ECLI:NL:RBGEL:2026:4757

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
K/5001/11478979
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding wegens ondeugdelijk dakwerk door All-Round B.V.

In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding wegens ondeugdelijk uitgevoerde dakwerkzaamheden door All-Round B.V. De kantonrechter volgt het deskundigenrapport waarin ernstige bouwkundige gebreken zijn vastgesteld, zoals onjuiste toepassing van loodvervangers en onvoldoende reiniging van de schoorsteen voor impregnering.

Hoewel er nog geen actuele lekkages zijn, leidt dit niet tot afwijzing van de vordering, omdat de tekortkoming in het werk zelf voldoende is. De herstelkosten worden begroot op €16.500, maar de rechter is gebonden aan het gevorderde bedrag van €13.959,65. Daarnaast wordt een beperkte gevolgschade van €302,50 toegewezen.

All-Round wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €14.262,15, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 september 2024, en tot betaling van de proceskosten van €12.284,42. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: All-Round B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €14.262,15 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten wegens ondeugdelijk dakwerk.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11478979 \ CV EXPL 25-265
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L.K. Wilden,
tegen
ALL-ROUND B.V.,
te Kerkdriel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: All-round,
gemachtigde: mr. N. van Mook.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 oktober 2025
- het deskundigenbericht van 16 maart 2026
- de gelijktijdig genomen conclusies na deskundigenbericht van partijen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 22 oktober 2025 is de heer ing. P.B.J.M. Elfrink, verbonden aan de Bouwexpert, tot deskundige benoemd. Aan hem is de vraag voorgelegd of de door All-round verrichte werkzaamheden aan het dak bouwkundig deugdelijk zijn uitgevoerd, in hoeverre de klachten uit de e-mail van [eiser] van 22 november 2023 gegrond zijn en welke herstelkosten en eventuele gevolgschade aan de orde zijn.
2.2.
De deskundige heeft in het deskundigenrapport de verschillende door All-round uitgevoerde werkzaamheden aan het dak beoordeeld. Uit het deskundigenrapport volgt, voor zover van belang, de volgende eindconclusie:
“(…) Ten aanzien van de nokvorsten geldt dat de wijze van aanwerken met Flexim naar oordeel van ondergetekende niet conform de professionele standaard is uitgevoerd, nu met grote aannemelijkheid bestaand (of nieuw aangebracht) nokvorstband is gehandhaafd waardoor geen directe, homogene hechting met de ondergrond kan ontstaan en risico’s op loswerking en inwatering worden vergroot. Daarentegen is de vervanging van gebroken dakpannen door ondergetekende als deugdelijk beoordeeld. De dakpannen liggen correct in het panverband, sluiten technisch goed aan en er zijn geen aanwijzingen dat deze vervanging nieuwe lekkagepunten heeft geïntroduceerd.
Voor de waterkerende voorzieningen (lood/loodvervanger) stelt ondergetekende vast dat de door All-Round toegepaste werkwijze – waarbij bestaande loodslabben en loodloketten niet integraal zijn vervangen maar zijn overplakt met een loodvervanger – bouwkundig onjuist is en niet aansluit bij de algemeen aanvaarde uitvoeringsprincipes zoals ondergetekende die in het rapport uiteenzet. Daarbij is tevens vastgesteld dat overlappen en aansluitingen op meerdere plaatsen niet correct zijn gedetailleerd en dat loslatende delen en ‘laag-op-laag’ – situaties een reëel risico op (verborgen) achterwatering met zich brengen. Dit beeld wordt in algemene zin ondersteund door de externe stukken, waaronder de terugkoppeling van [naam] waarin eveneens wordt gewezen op het toepassen van plaklood/loodvervanger zonder het oude lood te verwijderen.
Ten aanzien van de schoorsteen en de uitgevoerde impregnatie stelt ondergetekende aanvullend vast dat deze werkzaamheden niet conform de professionele standaard zijn uitgevoerd. Zoals reeds in het deskundigenbericht is uiteengezet, vertoonde de bovenzijde van de schoorsteen vóór het impregneren een sterk verouderde en gescheurde afsmeerlaag, alsmede een aanzienlijke mos- en algengroei. Een dergelijke hoeveelheid biologische aangroei is onverenigbaar met een duurzame en doelmatige impregnatie, nu deze de hechting en werking van het impregneermiddel ernstig belemmert. Conform de binnen de branche gebruikelijke uitvoeringsprincipes had de schoorsteen eerst grondig gereinigd moeten worden en hadden de scheuren en gebreken in de afsmeerlaag voorafgaand aan het impregneren moeten worden hersteld. Uit de ervaring van ondergetekende volgt bovendien dat een dergelijk omvangrijk mos- en algengroei niet na, maar reeds vóór het impregneren aanwezig moet zijn geweest. Het impregneren van een schoorsteen in deze staat kan daarom niet worden aangemerkt als een deugdelijke, duurzame herstelmaatregel, maar hooguit als een cosmetische handeling die geen structurele waterwerende functie kan vervullen en niet voldoet aan de eisen die in de bouwpraktijk aan dergelijke werkzaamheden worden gesteld.
