Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:470

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
AWB 24_4491 e.a.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 3:4 AwbArt. 3:10 AwbArt. 2 WVW 1994Art. 5 Bekendmakingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verkeersbesluit inrijverbod sluipverkeer A27 Vianen-Lexmond

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verkeersbesluit van het waterschap Rivierenland, waarbij een inrijverbod is ingesteld op zes wegen in de richting van de A27 bij Vianen en Lexmond om sluipverkeer tegen te gaan. Eisers, waaronder Brandstoffenhandel van Zessen B.V., betwisten dit besluit en voeren diverse beroepsgronden aan.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat deze beslissing is vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar van 6 januari 2025. Het beroep tegen deze laatste beslissing wordt inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat het verkeersbesluit het verkeersbelang dient, het waterschap inzichtelijk heeft gemaakt welke belangen zijn gewogen en dat de belangenafweging evenwichtig is.

Eisers stelden onder meer dat het verkeersonderzoek verouderd en onvoldoende representatief was, dat het besluit de bereikbaarheid van dorpen onevenredig aantast en dat een nadeelcompensatieregeling had moeten worden opgenomen. De rechtbank verwerpt deze gronden, wijst op de beoordelingsruimte van het waterschap en bevestigt dat het advies van deskundigen zoals Arane Adviseurs voldoende onderbouwing biedt. Ook is geen sprake van een situatie waarin de continuïteit van het bedrijf van eisers in gevaar is, zodat vooraf een schaderegeling verplicht zou zijn.

De rechtbank bepaalt dat het waterschap het betaalde griffierecht aan eisers moet vergoeden en veroordeelt het waterschap tot vergoeding van proceskosten van €1.868,-. De overige kosten van deskundigen worden niet vergoed. Het verkeersbesluit blijft ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit wordt afgewezen en het besluit blijft ongewijzigd van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 24/4491, 24/5717 en 24/8185

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaken tussen
24/4491
[eiser], uit [plaats 1] , eiser,

24 5717Brandstoffenhandel van Zessen B.V.en G. van Zessen Beheer B.V. uit Lexmond, eisers van Zessen, (gemachtigden: mr. A.J. Surewaard en mr. R.M. Königel),

24/8185
[eiseres], uit [plaats 2] , eiseres,
(hierna: eisers)
en
in alle zaken
het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland,het waterschap,
(gemachtigde: mr. R. Visser)

Samenvatting en leeswijzer

1. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarbij in de richting van de A27 ter hoogte van Vianen-Lexmond van maandag tot en met vrijdag van 15:00 uur tot 19:00 uur op zes wegen inrijverboden zijn ingesteld. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het verkeersbesluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 is ongegrond. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daar staat eerst waar deze zaak over gaat. Daarna gaat de rechtbank onder 4 in op de vraag of de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 een besluit in de zin van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Vervolgens bespreekt de rechtbank onder 5 de procedure en onder 6 de bekendmaking van het besluit. Onder 7 bespreekt de rechtbank of het verkeersbesluit het verkeersbelang dient, onder 8 of het waterschap inzichtelijk heeft gemaakt welke belangen het heeft gewogen en onder 9 of het waterschap een evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt. Daarbij gaat de rechtbank onder andere in op de omvang en duur van het verkeersbesluit, op de kosten van de ontheffing, op de bereikbaarheid van de dorpen, de alternatieven en op de vraag of een nadeelcompensatieregeling onderdeel zou moeten zijn van het verkeersbesluit. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Op 21 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden (het college) namens het waterschap een verkeersbesluit genomen. Met de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 is het college bij dit besluit gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
Het waterschap heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
Op 6 januari 2025 heeft het waterschap een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Op grond van artikel 6:19 van Pro de Awb hebben de beroepen van eisers ook betrekking op deze beslissing op bezwaar.
2.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser] , eiseres [eiseres] , namens eisers Van Zessen [persoon A] en [persoon B] , vergezeld door hun gemachtigden en [persoon C] ; namens het waterschap de gemachtigde en namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden [persoon D] .

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Het college heeft namens het waterschap op 21 november 2023 besloten een inrijverbod in te stellen van maandag tot en met vrijdag van 15:00 uur tot 19:00 uur (het verkeersbesluit) op de volgende wegen:
  • Lakerveld in Lexmond , in de noord-zuidrichting;
  • Driemolenseweg in Lexmond , in de noord-zuidrichting;
  • Heicopperweg in Lexmond , in de west-oostrichting;
  • Achthoven te Lexmond , in de oost-westrichting;
  • Merwedekade, zuid van Achterkade, in Vianen, in de noord-zuidrichting;
  • Nieuweweg, zuid van Achterkade, in Vianen, in de noord-zuidrichting.
