Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4841

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
520241425
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 44bis SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 77a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en werkstraf voor medeplegen poging afpersing met discriminatoir oogmerk en geweldpleging

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere ernstige strafbare feiten gepleegd in Apeldoorn in juni en juli 2025. Het betreft medeplegen van poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk, openlijk geweldplegen in vereniging, diefstal met geweld en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling.

De feiten omvatten onder meer het in de val lokken van een slachtoffer via een datingapp, gevolgd door geweld en bedreiging met een vuurwapenachtig voorwerp, waarbij discriminatie vanwege seksuele gerichtheid een rol speelde. Verdachte speelde een essentiële rol door het slachtoffer te benaderen en de medeverdachten te waarschuwen. Daarnaast pleegde verdachte openlijk geweld tegen een ander slachtoffer, was bestuurder van een scooter bij een straatroof en bedreigde een vierde persoon.

De rechtbank achtte het bewijs overtuigend, waaronder verklaringen van slachtoffers, chatberichten met discriminerende taal, en digitale sporen. De verdediging voerde onder meer geen medeplegen aan, maar dit werd verworpen. De rechtbank legde een jeugddetentie van 95 dagen op, waarvan 90 voorwaardelijk, en een werkstraf van 100 uur. Tevens werd schadevergoeding toegekend aan een benadeelde partij voor materiële en immateriële schade.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 95 dagen jeugddetentie (waarvan 90 voorwaardelijk) en 100 uur werkstraf voor medeplegen van meerdere gewelds- en discriminatiemisdrijven.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/202414-25
Datum uitspraak : 9 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats] (Italië).
Raadsvrouw: mr. A. van der Poel, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 1] en/of een derde toebehoorde(n)
- met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, richting die [aangever 1] is gerend,
- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, op of tegen zijn lichaam heeft geslagen en/of geschopt,
- die [aangever 1] de woorden “vieze homo” toe heeft gevoegd, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] heeft gericht,
- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, dat hij moest luisteren en/of dat het vuurwapen geladen was, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- heeft getracht een touw om het lichaam van die [aangever 1] te binden en/of
- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat hij zijn telefoon af moest geven, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd in de openbaarheid, zijnde in een park in de gemeente Apeldoorn en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten;
subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s), voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 1] en/of een derde toebehoorde
- met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, richting die [aangever 1] zijn gerend,
- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, op of tegen zijn lichaam hebben geslagen en/of geschopt,
- die [aangever 1] de woorden “vieze homo” toe hebben gevoegd, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] hebben gericht,
- tegen die [aangever 1] hebben gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, dat hij moest luisteren en/of dat het vuurwapen geladen was, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- hebben getracht een touw om het lichaam van die [aangever 1] te binden en/of
- tegen die [aangever 1] hebben gezegd dat hij zijn telefoon af moest geven, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd in de openbaarheid, zijnde in een park in Apeldoorn en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- een telefoon in ontvangst te nemen waarmee de livelocatie werd gedeeld met die [aangever 1],
- in het bezit van voornoemde telefoon, in afwachting van de komst van die [aangever 1], plaats te nemen op een bankje,
- die [aangever 1] aldaar te ontmoeten,
- aan die [aangever 1] (vervolgens) voor te stellen een rondje te gaan lopen,
- via Snapchat door te geven aan zijn mededader(s) dat hij, verdachte, samen met die [aangever 1] was gaan lopen en/of
- met die [aangever 1] in de richting van de bosjes te lopen, alwaar zijn mededader(s) zich op dat moment bevonden;
meer subsidiair:
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, in / nabij park Zuidbroek, in elk geval openlijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [aangever 1], welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit,
- het met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, rennen in de richting van die [aangever 1],
- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of schoppen op of tegen het lichaam van die [aangever 1],
- het aan die [aangever 1] toevoegen van de woorden “vieze homo”, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,​​​​​​​
- het richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en/of
- het trachten om een touw om het lichaam van die [aangever 1] te binden
terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of
levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten;
meest subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, in / nabij park Zuidbroek, in elk geval openlijk, in vereniging, geweld hebben gepleegd tegen [aangever 1], welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit,
- het met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, rennen richting die [aangever 1],
- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [aangever 1],
- het aan die [aangever 1] toevoegen van de woorden “vieze homo”, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- het richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] te richten en/of
- het trachten om een touw het lichaam van die [aangever 1] te binden,
terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of
levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- een telefoon in ontvangst te nemen waarmee de livelocatie werd gedeeld met die [aangever 1],
- in het bezit van voornoemde telefoon, in afwachting van de komst van die [aangever 1], plaats te nemen op een bankje,
- die [aangever 1] te ontmoeten,
- aan die [aangever 1] voor te stellen een rondje te gaan lopen,
- via Snapchat door te geven aan zijn mededader(s) dat hij, verdachte, samen met die [aangever 1] was gaan lopen en/of
- met die [aangever 1] in de richting van de bosjes te lopen, alwaar zijn mededader(s) zich op dat moment bevonden;
2.
