Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.De bewezenverklaring
een of meeranderen,
althans alleen,[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
en/of met zware mishandeling,door
, althans in de richting van,het huis van die [slachtoffer] te schieten
, en/of
3.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
7.De beoordeling van de civiele vordering
8.De vordering tot tenuitvoerlegging (05-070023-23)
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van
138 dagen;
90 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarde dat:
taakstraf van 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 750,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen maximaal 7 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;