Aan het inrijverbod is een ontheffingenstelsel gekoppeld. Het doel van dit verkeersbesluit is het tegengaan van sluipverkeer dat tijdens de avondspits de files op de A27 tussen Vianen en Lexmond probeert te vermijden.
3.1.
Eiser [eiser] is inwoner van [plaats 1] . Eiseres [eiseres] is inwoner van [plaats 2] . Eisers Van Zessen hebben een tankstation aan de [locatie] in Lexmond .
3.2.
Nadat de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Vijfheerenlanden advies had uitgebracht, heeft het college advies gevraagd aan de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ).
3.3.
De SAOZ heeft op 18 juni 2024 een concept-rapport uitgebracht. Hierin staat:
“Wij zijn van mening dat het aannemelijk is dat Van Zessen, indien het verkeersbesluit ongewijzigd van kracht en onherroepelijk zal worden, geconfronteerd zal worden met de merkbare nadelige gevolgen daarvan op haar bedrijfsvoering.
Deze nadelige gevolgen kunnen geëxtrapoleerd worden op een verlies aan transacties/tankbeurten in een bandbreedte tussen de 18 en 36% van het totaal aantal transacties/tankbeurten.
Een dergelijk verlies is als merkbaar tot zwaar aan te merken en zal redelijkerwijs kunnen leiden tot een succesvolle aanspraak ten titel van het stelsel van nadeelcompensatie ingevolge het égalitébeginsel.
De mogelijke toekomstige nadelige gevolgen zijn evenwel niet van die omvang dat daardoor sprake zal zijn van een (over)duidelijke schending van het evenredigheidsbeginsel.
Wij geven de gemeente Vijfheerenlanden wel nadrukkelijk in overweging om in de beslissing op bezwaar, al dan niet in overleg met Van Zessen, een op maat gesneden nadeelcompensatieregeling op te nemen, waarin in ieder geval een monitoringssysteem en een voorschotregeling wordt opgenomen.”
3.4.
Eisers Van Zessen hebben op dit concept-rapport gereageerd met een rapport van Van Hoven & Oomen Van der Slikke. Uit dit rapport volgt volgens eisers dat de daadwerkelijke omzetderving aanzienlijk hoger zal uitvallen dan door de SAOZ ingeschat, omdat een groot aantal transacties niet is betrokken in het advies. Zij stellen zich op het standpunt dat de negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering in het concept-rapport ernstig zijn onderschat en dat de werkelijke omzetderving, na een herberekening met inachtneming van de in het door hen ingebrachte rapport gestelde gebreken, aanzienlijk hoger zal uitvallen. Ter onderbouwing hiervan hebben zij twee creditnota’s van Multi Tank Card overgelegd. Hiermee is volgens eisers zeer aannemelijk dat het bedrijf ernstig in haar voortbestaan wordt bedreigd, wat zal leiden tot strijd met het evenredigheidsbeginsel. Om deze reden moet het college volgens eiser vooraf nadeelcompensatie beschikbaar stellen.
3.5.
In de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 heeft het college het verkeersbesluit in stand gelaten onder verbetering van de motivering. Voor wat betreft de nadeelcompensatie is aangegeven dat het college hierover met eisers Van Zessen in overleg zal gaan. Na de beslissing op bezwaar is het rapport van de SAOZ op 26 juni 2024 conform het concept-rapport definitief vastgesteld. Het verkeersbesluit is vervolgens op 1 juli 2024 in werking getreden.
3.6.
Tijdens de zitting van de voorzieningenrechter op 22 augustus 2024 is onder andere gesproken over de vraag of het college bevoegd was om namens het waterschap het verkeersbesluit en de beslissing op bezwaar te nemen. Het waterschap heeft daarbij aangegeven de eventuele bevoegdheidsgebreken te willen herstellen en heeft de bezwaarschriftencommissie van het waterschap om advies gevraagd. In het kader van het beroep hebben eisers Van Zessen een contra-expertise met daarbij een taxatierapport (beiden opgesteld door Property Value Consultants B.V.) ingediend. Dit is ook meegenomen door de bezwaarschriftencommissie van het waterschap. Ook heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen en bepaald dat het inrijverbod bij Achthoven is geschorst.
3.7.
Nadat de bezwaarschriftencommissie van het waterschap advies heeft uitgebracht, heeft het waterschap op 6 januari 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
3.8.
Op 13 maart 2025 heeft nogmaals een zitting bij de voorzieningenrechter plaatsgevonden. In de uitspraak heeft de voorzieningenrechter aangegeven dat naar haar voorlopige oordeel de bevoegdheidsgebreken zijn hersteld. De voorzieningenrechter heeft vervolgens de belangenafweging in het nadeel van eiser [eiser] laten uitvallen en bepaald dat de ordemaatregel niet langer geldt. Dit betekent dat het inrijverbod bij Achthoven niet langer is geschorst.
