Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verkeersbesluit van het waterschap Rivierenland, waarbij een inrijverbod is ingesteld op zes wegen in de richting van de A27 bij Vianen en Lexmond om sluipverkeer tegen te gaan. Eisers, waaronder Brandstoffenhandel van Zessen B.V., betwisten dit besluit en voeren diverse beroepsgronden aan.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 24 juni 2024 niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat deze beslissing is vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar van 6 januari 2025. Het beroep tegen deze laatste beslissing wordt inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat het verkeersbesluit het verkeersbelang dient, het waterschap inzichtelijk heeft gemaakt welke belangen zijn gewogen en dat de belangenafweging evenwichtig is.
Eisers stelden onder meer dat het verkeersonderzoek verouderd en onvoldoende representatief was, dat het besluit de bereikbaarheid van dorpen onevenredig aantast en dat een nadeelcompensatieregeling had moeten worden opgenomen. De rechtbank verwerpt deze gronden, wijst op de beoordelingsruimte van het waterschap en bevestigt dat het advies van deskundigen zoals Arane Adviseurs voldoende onderbouwing biedt. Ook is geen sprake van een situatie waarin de continuïteit van het bedrijf van eisers in gevaar is, zodat vooraf een schaderegeling verplicht zou zijn.
De rechtbank bepaalt dat het waterschap het betaalde griffierecht aan eisers moet vergoeden en veroordeelt het waterschap tot vergoeding van proceskosten van €1.868,-. De overige kosten van deskundigen worden niet vergoed. Het verkeersbesluit blijft ongewijzigd van kracht.