ECLI:NL:RBGEL:2026:4744

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
K/5001/12125180
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArt. 233 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand met ontruimingstermijn voor minderjarige kinderen

Vivare verhuurt sinds juni 2025 een woning aan [gedaagde], die vanaf juli 2025 de huur niet heeft betaald. Na meerdere aanmaningen en het wijzen op schuldhulpverlening is de huurachterstand opgelopen tot tien maanden. Vivare vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van achterstallige huur, incassokosten en proceskosten.

[gedaagde] erkent de achterstand en vraagt om een laatste kans vanwege zijn financiële situatie en de aanwezigheid van zijn minderjarige kinderen in het gehuurde. Hij stelt dat hij een stabiel inkomen heeft en een betalingsregeling wil treffen, maar heeft geen huur betaald voor maart en april 2026.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, ondanks de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde]. De belangen van de kinderen worden meegewogen door een ontruimingstermijn van drie maanden toe te staan. De vorderingen van Vivare worden toegewezen, behalve de machtiging voor ontruiming met de sterke arm, die wordt afgewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens tien maanden huurachterstand en ontruiming wordt bevolen met een termijn van drie maanden vanwege minderjarige kinderen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12125180 \ CV EXPL 26-2022
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING VIVARE,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Vivare,
gemachtigde: dhr. J.A. Wesdijk,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 11 maart 2026 en de daarin genoemde processtukken,
  • akte uitlating aan de zijde van Vivare met de berekening van de huidige huurachterstand.
1.2.
Op 9 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Vivare waren [vertegenwoordiger 1] (functie: huurincasso) en [vertegenwoordiger 2] (functie: huurincasso) aanwezig. Vivare is verder bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] was, zonder kennisgeving vooraf, niet aanwezig. De kantonrechter heeft geprobeerd [gedaagde] telefonisch te bereiken, maar kreeg geen gehoor. Vivare heeft ter zitting haar standpunt toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de mondelinge behandeling.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
Vivare verhuurt met ingang van 18 juni 2025 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 736,43 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft vanaf juli 2025 de huur niet betaald. Vivare heeft [gedaagde] aangemaand op 11 augustus 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Vivare heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Vivare heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Vivare vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde ontbindt,
[gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde onder afgifte van alle sleutels en het gehuurde geheel vrij ter beschikking van Vivare stelt,
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 6.218,05 (bestaande uit de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 5.892,56,
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van de nog te vervallen huurtermijnen vanaf maart 2026, ter hoogte van € 736,43 per maand of zoveel hoger dan bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, tot de datum van ontbinding van de huurovereenkomst,
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 736,43 per maand, of zoveel hoger dan bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, voor iedere maand dat [gedaagde] het gehuurde na ontbinding van de huurovereenkomst in gebruik houdt,
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Vivare legt aan haar vorderingen (samengevat) ten grondslag dat [gedaagde] in zijn verplichtingen als huurder tekort is geschoten, door niet aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Vivare de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] erkent de huurachterstand, maar verzoekt tot een laatste kans om het gehuurde te behouden. [gedaagde] voert aan dat hij door zijn persoonlijk faillissement in een moeilijke financiële situatie terecht is gekomen maar dat hij actief bezig is om zijn financiële problemen structureel op te lossen. Hij is gestart met een traject voor schuldhulpverlening, beschikt weer over een stabiel maandelijks inkomen en voert aan dat hij aan zijn lopende verplichtingen kan voldoen. Volgens [gedaagde] heeft hij meermaals contact opgenomen met de gemachtigde van Vivare om een betalingsregeling te treffen maar hij heeft geen reactie ontvangen. Tot slot voert [gedaagde] aan dat een eventuele ontruiming voor zijn gezin ingrijpende gevolgen zou hebben omdat zijn kinderen van 7 en 10 jaar bij hem wonen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
De voor de vorderingen relevante bedingen in artikel 4 van Pro de huurovereenkomst en artikel 6.1 van de algemene voorwaarden, zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden, nu dit aansluit bij de wettelijke regeling.
Huurachterstand
4.3.
[gedaagde] heeft de in de dagvaarding gespecificeerde huurachterstand erkend. Die huurachterstand was berekend t/m februari 2026. Ter zitting heeft Vivare onderbouwd dat ook de huursom voor de maanden maart en april 2026 niet is betaald. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen, op de wijze zoals opgenomen in de beslissing.
4.4.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
4.5.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Vivare heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ontbinding en ontruiming
4.6.
Vivare vordert ontbinding van de huurovereenkomst nu [gedaagde] niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.7.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand acht maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels tien maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.8.