Met betrekking tot dakrand, daktrim en hemelwaterafvoer (serre) concludeert ondergetekende dat de dakbedekking van de serre op zichzelf in hoofdzaak correct is aangebracht, maar dat de detaillering van dakrand/daktrim en de uitvoering rond de afwatering tekortkomingen vertonen. De boei/dakrand is niet (aantoonbaar) in de oorspronkelijke functionele vorm teruggebracht en de daktrim is ongunstig gepositioneerd, waardoor water bij hevige neerslag eerder over de rand kan lopen. Daarnaast is vastgesteld dat de hemelwaterafvoer ondeugdelijk is gemonteerd en los zit, zodat dit onderdeel bouwkundig dient te worden hersteld. In dit kader acht ondergetekende het realistisch en technisch het meest aangewezen dat de incorrect aangebrachte daktrim wordt vervangen (of opnieuw conform de gebruikelijke detaillering wordt aangebracht) en dat het dakranddetail zodanig wordt hersteld dat de waterafvoerende werking weer robuust is, waarbij de hemelwaterafvoer deugdelijk moet worden vastgezet of wordt vervangen.
Ten aanzien van de Trespa-afwerking stelt ondergetekende vast dat Trespa als materiaal een esthetische (regenwerende) gevelafwerking is en niet als waterkerende voorziening moet worden beschouwd. In die zin is in het deskundigenbericht opgenomen dat de Trespa-toepassing niet als oorzaak van de eerder geconstateerde houtrot of lekkage is aangemerkt en dat de houtrotreparatie zelf naar behoren is uitgevoerd. Wel kan – in lijn met de strekking van de opmerkingen in de externe producties – worden opgemerkt dat de esthetische afwerking op onderdelen zorgvuldiger had gekund (bijvoorbeeld het netter afwerken van zichtbare randen), zonder dat dit een zelfstandig bouwkundig gebrek oplevert dat een integrale vervanging van de boeilijst noodzakelijk maakt.
Voor de toerekening van lekkages en vervolgschade komt ondergetekende – conform de reeds opgenomen beoordeling – tot een duidelijke differentiatie. De lekkages bij de dakkapel, slaapkamer en woonkamer zijn door ondergetekende niet causaal verbonden aan de werkzaamheden van All-Round, onder meer omdat het tijdsverloop en de toestand van de (verouderde) dakbedekking een zelfstandige verklaring bieden en de door All-Round aangebrachte voorzieningen bij latere werkzaamheden zijn gehandhaafd. Daarentegen geldt dat uitsluitend de lekkage ter plaatse van de zitkuil van de serre met redelijke aannemelijkheid wél in causaal verband staat met de uitgevoerde werkzaamheden, omdat de loodvervanger over bestaand lood is aangebracht en het voetlood te ver over het dakvlak doorloopt, waardoor bij stuwdruk achterwatering kan ontstaan. (…)”
2.3.
Partijen zijn in hun conclusies na deskundigenbericht op enkele punten uit het deskundigenrapport ingegaan. De kantonrechter constateert dat de bezwaren en opmerkingen die partijen hierin naar voren hebben gebracht, in essentie een exacte herhaling vormen van de opmerkingen die zij reeds in de conceptfase bij de deskundige hebben ingediend. Nu partijen in deze fase geen nieuwe, technisch onderbouwde feiten hebben ingebracht en de deskundige, naar aanleiding van deze bezwaren en opmerkingen, in zijn definitieve rapport geen aanleiding heeft gezien om zijn eerdere beoordeling te herzien, neemt de kantonrechter de bevindingen en conclusies van de deskundige integraal over.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat dit concreet betekent dat de bezwaren van [eiser] ten aanzien van de dakkapel worden gepasseerd. De deskundige heeft immers vanaf paragraaf 10.3 van het definitieve rapport deze bezwaren al gemotiveerd weerlegd. In zijn technische beoordeling concludeert de deskundige dat feitelijk is vastgesteld dat All-Round geen werkzaamheden heeft verricht aan de dakbedekking of het oude grindpakket van de dakkapel zelf. Daarnaast verklaart de deskundige dat de door aannemer [aannemer] aangetroffen opening of uitsparing in de onderconstructie een logisch gevolg is van het feit dat het lood en de loodvervanger, tijdens het vervangen van de dakbedekking van de dakkapel door derden, is teruggeslagen. De deskundige komt daardoor tot de slotsom dat de lekkage technisch volledig te herleiden is tot het oude, reeds bestaande horizontale dakvlak en dus niet tot het door All-Round aangebrachte loodwerk aan de onderzijde en langs de zijwangen. Op grond van deze duidelijke technische motivering van de deskundige oordeelt de kantonrechter dat deze specifieke schade niet aan All-Round kan worden toegerekend.
