ECLI:NL:RBGEL:2026:492
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter beveelt nieuwe oproeping na mislukte betekening in civiele zaak
In deze civiele zaak tussen de Staat der Nederlanden en de gedaagde heeft de kantonrechter vastgesteld dat de gedaagde niet is verschenen bij de mondelinge behandeling op 22 januari 2026. De aangetekende oproeping was teruggekomen en de deurwaarder kon het verzoekschrift niet betekenen omdat het huis van de gedaagde leeg stond.
De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat de oproeping de gedaagde daadwerkelijk heeft bereikt. Daarom wordt een nieuwe mondelinge behandeling vastgesteld op 26 februari 2026 om 13.00 uur in Arnhem.
De Staat der Nederlanden krijgt de opdracht om de gedaagde opnieuw op te roepen via aangetekend e-mailbericht en WhatsApp naar het laatst bekende e-mailadres en telefoonnummer. Tevens moet een oproeping worden geplaatst in een landelijk dagblad. De gedaagde krijgt de gelegenheid om uiterlijk tien kalenderdagen voor de zitting een verweerschrift in te dienen, met kopie aan de wederpartij.
Beide partijen worden verzocht zich te beperken tot een spreektijd van maximaal 20 minuten om de kantonrechter zo efficiënt mogelijk te informeren. Het proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door kantonrechter W. van der Boon.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt een nieuwe oproeping van de gedaagde via e-mail, WhatsApp en publicatie vanwege mislukte betekening.