de militaire kamer vast dat verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt en dat hij de plaats van het ongeval heeft verlaten. De militaire kamer verwerpt het verweer van de verdediging dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte het ongeval heeft veroorzaakt. Aangever [partner] heeft het kenteken van verdachte direct genoteerd na het ongeval en aangevers hebben beiden genoemd dat de veroorzaker van het ongeval in een Volkswagen Polo of Golf reed. [slachtoffer] heeft ook verklaard dat de auto blauw of zwart van kleur was en verdachte heeft verklaard dat hij in een blauwe auto reed. De militaire kamer verwerpt ook het verweer van de verdediging dat verdachte niet wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat hij schade had veroorzaakt. Het ongeval met de auto is naar oordeel van de militaire kamer geen inschattingsfout geweest van verdachte, gezien het gedrag van verdachte voor het ongeval, namelijk het zigzaggen en het bumperkleven. Gelet op de door beide aangevers gehoorde harde klap, de schok, en het feit dat de auto waar aangevers in reden
total lossis verklaard en het gedrag van verdachte na het ongeval, namelijk de agressieve gebaren, de boze blik en het in de lucht steken van zijn vuist, oordeelt de militaire kamer dat verdachte wist dat hij bij de aanrijding schade had veroorzaakt. Verder blijkt uit de aangiftes dat verdachte na het ongeval is weggereden. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Met de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het veroorzaken van letsel en het veroorzaken aan schade aan [slachtoffer] , nu uit het dossier niet blijkt dat door de aanrijding letsel is ontstaan en nu uit het dossier blijkt dat de auto het eigendom van aangever [partner] is.
Feit 3 parketnummer 05-397881/24:
Nadat verdachte werd aangehouden, hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie de auto van verdachte onderzocht. Zij vonden in de kofferbak onder andere diverse patroonhouders en magazijnen. In een van de magazijnen zagen zij oefenpatronen zitten. De verbalisanten hebben de goederen veiliggesteld en later aan de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) overgedragen. [6] Verbalisant [verbalisant 3] heeft vastgesteld dat het vijftien blanks van het kaliber 5.56 x 45 millimeter betroffen en de munitie valt onder categorie II en III van artikel 2 lid 2 van Pro de Wet wapens en munitie (hierna: WWM). [7] Verdachte heeft verklaard dat hij de munitie bij zich had. [8] Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze blanks voorhanden had.
Uit het feit dat de patronen in de auto van verdachte lagen leidt de militaire kamer af, dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de munitie in de auto. De militaire kamer vindt het niet aannemelijk dat verdachte zich niet bewust was van het feit dat de munitie in zijn auto lag. Verdachte moet de blanks op enig moment in zijn auto hebben gelegd, aangezien het zijn auto is en een burger niet in aanraking komt met blanks, maar hij als (toenmalig) militair wel. De verklaring van verdachte dat hij zich niet meer kon herinneren dat de munitie in zijn auto lag, doet daar niet aan af. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 4 parketnummer 05-397881/24:
Op 8 december 2024 is de woning van verdachte in [woonplaats] doorzocht door de KMar. Op de slaapkamer van verdachte op zolder werden 46 blanks aangetroffen in een opbergbak en in een ladekast. [9] De 46 blanks zijn allen van het kaliber 5.56 x 45 millimeter. Bij onderzoek naar de blanks, bleek dat er één verschoten losse patroon bij zat, die volgens de verbalisant niet onder de werking van de WWM valt. Op alle patronen stond de tekst ‘MEN’, dit betreft de naam van de munitiefabrikant. Volgens de KMar valt de munitie onder categorie II en III van artikel 2 lid 2 van Pro de WWM. [10] Verdachte heeft verklaard dat de blanks in zijn slaapkamer lagen. [11]
Uit het feit dat de blanks in de slaapkamer van verdachte lagen leidt de militaire kamer af, dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de munitie. Verdachte moet de blanks op enig moment mee hebben genomen naar zijn woning, aangezien het zijn woning betreft is en een burger niet in aanraking komt met blanks, maar hij als (toenmalig) militair wel. De militaire kamer vindt het niet aannemelijk dat verdachte zich niet bewust was van het feit dat de munitie in zijn slaapkamer lag. De verklaring van verdachte dat hij zich niet meer kon herinneren dat de munitie in de slaapkamer lag, doet daar niet aan af. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Met de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van zes patroonhouders Lancer-systems van het type Colt en twee patroonhouders van het type Glock, omdat patroonhouders geen munitie zijn in de zin van artikel 26 van Pro de WWM.