2.5.
De kantonrechter overweegt dat ook de bezwaren van All-Round worden gepasseerd, nu de deskundige in paragraaf 10.4 van zijn rapport de technische argumenten van All-Round gemotiveerd heeft weerlegd. Daartoe legt de deskundige uit dat de door hem gehanteerde maatstaf wel degelijk normatief is onderbouwd via erkende vakrichtlijnen van de Stichting Bouwlood en SKG-IKOB en daarmee volledig aansluit bij de geldende bouwtechnische normen. Verder stelt de deskundige vast dat het louter overplakken van bestaand lood met een loodvervanger als een schijnoplossing moet worden aangemerkt en dat All-Round de plicht had om bij deze spouwconstructie de loodvervanger door te zetten tot in de spouw. De deskundige werpt het argument van All-Round dat de loodvervanger door zijn materiaaleigenschappen capillaire werking uitsluit gemotiveerd tegen en handhaaft dat de geconstateerde lekkage bij de serre een direct fysisch gevolg is van het door All-Round te ver doorlopende voetlood. Tot slot verduidelijkt de deskundige dat het ontbreken van acute lekkages of schade op dit moment de fundamentele bouwkundige ondeugdelijkheid van de constructie bij de nokvorsten en de schoorsteen niet opheft, omdat All-Round niet heeft gezorgd voor de vereiste vaktechnische ondergrond.
2.6.
Nu de kantonrechter de conclusies van de deskundige volgt, staat vast dat het door All-Round opgeleverde werk op meerdere onderdelen niet voldoet aan de eisen van goed en zorgvuldig vakmanschap. All-Round is dan ook toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Uit het rapport blijkt dat de volgende onderdelen ondeugdelijk en niet conform de professionele standaard zijn uitgevoerd:
  • het onjuist aanwerken van de nokvorsten met Flexim door het handhaven van het oude nokvorstband;
  • het bouwkundig onjuist overplakken van bestaande loodslabben en loodloketten met een loodvervanger, met incorrecte overlappen en loslatende delen tot gevolg;
  • het zonder voorafgaande reiniging en herstel impregneren van de schoorsteen over een verouderde afsmeerlaag met biologische aangroei;
  • de gebrekkige detaillering van de dakrand en daktrim bij de serre, alsmede de mechanisch ondeugdelijke en loszittende montage van de hemelwaterafvoer.
De overige werkzaamheden, te weten de vervanging van de gebroken dakpannen, het herstel van de dakbedekking van de serre, het houtrotherstel en het aanbrengen van de Trespa-bekleding zijn blijkens het rapport wel deugdelijk uitgevoerd en leveren geen tekortkoming op.
2.7.
De vastgestelde toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van All-Round geven [eiser] aanspraak op vergoeding van de schade die zij hierdoor lijdt. Zoals reeds in het tussenvonnis van 2 juli 2025 is beslist, is de verbintenis tot nakoming rechtsgeldig omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Deze vergoeding treedt in de plaats van het ondeugdelijk uitgevoerde werk en bestaat in dit geval uit de kosten die noodzakelijk zijn om de geconstateerde gebreken door een derde te laten herstellen. De kantonrechter zal de omvang van deze herstelkosten hierna begroten aan de hand van de posten uit het deskundigenrapport.
2.8.
All-Round maakt specifiek bezwaar tegen de begroting van de herstelkosten door de deskundige. Zij voert aan dat de begroting intern tegenstrijdig is, omdat de deskundige enerzijds concludeert dat de werkzaamheden niet volgens de vaktechnische normen zijn uitgevoerd, maar anderzijds vaststelt dat, met uitzondering van de aansluiting van het serredak, op dit moment geen acute lekkages of schade door de aangebrachte loodvervangers zijn veroorzaakt. Tegen die achtergrond acht All-Round verstrekkende herstelmaatregelen onterecht.
2.9.
De kantonrechter verwerpt dit verweer. Voor het ontstaan van de verplichting tot vervangende schadevergoeding is niet vereist dat er sprake is van actuele lekkages of gevolgschade. De schade bestaat immers reeds uit de tekortkoming in de opgeleverde prestatie zelf. [eiser] heeft betaald voor deugdelijk en conform de professionele standaard uitgevoerd dakwerk, maar heeft een kwalitatief ondermaats resultaat geleverd gekregen. Nu de deskundige onafhankelijk heeft vastgesteld dat de werkzaamheden aan de schoorsteen, de loodloketten, de nokvorsten en de aansluiting van het serredak in strijd met de algemeen aanvaarde vaktechnische normen zijn uitgevoerd, heeft [eiser] recht op een vervangende schadevergoeding die wordt vastgesteld op de kosten om dit werk alsnog deugdelijk door een derde te laten herstellen.
