Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4742

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
K/5001/11835336
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 241 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst auto en gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding verkoper

Op 23 januari 2025 maakten de gedaagden een proefrit in een BMW X5 Hybride 2015 bij de eisende partij, een autobedrijf. Op 24 januari 2025 deed het bedrijf een aanbod per e-mail, dat op 27 januari 2025 door de eerste gedaagde werd geaccepteerd. Ondanks meerdere contacten over betaling en levering, werd de koopprijs niet voldaan en leverde de verkoper de auto niet uit.

Na meerdere sommaties ontbond de verkoper de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 23 december 2025. De eerste gedaagde voerde aan dat zij de koopovereenkomst niet had ondertekend en dat de BOVAG-garantie gratis zou zijn, terwijl de tweede gedaagde stelde niet betrokken te zijn bij de koop.

De rechtbank oordeelde dat de tweede gedaagde geen partij was bij de overeenkomst en wees de vorderingen tegen hem af. De koopovereenkomst met de eerste gedaagde was rechtsgeldig tot stand gekomen en ontbonden wegens niet-nakoming. De rechtbank kende een schadevergoeding van €2.500 toe voor kosten gereedmaken auto en waardevermindering, wees overige schadeposten af wegens onvoldoende onderbouwing, en kende buitengerechtelijke incassokosten van €450 toe. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De koopovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden wegens niet-betaling en de eerste gedaagde is veroordeeld tot betaling van €2.500 schadevergoeding en €450 incassokosten, terwijl de vorderingen tegen de tweede gedaagde zijn afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11835336 \ CV EXPL 25-2264
Vonnis van 22 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam eisend bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [eisend bedrijf] ,
gemachtigde: mr. N.M.J.H. van den Bogaard,
eisende partij,
tegen

1.[naam gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
procederend in persoon,
hierna te noemen: [de gedaagde sub 1] ,
2.
[naam gedaagde 2],
wonende te gemeente [woongemeente] ,
niet verschenen,
hierna te noemen: [de gedaagde sub 2] ,
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 12 september 2025 met de daarin genoemde stukken,
  • toezending nadere toelichting aan de zijde van [de gedaagde sub 1] ,
  • de akte eiswijziging en toezending nadere producties aan de zijde van [eisend bedrijf] met productie 13.
1.2.
Op 1 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [eisend bedrijf] was dhr. [vertegenwoordiger eisend bedrijf] aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. [de gedaagde sub 1] en [de gedaagde sub 2] zijn niet verschenen. [eisend bedrijf] heeft ter zitting haar standpunt toegelicht en haar gemachtigde heeft een pleitnota voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de mondelinge behandeling.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
[de gedaagde sub 1] en [de gedaagde sub 2] bezoeken op 23 januari 2025 de autoshowroom van [eisend bedrijf] en maken een proefrit in een BMW X5 Hybride 2015 met kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto).
2.2.
Op 24 januari 2025 verstuurt [eisend bedrijf] per mail het volgende aanbod aan [de gedaagde sub 1] :
“In het kort nogmaals wat we besproken hebben:
BMW X5 Hybride
2015, 183.333 Kilometer
€ 24.750, -
€ 1.250, - Meerprijs uitgebreide BOVAG aflevering
€ 1.500, - Meerprijs levering met 4x nieuwe Michelin winterbanden (inclusief alpine logo)
€ 27.500, - Totaal
Als we het goed begrepen hebben wenst u de auto volgende week vrijdag geleverd te krijgen. (…)
Wilt u ons uw gegevens sturen? Dan kunnen we de overeenkomst, mits u het hier mee eens bent, opmaken en het klaar maken in gang zetten. (…)”
2.3.
[de gedaagde sub 1] accepteert per e-mail het aanbod van [eisend bedrijf] op 27 januari 2025.
2.4.
[eisend bedrijf] en [de gedaagde sub 1] hebben telefonisch en per e-mail meermaals contact met elkaar over de betaling en levering van de auto. Vervolgens verstuurt [eisend bedrijf] op 5 februari 2025 een factuur van € 27.500,00 aan [de gedaagde sub 1] . Op 17 februari 2025 verstuurt [de gedaagde sub 2] een e-mail met het verzoek de factuur aan te passen omdat gedaagden in de veronderstelling zijn dat is afgesproken dat de BOVAG-garantie gratis zou zijn.