hij op een of meerdere momenten op of omstreeks 30 juni 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, in / nabij park Matengaarde en/of Matenpark, in elk geval openlijk, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever 2], welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het meermalen, althans eenmaal, stompen tegen het hoofd van die [aangever 2],
- het meermalen, althans eenmaal, vastpakken van de nek en/of de hals van die [aangever 2],
- het meermalen, althans eenmaal, naar de grond gooien, duwen en/of bewegen van die [aangever 2],
- het meermalen, althans eenmaal, trappen tegen, althans in de richting van, het lichaam van die [aangever 2] en/of
- het spugen in de richting van die [aangever 2];
subsidiair:
hij op een of meerdere momenten op of omstreeks 30 juni 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 2] heeft mishandeld door:
- die [aangever 2] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te stompen,
- die [aangever 2] meermalen, althans eenmaal, om de nek en/of de hals vast te pakken en/of
- die [aangever 2] meermalen, althans eenmaal, naar de grond te gooien, duwen en/of te bewegen;
3.
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische) fiets en/of een telefoon en/of een rijbewijs, in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele aan [aangever 3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door:
- met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een voorwerp, op die [aangever 3] af te rennen, althans af te lopen en/of
- tegen die [aangever 3] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
subsidiair:
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een (elektrische) fiets en/of een telefoon en/of een rijbewijs, in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele aan [aangever 3] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een voorwerp, op die [aangever 3] af te rennen, althans af te lopen en/of
- tegen die [aangever 3] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
4.
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een voorwerp, op die [aangever 4] af te rennen en/of te lopen.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair tenlastegelegde, het onder feit 2 primair tenlastegelegde, het onder feit 3 primair tenlastegelegde en het onder feit 4 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde. Er is geen sprake van medeplegen. Voor het subsidiair tenlastegelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde onder feit 3 en voor het tenlastegelegde onder feit 4 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Er is bij beide feiten geen sprake van medeplegen.
Feit 1 (poging tot afpersing van [aangever 1]) [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 2 juli 2025 heeft aangever [aangever 1] rond 19:15 uur afgesproken in het park Zuidbroek in Apeldoorn met een jongen die zich voordeed als ‘[naam 1]’. Ze hadden elkaar die ochtend leren kennen via de app Grindr en vervolgens telefoonnummers uitgewisseld. Tijdens een wandeling met ‘[naam 1]’ zijn er ineens drie jongens uit de bosjes gekomen. Twee jongens waren gemaskerd met een helm en/of bivakmuts. Ze hebben aangever geschopt en geslagen. Een van de jongens die uit de bosjes kwam rennen heeft gezegd dat aangever ‘zijn telefoon moest afgeven’. Een van hen heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op aangever gericht terwijl hij op zijn knieën zat en gezegd dat hij ‘op de grond moest gaan liggen’, dat hij ‘moest luisteren’ en dat ‘het vuurwapen geladen was’. Een andere jongen heeft een touw om hem heen proberen te knopen. Dit waren de blonde jongen en de jongen met de helm. Het was duidelijk dat ‘[naam 1]’ en de andere jongens bij elkaar hoorden. [2]
Verdachte was de jongen die zich voordeed als ‘[naam 1]’. De andere jongens waren de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Verdachte heeft [medeverdachte 3] een berichtje gestuurd toen hij, verdachte, en aangever richting de medeverdachten liepen om hen te waarschuwen dat ze eraan kwamen. Het was de bedoeling om aangever te beroven en alles mee te nemen wat hij bij zich had. Er was ook een touw en een wapen. [3]
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de primair ten laste gelegde medeplegen poging afpersing met discriminatoir oogmerk moet worden bewezen en overweegt daartoe het volgende.
