Uitspraak
1.De procedure
2.Het bevoegdheidsincident en de beoordeling daarvan
“dat ik bereid ben ter voorkoming, dat het bedrag van € 25.000,-- wordt overschreden, eventueel een deel van de wettelijke rente niet op te eisen.".In de conclusie van antwoord in het incident heeft zij opgenomen:
“Het is zeer vergezocht van ING om te suggereren, dat mijn vordering door het woord ‘eventueel” door mij allesbehalve definitief afstand wordt gedaan van het meerdere boven € 25.000,-- (…) Het enige dat telt is, dat mijn vorderingen bij elkaar genomen niet hoger zijn dan € 25.000,--, hetgeen ik onomstotelijk in mijn dagvaarding heb bewezen, waardoor ik voldoe aan wetsartikel 93 sub b Rv.”
€ 753,00. Nu de zaak zal worden verwezen naar de civiele kamer van deze rechtbank, niet zijnde de kamer voor kantonzaken, zal het griffierecht worden verhoogd. De verhoging bedraagt € 661,00 (€ 1.414,00. -/- € 753,00). Na verwijzing is ook ING griffierecht verschuldigd. Dit griffierecht bedraagt € 3.083,00.
3.De beslissing
[datum] 2026om 10:00 uur,