ECLI:NL:RBGEL:2026:5094

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/05/463978 / FA RK 26-814
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 7:447 BWArt. 7:446 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geboorteakte minderjarige: geslachts- en voornaamswijziging toegestaan

De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek van de ouders van een 14-jarige minderjarige om de geboorteakte te wijzigen door het geslacht te veranderen van vrouwelijk naar mannelijk en de voornaam aan te passen aan de genderidentiteit van het kind.

Hoewel de huidige wetgeving een leeftijdsgrens van zestien jaar hanteert voor geslachtswijziging in de geboorteakte en een deskundigenverklaring vereist, oordeelde de rechtbank dat in dit specifieke geval de leeftijdsgrens niet gehandhaafd kan blijven. De minderjarige heeft een duurzame en bestendige wens tot geslachtswijziging, ondersteund door medische trajecten en begeleiding, en ervaart ernstige stress door de discrepantie tussen zijn genderidentiteit en officiële documenten.

De rechtbank betrok ook het recht op privéleven zoals vastgelegd in artikel 8 EVRM Pro en concludeerde dat het belang van de minderjarige om zich officieel als jongen te kunnen presenteren zwaarder weegt dan de wettelijke leeftijdsgrens. Ook de wijziging van de voornaam werd toegewezen vanwege het zwaarwegend belang en de reeds feitelijke gebruik van de nieuwe naam.

De ambtenaar van de burgerlijke stand werd gelast de latere vermeldingen van de wijzigingen aan de geboorteakte toe te voegen. De beschikking werd gegeven door kinderrechter A.E.M. Overkamp op 22 juni 2026.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van geslacht en voornaam in geboorteakte van 14-jarige minderjarige wordt toegewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/463978 / FA RK 26-814
Datum uitspraak: 22 juni 2026
beschikking over wijziging geboorteakte (wijziging van geslacht en wijziging voornaam)
naar aanleiding van het verzoek van:
[naam moeder](hierna te noemen: de moeder),
en
[naam vader](hierna te noemen: de vader),
beiden wonende te [woonplaats] ,
optredend als wettelijk vertegenwoordigers van na te noemen minderjarige,
hierna samen te noemen: de ouders,
advocaat mr. S.R. van Laar te Arnhem,
dat strekt tot wijziging van de geboorteakte van:
[oude naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam],
zetelende in [gemeentenaam] ,
hierna te noemen: de ambtenaar.

1.Vooraf

1.1.
De rechtbank heeft begrepen dat de minderjarige al een tijd door het leven gaat als [de minderjarige] . Daarom zal de rechtbank hem vanaf nu ook zoveel mogelijk ‘ [de minderjarige] of ‘de minderjarige’ noemen in plaats van ‘ [oude voornaam minderjarige] ’. De rechtbank zal naar [de minderjarige] verwijzen met ‘hij’ en ‘hem’ als voornaamwoord en ‘zijn’ gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met producties 1 en 2, ingekomen op 4 maart 2026;
- de nagezonden productie, ingekomen op 11 maart 2026.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 7 mei 2026 zijn gehoord de ouders, bijgestaan door mr. Van Laar.
2.3.
De ambtenaar van de gemeente [gemeentenaam] is op de juiste wijze opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar niet verschenen.
2.4.
[de minderjarige] heeft in zijn bericht (pagina 2 van productie 2 bij het verzoekschrift) uitgelegd waarom hij zijn geslacht en voornaam wil veranderen. [de minderjarige] heeft dit verder toegelicht in een gesprek met de kinderrechter voorafgaand aan de mondelinge behandeling.
2.5.
Na de mondelinge behandeling heeft mr. Van Laar op verzoek van de rechtbank een bericht met aanvullende stukken ingestuurd op 19 mei 2026.

3.De feiten

3.1.
Uit de relatie van de ouders is geboren het minderjarige kind:
- [oude naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
3.2.
Op 11 januari 2012 is door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] ten behoeve van voornoemde minderjarige een geboorteakte opgemaakt met aktenummer: [aktegegevens] . Op deze geboorteakte staat onder meer vermeld:
- Geslachtsnaam: [achternaam] ;
- Voornamen: [oude voornamen] ;
- Geslacht: F (vrouwelijk).
3.3.
De vader heeft [de minderjarige] op 3 oktober 2011 erkend. De ouders zijn vanaf 7 mei 2012 gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] .
3.4.
[de minderjarige] is op dit moment veertien jaar oud.