Discriminatoir oogmerk
Verdachte heeft ter terechtzitting gezegd dat het doel was om een pedofiel te confronteren.
Aangever heeft verklaard dat toen de jongens uit de bosjes kwamen, ze dingen hebben geroepen als “vieze homo”. [4]
Op meerdere plaatsen in het dossier komt naar voren dat het incident heeft plaatsgevonden (mede) omdat aangever homofiel zou zijn.
Zo is bij onderzoek aan de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] een chatgesprek tussen hem en [medeverdachte 3] aangetroffen dat op 2 juli 2025 tussen 14:30 uur en 16:00 uur gevoerd is. [medeverdachte 1] vertelde aan [medeverdachte 3] dat [verdachte] (verdachte), [medeverdachte 2] en hijzelf ([medeverdachte 1])
een homogingen pakken. [medeverdachte 1] heeft toen gevraagd aan [medeverdachte 3] of hij ook wilde komen. [5]
Op 2 juli 2025 heeft verdachte het volgende audiobericht naar Do gestuurd:
“Ja man. We gaan omni homotje uhh klappen. We gaan ze hele kanker moer racen”. In straattaal heeft ‘racen’ vaak de betekenis van beroven of stelen. ‘Klappen’ kan betekenen: in elkaar slaan. [6]
Het voorgaande maakt het aannemelijk dat het geweld tegen aangever is gebruikt vanwege zijn homoseksualiteit. Met hun handelen hebben de verdachten hun haat tegen homoseksuelen tot uitdrukking gebracht. Dat betekent dat sprake is van een discriminatoir oogmerk.
Uit het dossier komt ook naar voren dat het doel van het incident is geweest om een (veronderstelde) pedofiel te confronteren. Ook pedofilie is een seksuele gerichtheid. Handelen uit haat tegen pedofielen valt daarmee ook onder handelen met discriminatoir oogmerk. Haat tegen (vermeende) pedofielen die op een manier tot uitdrukking wordt gebracht zoals in dit dossier naar voren komt, komt neer op het voor eigen rechter spelen. Dit is strafbaar en de rechtbank keurt dit ten strengste af. Het leidt tot willekeurig handelen, gewelddadige escalaties en daarmee tot onveiligheid in de samenleving. Bij verondersteld strafbaar handelen door pedofielen is het aan politie en justitie om hierop te reageren.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.
De verdachten hebben samen de plannen voor de beroving gesmeed, waren allen van het plan op de hoogte en hebben het plan gezamenlijk uitgevoerd. Verdachte heeft ter plaatse met aangever contact gelegd, zich daarbij voorgedaan als een ander (‘[naam 1]’) om aangever vervolgens in de val te lokken door met aangever naar een met de andere verdachten vooraf afgesproken plek in de bosjes te lopen. Hij heeft de andere verdachten ook gewaarschuwd dat hij en aangever eraan kwamen zodat ze zich klaar konden maken voor de fysieke confrontatie. Hij heeft daarmee een essentiële rol gespeeld in het geheel. Er was dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat van medeplegen kan worden gesproken. Dat verdachte geen bijdrage heeft geleverd aan de geweldshandelingen maakt dat niet anders.
Alles afwegende zal de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van een poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk wettelijk en overtuigend bewezen verklaren.
Feit 2 (openlijke geweldpleging gericht tegen [aangever 2]) [7]
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 37 t/m 40;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 54 t/m 59;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 mei 2026.
