Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4871

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
AWB- 26_2659
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen is afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon.

Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 juni 2026, waarbij verzoekster zonder kennisgeving niet verscheen en het college zich afmeldde.

Omdat verzoekster het griffierecht van €54,- niet heeft voldaan binnen de gestelde termijn, en geen verontschuldiging voor het verzuim heeft gegeven, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Hierdoor werd het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.A. van Schagen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2659

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen.

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college waarbij de aanvraag van verzoekster om een uitkering van de Participatiewet is afgewezen. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe voert zij een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk omdat verzoekster het griffierecht niet heeft voldaan. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 29 april 2026 afgewezen omdat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met [persoon A]. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is zonder kennisgeving niet verschenen. Het college heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In deze een zaak is het griffierecht € 54,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij brief van 29 mei 2026 belanghebbende in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Als de zitting binnen twee weken wordt gepland moet de nota voor de zitting zijn betaald. Verzoekster heeft het griffierecht niet betaald.
4. Verzoekster is ter zitting niet verschenen en heeft ook overigens geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is verhinderd deuitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.