3.9.
Op 17 oktober 2025 heeft Property Value Consultants B.V. op verzoek van eisers Van Zessen een aanvulling op de in 3.5 genoemde contra-expertise uitgebracht.
Is er sprake van een besluit in de zin van artikel 6:19 van Pro de Awb?
4. De rechtbank overweegt dat het waterschap met de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 (voor eisers) de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 heeft vervangen en aangevuld. Uit de tekst van artikel 6:19 van Pro de Awb volgt niet dat letterlijk moet worden benoemd dat sprake is van een besluit in de zin van dit artikel. De rechtbank volgt het betoog van eisers Van Zessen dat om die reden geen sprake zou zijn van een besluit in de zin van artikel 6:19 van Pro de Awb daarom niet. Ook het betoog van eisers Van Zessen dat de toepassing van artikel 6:19 van Pro de Awb slechts mogelijk is wanneer het besluit wordt genomen door hetzelfde bestuursorgaan dat het te vervangen of te wijzigen besluit heeft genomen, waarbij zij verwijzen naar rechtspraak van de Afdeling [1] en de memorie van toelichting bij artikel 6:19 van Pro de Awb, treft geen doel. De in die rechtspraak bedoelde situatie doet zich hier niet voor. Het waterschap is immers het bevoegde bestuursorgaan en de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 was door het college in mandaat – en dus onder verantwoordelijkheid van het waterschap – genomen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een besluit in de zin van artikel 6:19 van Pro de Awb.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat het procesbelang van eisers bij de beoordeling van de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 is komen te vervallen, omdat het waterschap dit besluit voor eisers bij de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 heeft vervangen en aangevuld. De rechtbank verklaart het beroep van eisers voor zover gericht tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 daarom niet-ontvankelijk. Omdat eisers terecht beroep hebben aangetekend tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024, ziet de rechtbank wel aanleiding om te bepalen dat het waterschap aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt. Ook krijgen eisers om die reden een vergoeding van de door hen gemaakte proceskosten.
4.2.
De beroepen hebben op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege mede betrekking op de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025, nu eisers daarbij voldoende belang hebben. De rechtbank beoordeelt hierna de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 aan de hand van de beroepsgronden die eisers daartegen hebben aangevoerd.
De procedure(eiseres [eiseres] en eiser [eiser])
5. Eiseres voert aan dat het college de uniforme openbare voorbereidingsprocedure opnieuw had moeten doorlopen bij de voorbereiding van het verkeersbesluit. Eiser stelt dat het waterschap betrokkenen ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om voordat het verkeersbesluit werd genomen een zienswijze in te dienen. Bij een eerdere versie van het verkeersbesluit heeft het college de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wel gevolgd en konden betrokkenen hun zienswijze indienen.
5.1.
Bij de totstandkoming van het verkeersbesluit dat nu ter beoordeling voorligt heeft het college niet de openbare uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd. Volgens artikel 3:10 van Pro de Awb kan een bestuursorgaan deze procedure van toepassing verklaren. Dit is dus een keuze van het bestuursorgaan en geen verplichting. In dit geval heeft het college dat niet gedaan. Het waterschap ook niet. Er zijn dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat deze procedure opnieuw had moeten worden gevolgd. De beroepsgrond slaagt niet.
De bekendmaking van het besluit(eiseres [eiseres])
6. Eiseres voert aan dat de publicatie in het gemeenteblad op 21 november 2023 onvoldoende was om de inwoners voldoende te informeren.
6.1.
In artikel 26 van Pro het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) wordt voor de bekendmaking van verkeersbesluiten verwezen naar artikel 5 en Pro artikel 6 van Pro de Bekendmakingswet. Uit die artikelen volgt dat de bekendmaking van een verkeersbesluit moet gebeuren door plaatsing in het publicatieblad van de gemeente. Het verkeersbesluit is op 21 november 2023 in het gemeenteblad gepubliceerd en voldoet hiermee dus aan de wettelijke eisen. De beroepsgrond slaagt niet.