Feit 3 (medeplegen van diefstal met geweld tegen [aangever 3]) [8]
Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij op 1 juli 2025 rond 23:00 uur in park Zuidbroek te Apeldoorn een scooter met daarop twee personen met zwarte kleding meerdere keren voorbij zag komen. Hij zag dat de scooter stopte en dat de bijrijder afstapte. De bijrijder droeg een bivakmuts en kwam met een machete op aangever afrennen. Op twee meter afstand van aangever begon hij met een machete te zwaaien in de richting van aangever. Hij schreeuwde dat aangever zijn spullen moest afgeven. Aangever is gaan rennen voor zijn leven. Hij zag dat zijn vriend [aangever 4] achter hem aanrende. Aangever heeft bij de vlucht zijn fiets en zijn telefoon laten liggen. Toen hij met de politie terugging naar de plek waren die spullen weggenomen. [9]
Er heeft onderzoek plaatsgevonden aan de Redmi 12 telefoon van verdachte. Uit het onderzoek volgt dat verdachte op 2 juli 2025 rond 13:10 uur in een Whatsappgesprek met [naam 2] heeft geschreven dat hij een nieuwe elektrische fiets had en dat hij van die fiets een foto heeft gestuurd. De fiets op de foto komt volledig overeen met de weggenomen fiets bij de straatroof. Ook werden er twee foto’s gemaakt van een rijbewijs op naam van [aangever 3] . [10]
Onderzoek aan de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft uitgewezen dat [medeverdachte 1] op 1 juli 2025 om 22:10:01 uur een filmpje heeft gestuurd naar [account]. In het filmpje is verdachte te zien met een soort bivakmuts op.
[medeverdachte 1] heeft vervolgens de volgende berichten gestuurd aan [account].
22:12:18 uur
Nu gaat [medeverdachte 1] op pad
22:12:20 uur
Centen maken voor ons
22:35:42 uur
We gaan nu iemand pakken man
22:43:26 uur
We zijn nog even iemand aan het zoeken die goed is man. We zien nog niets goeds. Alleen mensen met honden. Maar vrouwen ga ik niet doen man. [11]
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op 1 juli 2025 betrokken was bij een straatroof. Hij is samen met anderen op pad gegaan met het doel om geld te verdienen. Verdachte heeft de scooter bestuurd waarmee hij en de ander(en) naar het park zijn gereden, op aangever en zijn vriend zijn afgereden en vervolgens er vandoor zijn gegaan. De verdachten hadden afgesproken om zich donker te kleden. Verdachte droeg een helm, anderen een bivakmuts. Ze hebben een fiets buit gemaakt. Verdachte heeft foto’s (waaronder een foto van het rijbewijs van aangever) gemaakt van de buit. [12]
Machete of zaklamp
Gezien de stelligheid van aangever en zijn passende reactie bij het zien van een machete heeft de rechtbank in beginsel geen reden om te twijfelen aan zijn verklaring. Maar aangever is de enige die verklaard heeft over de machete en het incident heeft in het donker plaatsgevonden. Verdachte heeft bovendien een redelijke verklaring voor dat wat aangever heeft gezien, namelijk een forse zaklamp [13] . Ook [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een zaklamp in handen heeft gehad. [14] De rechtbank kan de mogelijkheid dat het een zaklamp is geweest niet volledig uitsluiten zodat de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal vrijspreken.
Medeplegen
De rechtbank deelt de mening van de raadsvrouw niet dat de rol van verdachte beperkt is gebleven tot het besturen van de scooter, zodat hooguit sprake kan zijn van medeplichtigheid. Verdachte wist van het plan om iemand te beroven. Hij is samen met anderen op pad gegaan en heeft samen met anderen doelbewust naar een slachtoffer gezocht. Samen hebben zij het plan uitgevoerd. Verdachte is degene geweest die de scooter heeft bestuurd voorafgaand en na afloop van het incident en daarmee een belangrijke bijdrage aan het geheel geleverd en de groep getalsmatig versterkt. Hij heeft verder na afloop foto’s gemaakt van de buit en in een Whatsappgesprek gesproken over de buit gemaakte fiets. De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat van medeplegen kan worden gesproken. Dat verdachte tijdens de beroving niet van de scooter zou zijn gekomen doet daar niet aan af.