2.5.
Op enig moment verstrekt [de gedaagde sub 1] een betaalbewijs maar [eisend bedrijf] ontvangt deze betaling niet. [eisend bedrijf] levert de auto niet aan [de gedaagde sub 1] .
2.6.
[eisend bedrijf] verstuurt meerdere sommaties aan gedaagden tot nakoming van hun verplichtingen. [eisend bedrijf] en [de gedaagde sub 1] hebben over en weer contact over de koopovereenkomst en voorwaarden maar tot betaling en levering van de auto komt het niet.
2.7.
Op 23 december 2025 ontbindt [eisend bedrijf] per brief de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk.

3.Het geschil

3.1.
[eisend bedrijf] vordert, na eiswijziging, (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
voor recht verklaart dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden is door [eisend bedrijf] op 23 december 2025,
de koopovereenkomst ontbindt, in het geval dat de koopovereenkomst niet rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden,
gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 24.999,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot de dag van volledige betaling,
gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot volledige betaling van de buitengerechtelijke incassokosten,
gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eisend bedrijf] legt aan haar vorderingen, samengevat, ten grondslag dat gedaagden tekort zijn geschoten in hun verplichtingen doordat zij de koopsom van de auto niet hebben voldaan. [eisend bedrijf] stelt dat zij gedaagden meerdere termijnen heeft gegeven om alsnog na te komen. Nu gedaagden dit hebben nagelaten, stelt [eisend bedrijf] dat zij gerechtigd is om de koopovereenkomst te ontbinden en dat gedaagden verplicht zijn om haar schade te vergoeden. Volgens [eisend bedrijf] zijn beide gedaagden partij bij de koopovereenkomst waardoor zij beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn tot betaling van de gehele schadevergoeding.
3.3.
[de gedaagde sub 1] voert aan dat zij nooit een koopovereenkomst heeft ondertekend maar erkent wel dat zij de auto wilde kopen. Echter voert zij aan dat de BOVAG-garantie van één jaar gratis is toegezegd en dat het bedrag van € 1.250,00 op de factuur dus niet klopt. Zij wilde alleen door met de koop van de auto als de garantie gratis werd gegeven. Wat betreft het betalingsbewijs voert [de gedaagde sub 1] aan dat zij de betaling op een later moment weer heeft teruggetrokken wegens de foutieve koopsom. Tot slot voert [de gedaagde sub 1] aan dat [de gedaagde sub 2] niets te maken heeft met deze koopovereenkomst.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ten aanzien van [de gedaagde sub 2]
Geen partij bij de koopovereenkomst
4.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijn en formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend. Dat betekent dat de vordering kan worden toegewezen als die niet onrechtmatig of ongegrond voor komt.
4.2.
[eisend bedrijf] stelt dat [de gedaagde sub 2] ook partij is bij de koopovereenkomst en vordert daarom hoofdelijke veroordeling van gedaagde partijen. Volgens [eisend bedrijf] heeft [de gedaagde sub 2] per mail contact gehad met haar en was hij ook aanwezig bij het showroombezoek. Verder stelt [eisend bedrijf] dat [de gedaagde sub 1] vaak reageerde in meervoud, waarbij werd gesproken over de familie [de gedaagde sub 1] . Hoewel [de gedaagde sub 2] niet is verschenen, heeft [de gedaagde sub 1] in haar verweer duidelijk gemaakt dat hij niet betrokken is bij de koopovereenkomst. Tot slot is tijdens de mondelinge behandeling verder nog gebleken dat gedaagde partijen geen partners zijn.
4.3.
Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen ten aanzien van [de gedaagde sub 2] als ongegrond worden afwezen en de kantonrechter licht dat als volgt toe. De mail van [eisend bedrijf] van 24 januari 2025 waarin zij een aanbod doet van € 27.500,00 voor de auto, is verstuurd naar het e-mailadres van [de gedaagde sub 1] waarbij alleen zij wordt aangesproken in de aanhef en heeft zij het aanbod geaccepteerd. Bij de totstandkoming van de overeenkomst blijkt dus nergens uit dat [de gedaagde sub 2] betrokken is. Hoewel [de gedaagde sub 1] in haar e-mail waarin ze het aanbod accepteert spreekt over de familie [de gedaagde sub 1] , blijft onduidelijk wie zij hiermee bedoelt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisend bedrijf] namelijk gesteld dat gedaagde partijen geen partners zijn. Daarbij komt dat de proefrit is aangevraagd op naam van [de gedaagde sub 1] , heeft zij vrijwel alle e-mails aan [eisend bedrijf] verzonden en is de factuur specifiek aan haar gericht. Dat [de gedaagde sub 2] eenmaal een e-mail heeft verzonden naar [eisend bedrijf] dat de ontvangen factuur onjuist is, maakt niet direct dat hij partij is bij de koopovereenkomst. Nu niet vastgesteld kan worden dat [de gedaagde sub 2] partij is bij de koopovereenkomst, kan [eisend bedrijf] hem niet aanspreken op betaling van de gevorderde schadevergoeding.
De proceskosten
4.4.
[eisend bedrijf] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de gedaagde sub 2] worden begroot op nihil.
Ten aanzien van [de gedaagde sub 1]
Totstandkoming koopovereenkomst
4.5.
[de gedaagde sub 1] voert aan dat zij nooit een koopovereenkomst heeft ondertekend, waarmee zij lijkt te suggereren dat er geen sprake is van een koopovereenkomst tussen partijen. Voor totstandkoming van een overeenkomst is vereist dat er een aanbod wordt gedaan dat door de andere partij wordt aanvaard. Een overeenkomst is verder in beginsel vormvrij, wat betekent dat een overeenkomst ook mondeling kan worden gesloten. Het tekenen van een koopovereenkomst is daarmee in dit geval geen vereiste voor de totstandkoming van de koopovereenkomst tussen partijen.
4.6.
Uit de overgelegde mailcorrespondentie blijkt duidelijk dat [de gedaagde sub 1] heeft ingestemd met het aanbod van [eisend bedrijf] . In haar mail van 24 januari 2025 heeft [eisend bedrijf] duidelijk omschreven wat het aanbod is, welke producten en diensten daarbij horen en wat de kosten hiervoor zijn. Ondanks dat uitdrukkelijk het bedrag van € 1.250,00 als meerprijs voor de BOVAG-garantie wordt genoemd in het aanbod, gaat [de gedaagde sub 1] akkoord met het aanbod zonder enige opmerking dat het totaalbedrag of het bedrag voor de BOVAG-garantie afwijkt van hetgeen zij eerder met [eisend bedrijf] zou hebben besproken. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen voor een totaalbedrag van € 27.500,00, waar het bedrag van € 1.250,00 voor de BOVAG-garantie een onderdeel van is. Dat [de gedaagde sub 1] op een later moment meermaals klaagt bij [eisend bedrijf] over de BOVAG-garantie, maakt dit niet anders.
Buitengerechtelijke ontbinding
4.7.
[eisend bedrijf] voert aan dat [de gedaagde sub 1] de auto niet heeft betaald waardoor zij tekort is geschoten in haar verplichtingen. Hierdoor heeft [eisend bedrijf] , na meerdere termijnen te hebben gegeven voor nakoming, de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden op 23 december 2025. Partijen zijn het erover eens dat [de gedaagde sub 1] niet heeft betaald voor de auto en dus staat vast dat zij tekortschiet in de nakoming van haar verplichting. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW Pro). Niet gesteld noch gebleken is dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt. De kantonrechter zal voor recht verklaren dat [eisend bedrijf] de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft ontbonden op 23 december 2025.
Schadevergoeding
4.8.
[eisend bedrijf] vordert vergoeding van diverse schadeposten. Uit het verweer [de gedaagde sub 1] , waarin zij schrijft dat er “boze mensen gelden afhandig willen maken”, maakt de kantonrechter op dat [de gedaagde sub 1] verweer voert tegen de gevorderde schadevergoeding en schadeposten. Deze posten zal de kantonrechter hierna afzonderlijk bespreken.
Kosten gereedmaken auto
4.9.