Dient het verkeersbesluit het verkeersbelang?(eisers Van Zessen en eiser [eiser])
7. Eisers voeren aan dat het college niet voldoende heeft gemotiveerd dat het verkeersbesluit het verkeersbelang dient en dat het verkeersbesluit om die reden onzorgvuldig is. Het college heeft het verkeersbesluit ten onrechte gebaseerd op het “Onderzoek Sluipverkeer Vijfheerenlanden” [2] en de “Memo onderbouwende analyses inrijverboden” [3] . Volgens eisers had het college het verkeersbesluit niet op deze rapporten mogen baseren. Het verkeersonderzoek is uit 2020 en gebaseerd op cijfers uit 2019. Het verkeersonderzoek is dus aanzienlijk ouder dan de “algemene houdbaarheidsdatum” van rapporten van maximaal twee jaar. Het is bovendien niet duidelijk of het college zich ervan heeft vergewist of het verkeersonderzoek nog actueel en dus nog zorgvuldig is. Hierbij verwijzen eisers naar het thuiswerken tijdens en na de coronapandemie. Volgens eisers valt verder op dat de verkeerstellingen in een zeer korte periode hebben plaatsgevonden (twee weken in november 2019) en dus niet representatief zijn. Bovendien is in 2024 enkel de totale verkeershoeveelheid gemeten en niet specifiek het sluipverkeer. Ook voeren eisers aan dat er in het verkeersonderzoek weliswaar verschillende oplossingsrichtingen voor de aanpak van het sluipverkeer zijn opgenomen, maar dat camerahandhaving niet is meegenomen. De positieve en negatieve effecten hiervan zijn dus ook niet in het voortraject beoordeeld. Verder heeft het college volgens eisers, hoewel wel door Arane geadviseerd, geen maatregelontwerp uitgewerkt. Ook dat is onzorgvuldig. Genoemde punten zijn volgens eisers concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid. Volgens eiser [eiser] is de noodzaak van het inritverbod op de dijk bij Achthoven niet aangetoond.
7.1.
De rechtbank stelt voorop dat het waterschap bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toekomt bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) genoemde begrippen. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het waterschap van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het waterschap redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het waterschap heeft vastgesteld welke verkeersbelangen naar zijn oordeel bij het besluit moeten worden betrokken, moet het die belangen tegen elkaar afwegen. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Awb). Daarbij hoeft het waterschap niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen. [4]
7.2.
Volgens artikel 21 van Pro het BABW vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet [5] genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en twee lid, van de wet [6] genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
7.3.
Zoals hiervoor onder 3 is benoemd beoogt het verkeersbesluit het sluipverkeer dat tijdens de avondspits de files op de A27 tussen Vianen en Lexmond probeert te vermijden tegen te gaan. De belangen die genoemd worden zijn onder andere het verbeteren van de verkeersveiligheid en de leefbaarheid op de wegen waar het sluipverkeer tijdens de avondspits gebruik van maakt. De rechtbank stelt vast dat dit belangen zijn die genoemd worden in artikel 2 van Pro de WVW. Op de vraag of deze belangen in de besluitvorming voldoende zijn afgewogen tegen andere in artikel 2 van Pro de WVW genoemde belangen zal de rechtbank onder 9 en verder ingaan. Eerst zal de rechtbank beoordelen of de in het verkeerbesluit genoemde belangen worden gediend door het verkeersbesluit. Hiertoe overweegt zij als volgt.
7.4.
Arane Adviseurs in verkeer en vervoer (Arane) heeft in opdracht van het college onderzoek gedaan naar het sluipverkeer dat tijdens de avondspits de files op de A27 bij Vianen en Lexmond probeert te omzeilen. Hiervoor zijn in 2019 data verzameld. Dit heeft geresulteerd in een rapportage van maart 2020. [7] In dit onderzoek zijn de verschillende sluiproutes in kaart gebracht en zijn oplossingsrichtingen voorgesteld. Arane heeft geadviseerd de voorgestelde oplossingsrichtingen uit te werken in een maatregelontwerp.
In de memo van 24 mei 2024 [8] heeft Arane aanvullende analyses opgenomen met daarin een onderbouwing vanuit verkeerskundig oogpunt. Voor deze memo is gebruikt gemaakt van data uit het kentekenonderzoek uit 2019, FCD-data en lusdata uit 2019 en 2024, en data uit het meetpunt op de Bentz-Berg uit 2024. Er is gekeken naar de venstertijden van het verkeersbesluit (van 15:00 uur tot 19:00 uur) en de noodzaak van het inrijverbod nabij Achthoven. Over het inrijverbod nabij Achthoven merkt Arane op dat er sprake is van een zogenaamd gesloten systeem. Dat betekent dat er naast de hoofdsluiproute ook alternatieven worden dichtgezet. Hierdoor heeft het sluipverkeer geen andere aantrekkelijke (snelle) routes te kiezen als sluiproute op het moment dat ze tegen de geslotenverklaring aanrijden op de hoofdsluiproute. Uit deze memo blijkt dat als op één van deze locaties het inrijverbod niet wordt gerealiseerd, er een waterbedeffect kan ontstaan. Verder blijkt uit de door Arane verzamelde data dat, hoewel de gemiddelde reistijd via de snelweg sneller is dan de sluiproute via Lexmond en Achthoven, op deze sluiproute een tijdwinst van 5-6 minuten kan worden gehaald, uitgaande van een vrije reistijd op de sluiproute. Over de venstertijden wordt in het rapport opgemerkt dat uit zowel de data van 2019 als die van 2024 blijkt dat het sluipverkeer gemiddeld om 15:00 uur opkomt, tot een piek leidt rond 15:30-16:00 uur en rond 19:00 uur grotendeels is verdwenen.