De rechtbank zal het onder feit 3 primair tenlastegelegde, medeplegen van diefstal met geweld, wettig en overtuigend bewezen verklaren.
Feit 4 (medeplegen van bedreiging van [aangever 4]) [15]
Aangever [aangever 4] heeft verklaard dat hij op 1 juli 2025 met zijn vriend [aangever 3] in Park Zuidbroek in Apeldoorn was toen rond 22:50 uur twee jongens met gezichtsbedekking op een scooter (zonder verlichting) voorbijreden. De scooter stopte net voorbij aangever en zijn vriend. De bijrijder stapte van de scooter en liep naar de jongens toe. Aangever zag zijn vriend wegrennen en hoorde hem “shit” zeggen. Aangever zag toen dat de bijrijder een bivakmuts droeg en iets in zijn linkerhand had. Aangever rende achter zijn vriend aan. Hij hoorde voetstappen achter zich en hij hoorde de bijrijder iets schreeuwen. Toen aangever bij een verlichte woning aankwam keek hij achterom en zag hij dat hij niet langer achtervolgd werd. [16]
[medeverdachte 1] heeft op 1 juli 2025 om 23:56 uur een audiobericht verstuurd dat om 23:06 uur is opgenomen. In het bericht zegt verdachte: “Scotoe (politie) gebeld, we zijn nu even stoppen. (Verdachte klinkt buiten adem.) Maar ze renden kanker snel weg. We waren net niet op tijd. Mijn schoen viel uit. En we waren achter aan op de scooter, maar de benzine was leeg. Maar we hebben wel een kanker gekke bika (fiets) van 2 doezoe (duizend) en tellie (telefoon). We wouden alles meenemen, maar het ging mis. Ze waren al loesoe (weg) man. We zijn nu stoppen want ik wil niet gecatcht (gevangen) worden man. [17]
Verdachte heeft in het Whatsapp-gesprek met [naam 2] 2 juli 2025 rond 13:10 uur waarin hij schreef dat hij gisteravond bijna was aangehouden en dat hij nu een nieuwe elektrische fiets had, verder geschreven dat hij ‘nog nooit mannen zo hard had zien rennen’. [18]
De rechtbank beoordeelt de hele context. Twee personen met gezichtsbedekking rijden in het donker in de richting van aangevers. Eén van die twee personen stapt af en loopt met een voorwerp in zijn hand schreeuwend op aangevers af. Daarna hebben de twee personen aangevers achtervolgd toen die er vandoor gingen. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook heel begrijpelijk dat aangever [aangever 4] de situatie als bedreigend heeft ervaren en heeft gedacht dat hem mogelijk iets zou worden aangedaan. Of het voorwerp waarmee de verdachte(n) richting aangever en zijn vriend is/zijn gelopen een machete is geweest (zoals de vriend van aangever heeft verklaard) of een zaklamp is geweest (zoals de verdachten verklaren) is in dit geval voor de beantwoording van de vraag of er sprake is geweest van bedreiging niet relevant.
Medeplegen
De rechtbank deelt de mening van de raadsvrouw niet dat de rol van verdachte beperkt is gebleven tot het besturen van de scooter. Verdachte is samen met een ander in het donker met gezichtsbedekking op aangever afgereden, waarbij die ander een groot voorwerp in de hand had. Door de scooter te besturen heeft verdachte een belangrijke bijdrage aan het geheel geleverd en de groep getalsmatig versterkt en bijgedragen aan de dreigende sfeer. De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat van medeplegen kan worden gesproken. Dat verdachte niet van de scooter zou zijn gekomen doet daar niet aan af.