4.De verzoeken

4.1.
De ouders verzoeken de rechtbank om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de ambtenaar te gelasten om aan de geboorteakte van de minderjarige een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: M (mannelijk);
- de voornaam van de minderjarige te wijzigen in: ‘ [de minderjarige] ’ en de ambtenaar te gelasten aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van deze wijziging van de voornamen.
4.2.
De ouders hebben ter onderbouwing van hun verzoeken samengevat het volgende aangegeven.
Geslachtswijziging
4.3.
De ouders en [de minderjarige] zijn er duurzaam van overtuigd dat [de minderjarige] niet tot het vrouwelijke, maar tot het mannelijke geslacht behoort. Toen [de minderjarige] nog erg jong was, werd al duidelijk dat de geslachtsaanduiding ‘vrouw’ niet bij hem past. De ouders zijn via de huisarts verwezen naar de ‘Tijhuis en Boland praktijk’ en daarna naar het Amalia Kinderziekenhuis, onderdeel van het RadboudUMC. In 2022 is [de minderjarige] na veel gesprekken en afwegingen gestart met hormoonremmers. De ouders stellen dat [de minderjarige] een bestendige wens tot geslachtsverandering heeft en veel ongemak ervaart van zijn huidige voornaam en huidige geslachtsregistratie. [de minderjarige] associeert zijn huidige voornaam met een meisje, terwijl hij zich een jongen voelt. In het contact met nieuwe mensen is [de minderjarige] bijvoorbeeld bang dat zij ontdekken dat hij als meisje is geboren. Dit is eenmaal voorgekomen en dat was voor [de minderjarige] een erg stressvolle situatie, waardoor hij niet meer naar school wilde. Ook het moeten meenemen van zijn identiteitsbewijs naar school in verband met een bezoek aan een organisatie gaf hem veel stress. De belemmeringen die [de minderjarige] ervaart omdat zijn geslacht niet overeenkomt met hoe hij zich voelt, zijn niet proportioneel. De ouders stellen verder dat zij niet de op grond van artikel 1:28a BW vereiste deskundigenverklaring kunnen overleggen omdat de huidige wetgeving niet voorziet in een bepaling voor het opvragen van een deskundigenverklaring voor minderjarigen die jonger zijn dan zestien jaar. Volgens de ouders tonen de overgelegde medische gegevens voldoende aan dat er bij [de minderjarige] de duurzame wens bestaat om van geslacht te veranderen. Uit de na de mondelinge behandeling overgelegde stukken blijkt de bestendigheid van het traject waarin [de minderjarige] zich bevindt. Bij die stukken zit een bericht van de heer [psycholoog] , klinisch psycholoog bij het Amalia Kinderziekenhuis te Nijmegen, waaruit blijkt dat hij geen officiële verklaring mag afgeven dat sprake is van genderdysphorie.
Voornaamswijziging
4.4.
De ouders stellen dat zij een voldoende zwaarwichtig belang hebben bij het wijzigen van de voornaam van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft in 2023 deze naam bedacht en per augustus 2024 is hij deze gaan gebruiken bij de overstap naar de middelbare school en een nieuw voetbalteam. Daar en in het ziekenhuis staat [de minderjarige] ook al geregistreerd onder deze voornaam. [de minderjarige] en zijn ouders vinden het belangrijk dat de voornaam aansluit bij hoe [de minderjarige] zich voelt en identificeert en verwachten dat dit helpend zal zijn bij het proces dat [de minderjarige] doorloopt.

