ECLI:NL:RBGEL:2026:493
Rechtbank Gelderland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vervangende schadevergoeding wegens wanprestatie bij verbouwing badkamer
In deze civiele bodemzaak vordert eiser in conventie betaling van vervangende schadevergoeding wegens wanprestatie bij de verbouwing van een badkamer en toilet. Na een tussenvonnis heeft eiser de herstelkosten nader onderbouwd met offertes, waarvan de kantonrechter slechts een deel als toereikend beoordeelt. De herstelkosten worden vastgesteld op € 5.059,01 inclusief een opslag voor besmet werk en prijsstijgingen.
Daarnaast wordt de waarde van het minderwerk vastgesteld op € 1.902,77. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van in totaal € 6.961,78 toe, vermeerderd met wettelijke rente. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten en onderzoekskosten toegewezen. Gedaagde in reconventie vordert betaling van de laatste termijn van de aanneemsom en meerwerk, waarvan alleen de laatste termijn wordt toegewezen.
De kantonrechter verklaart dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten en veroordeelt hem tot betaling van de genoemde bedragen, inclusief rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding van € 6.961,78, incassokosten, onderzoekskosten en proceskosten; eiser wordt veroordeeld tot betaling van laatste termijn aanneemsom en proceskosten.