ECLI:NL:RBGEL:2026:492

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
12001424 HA VERZ 25-193
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 RvArt. 7:686a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter beveelt nieuwe oproeping na mislukte betekening in civiele zaak

In deze civiele zaak tussen de Staat der Nederlanden en de gedaagde heeft de kantonrechter vastgesteld dat de gedaagde niet is verschenen bij de mondelinge behandeling op 22 januari 2026. De aangetekende oproeping was teruggekomen en de deurwaarder kon het verzoekschrift niet betekenen omdat het huis van de gedaagde leeg stond.

De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat de oproeping de gedaagde daadwerkelijk heeft bereikt. Daarom wordt een nieuwe mondelinge behandeling vastgesteld op 26 februari 2026 om 13.00 uur in Arnhem.

De Staat der Nederlanden krijgt de opdracht om de gedaagde opnieuw op te roepen via aangetekend e-mailbericht en WhatsApp naar het laatst bekende e-mailadres en telefoonnummer. Tevens moet een oproeping worden geplaatst in een landelijk dagblad. De gedaagde krijgt de gelegenheid om uiterlijk tien kalenderdagen voor de zitting een verweerschrift in te dienen, met kopie aan de wederpartij.

Beide partijen worden verzocht zich te beperken tot een spreektijd van maximaal 20 minuten om de kantonrechter zo efficiënt mogelijk te informeren. Het proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door kantonrechter W. van der Boon.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt een nieuwe oproeping van de gedaagde via e-mail, WhatsApp en publicatie vanwege mislukte betekening.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 12001424 \ HA VERZ 25-193

Proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 22 januari 2026

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

te Den Haag,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Staat der Nederlanden,
gemachtigde: mr. M.C. Nijholt,
tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank Gelderland in Arnhem.
De zaak wordt behandeld door mr. W. van der Boon, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.D. van Vliet als griffier.
Aanwezig zijn:
- [medewerker] Belastingdienst MKB;
- mr. W.Z. Doornewaard, werkzaam als adviseur arbeidsjuridische zaken Belastingdienst
- mr. M.C. Nijholt gemachtigde van de Staat der Nederlanden.
De kantonrechter stelt vast dat na de uitroeping van de zaak (namens) [gedaagde] niet (niemand) is verschenen. Uit het dossier volgt dat, nadat de door de rechtbank Gelderland aangetekende oproeping is teruggekomen, aan de Staat der Nederlanden opdracht is gegeven om de uitnodiging voor de mondelinge behandeling, conform het bepaalde in artikel 7:686a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), te laten betekenen door een deurwaarder. In opdracht van de Staat der Nederlanden heeft een deurwaarder op 9 januari 2026 getracht het verzoekschrift te betekenen. De deurwaarder heeft het verzoekschrift niet kunnen betekenen, nu het huis, waar [gedaagde] volgens BRP staat ingeschreven, leeg staat.
De kantonrechter is, gelet op al het voorgaande van oordeel dat er een nieuwe oproeping dient plaats te vinden, nu niet is komen vast te staan dat de oproeping [gedaagde] ook daadwerkelijk heeft bereikt.
De kantonrechter heeft, gelet op het voorgaande, een nieuwe mondelinge behandeling bepaald op donderdag 26 februari 2026 om 13.00 uur in het gerechtsgebouw aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem.
In artikel 272 Rv Pro is vervolgens bepaald dat de kantonrechter kan bepalen op welke wijze de oproeping dient te geschieden. De kantonrechter geeft de Staat der Nederlanden de opdracht mevrouw [gedaagde] op te roepen voor de mondelinge behandeling per aangetekend e-mailbericht en per WhatsAppbericht naar respectievelijk het laatst bekende e-mailadres en telefoonnummer van mevrouw [gedaagde] . Naast datum, tijdstip en locatie van de mondelinge behandeling moet ook dit proces-verbaal en het verzoekschrift worden meegestuurd.
Ook wordt aan de Staat der Nederlanden opdracht gegeven om in een landelijk dagblad (indien mogelijk en uit te kiezen door de Staat der Nederlanden zelf) een oproeping voor voormelde mondelinge behandeling te plaatsen met daarbij de datum, het tijdstip en de locatie.
[gedaagde] wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om, uiterlijk tien kalenderdagen vóór de mondelinge behandeling, een verweerschrift in te dienen. Eén exemplaar van het verweerschrift dient [gedaagde] gelijktijdig rechtstreeks aan de Staat der Nederlanden te zenden.
Nadere stukken kunnen worden ingediend tot uiterlijk vijf kalenderdagen vóór de mondelinge behandeling, met gelijktijdige toezending van een kopie daarvan aan (de gemachtigde van) de wederpartij.
Om ervoor te zorgen dat de kantonrechter in de gereserveerde tijd zo uitvoerig mogelijk wordt geïnformeerd, worden [gedaagde] en de Staat der Nederlanden verzocht om zich zoveel mogelijk te beperken tot een aanvulling op wat in de stukken staat en daarvoor in beginsel een spreektijd in acht te nemen van maximaal 20 minuten.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.