In het rapport van Arane van juni 2025 [9] zijn de verkeerskundige effecten van de inrijverboden op het traject Vianen- Lexmond in beeld gebracht. Hierbij is gekeken naar een representatieve periode vóór de introductie van de maatregel en een representatieve periode na de introductie van de maatregel en zijn deze periodes met elkaar vergeleken. De conclusie van dit rapport is dat de inrijverboden hebben geleid tot een grote afname van sluipverkeer op de route zonder verdringing naar andere sluiproutes in de buurt en zonder dat de situatie op de snelweg is verslechterd. De camerametingen tonen een significante daling van het verkeer op alle zes locaties tijdens de venstertijden van de maatregel.
7.5.
Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan, indien in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. [10]
7.6.
De rechtbank overweegt dat het waterschap in redelijkheid gebruik kon maken van zijn beoordelingsruimte bij het vaststellen van de met het verkeersbesluit te dienen belangen. Het waterschap mocht zich voor de onderbouwing van de gekozen maatregel baseren op de adviezen van Arane. Van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid is geen sprake. Het is aan het waterschap op welke wijze hij deze problematiek wil aanpakken. Dat het waterschap heeft gekozen voor een maatregel die niet in het rapport van maart 2020 is genoemd, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Waar het om gaat is dat het onderzoek van Arane uit 2020 het bestaan van het probleem onderbouwt en dat de memo uit 2024 de onderbouwing van de inrijverboden bevat. Daar komt bij dat het rapport van juni 2025 daarvoor een bevestiging bevat. Met genoemde adviezen tezamen heeft het waterschap deugdelijk gemotiveerd waarom het verkeersbesluit het verkeersbelang dient.
7.7.
De rechtbank volgt het betoog van eiser [eiser], dat de periode waarin in november 2019 is gemeten niet representatief is, niet. De periode in 2019 was weliswaar een korte en drukke periode, maar als deze meting in samenhang wordt gezien met de memo van 2024 blijkt dat het probleem van het sluipverkeer bestaat. In 2024 is, anders dan in 2019, niet de hoeveelheid sluipverkeer in beeld gebracht maar enkel de totale hoeveelheid verkeer bij het meetpunt Bentz-Berg. Hieruit blijkt dat sprake is van een dagelijkse piek in intensiteit in de brede avondspits. Omdat er slechts sprake is van een piek in één richting (de zuidelijke richting) acht Arane het zeer het aannemelijk dat het om sluipverkeer gaat. Dat Arane dit niet vaststelt maar slechts ‘zeer aannemelijk’ acht is voor de rechtbank geen reden om aan de conclusies van Arane te twijfelen. Immers deze liggen in lijn met de conclusies die Arane al heeft getrokken in 2020 waarbij wel specifiek het sluipverkeer is onderzocht. De beroepsgrond slaagt niet.
7.7.1.
De rechtbank merkt in dit verband ook op dat uit het voorgaande, in het bijzonder de memo van 24 mei 2024, ook de noodzaak van de sluiting van de dijk bij Achthoven blijkt. De door eiser [eiser] hier tegen aangevoerde beroepsgrond slaagt daarom evenmin.
Heeft het waterschap inzichtelijk gemaakt welke belangen het heeft gewogen?(alle eisers)
8. Eisers voeren aan dat niet duidelijk is welke belangen het waterschap heeft gewogen. Ook het waarborgen van de vrijheid van verkeer is een belang dat op grond van artikel 2, eerste lid, onder d, van de WVW moet worden meegewogen. Dat dit is gebeurd blijkt niet uit het verkeersbesluit. Ook geeft het verkeersbesluit er geen blijk van dat van tevoren de negatieve en positieve effecten in kaart zijn gebracht. Hierdoor kan de uitkomst van de belangenafweging nooit deugdelijk zijn, aldus eisers van Zessen.
8.1.
Het waterschap verwijst in de beslissing op bezwaar naar het advies van de bezwaarschriftencommissie. Hierin is opgenomen dat de belangenafweging weliswaar niet expliciet was uitgeschreven in het primaire besluit, maar dat die belangenafweging wel heeft plaatsgevonden. In bezwaar is dit hersteld door te verwijzen naar de belangenafweging die het waterschap heeft toegelicht. Het verkeersbesluit heeft weliswaar gevolgen voor eisers en andere in het ontheffingsgebied gevestigden, maar deze belangen wegen minder zwaar dan het tegengaan van sluipverkeer. Daarbij is meegewogen dat inwoners en ondernemers gratis ontheffingen kunnen aanvragen, dat weggebruikers die niet in aanmerking komen voor een gratis ontheffing tegen betaling een dagontheffing kunnen aanvragen en dat er ruimhartig wordt omgegaan met het verstrekken van ontheffingen. Ook is meegewogen dat het inrijverbod alleen van kracht is tussen 15:00 uur en 19:00 uur op werkdagen en dat het gebied niet volledig wordt afgesloten, zodat er altijd een route is waarvan gebruik kan worden gemaakt om zonder ontheffing op de plaats van bestemming te komen.
