Uitspraak
1.De procedure
- de pleitnota van Torenstad.
Rechtbank Gelderland
Tussen Torenstad en de gedaagde is een huurovereenkomst aangegaan voor de duur van één jaar, die tijdig is opgezegd en geëindigd per 1 februari 2025. Vervolgens sloot de gedaagde een koopovereenkomst met Torenstad onder voorbehoud van financiering, met een leveringsdatum van 31 januari 2025, die later werd uitgesteld tot uiterlijk 31 januari 2026.
De gedaagde kon echter geen hypothecaire lening verkrijgen, waarna de koopovereenkomst buitengerechtelijk werd ontbonden. Torenstad vordert daarop ontruiming van de woning en betaling van achterstallige vergoedingen wegens het gebruik van het gehuurde zonder recht of titel.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en dat de gedaagde vanaf 1 februari 2026 geen recht meer heeft om de woning te gebruiken. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt de betaling van de achterstallige vergoeding en wettelijke rente toegewezen, evenals de proceskosten.
De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van € 10.323,20 vermeerderd met rente, en een maandelijkse vergoeding van € 1.482,85 vanaf 1 mei 2026 tot ontruiming. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige vergoedingen met rente.