Feit 5 parketnummer 05-397881/24:
De verdenking betreft het overtreden van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). De militaire kamer moet beoordelen of verdachte (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
Schending van de verkeersregels
Getuige [getuige 1] heeft gezien dat een Volkswagen met het kenteken [kenteken] op de Visstraat reed en tegen paaltjes aan reed. Zij hoorde de impact van een harde knal. [12] Verbalisanten hoorden via de meldkamer dat er twee melders waren die verklaarden dat een bestuurder van een blauwe Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] op de Smalle Haven twee keer tegen stremmingspaaltjes aan was gereden en daarna was weggereden. [13] Verdachte heeft verklaard dat hij een aanrijding met een paaltje heeft gehad en dat het waarschijnlijk een poller was geweest. [14]
De militaire kamer heeft onder feit 2 van parketnummer 05-397881/24 al bewezenverklaard dat verdachte op de Koningsweg tegen de achterkant van een rijdende personenauto is gereden.
Getuige [getuige 2] fietste op de Vughterweg en heeft gezien dat een auto tegen een geel paaltje van de middengeleider aan reed. Het linkervoorwiel van de auto vloog eraf en er kwam rook uit de auto. [15] Getuige [getuige 3] heeft gezien dat vlak bij een rotonde er een geel paaltje lag dat helemaal was verkreukeld, omdat deze was geramd. Verder liep op het wegdek een soort kras of spoor van tien meter. De getuige trok op basis van wat zij zag de conclusie dat de Volkswagen Golf met de ‘ [kenteken] ’ in het kenteken het paaltje heeft geraakt. [16] Verbalisant [verbalisant 1] heeft gezien dat de auto van verdachte stilstond bij de rotonde en dat de auto links- en rechtsvoor schade had. Ook was de auto zijn band linksvoor verloren. Honderd meter daarvoor stond een middengeleider in aanloop richting de rotonde. Daar had een gele reflecterende paal op gestaan, die was afgebroken en lag op de weg. Op de middengeleider liep een kras over de stenen. [17]
Getuige [getuige 3] liep met haar dochter in de Visstraat en zag een Volkswagen Golf en een ‘ [kenteken] ’ in het kenteken. Ze had direct een slecht gevoel en wilde weg en op een veilige afstand staan. Net nadat ze het water waren overgestoken om in een rechte lijn naar het station te gaan, zagen zij dat de Volkswagen Golf met een rotgang in de richting van het station reed. Ze had het gevoel dat de auto veel te hard reed. Vervolgens zag zij dat de auto naar de rotonde van het station reed. Op de rotonde reed de auto rond en getuige hoorde piepende banden. Daarna reed hij terug in de richting van de stad, hen tegemoet. Ze zag dat de auto nog harder reed dan daarvoor en zei tegen haar dochter: “als hij nu een ruk aan het stuur geeft dan kunnen we geen kant meer op”. Naar het gevoel van de getuige hield de auto geen moment in en was hij echt aan het planken. [18]
Verder heeft getuige [getuige 4] gezien dat vanuit achter een Volkswagen Golf met groot licht reed en hun auto snel naderde. Vanwege de verhoogde middenberm kon de auto niet terug naar de rechterrijbaan. De auto haalde haar in via de tegemoetkomende linkerrijstrook en er kwam op die baan een voor de Volkswagen Golf tegemoetkomende auto aan. Deze auto moest heel hard remmen, omdat de Volkswagen Golf nog op dezelfde rijbaan reed. De Volkswagen Golf week al slippend uit in een open gedeelte in de middenberm. Daarna reed de auto verder op de linkerrijbaan in tegengestelde richting. Hij bleef met hoge snelheid rijden op de verkeerde weghelft. [19]
De militaire kamer dient te beoordelen of deze gedragingen van verdachte zijn aan te merken als het schenden van de verkeersregels, zoals bedoeld in artikel 5a WVW. In dat artikel is een twaalftal gedragingen uitdrukkelijk, maar niet limitatief, benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. De hiervoor besproken gedragingen van verdachte, namelijk een aanrijding met stremmingsplaatjes, een auto en een middengeleider, en het planken waardoor een gevoel van onbehagen van omstanders, worden niet specifiek genoemd in artikel 5a WVW. Naar het oordeel van de militaire kamer kunnen de gedragingen van verdachte worden aangemerkt als het overtreden van andere verkeersregels van soortgelijk belang als genoemd in artikel 5a WVW onder a tot en met l. Deze regels staan vermeld in de restcategorie onder artikel 5a eerste lid onder m WVW.