8.2.
De rechtbank oordeelt dat het waterschap in de beslissing op bezwaar kenbaar uiteen heeft gezet welke belangen het heeft gewogen. Dit betreffen, anders dan eisers Van Zessen stellen, zowel de positieve als de negatieve effecten van het verkeersbesluit. Hierbij heeft het waterschap onderkend dat het verkeersbesluit (negatieve) gevolgen heeft voor eisers en zowel de belangen van eisers als het belang van het tegengaan van sluipverkeer benoemd. Hieruit blijkt ook dat het waterschap het belang van de vrijheid van verkeer heeft meegewogen. De beroepsgrond slaagt niet. Op de vraag of de belangenafweging evenwichtig is zal de rechtbank hierna ingaan.
Heeft het waterschap een evenwichtige belangenafweging gemaakt?
Omvang werkingsgebied (eisers Van Zessen)
9. Eisers voeren aan dat het waterschap een minder verstrekkend besluit had moeten nemen. Door de omvang van het werkingsgebied van het verkeersbesluit en de ruime venstertijden wordt de vrijheid van het verkeer volgens eisers onevenredig aangetast. Dat de inrijverboden voor onbepaalde tijd van kracht zijn, betekent dat deze ook van kracht zijn op het moment dat de maatregelen in de huidige vorm niet meer nodig zijn. Eisers verwachten dat dit op relatief korte termijn zo zal zijn. Rijkswaterstaat is namelijk bezig met een grootschalige uitbreiding van de A27 en een van de doelen van dit project is ook het tegengaan van sluipverkeer in de regio. Ook dit is een onevenredige aantasting van de vrijheid van verkeer.
9.1.
De rechtbank beoordeelt het besluit zoals dat nu voorligt. Zoals tijdens de zitting ook door het waterschap is benadrukt is het verkeersbesluit gebaseerd op het advies van de verkeerskundige en het gehanteerde verkeersmodel. Daarbij zijn ook de venstertijden van belang, omdat juist tussen 15:00 uur en 19:00 uur het meeste sluipverkeer plaatsvindt. Dit volgt ook uit de rapporten van Arane. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het waterschap zich bij de besluitvorming op deze rapporten baseren. Verder volgt de rechtbank het standpunt van het waterschap dat nu nog niet te voorzien is tot wanneer het verkeersbesluit nodig is. Er vindt nu weliswaar een reconstructie van de A27 plaats, maar deze is nog niet afgerond. De omvang en duur van het verkeersbesluit hebben naar het oordeel van de rechtbank niet tot gevolg dat de vrijheid van het verkeer onevenredig wordt aangetast. De beroepsgrond slaagt niet.
Leges (eiseres [eiseres] en eisers Van Zessen)
9.2.
Eisers voeren aan dat de ontheffing weliswaar nu gratis is, maar dat zij hiervoor in de toekomst mogelijk moeten gaan betalen.
9.3.
De rechtbank beoordeelt het besluit zoals dat nu voorligt. Hoewel het vaststellen van een legesverordening om leges te kunnen heffen een bevoegdheid is van de gemeenteraad, kan dit onderwerp in de nu voorliggende zaak wel mee worden gewogen. Het feit dat inwoners ontheffingen kunnen krijgen speelt namelijk een rol bij de vraag of het besluit evenwichtig is. Tijdens de zitting is aangegeven dat het niet in de lijn der verwachting ligt dat er in de toekomst hoge leges worden geheven, mede gelet op het feit dat leges kostendekkend moeten zijn. De rechtbank heeft geen reden om aan deze mededeling te twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.
Bereikbaarheid dorpen/alternatieven (alle eisers)
9.4.
Eisers voeren aan dat het niet redelijk is dat het belang van het tegengaan van sluipverkeer zwaarder weegt dan het belang dat zij hebben bij de bereikbaarheid van hun dorpen. Hun bezoek moet nu een ontheffing aanschaffen of omrijden. De eerdere versie van het verkeersbesluit was voor eisers minder belastend. Volgens eisers moet het probleem worden opgelost in de buurt waar het probleem zich voordoet. Het sluipverkeer op de Bentz-Berg in Vianen zou volgens hen ook kunnen worden opgelost door het aanleggen van zebrapaden en/of een andere locatie van de inrijverboden en camera’s.
9.5.