De rechtbank zal het onder feit 4 tenlastegelegde, medeplegen van bedreiging, wettig en overtuigend bewezen verklaren.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, onder feit 2 primair, onder feit 3 primair en onder feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij op
of omstreeks2 juli 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en
/ofbedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een telefoon,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan die [aangever 1]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)
- met een bivakmuts en/of scooterhelm
, althans met gezichtsbedekkende kleding,richting die [aangever 1] is gerend,
- die [aangever 1] meermalen
, althans eenmaal,op of tegen zijn lichaam heeft geslagen en
/of
geschopt,
- die [aangever 1] de woorden “vieze homo” toe heeft gevoegd, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] heeft
gericht,
- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, dat hij moest
luisteren en
/ofdat het vuurwapen geladen was, althans woorden van soortgelijke aard en/of
strekking,
- heeft getracht een touw om het lichaam van die [aangever 1] te binden en
/of
- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat hij zijn telefoon af moest geven, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd in de openbaarheid, zijnde in een park in de gemeente Apeldoorn en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en
/of bestond uit,werd
voorafgegaan door,vergezeld van
en/of gevolgd dooreen of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen
wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht,hun seksuele gerichtheid
en/of hun handicaptot uitdrukking brachten;
2. primair
hij op
een of meerdere momenten op of omstreeks30 juni 2025 te Apeldoorn
, althans in
Nederland,in
/ nabijpark Matengaarde en/of Matenpark, in elk geval openlijk, in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever 2], welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het meermalen
, althans eenmaal,stompen tegen het hoofd van die [aangever 2],
- het meermalen
, althans eenmaal,vastpakken van de nek en/of de hals van die [aangever 2],
- het meermalen
, althans eenmaal,naar de grond gooien, duwen en/of bewegen van die [aangever 2],
- het meermalen
, althans eenmaal,trappen tegen
, althans in de richting van,het lichaam van die
[aangever 2] en
/of
- het spugen in de richting van die [aangever 2];
3. primair
hij op
of omstreeks1 juli 2025 te Apeldoorn
, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een
(elektrische
)fiets en
/ofeen telefoon en
/ofeen rijbewijs
, in elk geval enig goed, dat /die
geheel of ten deleaan [aangever 3]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door:
- met gezichtsbedekkende kleding en
/ofmet
een machete en/ofeen zaklamp
, althans een
voorwerp,op die [aangever 3] af te rennen,
althans af te lopenen
/of
- tegen die [aangever 3] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
4.
hij op
of omstreeks1 juli 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,[aangever 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met gezichtsbedekkende kleding en
/ofmet
een machete en/ofeen zaklamp
, althans een voorwerp,op die [aangever 4] af te rennen
en/of te lopen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit wordt gepleegd met een discriminatoir oogmerk, dan wel bestaat uit gedragingen die haat tegen of discriminatie van een groep mensen wegens hun seksuele gerichtheid tot uitdrukking brengen;
feit 2, primair:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
feit 3, primair:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 4:
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 95 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Zij heeft daarnaast gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit geen straf op te leggen, danwel een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde het voortzetten van het contactverbod met de medeverdachten. Mocht de rechtbank een onvoorwaardelijke straf opleggen, dan is naar de mening van de raadsvrouw een taakstraf de beste strafmodaliteit. Zij heeft daarbij gewezen op de praktische bezwaren bij het uitvoeren van een taakstraf in Nederland, omdat verdachte in Italië woont. Het moet voor verdachte en zijn ouders haalbaar zijn.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 10 april 2026 (het strafblad),
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 11 mei 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Het strafblad
Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich tijdens zijn verblijf in Nederland eind juni/begin juli 2025 in korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks ernstige misdrijven. Zo heeft hij zich op 30 juni 2025 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door het slachtoffer te slaan, te schoppen en te bespugen. Verdachte heeft de eerste klap gegeven. Het incident is door een medeverdachte gefilmd.
Een dag later heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan beroving en bedreiging. Verdachte was de bestuurder van de scooter. De bijrijder is afgestapt met gezichtsbedekking en een voorwerp in zijn hand. Hij is daarmee dreigend op twee jongens afgelopen en heeft geroepen dat de jongens hun spullen moesten afgeven. Toen de jongens wegrenden zijn ze door de verdachten achtervolgd.