[gedaagde] voert aan dat hij hulp heeft gezocht voor zijn financiële problemen, dat hij weer over een stabiel maandelijks inkomen beschikt en dat hij bereid is om zijn schuld af te lossen. Hoewel [gedaagde] aanvoert dat hij zijn lopende verplichtingen weer kan voldoen, heeft [gedaagde] de huur voor zowel maart als april 2026 ook niet voldaan en is de huurachterstand juist verder opgelopen. Verder voert [gedaagde] aan dat hij een bedrag van € 3.000,00 beschikbaar heeft om direct aan Vivare te betalen. Hiervan is onbekend met welke reden hij dit bedrag nog niet heeft betaald aan Vivare, dit zal zijn huurachterstand namelijk voor een aanzienlijk deel verlagen. Voor het betalen van deze € 3.000,00 is een betalingsregeling immers niet vereist. Dat het onbetaald laten van de maandelijkse huur een gevolg is (geweest) van betalingsonmacht in plaats van onwil is, hoe vervelend ook, een omstandigheid die in de risicosfeer van [gedaagde] ligt. De kantonrechter ziet in de aangevoerde omstandigheden door [gedaagde] geen aanleiding om de huurovereenkomst tussen partijen niet te ontbinden.
4.9.
[gedaagde] heeft bij antwoord verklaard dat ook in het gehuurde zijn twee minderjarige kinderen wonen en een ontbinding van de huurovereenkomst brengt met zich mee dat ook de kinderen van 7 en 10 jaar het gehuurde moeten verlaten. Namens Vivare is ter zitting verklaard dat zijn niet weten of kinderen van [gedaagde] woonachtig zijn in het gehuurde, maar dat [gedaagde] bij aanvang van de huurovereenkomst heeft verklaard dat zijn kinderen bij hem in het gehuurde komen wonen. Bij die stand van zaken gaat de kantonrechter ervan uit dat in het gehuurde ook minderjarige kinderen woonachtig zijn. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind, de belangen van kinderen een eerste overweging moeten vormen. Dat betekent niet dat een huurovereenkomst met een huurder met een minderjarig kind niet mag worden ontbonden. De ouders van een minderjarig kind zijn in principe verantwoordelijk voor tekortkomingen die tot een ontbinding en daaropvolgende ontruiming kunnen leiden. Het ligt dan ook in de eerste plaats op de weg van de ouders zelf om de nadelige effecten van de ontbinding en ontruiming voor hun kind zoveel mogelijk te beperken.
4.10.
Er bestaat onduidelijkheid over de woon- en gezinssituatie van [gedaagde] en zijn kinderen, doordat hij hier slechts summier op ingaat in zijn conclusie van antwoord en ook niet is verschenen bij de mondelinge behandeling. De ontbinding van de huurovereenkomst en in het verlengde daarvan de ontruiming van het gehuurde zullen voor [gedaagde] en zijn kinderen ongetwijfeld ingrijpende gevolgen hebben. Het is echter niet concreet gebleken dat (een kans op) daadwerkelijke dakloosheid dreigt. De vraag blijft bijvoorbeeld of [gedaagde] met zijn kinderen kan terugvallen op zijn sociale netwerk en bij familieleden of naasten kan verblijven. Daarbij komt dat de mogelijkheid bestaat om, indien daarbij hulp nodig is, hulpverlenende instanties in te schakelen om alternatieve huisvesting te verkrijgen. Dat de ontbinding en de ontruiming zullen leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de minderjarige kinderen, is niet aangevoerd en blijkt ook niet uit de stukken.
4.11.
Gelet op het bovenstaande rechtvaardigt de huidige huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst en zal de kantonrechter dit toewijzen. Wel ziet de kantonrechter gelet op de belangen van de kinderen aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn van drie maanden na betekening van het vonnis te hanteren. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Huur en gebruiksvergoeding
4.12.
Vivare wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 736,43, te rekenen vanaf de maand maart 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand tot aan ontbinding van de huurovereenkomst. Na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding gelijk aan de hoogte van de huur voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft tot aan de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde. Deze vordering zal de kantonrechter toewijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.13.
Vivare vordert de buitengerechtelijke incassokosten van € 217,41. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Vivare heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 217,41 worden toegewezen.
4.14.
Vivare vordert verder een bedrag van € 45,66 omzetbelasting over de buitengerechtelijke incassokosten. Vivare stelt dat zij deze omzetbelasting niet kan verrekenen. Nu Vivare ook heeft aangemaand voor de omzetbelasting zal het bedrag van € 45,66 worden toegewezen.
Ontruiming met sterke arm
4.15.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat op grond van de wet alleen de deurwaarder een ontruiming van een woning mag uitvoeren. [3]
De proceskosten
4.16.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vivare worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.576,02
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.17.
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaats] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Vivare zijn, en de sleutels af te geven aan Vivare,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Vivare:
- € 5.892,56 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 736,43 per maand vanaf maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
- € 217,41 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 45,66 aan omzetbelasting hierover,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.576,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
68348 51588

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018,ECLI:NL:HR:2018:1810.
3.Artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 Rv Pro.