5.Het standpunt van de ambtenaar

5.1.
Van de ambtenaar is geen standpunt ontvangen, hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld.

6.De beoordeling

De wijziging van het geslacht op de geboorteakte
6.1.
Aan de rechtbank ligt de vraag voor of de mogelijkheid bestaat om een mannelijke geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte van [de minderjarige] , ondanks dat [de minderjarige] veertien jaar oud is, omdat hij de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan staat vermeld in zijn geboorteakte. De huidige wetgeving laat deze aanpassing van de geboorteakte namelijk pas toe bij iemand van zestien jaar en ouder. Artikel 1:28 lid 1 BW Pro bepaalt, voor zover hier van belang, dat iedere Nederlander van zestien jaar of ouder die de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte, van die overtuiging aangifte kan doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de desbetreffende akte berust. In het vierde lid van dit artikel is bepaald dat de minderjarige van zestien jaar of ouder bekwaam is tot het doen van de in het eerste lid bedoelde aangifte ten behoeve van zichzelf, alsmede om ter zake in en buiten rechte op te treden.
6.2.
Bij de hiervoor genoemde aangifte bij de ambtenaar, dient op grond van de huidige wetgeving een deskundigenverklaring te worden overgelegd. Artikel 1:28a lid 1 BW bepaalt namelijk dat bij de aangifte wordt overgelegd een verklaring van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen deskundige, afgegeven ten hoogste zes maanden voor de datum van de aangifte. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat die deskundigenverklaring moet vermelden dat degene op wie de aangifte betrekking heeft jegens de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in zijn akte van geboorte en jegens de deskundige er blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. De deskundige geeft de verklaring niet af indien hij gegronde reden heeft om aan de gegrondheid van bedoelde overtuiging te twijfelen.
6.3.
Vaststaat dat de ouders geen deskundigenverklaring in de zin van artikel 1:28a BW hebben overgelegd. Er is wel de hiervoor genoemde verklaring van de heer [psycholoog] , waaruit blijkt van de bestendigheid van het traject waarin [de minderjarige] zich bevindt. In de gegeven omstandigheden en gelet op wat hierna nog wordt overwogen vindt de rechtbank dit toereikend.
6.4.
De rechtbank overweegt dat de maatschappelijke opvattingen over de mogelijkheid om een verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding toe te wijzen voor een minderjarige die jonger is dan zestien jaar, de laatste jaren sterk in ontwikkeling zijn. Bij de Tweede Kamer lag een wetsvoorstel strekkende tot wijziging van Boek 1 BW in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte. [1] Het wetsvoorstel strekte ertoe de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te versoepelen en de procedure te vereenvoudigen. Er werd onder meer voorgesteld om de leeftijdsgrens van zestien jaar te laten vervallen, waardoor het ook bij kinderen jonger dan zestien jaar mogelijk wordt gemaakt hun geslacht in de geboorteakte te wijzigen. Met deze wijziging zou ook de noodzaak van een deskundigenverklaring komen te vervallen. De laatste stand van zaken is dat dit wetsvoorstel bij brief van 11 augustus 2025 is ingetrokken, welke brief pas in januari 2026 is gepubliceerd. Op 15 december 2025 is een motie ingediend, die het kabinet oproept het wetsvoorstel tot wijziging van de voorwaarden voor wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte alsnog voor bespreking voor te leggen aan de Kamer. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunde de motie. Gelet op de intrekking ervan op 11 augustus 2025, zal een wetsvoorstel over dit onderwerp opnieuw moeten worden ingediend voordat het (alsnog) besproken kan worden.
6.5.
Nu het op dit moment onduidelijk is of, en zo ja, wanneer een aangepaste wet in werking treedt en hoe deze er dan uitziet, kan er naar het oordeel van de rechtbank niet worden vooruitgelopen op eventueel gewijzigde wetgeving op dit gebied. De rechtbank zal daarom het verzoek beoordelen op grond van de aard en inhoud daarvan en de verdere omstandigheden van het geval. De rechtbank ziet daarbij reden om te kijken naar de betekenis van artikel 8 EVRM Pro in dit verband. Artikel 8 lid 1 EVRM Pro bepaalt – voor zover hier van belang – dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven. In artikel 8 lid 2 EVRM Pro is vastgelegd dat geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
6.6.
