ECLI:NL:RBGEL:2026:4776

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
AWB-26_5256
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn over een bouwstopverzoek van 11 januari 2024.

De voorzieningenrechter beoordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening zowel formele als materiële connexiteit moet hebben met een lopende bezwaar- of beroepsprocedure. Omdat de rechtbank bij uitspraak van 4 mei 2026 het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard, ontbreekt de vereiste samenhang.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit met een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5256

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker] uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats] (vergunninghouder).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet op tijd nemen van een besluit door het college op het verzoek van verzoeker om een bouwstop van 11 januari 2024. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb volgt dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening is niet alleen nodig dat er sprake is van een samenhangende bezwaar- of beroepsprocedure (formele connexiteit), maar ook moet de gevraagde voorziening inhoudelijk passen binnen de omvang van het geding in de bezwaar- of beroepsprocedure (materiële connexiteit).
2.1.
Bij uitspraak van 4 mei 2026 heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt waarmee deze voorlopige voorziening samenhangt.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Sahli, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.