Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
“misschien is het wel leuk om iets nieuws uit te proberen op seks gebied”. Ook zei hij dat ze haar kinkgrenzen moest aangeven en dat hij de baas zou zijn. Verdachte zou bepalen wat er met haar zou gebeuren. Aangeefster heeft gedaan alsof ze dit niet hoorde en zij heeft hier niet op gereageerd. Aangeefster wist waar verdachte toe in staat was: seks, en daarom had ze niet veel gedronken. Zij had nooit direct ‘nee’ gezegd, maar verdachte had graag de overhand in die situaties. Hierdoor had ze een soort angst opgebouwd. Toen ze zich hadden verplaatst naar een ander café en verdachte en aangeefster tegenover elkaar zaten, stuurde verdachte haar een bericht waarin hij vroeg of hij bij haar kon slapen omdat hij niet alleen wilde zijn die avond. Aangeefster is hierna naar beneden in het café naar de toilet gegaan. Op het moment dat zij terugliep kwam verdachte in de gang ineens op haar af. Zonder waarschuwing greep hij haar met zijn linkerhand bij haar keel, duwde haar tegen de muur en duwde met zijn duim haar luchtpijp dicht. Vervolgens zoende hij haar heel dwingend. Aangeefster deinsde terug en gaf tegendruk, waarbij zij probeerde om verdachte van zich af te duwen bij zijn heupen. Verdachte ging gewoon door en hij ging met zijn rechterhand over haar rechterborst en over haar vagina. Hij ging ook met zijn hand vanaf de bovenkant in haar shirt. Hij kneep zo hard in haar tepel dat het pijn deed. Hierna wreef hij over haar vagina, dit was over de kleding heen. Verdachte stopte en aangeefster was overweldigd. Ze zei dat het geen gewenst gedrag was, ze zei: ‘wat maak je me nu’. Verdachte deed alsof hij haar niet hoorde en hij liep terug naar de tafel. Voor ze naar huis gingen stuurde verdachte via Whatsapp naar aangeefster dat hij wilde dat ze zich minstens één keer zou vingeren voordat ze weggingen. Hij stuurde ook nog dat zij van hem was en dat ze haar kinkgrenzen moest aangeven. Onderweg naar huis maakte verdachte een seksopmerking, waarop aangeefster zei dat ze dacht het niet te willen. Ze zei dat het geen zekere ja was, maar ook geen zekere nee.
"Ik kan dit niet", waarop hij zei:
“oke het is goed”.
“vind je het goed als ik dit doe?”. Aangeefster had het gevoel dat het op dit punt niet uitmaakte wat ze zei, hij zou pas stoppen als hij was klaargekomen. Ze dacht: zolang het maar om mij blijft draaien en dit zei ze hardop. Hierop ging verdachte door. Aangeefster heeft zijn hoofd met twee handen weggeduwd en zei dat hij moest stoppen, ze zei dat ze het niet fijn vond en het niet wilde. Hierop zijn ze samen op de bank gaan zitten. Toen ze op de bank gingen zitten had aangeefster zich een beetje aangekleed en verdachte had zich uitgekleed. Hij droeg alleen nog zijn blouse. Vervolgens zei hij:
“ [aangeefster] , kijk eens naar mijn geslachtsdeel”, maar ze keek niet. Hij pakte toen onverwacht haar hoofd, deed zijn linkerhand in haar haren en forceerde haar hoofd en mond op zijn geslachtsdeel. Verdachte bewoog haar hoofd op en neer en zette soms kracht bij, zodat zijn piemel dieper in haar keel kwam en waardoor ze bijna moest kokhalzen. De tranen liepen op dat moment over haar wangen. Hierna ging hij met zijn linkerhand naar haar vagina. Aangeefster manoeuvreerde zich in houdingen en posities, zodat hij niet bij haar vagina kon. Uiteindelijk kon hij er wel bij. Hij zette zijn vingers tegen haar clitoris aan. Dit vond ze zo vervelend dat ze haar nagels in zijn bovenbeen zette. Verdachte tilde hierop haar hoofd omhoog en hij zag dat ze huilde. Ze zei dat dit haar grens was, waarop hij zei:
“oke, oke”. Aangeefster zei dat ze niet wilde dat hij haar aanraakte, waarop verdachte antwoordde dat dit goed was. Toen ze opstond en naar de andere kant van de keuken liep pakte hij haar heupen met beide handen vast en trok haar naar beneden, ze zag dit niet aankomen. Terwijl hij dat deed schoof hij haar onderbroek opzij en schoof zijn piemel in haar vagina. Aangeefster begon meteen te huilen. Hij zei dat ze moest proberen om op te staan. Elke keer als zij dit probeerde, hield hij haar tegen en trok hij haar terug, waardoor zij met haar vagina op en neer ging over zijn piemel. Toen het haar lukte om op te staan, zei ze huilend dat dit haar grens was. Aangeefster is vervolgens naar buiten gelopen en heeft twee vrienden gebeld, maar die namen niet op. Toen ze terugkwam lag verdachte in haar bed en zei tegen haar:
“sorry, het was niet mijn bedoeling, ik weet niet wat me bezielde”.Op het moment dat één van haar vrienden, [getuige 1] , terugbelde stortte ze in. Hierna heeft ze verdachte weggestuurd. Op het moment dat [getuige 1] bij haar thuis aankwam stortte ze weer in, ze begon te hyperventileren, te schreeuwen en te huilen.
Volgens de Hoge Raad betekent de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv Pro in zedenzaken, waarin het in de kern vaak gaat om het woord van aangever tegen dat van de verdachte, niet dat vereist is dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer die verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De bewijsmiddelen dienen voldoende steun te geven aan de verklaring van aangever (getuige). Dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.
De vraag die de rechtbank aldus moet beantwoorden, is of de verklaring van aangeefster voldoende steun vindt in ander bewijs.
3.De bewezenverklaring
de nacht vanof omstreeks tussen3 juli 2025 en 4 juli 2025 te [plaats] , in een woning gelegen aan de [adres 3] , met een persoon, te weten [aangeefster] ,
een of meerseksuele handelingen die
bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
/of
/ofbetasten van haar borst(en) en
/ofhaar tepel
(s)en
/of
/of
/oflikken van haar vagina en
/of
/of
voorafgaan door,vergezeld van
en/of gevolgd doordwang
engeweld
en/of bedreiging,door zich aan de [aangeefster] op te dringen en
/ofhaar tegen het aanrecht aan de duwen en
/ofzonder enige waarschuwing
en/ofonverhoeds zijn vinger(s) in haar vagina de brengen/duwen en
/of (vervolgens
)haar hoofd vast te pakken en (met kracht) op
, althans in de richting vanzijn geslachtsdeel de duwen/drukken en
/ofhaar hoofd vast te houden en tegelijkertijd haar hoofd op en neer te bewegen en een of meerdere keren (met kracht) naar beneden te drukken, waarbij zijn geslachtsdeel zo diep in de mond van die [aangeefster] kwam, dat zij moest kokhalzen en
/ofop het moment dat die [aangeefster] opstond en van verdachte weg wilde lopen, haar bij de heupen te pakken en
/ofhaar
een ofmeerdere malen naar beneden te trekken, teneinde haar vaginaal te kunnen penetreren en
/of (daarbij
) een ofmeerdere malen voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van weerstand/verzet van die [aangeefster] .
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;
- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 30.219,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2026 en € 8.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2025, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;