Uit uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens komt naar voren dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 EVRM Pro vormt en dat genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt. Wetgeving die conflicteert met dit belangrijke aspect van de persoonlijke identiteit kan een serieuze inmenging opleveren in het privéleven. De Staat heeft een positieve verplichting om maatregelen te treffen die de inbreuken tegengaan. Voor de Staat bestaat er een ruime mate van beoordelingsvrijheid om te bepalen hoe deze positieve verplichting wordt vormgegeven. Daarbij dient te worden getoetst of op nationaal niveau sprake is van een redelijk evenwicht tussen enerzijds een effectieve bescherming van het belang van het individu en anderzijds de belangen die door de betrokken lidstaat worden gediend. Daarbij mag geen onmogelijke of disproportionele last op de overheid worden gelegd.
6.7.
Gelet op het voorgaande dient de rechtbank te beoordelen hoe de ruime mate van beoordelingsvrijheid die de Staat heeft, zich verhoudt tot de leeftijdsgrens van zestien jaar in de huidige wetgeving. In de Memorie van Toelichting [2] bij artikel 1:28 BW Pro wordt ten aanzien van de leeftijdsgrens in het eerste lid aangegeven dat onomkeerbare medische verrichtingen voor het bereiken van de leeftijd van meerderjarigheid hier te lande niet worden uitgevoerd. Ten aanzien van de leeftijdsgrens zoals opgenomen in het vierde lid van artikel 1:28 BW Pro wordt daar opgemerkt dat de leeftijd van zestien jaar wel meer wordt aangehouden als het om gewichtige aangelegenheden gaat waar een minderjarige zelfstandig kan beslissen: te denken valt met name aan de bekwaamheid om overeenkomsten voor geneeskundige behandeling ten behoeve van zichzelf aan te gaan (artikel 7:447 lid 1 BW Pro). In reactie op kamervragen [3] stelde de staatssecretaris vast te willen houden aan de leeftijdsgrens van zestien jaar waarbij de staatssecretaris het volgende heeft aangegeven: ‘
Wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte is immers een ingrijpende aangelegenheid, ook indien (…) lichamelijke aanpassing aan het gewenste geslacht niet heeft plaatsgevonden. Bedacht zij ook dat medicatie met onomkeerbare gevolgen bij personen onder de zestien jaar thans niet plaatsvindt’. Ook wordt daar vermeld dat de voorkeur wordt gegeven aan het hanteren van een concrete leeftijd. Hiermee wordt vermeden dat er een beoordelingsmoment voor de ambtenaar van de burgerlijke stand bestaat.
6.8.
Op grond van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de leeftijdgrens van zestien jaar wordt gehanteerd om de volgende drie redenen: (1) vanuit de afweging dat een minderjarige van zestien jaar of ouder bekwaam is tot het aangaan van een medische behandelingsovereenkomst, (2) met het oog op de mogelijk fluïde wens bij de minderjarige en (3) als praktische grens in de uitvoeringspraktijk.
6.9.
De rechtbank dient te beoordelen of in het specifieke geval van [de minderjarige] de beperking op zijn recht op privéleven door het hanteren van de leeftijdsgrens van zestien jaar, strookt met de positieve verplichting van de Staat om maatregelen te treffen die inbreuken op dit recht tegengaan en de ruime mate van beoordelingsvrijheid die de Staat daarbij heeft. De rechtbank loopt hiertoe de drie hiervoor genoemde redenen vóór het hanteren van de leeftijdsgrens van zestien jaar na.
1) een minderjarige kan pas vanaf zestien jaar een medische behandelingsovereenkomst sluiten
6.10.
De eerste reden is dat een minderjarige pas vanaf zestien jaar een medische behandelingsovereenkomst kan sluiten. In de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is in artikel 7:447 lid 1 juncto Pro artikel 7:446 lid 1 BW Pro bepaald dat een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, bekwaam is tot het aangaan van een overeenkomst inzake geneeskundige behandeling ten behoeve van zichzelf, alsmede tot het verrichten van rechtshandelingen die met de overeenkomst onmiddellijk verband houden. De rechtbank overweegt dat in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst ook een lagere leeftijdsgrens, namelijk vanaf twaalf jaar, wordt gehanteerd voor de situatie zoals bepaald in artikel 7:450 lid 2 BW Pro. In dit wetsartikel is vastgelegd dat indien de patiënt minderjarig is en de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, tevens de toestemming van de ouders die het gezag over hem uitoefenen of van zijn voogd is vereist. De rechtbank stelt vast dat het verzoek in overeenstemming is met de lijn die de ouders en [de minderjarige] samen hebben gekozen en het proces dat [de minderjarige] met steun van zijn ouders is ingegaan.