Weer een dag later heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing met een discriminatoir karakter. Verdachte en de medeverdachten hebben via de app Grindr afgesproken met een man in een park in Apeldoorn om hem vervolgens in de val te lokken. Verdachte is op de afspraak verschenen terwijl hij zich voordeed als iemand anders. Hij heeft de man naar de medeverdachten geleid. De medeverdachten zijn uit de bosjes gesprongen en hebben de man geschopt en geslagen. Ook hebben ze een vuurwapen op hem gericht en geprobeerd om hem vast te binden en zijn telefoon te bemachtigen.
Uit het dossier komt bovendien naar voren dat het doel van het incident is geweest om mensen met een homofiele of (veronderstelde) pedofiele geaardheid te discrimineren en confronteren. De rechtbank benadrukt de ernst daarvan. Discriminatie is ondermijnend voor de leefbaarheid in een samenleving en voor de mensen die het raakt is het diep ingrijpend om miskend te worden om wie zij zijn. Daarnaast merkt de rechtbank op dat ook pedofilie een seksuele gerichtheid is. Handelen uit haat tegen pedofiele gevoelens valt daarmee ook onder handelen met discriminatoir oogmerk. Haat tegen (veronderstelde) pedofielen die met grove overschrijding van menselijke en strafrechtelijke grenzen tot uitdrukking wordt gebracht, verdient geen enkele goedkeuring. Het spelen voor eigen rechter leidt tot willekeurig handelen, gewelddadige escalaties en daarmee tot veel onveiligheid in de samenleving. Juist om dit te voorkomen is het optreden tegen strafbaar (pedoseksueel) handelen opgedragen aan politie en justitie.
Slachtoffers van ernstige feiten, zoals door verdachte gepleegd, hebben vaak nog lange tijd last van lichamelijke en/of psychische gevolgen. Tijdens de terechtzitting is ook gebleken dat de slachtoffers nog altijd kampen met angstgevoelens. Bovendien zijn de feiten gepleegd in de openbare ruimte. Dit vergroot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt dat alles verdachte buitengewoon kwalijk.
Rapport van de Raad voor de Kinderbescherming
De Raad heeft weinig zorgen over verdachte. Verdachte heeft duidelijk geleerd van de incidenten. De periode van inverzekeringstelling heeft flinke indruk op verdachte gemaakt. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag tot heel laag. Er zijn weinig risicofactoren aanwezig die de kans op recidive kunnen vergroten. Wel moet er aandacht blijven voor het gebruik van alcohol en drugs. De Raad vindt het belangrijk dat verdachte een goede daginvulling heeft in de vorm van school en zijn diploma haalt. Daarnaast is het belangrijk dat verdachte antisociale contacten uit de weg gaat en zich focust op prosociale contacten in Italië.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat het mogelijk is om (via de WETS) een taakstraf in Italië uit te voeren.
De straf
De rechtbank ziet dat het goed gaat met verdachte. Verdachte is nog jong. Er zijn weinig risicofactoren in zijn leven. Verdachte heeft in zijn verklaringen bij de politie en ter terechtzitting openheid van zaken gegeven. Dat alles is positief.