De tussenconclusie is dan ook dat verdachte de hierboven bewezenverklaarde verkeersregels in het kader van artikel 5a WVW heeft geschonden.
In ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Dat zal doorgaans niet gelegen zijn in de enkele schending van één verkeersregel. Gekeken moet worden naar het samenstel van de gedragingen van verdachte, waarbij alle omstandigheden in ogenschouw worden genomen. Op grond van artikel 5a, tweede lid, WVW wordt hierbij ook de mate waarin verdachte onder invloed verkeerde in aanmerking genomen. Verdachte heeft een aanrijding met stremmingsplaatjes, een auto en een middengeleider gehad en hij heeft geplankt waardoor een gevoel van onbehagen door omstanders werd ondervonden. Gelet op de locatie waar verdachte deze verkeersregels heeft overtreden, namelijk het centrum van ’s-Hertogenbsoch, is de rechtbank van oordeel dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden.
Opzettelijk
Artikel 5a WVW vereist dat het opzet van verdachte zowel gericht is op het schenden van de verkeersregels als het in ernstige mate schenden van die regels. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van dergelijk opzet moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze zijn verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Daaruit moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen, in samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels gericht zijn geweest. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte met vol opzet de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. De militaire kamer overweegt ten aanzien van voorwaardelijk opzet het volgende.
Volgens vaste jurisprudentie is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg als verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.
De militaire kamer is van oordeel dat uit de aard en het samenstel van de hiervoor al omschreven gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder hij deze gedragingen heeft verricht, kan worden afgeleid dat hij met opzet de verkeersregels heeft overtreden en dat hij opzet had op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Verdachte was onder invloed en dit beïnvloedt de rijvaardigheid negatief. Door die verminderde rijvaardigheid bestaat een aanmerkelijke kans dat een bestuurder ook andere verkeersregels schendt. De verdachte moet zich hiervan bewust zijn geweest, aangezien dit feiten van algemene bekendheid zijn. Verder is verdachte na de eerste en tweede aanrijding niet gestopt, maar is hij door blijven rijden. Aan de aaneenschakeling van ernstige verkeersovertredingen is pas een einde gekomen nadat verdachte een band was verloren, het wiel van de auto was gebroken en het voertuig op de rijbaan tot stilstand was gekomen. De militaire kamer oordeelt dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht zijn op een bepaald gevolg dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de verkeersregels opzettelijk en opzettelijk in ernstige mate overtrad.
Gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.
De militaire kamer vindt het voorzienbaar dat (levens)gevaarlijke situaties konden ontstaan als gevolg van het rijgedrag van verdachte. Hij heeft onder invloed van middelen met hoge snelheid door het centrum van ’s-Hertogenbosch gereden op het moment dat daar meerdere andere weggebruikers aanwezig waren en heeft meerdere aanrijdingen gehad. Met zijn handelen heeft verdachte onaanvaardbare risico’s op ernstige gevolgen in het leven geroepen. De militaire kamer acht dus bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het onder 5 van het parketnummer 05-397881/24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 96-405560-24:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Parketnummer 96-407824-24:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05-397881/24:
1
hij op
of omstreeks7 december 2024 te ’s-Hertogenbosch,
althans in Nederland,als bestuurder van een voertuig, te weten een personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten alcohol, GHB (gamma-hydroxyboterzuur) en
/of3-MMC (3-methylmethcathinon),
althans een of meerdere verdovende middelen,waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
2
hij, als degene die
al dan nietals bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in 's-Hertogenbosch op
/aandeKoningsweg
, althans op een weg,op
of omstreeks7 december 2024 de
(voornoemde
)plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist
of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander
(te weten [slachtoffer] ) letsel en/ofschade was toegebracht;
3
hij op
of omstreeks7 december 2024 te [woonplaats] munitie van categorie II en/of categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
-15 losse patronen van het kaliber 5.56 x 45 millimeter (blanks)
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 8 december 2024 te [woonplaats] munitie van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, te weten
-45 blanks, merk MEN, 5.56 x 45 millimeter
-6 patroonhouders, Lancer-systems type Colt en/of-2 patroonhouders, Glockvoorhanden heeft gehad;
5
hij op
of omstreeks7 december 2024 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de
weg/wegen, Smalle Haven en
/ofKoningsweg en
/ofVughterweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
-
meermaals, althans eenmaal,tegen stremmingspaaltjes te rijden en
/of,
-tegen de achterzijde van een aldaar op die weg, de Koningsweg, rijdende
bestuurder van eenpersonenauto is gereden en
/of,
-tegen een middengeleider is gereden en
/of,
-met een geschatte snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur heeft gereden waar maximaal 50 kilometer per uur was toegestaan, en/of-te planken waardoor een gevoel van onbehagen van omstanders werd ondervonden,
althans "als hij (verdachte) een ruk aan het stuur geeft, dan kunnen we geen kant op",door welke verkeersgedraging
(en
)van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
(een)ander
(en
)te duchten was;
parketnummer 96-405560-24:
hij, op
of omstreeks7 december 2024, te 's-Hertogenbosch, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Hambakenweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 121 kilometer per uur
, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;
parketnummer 96-407824-24:
hij, op
of omstreeks7 december 2024 te Eindhoven als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de John F. Kennedylaan geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 180 kilometer per uur
, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 parketnummer 05-397881/24:
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2 parketnummer 05-397881/24:
overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 3 parketnummer 05-397881/24:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 4 parketnummer 05-397881/24:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 5 parketnummer 05-397881/24:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
parketnummer 96-405560-24:
overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
parketnummer 96-407824-24:
overtreding van het bepaalde bij artikel 62 , bord A1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 5 van parketnummer 05-397881/24 zal worden veroordeeld tot 180 uur taakstraf waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en 12 maanden ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (hierna: OBM) waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met aftrek. Ten aanzien van het onder parketnummer 96-405560-24 bewezenverklaarde heeft de officier van justitie een taakstraf van 30 uren en 4 maanden OBM voorwaardelijk met een proeftijd van jaar 3 jaar gevorderd en ten aanzien van het onder parketnummer 96-407824-24 bewezenverklaarde heeft de officier van justitie een taakstraf van 60 uren en 7 maanden OBM voorwaardelijk met een proeftijd van jaar 3 jaar gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouwen hebben verzocht strafvermindering toe te passen met betrekking tot feit 1, omdat geen ademanalyse en bloedonderzoek zijn uitgevoerd, terwijl de bij verdachte afgenomen speekseltest negatief was.
Verder heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, namelijk dat hij verslaafd is geweest, dat hij nu woont en werkt op een zorgboerderij, dat hij is ontslagen als militair en dat hij een opleiding wil gaan volgen. Daarnaast is verdachte een first offender.
Ook heeft de verdediging verzocht in de strafmaat rekening te houden met de omstandigheid dat de aanrijding onder feit 5 hetzelfde incident betreft als het ten laste gelegde onder 2.
Voorts heeft de verdediging verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat algemeen bekend is dat een (korte) gevangenisstraf veel detentieschade kan berokkenen. Ook heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de boetes voor verkeersovertredingen rond de ten laste gelegde gedragingen en met de kosten voor het herstellen van de stremmingspaaltjes die verdachte heeft moeten betalen aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch.
Tot slot heeft de verdediging verzocht toepassing te geven aan artikel 9a Sr ten aanzien van het ten laste gelegde onder de parketnummer 96-405560/24 en 96-407824/24, omdat het voor het openbaar ministerie in de rede had gelegen deze te betrekken onder het ernstig verkeersgevaarlijk gedrag onder feit 5 van parketnummer 05-397881/24.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft op 7 december 2024 als bestuurder van een auto onder invloed van alcohol, GHB en 3-MMC opzettelijk en in ernstige mate de verkeersregels overtreden. Hij heeft een aanrijding met stremmingsplaatjes, een auto en een middengeleider gehad en hij heeft geplankt waardoor een gevoel van onbehagen door omstanders werd ondervonden. De aanrijdingen van verdachte hebben flinke schade veroorzaakt. Zo moesten de stremmingspaaltjes worden hersteld en lag het paaltje dat op de middengeleider stond een aantal meter verderop. De auto waarmee verdachte een aanrijding heeft gehad had ernstige schade. Verder heeft het gedrag van verdachte bij de overige deelnemers aan het verkeer en omstanders gezorgd voor angstige gevoelens. Daarnaast heeft verdachte 15 blanks in zijn auto en 45 blanks in zijn woning voorhanden gehad, die hij als militair van zijn werk mee naar huis had genomen. Ook heeft verdachte op dezelfde dag hele grote snelheidsovertredingen van 71 en 110 kilometer per uur begaan waarvan een heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch.
