Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4720

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
009790-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 175 WVW 1994Art. 179 WVW 1994Art. 5a WVW 1994Art. 61a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval door beginnend bestuurder met telefoongebruik en snelheidsovertreding

Op 16 juli 2025 veroorzaakte verdachte, een beginnend bestuurder, een verkeersongeval op de Beemterweg te Beemte Broekland door met een snelheid tussen 94 en 97 km/u te rijden waar 60 km/u was toegestaan en tegelijkertijd zijn mobiele telefoon te gebruiken. Hierdoor botste hij tegen een fietser, die zwaar lichamelijk letsel opliep.

De rechtbank stelde vast dat verdachte onvoldoende aandacht had voor het verkeer en de situatie, mede doordat hij meerdere Snapchat-berichten verstuurde kort voor het ongeval. Het zicht was niet beperkt en de fietser was zichtbaar aanwezig. Verdachte zag de fietser pas enkele meters voor de botsing vanwege zijn afleiding.

Hoewel de snelheidsovertreding en het telefoongebruik ernstige verkeersovertredingen zijn, vond de rechtbank onvoldoende bewijs voor roekeloosheid in de zin van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van verkeersregels. Verdachte werd daarom partieel vrijgesproken van roekeloosheid, maar wel veroordeeld voor schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro.

Het slachtoffer liep ernstig letsel op, waaronder schedelhersenletsel en botbreuken, met langdurige gevolgen. Verdachte betuigde spijt en erkende zijn verantwoordelijkheid. De rechtbank legde een taakstraf van 200 uur op en een rijontzegging van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Verdachte mag een jaar geen motorrijtuigen besturen en riskeert bij herhaling een verlenging van de rijontzegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur taakstraf en 24 maanden rijontzegging, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, wegens schuld aan verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/009790-26
Datum uitspraak : 15 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres] ([postcode]) in [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 juli 2025 te Beemte Broekland in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Nieuw Wetering, gaande in de richting van Kluinweg, daarmede rijdende over de Beemterweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en/of
terwijl een bestuurder van een fiets al enige tijd en/of afstand voor hem reed,
- aldaar te rijden met een snelheid, met een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatie maximale snelheid van 97 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door zijn bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of hij (vervolgens), is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit rijdende, bestuurder van fiets en/of een fiets, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 16 juli 2025 te Beemte Broekland in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Nieuw Wetering, gaande in de richting van Kluinweg, daarmede rijdende over de Beemterweg,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en/of
terwijl een bestuurder van een fiets al enige tijd en/of afstand voor hem reed,
- aldaar te rijden met een snelheid, met een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatie maximale snelheid van 97 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door zijn bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of hij (vervolgens), is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit rijdende, bestuurder van fiets en/of een fiets, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 16 juli 2025 te Beemte Broekland in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Nieuw Wetering, gaande in de richting van Kluinweg, daarmede rijdende over de Beemterweg, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en/of
terwijl een bestuurder van een fiets al enige tijd en/of afstand voor hem reed,
- aldaar te rijden met een snelheid, met een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatie maximale snelheid van 97 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door zijn bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en/of de mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en/of bediend en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of hij (vervolgens), is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit rijdende, bestuurder van fiets en/of een fiets, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Beoordeling door de rechtbank
Op 16 juli 2025 rond 22:30 uur kregen verbalisanten de melding dat er op de Beemterweg in Beemte Broekland een aanrijding had plaatsgevonden tussen een personenauto en een fietser. Ter plaatse zag één van de verbalisanten een auto staan en in de rechtervoorzijde van deze auto zat een fiets vast. De voorzijde van de auto en de fiets stonden in de richting van Kanaal-Noord in Beemte Broekland. De fietser, naar later bleek [slachtoffer], lag op het wegdek. [2] Verdachte, die beginnend bestuurder is, bleek de bestuurder van de auto. [3]