De rechtbank is niet van oordeel dat met het opleggen van alleen een taakstraf voldoende recht wordt gedaan aan de ernst van de feiten en aan het leed dat de slachtoffers is aangedaan. Alles afwegende is de eis van de officier van justitie passend. Dat houdt in dat de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie zal opleggen van 95 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek, onder de algemene voorwaarde en met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast zal aan verdachte een taakstraf van 100 uur worden opgelegd.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 3] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 921,71 aan materiële schade en € 700,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, primair vanwege de bepleite vrijspraak en subsidiair vanwege de kleine rol van verdachte en vanwege het ontbreken van causaal verband tussen het handelen van verdachte en de schade. Meer subsidiair heeft zij verzocht om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen. De raadsvrouw heeft verder opgemerkt dat de materiële schade aan de tas en de visjes niet toewijsbaar is, vanwege het gebrek aan onderbouwing. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering voor smartengeld, omdat er geen machete is gebruikt, maar een zaklamp. Hierdoor kan niet van een aantasting in de persoon worden gesproken. Er is onvoldoende onderbouwing om aan te nemen dat sprake is van een inbreuk op de lichamelijke integriteit of van psychisch letsel.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De volgende materiële posten zijn niet weersproken door de verdediging. Zij zijn voldoende onderbouwd en komen de rechtbank billijk voor, zodat deze posten geheel zullen worden toegewezen:
- iPhone 12 Pro Max € 382,00
- rijbewijs € 52,10
- elektrische fiets € 430,00
De verdediging heeft bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de schade aan de nepvisjes en een heuptasje. De rechtbank vindt dat deze goederen voor vergoeding in aanmerking komen, omdat ze logischerwijs passen bij de al in de aangifte genoemde bezigheid (vissen) van de benadeelde kort voor hij bedreigd en beroofd werd. Het is aannemelijk dat de benadeelde deze schade heeft geleden. De dagwaarde van de goederen is voldoende duidelijk, zodat deze posten geheel zullen worden toegewezen.
- nepvisjes € 14,95
- heuptasje € 42,66
Daarmee zal de vordering van materiële schade in zijn geheel, in totaal € 921,71, worden toegewezen.
Smartengeld
Op grond van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde partij recht op vergoeding van de immateriële schade als gevolg van het bewezen verklaarde handelen. De aard en de ernst van de bewezenverklaarde afpersing brengen mee dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen dat van een aantasting in de persoon op andere wijze sprake is.
Beroving en bedreiging met geweld is naar de aard van het delict een ernstig misdrijf waarbij een grove inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Uit het dossier komt een dreigende situatie naar voren waarbij de medeverdachte in het donker, met gezichtsbedekking en een voorwerp in de hand op het slachtoffer is afgelopen en hem achterna is gegaan. Of het voorwerp dat de medeverdachte vasthad een machete of zaklamp is geweest is minder relevant. De situatie is hoe dan ook dreigend geweest.
Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij het incident als zeer heftig heeft ervaren. Hij heeft na het incident moeite gekregen met concentreren. Ook durfde hij in het donker de deur niet meer uit, wat hem ernstig beperkt heeft in zijn dagelijkse functioneren. De benadeelde is bang dat hem opnieuw iets soortgelijks kan overkomen en is voortdurend alert. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat het ging om een machete en uitgaat van een grote zaklamp zal zij het gevorderde smartengeld matigen tot € 600,00.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Proceskosten
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om de toegewezen bedragen betaald te krijgen. De proceskosten tot vandaag worden begroot op nihil.
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed. De rechtbank ziet geen reden om van deze hoofdregel af te wijken, ook in de overweging dat de verdachten dan onderling geen contact hoeven op te nemen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 44bis, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141, 285, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een jeugddetentie voor de duur van 95 dagen;
 bepaalt dat
een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 90 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van twee jarenschuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
 veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten
een werkstraf van 100 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
beslissingen over de vordering van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 3] van € 921,71 aan materiële schade en € 600,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • verklaart de benadeelde partij [aangever 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 3], een bedrag te betalen van € 1.521,71 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
beslissing over de voorlopige hechtenis
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. M.G.J. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025312393, gesloten op 27 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 17 en 18; proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever, p. 27 t/m 29.
3.Proces-verbaal van het verhoor van [verdachte], p. 162; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
4.Proces-verbaal van aangifte, p. 17 en 18.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 77, 79 en 80.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 54 en 55.
7.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal II), dossiernummer PL0600-2025310913, gesloten op 21 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
8.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal II), dossiernummer PL0600-2025310913, gesloten op 21 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
9.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3], p. 48.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 58.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 93 en 94.
12.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 mei 2026.
13.Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 74 en 76.
14.Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], p. 92.
15.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal I), dossiernummer PL0600-2025312393, gesloten op 27 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
16.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van aangifte van [aangever 4], p. 45 en 46.
17.(Proces-verbaal I) Proces-verbaal van bevindingen, p. 94.
18.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.