2.10.
De deskundige heeft de kosten voor deze constructieve herstelvariant, waarbij ingrijpende werkzaamheden zoals het uithakken van metselwerk en het plaatsen van steigerwerk noodzakelijk zijn, begroot op een bedrag van € 16.500,00 inclusief btw. Dat deze kosten hoog zijn in relatie tot de oorspronkelijke aanneemsom maakt de begroting niet intern tegenstrijdig. Dit is immers een direct gevolg van de wijze waarop All-Round de werkzaamheden heeft uitgevoerd. Nu All-Round de berekening en de hoogte van deze kosten niet concreet of met een eigen tegenberekening heeft betwist, dient dit bedrag van € 16.500,00 inclusief btw als uitgangspunt te worden genomen. [eiser] hoeft geen genoegen te nemen met een beperkte hersteloplossing, maar heeft recht op een vergoeding waarmee de geadviseerde maatregelen volledig conform de geldende vaknormen door een derde kunnen worden uitgevoerd.
2.11.
De kantonrechter stelt vast dat dit bedrag van € 16.500,00 inclusief btw hoger is dan het bedrag dat [eiser] aan vervangende schadevergoeding heeft gevorderd. Omdat de rechter volgens de wet niet meer mag toewijzen dan er wordt gevraagd is de kantonrechter strikt gebonden aan het in de dagvaarding gevorderde bedrag van € 13.959,65.
2.12.
Het vorenstaande leidt ertoe dat het verweer van All-Round dat bepaalde posten het karakter van regulier onderhoud, verbetering of vernieuwing hebben, onbesproken kan blijven. Het verweer niet is uitgewerkt door All-Round met onder meer het noemen van bedragen die met die posten gemoeid zouden zijn, maar zelfs indien de kantonrechter All-Round in die specifieke verweren zou volgen en een aftrek wegens nieuw voor oud zou toepassen op die onderdelen, blijft de resterende herstelschade immers nog altijd ruim boven het gevorderde bedrag van € 13.959,65 steken, althans er is geen enkele aanwijzing dat dit een grotere afslag op het bedrag zou rechtvaardigen dan het verschil tussen het gevorderde bedrag en het door de deskundige begrote bedrag. De inhoudelijke discussie over deze specifieke posten kan de uitkomst dus niet veranderen. Dit betekent dat het volledige gevorderde bedrag van € 13.959,65 aan vervangende schadevergoeding wordt toegewezen.
2.13.
Ten aanzien van de door [eiser] gevorderde aanvullende gevolgschade van € 5.325,00 overweegt de kantonrechter dat deze vordering grotendeels moet worden afgewezen. De deskundige heeft immers gemotiveerd geconcludeerd dat er geen causaal verband bestaat tussen de werkzaamheden van All-Round en de lekkages bij de dakkapel, de slaapkamer en de woonkamer. Die lekkages zijn technisch te herleiden tot gebreken die buiten het werkterrein van All-Round vallen. De enige gevolgschade die wel in causaal verband staat met de tekortkoming van All-Round betreft de lekkagestrepen op de binnenwand in de serre. De deskundige heeft de herstelkosten voor het sausen van deze wand begroot op een bedrag van € 250,00 exclusief btw. Vermeerderd met 21% btw bedraagt deze post € 302,50. De gevorderde gevolgschade zal tot dit bedrag worden toegewezen en voor het overige worden afgewezen.
2.14.
De slotsom is dat aan hoofdsom een bedrag van € 13.959,65 aan vervangende schadevergoeding zal worden toegewezen en een bedrag van € 302,50 aan gevolgschade.
In totaal is All-Round derhalve een bedrag van € 14.262,15 aan [eiser] verschuldigd.
2.15.
[eiser] vordert de wettelijke rente over de schadevergoeding vanaf
21 september 2024. Nu All-Round na de sommatiebrief van 6 september 2024 binnen de gestelde termijn niet tot betaling is overgegaan zal de wettelijke rente over het totale toe te wijzen bedrag van € 14.262,15 vanaf 21 september 2024 worden toegewezen.
2.16.
All-round is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Dit betekent ook dat zij de kosten van het deskundigenbericht dient te betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot en vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- kosten van de deskundige
9.976,45
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.296,00
(3 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.284,42
2.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt All-round om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 14.262,15, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 september 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt All-round in de proceskosten van € 12.284,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als All-round niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt All-round tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
26396 \ 560