De militaire kamer neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij door zijn gevaarlijke verkeersgedrag een verkeersongeval met een personenauto en een aanrijding met stremmingspaaltjes en een middelgeleider heeft veroorzaakt. Het gevaarlijke verkeersgedrag van verdachte bestond niet alleen uit het rijden onder invloed van alcohol, GHB en 3-MMC, maar ook uit het schenden van meerdere verkeersregels die beogen de verkeersveiligheid van mede-verkeersdeelnemers te beschermen. Daarnaast heeft hij ook in meer algemene zin de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Voor verdachte, andere verkeersdeelnemers en de samenleving als geheel moet duidelijk zijn dat dergelijk risicovol gedrag in het verkeer onaanvaardbaar is.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Alles overwegende zal de militaire kamer voor de misdrijven ten laste gelegd onder 1 tot en met 5 van parketnummer 05-397881/24 een taakstraf van 180 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar opleggen. De militaire kamer is van oordeel dat een aanzienlijke taakstraf passend en geboden is gelet op de ernst van de feiten. Daarnaast zal de militaire kamer, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid en van andere weggebruikers, aan verdachte 12 maanden OBM waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar opleggen met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs van verdachte al ingevorderd is geweest. De militaire kamer legt beide straffen deels voorwaardelijk op als stok achter de deur voor verdachte, zodat hij in het verkeer een gewaarschuwd man is en blijft.
Ten aanzien van de overtredingen merkt de militaire kamer het volgende op. Dat verdachte meerdere aparte dagvaardingen heeft ontvangen wegens snelheidsovertredingen die (mogelijk) ook onder feit 5 van parketnummer 05-397881/24 ten laste hadden kunnen worden, maakt niet dat de afzonderlijke snelheidsovertredingen als minder strafwaardig moeten worden beschouwd. Verdachte heeft terwijl hij aan het rijden was telkens de geldende maximumsnelheid in acht moeten nemen en hij heeft telkens de keuze gemaakt om dat niet te doen. De militaire kamer zal daarom geen toepassing geven aan artikel 9a Sr.
Voor de overtreding met parketnummer 96-405560-24 zal de militaire kamer 30 uur taakstraf en 4 maanden OBM voorwaardelijk met een proeftijd van jaar 3 jaar opleggen.
Voor de overtreding met parketnummer 96-407824-24 zal de militaire kamer 60 uur taakstraf en 7 maanden OBM voorwaardelijk met een proeftijd van jaar 3 jaar opleggen.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straffen is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 62 van het Wetboek van Strafrecht;
- 5 a, 7, 8, 176, en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- 20, 62 en 92 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

9.De beslissing

De militaire kamer:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 onder parketnummer 05-397881/24:
 legt op een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 60 (zestig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 5 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;
 bepaalt dat een gedeelte van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
ten aanzien van parketnummer 96-405560-24:
 legt op een taakstraf van 30 (dertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;
 bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
ten aanzien van parketnummer 96-407824-24:
 legt op een taakstraf van 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 (zeven) maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;
 bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings, rechter en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2026.
Mr. R.M.H. Pennings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs met betrekking tot parketnummer 05-397881/24 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van de Koninklijke Marechaussee Brigade Limburg, locatie Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27YN25-000624, gesloten op 17 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026; Het proces-verbaal van bevindingen, p. 41-43.
3.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 71-72.
4.Het proces-verbaal van aangifte van [partner] , p. 75-76.
5.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 december 2024, p. 244.
6.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 51-52.
7.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 193-195.
8.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
9.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 160-161.
10.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 179-181.
11.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
12.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 84-85.
13.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 41.
14.Het verhoor van verdachte d.d. 8 december 2024, p. 245-246.
15.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 82.
16.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 88.
17.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 51.
18.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 87-88.
19.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , p. 90-91.