Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4923

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
AWB-26_2751
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen inhoudingen Participatiewet niet-ontvankelijk

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen lopende inhoudingen, vorderingen en kortingen op haar Participatiewet-uitkering bij het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn. Zij stelt dat deze kortingen onterecht zijn en leidt tot acute financiële nood. Zij verzoekt onmiddellijke beëindiging van de inhoudingen, aanvulling tot de gehuwdennorm, terugbetaling en kwijtschelding van een vermeende spookschuld.

De voorzieningenrechter beoordeelt of het verzoek voldoet aan het formele connexiteitsvereiste, dat wil zeggen of er een bezwaar, administratief beroep of beroep aanhangig is tegen een besluit van het bestuursorgaan. Hoewel verzoekster enkele besluiten heeft overgelegd, is niet gebleken dat er een bezwaar tegen een van deze besluiten aanhangig is. Het laatste besluit dateert van 4 maart 2026, maar het bezwaar tegen dit besluit is op 10 maart 2026 ingetrokken.

De brief van verzoekster aangeduid als 'ingebrekestelling' kan niet als een bezwaarschrift worden aangemerkt, mede omdat niet duidelijk is tegen welk besluit dit gericht zou zijn. Hierdoor ontbreekt de formele connexiteit en is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het verzoek inhoudelijk te behandelen en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2751

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen lopende inhoudingen, vorderingen en kortingen op de uitkering (Participatiewet) van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Voldoet het verzoek aan het formele connexiteitsvereiste?
2. Een verzoek om een voorlopige voorziening is alleen ontvankelijk als er bezwaar, administratief beroep of beroep aanhangig is tegen een besluit van een bestuursorgaan. [1] Dit is het zogenaamde formele connexiteitsvereiste. De voorzieningenrechter beoordeelt daarom of een bezwaar aanhangig is.
2.1.
Verzoekster stelt dat het college ten onrechte kortingen uitvoert op haar uitkering, waardoor zij in een acute financiële noodsituatie verkeert. Zij verzoekt dat het college per direct alle lopende inhoudingen, vorderingen en kortingen beëindigt, dat er een aanvulling komt tot de gehuwdennorm, dat er een volledige terugbetaling plaatsvindt en dat een spookschuld wordt kwijt gescholden.
2.2.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Verzoekster heeft een aantal besluiten overgelegd, maar niet gebleken is dat tegen een van deze besluiten een bezwaar is ingediend wat nog aanhangig is. Het laatste besluit dateert van 4 maart 2026, maar verzoekster heeft haar bezwaar tegen dat besluit op 10 maart 2026 ingetrokken.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan in de brief ‘ingebrekestelling’ van verzoekster ook geen bezwaarschrift worden gelezen, nog daargelaten dat niet duidelijk is tegen welk concreet besluit (waar nog bezwaar tegen open staat) dat is gericht. Nu geen bezwaar aanhangig is, is er geen sprake van formele connexiteit als bedoeld onder 2. Dit betekent dat verzoekster de voorzieningenrechter ook niet kan vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

3. Omdat het verzoek niet voldoet aan het connexiteitsvereiste, is het daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.