[eisend bedrijf] stelt dat zij kosten heeft gemaakt voor het gereedmaken van de auto. Dit bestaat uit een dieptereiniging van het interieur, het plaatsen van winterbanden en het uitvoeren van een BOVAG-garantie. De kosten voor het gereedmaken van de auto zijn € 1.000,00 volgens [eisend bedrijf] . Verder heeft [eisend bedrijf] de autobanden moeten wisselen naar nieuw aangeschafte zomerbanden en zijn de winterbanden minder waard geworden. In totaal stelt [eisend bedrijf] een schade te lijden van € 3.500,00. De kantonrechter is met [eisend bedrijf] van mening dat zij schade heeft geleden voor het gereedmaken van de auto, maar zal niet het volledige bedrag toewijzen.
4.10.
De kosten van € 1.000,00 voor de dieptereiniging van het interieur, het plaatsen van winterbanden en het uitvoeren van een BOVAG-garantie zal de kantonrechter toewijzen. Het is duidelijk dat deze kosten zijn gemaakt door [eisend bedrijf] om te kunnen voldoen aan haar verplichtingen van de koopovereenkomst. Ook is de kantonrechter van oordeel dat de winterbanden die zijn aangeschaft voor de verkoop, nu niet meer als nieuw verkocht kunnen worden en dus gedaald zijn in waarde. De kantonrechter zal de waardevermindering van € 500,00 ook toewijzen.
4.11.
De kantonrechter zal de kosten van € 2.000,00 voor het aanschaffen van nieuwe zomerbanden en het verwisselen van de banden afwijzen en licht dat als volgt toe. Het is onduidelijk met welke reden [eisend bedrijf] nieuwe zomerbanden heeft moeten aanschaffen om deze te verwisselen met de winterbanden die op de auto zaten. [eisend bedrijf] stelt dat de reden is dat het inmiddels zomertijd is. Echter is de auto in januari, wintertijd, verkocht aan [de gedaagde sub 1] en toen heeft zij winterbanden gekocht en op de auto laten zetten. Hieruit blijkt dat [eisend bedrijf] haar auto’s niet standaard verkoopt met de banden voor het seizoen dat het is op moment van verkoop. [eisend bedrijf] was dus niet genoodzaakt om de banden van de auto te verwisselen waardoor dit geen schade is die zij kan verhalen op [de gedaagde sub 1] .
Afschrijving auto
4.12.
[eisend bedrijf] stelt dat de waarde van de auto inmiddels is gedaald en bij het opnieuw aanbieden van de auto op de markt is de gemiddelde verkoopprijs van het type auto een bedrag van ongeveer € 23.000,00. Bij nakoming van de koopovereenkomst zou [de gedaagde sub 1] € 27.500,00 betalen voor de auto waardoor er sprake is van een verlies van € 4.500,00, volgens [eisend bedrijf] . De kantonrechter is van oordeel dat [eisend bedrijf] wel schade heeft geleden door een waardedaling van de auto, maar zal niet het volledige bedrag toewijzen. In de volledige koopsom zat een bedrag voor de auto, een bedrag voor de BOVAG-garantie en kosten voor de winterbanden. Het gedeelte van de koopsom voor alleen de auto bedroeg € 24.750,00. De gestelde gemiddelde verkoopprijs is nu volgens [eisend bedrijf] € 23.000,00, maar dat wil niet zeggen dat dit ook de verkoopprijs zal zijn voor de auto als [eisend bedrijf] de auto (opnieuw) verkoopt, dat is immers onder andere mede afhankelijk van de uitvoering, kilometerstand en ontwikkelingen in de markt. Door tijdsverloop zal de auto evenwel minder waard zijn geworden. De werkelijke schade valt niet vast te stellen, zodat de kantonrechter de schade door afschrijving schat op € 1.000,00.
Rente investering auto en voorraadfinanciering
4.13.
Verder stelt [eisend bedrijf] dat zij schade lijdt doordat de auto een halfjaar heeft stilgestaan in de garage. Het gemiddeld brutoresultaat op een auto in de garage van [eisend bedrijf] is 15% en de voorraad wordt gemiddeld 4 keer per jaar verkocht. Volgens [eisend bedrijf] heeft zij daardoor schade geleden van € 8.250,00 (15% x € 27.500,00 x 2). Daarnaast betaalt [eisend bedrijf] 6% aan rentepercentage op jaarbasis voor voorraadfinanciering waardoor zij schade lijdt van € 637,40 (141 dagen x 6% op jaarbasis x € 27.500,00). De kantonrechter zal deze vorderingen afwijzen en licht dat als volgt toe. Het is aan [eisend bedrijf] om de geleden schade voldoende gemotiveerd te onderbouwen. Zij stelt wel dat bijvoorbeeld het gemiddeld brutoresultaat van de garage 15% is of dat zij 6% rente op jaarbasis betaalt voor haar voorraadfinanciering, maar dit blijkt nergens uit. Het had op de weg van [eisend bedrijf] gelegen om deze bedragen en berekeningen met stukken te onderbouwen waardoor de kantonrechter de juistheid hiervan kan nagaan. Nu [eisend bedrijf] dit heeft nagelaten, zal de vordering worden afgewezen.