2) de mogelijke fluïde wens bij de minderjarige
6.11.
De tweede reden voor de leeftijdsgrens van zestien jaar is de mogelijke fluïde wens van de minderjarige tot geslachtswijziging. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken, het gesprek met [de minderjarige] en wat op de mondelinge behandeling is besproken, voldoende is gebleken dat er bij [de minderjarige] de duidelijke en duurzame wens bestaat om officieel als mannelijk geregistreerd te staan. [de minderjarige] heeft daartoe op jonge leeftijd al hulp ontvangen van de Tijhuis en Boland Praktijk en aansluitend vanaf maart 2020 is hij onder behandeling bij de genderpoli van het Amalia Kinderziekenhuis te Nijmegen, onderdeel van het Radboud UMC. In augustus 2022 is [de minderjarige] gestart met hormoonremmers. Op termijn zal [de minderjarige] testosteron krijgen. Uit de overgelegde stukken en in het gesprek van [de minderjarige] met de kinderrechter is naar voren gekomen waarom het voor hem zo belangrijk is dat de geslachtswijziging zo snel mogelijk officieel wordt. [de minderjarige] heeft er last van dat zijn naam en geslacht afwijken van hoe hij zich voelt. Op zijn ID-kaart staat bijvoorbeeld een verkeerde naam, omdat hij zich niet meer identificeert met de naam ‘ [oude voornaam minderjarige] ’. [de minderjarige] ervaart daardoor stress als hij zijn ID-kaart moet tonen. Reizen naar het buitenland is daardoor nu ook lastig. Hij is heel bang dat mensen door hebben dat hij eerst een meisje was en [oude voornaam minderjarige] heette. Eenmaal is door een kennis tegen een klasgenoot verteld dat [de minderjarige] vroeger [oude voornaam minderjarige] heette en een meisje is. Dat zorgde voor een hele stressvolle periode voor [de minderjarige] en zijn ouders. Het liefst wilde [de minderjarige] niet meer naar school, maar verhuizen om ergens anders opnieuw te beginnen. Uit de na de mondelinge behandeling overgelegde aanvullende stukken blijkt welke consulten bij het Amalia Kinderziekenhuis [de minderjarige] al heeft doorlopen en welke nog zullen volgen in de komende tijd. Duidelijk is dat [de minderjarige] in een proces van geslachtsverandering zit en dat dat (verder) vervolgd zal worden door een testosteronbehandeling als hij iets ouder is. De rechtbank ziet de urgentie vanuit [de minderjarige] om snel zijn geslachtsaanduiding en voornaam te kunnen wijzigen op zijn geboorteakte. Voor de rechtbank is duidelijk dat deze wens van [de minderjarige] bestendig is.
3) de praktische grens in de uitvoeringspraktijk
6.12.
De derde en laatste reden voor de leeftijdsgrens van zestien jaar is de praktische grens in de uitvoeringspraktijk. Hoewel deze leeftijdsgrens in de maatschappelijke samenleving duidelijkheid schept en voorkomt dat een ambtenaar van de burgerlijke stand in iedere concrete situatie afzonderlijk moet oordelen en beslissen, is het ook belangrijk om in bijzondere situaties in het belang van iemands identiteitsontwikkeling en bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een regel te kunnen afwijken. Van een dergelijke uitzonderingssituatie is hier sprake.
verdere overwegingen
6.13.
De rechtbank vindt dat [de minderjarige] en zijn ouders voldoende hebben onderbouwd dat de vermelding van het vrouwelijk geslacht in de geboorteakte van [de minderjarige] niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [de minderjarige] . Al vroeg in zijn leven (rond de leeftijd van 2 à 3 jaar) was duidelijk dat [de minderjarige] zich geen meisje voelde. Inmiddels presenteert hij zich al een aantal jaren naar de buitenwereld toe als een jongen en de kinderrechter zag tijdens het gesprek met [de minderjarige] ook duidelijk een (puber)jongen voor zich en geen meisje. De overtuiging van [de minderjarige] tot een ander geslacht te behoren dan in zijn geboorteakte staat, is naar het oordeel van de rechtbank weloverwogen en bestendig. Ondanks dat [de minderjarige] nog geen zestien jaar is, acht de rechtbank [de minderjarige] in staat om de consequenties van zijn verzoek te overzien, mede gelet op de voorlichting die hij hierover heeft gekregen en nog krijgt vanuit zijn behandelaren bij het Amalia Kinderziekenhuis. De ouders doen het verzoek en staan ook volledig achter de wens van [de minderjarige] tot het mannelijke geslacht te behoren. [de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter uitgelegd dat het zijn wens is dat het geslacht in zijn geboorteakte wordt gewijzigd. Zo is het voor [de minderjarige] erg belastend om zich te moeten identificeren met zijn ID-kaart, omdat daarin een andere naam en geslacht staat vermeld. [de minderjarige] wil niet anderen dit te weten komen. Gelet op al het vorenstaande heeft [de minderjarige] een zwaarwegend belang om zich ook officieel te kunnen presenteren als jongen.