De rechtbank overweegt dat eisers weliswaar gevolgen van het verkeersbesluit ondervinden, maar dat het waterschap het belang van het tegengaan van sluipverkeer zwaarder heeft mogen laten wegen. De administratieve lasten voor eisers zijn beperkt en ontheffingen worden, zowel aan particulieren als bedrijven, ruimhartig verleend. Zo hebben eisers Van Zessen een QR-code waarmee het voor klanten van hun bedrijf direct mogelijk is de snelweg weer op te rijden nadat zij hebben getankt. Volgens vaste rechtspraak [11] is voor het betrekken van alternatieven in een procedure bij de bestuursrechter alleen ruimte als op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de aangedragen alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Eisers hebben de door hen genoemde alternatieven niet onderbouwd en het waterschap heeft de geschiktheid van de genoemde alternatieven in het verweerschrift en tijdens de zitting gemotiveerd weersproken. Tenslotte maakt ook de stelling van eisers dat als aan de eerdere versie van het verkeersbesluit uitvoering was gegeven eisers geen gevolgen zouden hebben ondervonden dit niet anders. Ook in dit kader geldt namelijk dat de vraag die voorligt niet is of er andere oplossingen zijn die de voorkeur hebben van eisers, maar of het waterschap in redelijkheid tot dit verkeersbesluit heeft kunnen komen. De beroepsgrond slaagt niet.
Overige gronden (eiseres [eiseres])
9.6.
Eiseres beklaagt zich over het feit dat bewoners buiten het ontheffingengebied in deze procedure niet als belanghebbenden zijn aangemerkt. Zij worden ook geraakt door het verkeersbesluit, onder andere doordat zij leges moeten betalen. Ook voert eiseres aan dat het verkeersbesluit zorgt voor omzetderving bij ondernemers en dat het waterschap hier ten onrechte geen aandacht aan heeft besteed.
9.7.
Voor zover eiseres in haar beroepschrift opkomt voor de belangen van bewoners buiten het ontheffingengebied overweegt de rechtbank dat het niet aan eiseres is om dit aan te kaarten. Dit zijn geen belangen die haarzelf raken. Dit geldt ook voor het betoog van eiseres dat het verkeersbesluit voor omzetderving bij ondernemers zorgt. Deze gronden slagen daarom niet.
Nadeelcompensatie (eisers Van Zessen)
9.8.
Eisers voeren aan dat hun bedrijf door het verkeersbesluit onevenredig wordt getroffen. Het leeuwendeel van hun omzet wordt bereikt op werkdagen in de avondspits. Om die reden had het waterschap de door eisers gestelde schade moeten betrekken in de besluitvorming over het verkeersbesluit. Volgens eisers is het waterschap ten onrechte afgeweken van het advies van de SAOZ waarbij aan het waterschap nadrukkelijk in overweging is gegeven om in de beslissing op bezwaar een op maat gesneden nadeelcompensatieregeling op te nemen, waarin in ieder geval een monitoringssysteem en een voorschotregeling wordt opgenomen. Tijdens de zitting hebben eisers benadrukt dat zij vinden dat een monitoringssysteem noodzakelijk is zodat zij een toekomstig verzoek om nadeelcompensatie goed kunnen onderbouwen.
9.9.
Bij de beoordeling van de vraag of het waterschap het verkeersbesluit mocht nemen, beoordeelt de rechtbank of het verkeersbesluit zodanige schade bij eisers veroorzaakt dat het belang van eisers zwaarder zou moeten wegen dan het belang dat is gediend bij het nemen van het verkeersbesluit, zodat vooraf had moeten worden voorzien in een schaderegeling. Dit is bijvoorbeeld het geval als het verkeersbesluit ertoe leidt dat het bedrijf niet meer rendabel kan worden geëxploiteerd of de continuïteit van de bedrijfsvoering onvoldoende is verzekerd [12] .
9.10.