Uit forensisch onderzoek op de plaats van het ongeval is het volgende gebleken. Op het wegdek was een bandenspoor te zien. De lengte van dit spoor was ongeveer 37 meter. Dit spoor ving ongeveer 37 meter achter de eindpositie van de fiets aan, op de botslocatie, en liep door tot onder de achterband van de fiets. Verbalisanten hebben geconcludeerd dat het bandenspoor afkomstig was van de achterband van de fiets, omdat zij constateerden dat dit spoor recent was en het spoor eindigde onder de achterband van de fiets, terwijl deze fiets nog vastzat in de auto. [4]
Aan de hand van het bandenspoor, de afgelegde weg en remproeven met de door verdachte bestuurde auto, werd een indicatieve aanvangssnelheid van de auto bij aanvang van het bandenspoor berekend. Uit de – op basis van voormelde gegevens – gemaakte berekening bleek dat de auto een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatieve maximale snelheid van 97 kilometer per uur had bij aanvang van het bandenspoor. [5] De maximaal toegestane snelheid ter plaatse van het ongeval is 60 kilometer per uur. [6]
Het zicht door de achterruit en alle zijruiten van de auto werd niet belemmerd. [7] Verbalisanten zagen verder dat de fiets was voorzien van verlichting aan de voor- en achterzijde. De fietsaccu zat niet meer in de fiets, maar werd wel op de ongevalslocatie gevonden. Toen verbalisanten de accu weer in de fiets deden straalden direct het voor- en achterlicht licht uit. Het voorlicht was voorzien van een automatische lichtsensor. [8] De schemering bevond zich ten tijde van het ongeval al in een vergevorderd stadium en zat tegen de duisternis aan. Verbalisanten hebben geconcludeerd dat ten gevolge van deze lichtgesteldheid en de werking van het lichtsysteem van de fiets de fietsverlichting waarschijnlijk licht uitstraalde ten tijde van het ongeval. [9]
De telefoon van verdachte werd onderzocht en daaruit bleek het navolgende. Uit de locatiegegevens bleek dat de telefoon zich op 16 juli 2025 om 22:25:48 uur nabij de Beemterweg 59 bevond. Het eerstvolgende locatiepunt was om 22:26:13 uur en deze locatie was nabij de plaats van het ongeval. Een verbalisant heeft geconcludeerd dat gelet op het vorenstaande het tijdstip van het ongeval zeer waarschijnlijk is gelegen na 22:25:48 uur en voor of rond 22:26:13. Uit onderzoek naar gebruikershandelingen op de telefoon van verdachte rond voormelde tijdstippen bleek dat onder meer de volgende handelingen op de telefoon werden verricht:
  • 22:25.08 Scherm werd uit- en weer ingeschakeld;
  • 22:25.10 Scherm werd ontgrendeld;
  • 22:25.16 Uitgaand Snapchat bericht naar '[snapchataccount]';
  • 22:25.25 Uitgaand Snapchat bericht naar '[snapchataccount]';
  • 22:25.36 Uitgaand Snapchat bericht naar '[snapchataccount]';
  • 22:25.51 Uitgaand Snapchat bericht naar '[snapchataccount]';
  • 22:26.22 Applicatie Snapchat verdween naar achtergrond;
  • 22:26.22 Applicatie Telefoon kwam naar voorgrond;
  • 22:26.36 Applicatie In Call Service kwam naar voorgrond;
  • 22:26.36 112-noodoproep werd gestart.
Het bleek dat het scherm van de telefoon van verdachte tussen het ontgrendelen daarvan en het bellen van 112 in totaal 96 keer is aangeraakt. Verder bleek dat de telefoon meerdere keren van oriëntatie is gewijzigd. [10]
Verdachte heeft verklaard dat hij met de auto vanaf zijn vriendin over de Beemterweg richting Apeldoorn reed. Hij heeft verklaard dat hij te hard reed en bezig was op zijn telefoon en dat hij onder andere kort voor het ongeval meerdere Snapchat berichten naar een vriend heeft gestuurd. Desgevraagd heeft hij verklaard dat hij de fietser pas een paar meter voor de klap zag, omdat hij was afgeleid door zijn telefoon. Verdachte heeft verklaard dat tussen de aanrijding en het moment dat hij 112 belde enige tijd verstreek. [11]
Blijkens de medische informatie van [slachtoffer] heeft hij ernstig schedelhersenletsel, een sleutelbeenbreuk aan de rechterzijde, een fractuur van het linker bovenbeen en een breuk van het bekken aan de rechterzijde opgelopen. Hij is kort na het ongeval geopereerd aan zijn sleutelbeen. [12] Op 25 september 2025 heeft [slachtoffer] verklaard dat hij nog drie dagen per week naar een revalidatiecentrum ging, dat hij door de sleutelbeenbreuk nog niet veel kon, dat hij zich minder kon concentreren en minder kon onthouden. Hij heeft verklaard dat hij nog steeds niet kon werken. [13] Ter zitting heeft [slachtoffer] verklaard dat hij nog steeds functieverlies in zijn schouder ondervindt. [14]
Verkeersgedragingen en omstandigheden ongeval
De rechtbank stelt op basis van bovenvermelde bewijsmiddelen vast dat verdachte, als beginnend bestuurder, in het donker over de Beemterweg reed en bekend was met de verkeerssituatie daar. Zij stelt verder vast dat het uitzicht van verdachte over de Beemterweg niet werd beperkt en dat de fietser al enige tijd en afstand voor hem reed, en ook voor verdachte zichtbaar moet zijn geweest als hij zijn aandacht op het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse had gehouden.