conclusie
6.14.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat in het geval van [de minderjarige] de leeftijdsgrens van zestien jaar niet gehandhaafd kan blijven. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] om nu al tot een wijziging van de vermelding van het geslacht over te gaan. Dit is van essentieel belang voor het welzijn van [de minderjarige] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de ouders toewijzen en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte van [de minderjarige] , inhoudende de wijziging van het geslacht.
De wijziging van de voornaam
6.15.
De ouders hebben verzocht om ook de voornaam in de geboorteakte te wijzigen.
6.16.
Artikel 1:4 lid 4 BW Pro bepaalt dat de wijziging van de voornaam op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger van de betreffende persoon kan worden gelast door de rechtbank. Voor de wijziging van de voornaam moet er een zwaarwegend belang zijn.
6.17.
De rechtbank is van oordeel dat [de minderjarige] een zwaarwegend belang heeft bij de wijziging van zijn voornaam ‘ [oude voornaam minderjarige] ’ in ‘ [de minderjarige] ’, te meer omdat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding op de geboorteakte wordt toegewezen. Naar voren is gekomen dat [de minderjarige] , zijn ouders en familie al bijna twee jaar de voornaam ‘ [de minderjarige] ’ gebruiken. Met zijn officiële voornaam ‘ [oude voornaam minderjarige] ’ identificeert [de minderjarige] zich dan ook al lang niet meer. Hij wordt echter nog wel soms met deze naam geconfronteerd, omdat ‘ [oude voornaam minderjarige] ’ nog staat op officiële documenten, zoals zijn identiteitskaart. Voor [de minderjarige] is dit lastig. De rechtbank overweegt dat de gevraagde voornaam voorts is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW Pro. De rechtbank zal daarom het verzoek tot wijziging van de voornaam van ‘ [oude voornaam minderjarige] ’ naar ‘ [de minderjarige] ’ toewijzen, zodat de volledige naam zal luiden: ‘ [naam minderjarige] ’.
Overweging voor [de minderjarige]
6.18.
Hiervoor staat in juridische taal uitgelegd hoe de rechtbank over het verzoek denkt. In het kort komt het hierop neer. De rechtbank vindt dat [de minderjarige] en zijn ouders goed hebben uitgelegd waarom zij willen dat op de officiële papieren komt te staan dat [de minderjarige] het mannelijk geslacht heeft. Het is duidelijk dat [de minderjarige] zich al heel lang een jongen voelt. De wisseling van school en sportclub gaf hem de mogelijkheid om een nieuwe start te maken als jongen met de naam [de minderjarige] . De dreiging dat uitkomt dat hij een meisje is en dat hij alsnog als meisje met de naam [oude voornaam minderjarige] wordt benaderd levert veel stress op. [de minderjarige] en zijn ouders hebben begeleiding gezocht. [de minderjarige] zit midden in het proces naar geslachtsverandering. Dit is geen opwelling, maar een langlevende wens. [de minderjarige] en zijn ouders hebben hier heel goed en lang over nagedacht. Daarom vindt de rechtbank dat het belang van [de minderjarige] om zich verder als persoon te kunnen ontwikkelen voorop gesteld moet worden. De formele regels, zoals over een leeftijdsgrens en de vereiste deskundigenverklaring, mogen daaraan niet in de weg staan. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek toewijst, zodat in de geboorteakte komt te staan dat [de minderjarige] het mannelijk geslacht heeft en dat zijn officiële naam [voornamen minderjarige] zal zijn.

7.De beslissing

De rechtbank
7.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] aan de akte van geboorte met aktenummer [aktegegevens] , de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: M (mannelijk);
7.2.
gelast de wijziging van de voornaam van [oude naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , in die zin dat de voornamen zullen luiden:
‘ [voornamen minderjarige] ’en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] aan de akte van geboorte met aktenummer [aktegegevens] , de latere vermelding toe te voegen van deze wijziging van de voornamen;
7.3.
draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E.M. Overkamp, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Lens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.