De rechtbank overweegt dat uit het advies van de SAOZ volgt dat de verwachting is dat eisers geconfronteerd zullen worden met merkbare nadelige gevolgen op hun bedrijfsvoering en dat deze redelijkerwijs zullen kunnen leiden tot een succesvolle aanspraak op nadeelcompensatie op grond van het égalité-beginsel. De SAOZ heeft echter ook geconcludeerd dat de mogelijke toekomstige gevolgen niet van die omvang zijn dat daardoor sprake zal zijn van een (over)duidelijke schending van het evenredigheidsbeginsel. Het advies van de SAOZ om reeds in de beslissing op bezwaar een nadeelcompensatieregeling op te nemen was een aanbeveling. Het waterschap heeft deze aanbeveling niet opgevolgd, maar was hiertoe ook niet gehouden. Eisers hebben immers, ondanks verzoeken daartoe van het waterschap, geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hun bedrijf niet meer rendabel kan worden geëxploiteerd of waaruit blijkt dat de continuïteit van de bedrijfsvoering onvoldoende is verzekerd. Dit blijkt ook niet uit de door eisers overgelegde deskundigenrapporten. In het in de bezwaarschriftenprocedure overgelegde rapport van Van Hoven & Oomen van der Slikke wordt weliswaar gesteld dat de berekening zoals verricht door het SAOZ gebreken kent, maar hieruit blijkt niet dat eisers in hun voortbestaan worden bedreigd. Dit blijkt evenmin uit de in beroep overgelegde contra-expertises van Property Value Consultants B.V. In het rapport van 4 oktober 2024 concludeert de contra-expert immers dat de inschatting van het omzetverlies zoals berekend door SAOZ realistisch is. In het nadere rapport van 17 oktober 2025 wordt een inschatting gegeven van het omzetverlies, maar blijft onduidelijk wat dit betekent voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Op zitting is namens eisers bevestigd dat geen sprake is van een situatie waarbij de continuïteit van de bedrijfsvoering onvoldoende is verzekerd. De rechtbank concludeert daarom dat er geen grond is voor het oordeel dat het waterschap op basis van het evenredigheidsbeginsel gehouden was de door eisers gestelde schade als gevolg van het verkeersbesluit in de besluitvorming te betrekken. Eisers kunnen voor de geleden schade apart een verzoek om nadeelcompensatie indienen om deze schade vergoed te krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.
9.11.
Tot slot merkt de rechtbank nog het volgende op. In beroep is er door eisers bezwaar gemaakt tegen het feit dat de eerdere beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 was genomen alvorens het rapport van SAOZ definitief was geworden. De gronden die eisers hierover hebben aangevoerd zal de rechtbank onbesproken laten. In het bestreden besluit van 6 januari 2025 is namelijk wel het definitieve rapport van SAOZ betrokken. Bovendien hebben eisers naar aanleiding hiervan een contra-expertise ingebracht, welke is meegenomen bij het besluit van 6 januari 2025. Voor zover sprake is geweest van een procedurele tekortkoming dan is deze in de beroepsprocedure hersteld.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang.
10.1.
Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 is ongegrond. Dit betekent dat het verkeersbesluit in stand blijft.
10.2.
Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen in 4.1 ziet de rechtbank wel aanleiding te bepalen dat het waterschap het door eisers betaalde griffierecht betaalt. Ook moet het waterschap de proceskosten vergoeden.
10.3.
Eisers Van Zessen hebben om een proceskostenvergoeding gevraagd. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde van € 934,- per punt en een wegingsfactor 1).
10.4.
Ten aanzien van de deskundigenkosten waarom door eisers Van Zessen is verzocht overweegt de rechtbank als volgt. Eisers Van Zessen hebben verzocht om vergoeding van de kosten die door Property Value Consultants B.V. zijn gemaakt ten behoeve van de ingebrachte contra-expertises in beroep. Deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 wordt immers ongegrond verklaard, zodat het besluit rechtmatig is. De proceskosten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting worden enkel vergoed, omdat het waterschap een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van Pro de Awb heeft genomen en daarmee het eerdere besluit van 24 juni 2024 heeft vervangen. [13]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 6 januari 2025 ongegrond;
- bepaalt dat het waterschap aan eiser [eiser] het griffierecht van € 187,- moet vergoeden;
- bepaalt dat het waterschap aan eiseres [eiseres] het griffierecht van € 187,- moet vergoeden;
- bepaalt dat het waterschap aan eisers Van Zessen het griffierecht van € 371,- moet vergoeden;
- veroordeelt het waterschap in de door eisers Van Zessen gemaakte proceskosten ter hoogte van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, voorzitter, en mr. A.S. Gaastra en mr. J.A.M. van Heijningen, leden, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Eisers verwijzen naar ECLI:NL:RVS:2003:AM2384, r.o. 2.3 en ECLI:NL:RVS:2024:2238, r.o. 6.3.
2.Arane Adviseurs in verkeer en vervoer, Gemeente Vijfheerenlanden, Onderzoek sluipverkeer, maart 2020.
3.Arane Adviseurs in verkeer en vervoer, Memo Onderbouwende analyse selectieve toegang, 24 mei 2024.
5.WVW 1994.
6.WVW 1994.
7.Arane Adviseurs in verkeer en vervoer, Gemeente Vijfheerenlanden, Onderzoek sluipverkeer, maart 2020.
8.Arane Adviseurs in verkeer en vervoer, Memo Onderbouwende analyses selectieve toegang, 24 mei 2024.
9.Arane Adviseurs in verkeer en vervoer, Inrijverboden traject Vianen- Lexmond , verkeerskundige effecten, juni 2025.
10.Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:2567.
11.O.a. ECLI:NL:RVS:2025:1299, r.o. 5.6.
13.Bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2013:1641.