Uit bovenvermelde bewijsmiddelen leidt de rechtbank verder af dat verdachte tot zeer kort voor het ongeval zijn telefoon meerdere malen heeft bediend en gebruikt. Uit het onderzoek van de telefoon blijkt immers dat om 22:25:51 uur het laatste Snapchat-bericht werd verstuurd, dat om 22:26:22 de Snapchat-applicatie naar de achtergrond verdween, de applicatie ‘telefoon’ op dat moment naar voren kwam en om 22:26:36 uur 112 werd gebeld. Tussen het laatst verzonden Snapchat-bericht en het bellen van 112 zat slechts 45 seconden, terwijl tussen het ongeval en het bellen van 112 ook enige tijd verstreek. Daarnaast heeft verdachte ook zelf verklaard dat hij de fietser pas een paar meter voor de klap zag, omdat hij was afgeleid door zijn telefoon.
De rechtbank stelt verder vast dat verdachte met een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatieve maximale snelheid van 97 kilometer per uur reed op het moment van de botsing.
Wél schuld, maar geen roekeloosheid
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (hierna: WVW) is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid. Het juridische begrip 'schuld' in het kader van de WVW houdt in, dat voor strafbaarheid minimaal sprake dient te zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Daarbij moet gekeken worden naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het ongeval.
Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 in Pro samenhang met artikel 6 WVW Pro is in elk geval sprake als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW kan worden aangemerkt. Artikel 5a lid 1 WVW beschrijft – niet uitputtend – een reeks gedragingen. Als de verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft" (HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1405).
De rechtbank is van oordeel dat het ongeval, gelet op de aard en de ernst van bovenvermelde verkeersgedragingen van verdachte en de omstandigheden van het ongeval, aan de schuld van verdachte te wijten is in de zin van artikel 6 WVW Pro. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Verdachte is in het donker als beginnend bestuurder met een snelheid van minimaal 94 kilometer per uur – een overschrijding van de toegestane maximumsnelheid van minimaal 34 kilometer per uur – over een weg gereden terwijl hij zijn telefoon gebruikte en bediende. Het uitzicht over de weg, waar fietsers kunnen worden verwacht, werd voor verdachte niet beperkt en er reed al enige tijd en afstand een fietser voor hem. Verdachte zag deze fietser niet omdat hij met zijn telefoon bezig was. Gelet op deze omstandigheden betreffen de snelheidsoverschrijding en het gebruik van de telefoon zeer ernstige verkeersovertredingen.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zijn aandacht gedurende langere tijd geheel niet op het overige verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse heeft gericht door zijn telefoon te gebruiken, terwijl hij minimaal 34 kilometer per uur ter hard reed en dat hij dáárdoor tegen het slachtoffer is gebotst. Als bestuurder van een personenauto rustte op verdachte de verantwoordelijkheid om in de genoemde omstandigheden behoedzaam en oplettend te zijn, en om zijn snelheid dusdanig te regelen dat hij tijdig zou kunnen reageren op mogelijk op de weg aanwezig verkeer.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden door in genoemde omstandigheden deze verkeersovertredingen te begaan, en de geboden voorzichtigheid en oplettendheid niet in acht te nemen. De voornoemde omstandigheden zijn niet toereikend voor het oordeel dat de verdachte "roekeloos" in voornoemde zin heeft gereden, zodat de verdachte hiervan partieel zal worden vrijgesproken.
Zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank is van oordeel dat het hierboven beschreven letsel van het slachtoffer, gelet op de aard van het letsel, de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen en de duur voor het herstel, aangemerkt dient te worden als zwaar lichamelijk letsel.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor aan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks16 juli 2025 te Beemte Broekland in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Nieuw Wetering, gaande in de richting van Kluinweg, daarmede rijdende over de Beemterweg
, roekeloos, in elk gevalzeer
, althans aanmerkelijk,onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en
/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en
/of
terwijl het donker was en
/of
terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en
/of
terwijl een bestuurder van een fiets al enige tijd en
/ofafstand voor hem reed,
- aldaar te rijden
met een snelheid,met een indicatieve minimale snelheid van 94 kilometer per uur en een indicatieve maximale snelheid van 97 kilometer per uur,
in elk gevalaldus met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur
, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden wasen
/of
-
(daarbij
)niet (voortdurend) de controle over het door zijn bestuurde voertuig heeft gehouden en
/ofniet
of onvoldoendeheeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en
/ofzijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en
/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet
, althans in onvoldoende mate,op het overige verkeer en
/ofde
(verkeers
)situatie ter plaatse heeft gericht en
/ofgehad en
/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een mobiele telefoon) heeft vastgehouden en
/ofde mobiele telefoon meerdere keren heeft gebruikt en
/ofbediend en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en
/ofhij
(vervolgens
),is gebotst tegen,
althans in aanrijding is gekomen met,de, voor hem uit rijdende, bestuurder van fiets en
/ofeen fiets, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht
, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
primair:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer werd toegebracht. Verdachte heeft de toegestane maximumsnelheid met minimaal 34 kilometer per uur overschreden, terwijl hij in het geheel niet op het verkeer lette, omdat hij met zijn telefoon bezig was. Door het verkeersongeval liep het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel op, waarvan hij – zoals namens hem op de zitting treffend naar voren is gebracht – nog altijd de gevolgen ervaart. Verdachte heeft hiermee de verkeersveiligheid en het leven van het slachtoffer ernstig in gevaar gebracht. Dat het slachtoffer bij dit ongeval niet is overleden, is niet aan het handelen van verdachte te danken. Verdachte heeft immers onaanvaardbare risico’s genomen en heeft daarbij geen oog gehad voor de mogelijke gevolgen voor andere verkeersdeelnemers.
Ter zitting heeft verdachte het ten laste gelegde bekent en spijt betuigt aan [slachtoffer] en diens familie en daarmee verantwoordelijkheid genomen voor zijn verkeersgedrag en de gevolgen daarvan. Uit het verhandelde ter zitting bleek verder dat verdachte werkt en dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. De rechtbank houdt er bij de strafoplegging rekening mee dat verdachte de gevolgen van het ongeval niet heeft gewild. Hij zal moeten leven met het besef dat door zijn gedragingen het leven van het slachtoffer ingrijpend is veranderd.
De rechtbank zoekt bij de op te leggen straf aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin is vermeld welke straffen doorgaans worden opgelegd voor overtreding van artikel 6 WVW Pro. De rechtbank gaat – net als de officier van justitie – bij de mate van verwijtbaarheid uit van “zeer hoge mate van schuld”, zoals vermeld in genoemde oriëntatiepunten, omdat sprake is van meerdere (ernstige) verkeersovertredingen die vooraf gingen aan het ongeval. Net als de officier van justitie acht de rechtbank echter oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een geheel onvoorwaardelijke rijontzegging niet passend, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In plaats daarvan zal de rechtbank een forse taakstraf en een deels voorwaardelijke rijontzegging opleggen.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 200 uur passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank een rijontzegging voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, opleggen. Dat betekent dat verdachte een jaar geen motorrijtuigen mag besturen. Wanneer hij gedurende de proeftijd van drie jaar opnieuw de fout in gaat hangt hem nog een jaar rijontzegging boven het hoofd.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt
op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

ontzegt verdachteten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen
voor de duur van 24 maanden;
 bepaalt dat
een gedeelte van deze ontzegging, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzijde rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025339063, gesloten op 23 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen p. 8-10 en proces-verbaal van bevindingen p. 19-20.
3.Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 3-4.
4.Proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats delict, p. 81-84 en 100-101.
5.Proces-verbaal FO verkeer, snelheid & impactanalyse, p. 113-114.
6.Proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats delict, p. 77.
7.Proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats delict, p. 93.
8.Proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats delict, p. 96.
9.Proces-verbaal FO verkeer, forensisch onderzoek plaats delict, p. 100-101.
10.Proces-verbaal Team Digitale Opsporing, p. 122-123.
11.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 1 juni 2026.
12.Medische informatie, p. 55.
13.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer, p. 64-65.
14.Proces verbaal van terechtzitting van 1 juni 2026.