Personeelskosten [eisend bedrijf]
4.14.
Voor het contact met gedaagde om afspraken te maken rondom betaling en levering van de auto, het in kaart brengen van de schade en het afstemmen met de raadsman, heeft het personeel van [eisend bedrijf] 20 uur besteed. Volgens [eisend bedrijf] ontvangt haar personeel € 75,00 per uur waardoor zij schade lijdt van € 1.500,00. De kantonrechter is het niet eens met [eisend bedrijf] dat het niet uitmaakt dat het gaat om reguliere werktijd van medewerkers. Ongeacht de werkzaamheden die het personeel zal verrichten, zal [eisend bedrijf] € 75,00 per uur betalen. Of de koopovereenkomst wel of niet nagekomen wordt, is daarom dus niet van invloed op het verschuldigde bedrag. Het gaat om regulier salaris wat [eisend bedrijf] in alle gevallen verschuldigd is. Dat [eisend bedrijf] op ander wijze schade lijdt nu haar personeel tijdens de 20 uur niet bezig is geweest met het verkopen van auto’s of andere activiteiten, is niet gesteld of gebleken. Daarnaast heeft [eisend bedrijf] het aantal uren en het uurtarief van haar personeel op geen enkele wijze onderbouwd. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de schade van € 1.500,00 voor personeelskosten dus afwijzen.
Juridische kosten
4.15.
[eisend bedrijf] vordert vergoeding van de juridische kosten die zij heeft moeten maken. Artikel 241 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat schadevergoeding voor juridische kosten in beginsel is uitgesloten als de kosten zien op, kort gezegd, de voorbereiding en uitvoering van de juridische procedure. Volgens [eisend bedrijf] gaat het om afstemming met de raadsman ten behoeve van de vaststelling van haar rechtspositie, het opstellen van sommatiebrieven, dagvaarding en het contact met gedaagden zodat de vordering wordt voldaan. Verder blijkt uit de overgelegde facturen dat het gaat om verrichtingen van de gemachtigde van [eisend bedrijf] zoals “opstellen processtuk, telefonisch overleg, (voorbereiding) bespreking, producties verzamelen, bestudering stukken”. Uit de onderbouwing van [eisend bedrijf] blijkt naar oordeel van de kantonrechter duidelijk dat het gaat om juridische kosten voor het voorbereiden en voeren van deze procedure. Schadevergoeding hiervoor is expliciet in de wet uitgesloten waardoor de kantonrechter de vordering zal afwijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.16.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [de gedaagde sub 1] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eisend bedrijf] heeft aan [de gedaagde sub 1] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom. Dat is het gevolg van een omstandigheid die zich na het versturen van de aanmaning heeft voorgedaan. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 450,00 worden toegewezen.
De proceskosten
4.17.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en een aanzienlijk deel van de gevorderde schadevergoeding van [eisend bedrijf] wordt afgewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.18.
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
Ten aanzien van [de gedaagde sub 2]
5.1.
wijst de vorderingen van [eisend bedrijf] af,
5.2.
veroordeelt [eisend bedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van [de gedaagde sub 2] begroot op nihil,
Ten aanzien van [de gedaagde sub 1]
5.3.
verklaart voor recht dat [eisend bedrijf] de overeenkomst tussen partijen betreffende de auto rechtsgeldig heeft ontbonden op 23 december 2025,
5.4.
veroordeelt [de gedaagde sub 1] om aan [eisend bedrijf] een schadevergoeding van € 2.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 maart 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt [de gedaagde sub 1] om aan [eisend bedrijf] de buitengerechtelijke incassokosten van € 450,00 te betalen,
5.6.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
68348 43477