ECLI:NL:RBGEL:2026:5166

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
C/05/468148
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:274 lid 1 BWArt. 3:274 lid 3 BWArt. 3:29 lid 1 BWArt. 3:29 lid 4 BWArt. 334 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving na ontbinding vennootschap

De eiser heeft samen met haar overleden echtgenoot in 2003 een woning gekocht met een tweede hypotheek ten behoeve van Victoria Onroerend Goed. Deze vennootschap is in 2007 ontbonden en opgehouden te bestaan wegens het ontbreken van baten. De eiser vordert in kort geding dat de hypothecaire inschrijving waardeloos wordt verklaard en dat de bewaarder wordt gemachtigd deze door te halen.

De rechtbank oordeelt dat Victoria Onroerend Goed niet meer in rechte kan worden betrokken omdat zij is opgehouden te bestaan en er geen vereffenaar is. De eiser is daarom niet-ontvankelijk in haar vordering tegen de vennootschap. Wel is zij als onmiddellijk belanghebbende gerechtigd om de hypothecaire inschrijving waardeloos te laten verklaren.

Op basis van de stukken en stellingen is voldoende aannemelijk dat de lening is afgelost of inmiddels verjaard, waardoor de hypotheek waardeloos is geworden. De rechtbank wijst de vordering tot waardeloosverklaring toe onder de voorwaarde dat het bedrag van € 33.000 in depot wordt geplaatst bij een notaris. Het vonnis gaat in kracht van gewijsde en er staat geen rechtsmiddel meer open. De eiser draagt haar eigen proceskosten.

Uitkomst: De hypothecaire inschrijving wordt waardeloos verklaard en het bedrag wordt in depot geplaatst, het vonnis gaat in kracht van gewijsde.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/468148 / KZ ZA 26-87
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
[naam eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
advocaat: mr. N.G. Cornelissen,
tegen
VICTORIA ONROEREND GOED B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Victoria Onroerend Goed,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026.

2.De feiten

2.1.
[de eiser] heeft gezamenlijk met wijlen haar echtgenoot dhr. [naam] in 2003 de woning gekocht aan de [adres] te [plaatsnaam] . Bij aankoop van de woning is een tweede hypotheek gevestigd ten behoeve van Victoria Onroerend Goed ter zekerheid van de afbetaling van een door Victoria Onroerend Goed verstrekte lening van € 33.000,00. De hypotheek is ook voor dat bedrag ingeschreven.
2.2.
In het handelsregister is geregistreerd dat de kamer van koophandel het voornemen tot ontbinding van Victoria Onroerend Goed heeft medegedeeld op 3 september 2007. Op 30 oktober 2007 is geregistreerd dat Victoria Onroerend Goed is opgehouden te bestaan, omdat geen betekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 30 oktober 2007.
2.3.
De laatst ingeschreven bestuurder van Victoria Onroerend Goed was [bestuurder] . In de statuten is verder opgenomen dat indien geen vereffenaar wordt benoemd, de bestuurder de vereffenaar is.
3. Het geschil
3.1.
[de eiser] vordert - samengevat - dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen jegens Victoria Onroerend Goed, dat de hypothecaire inschrijving waardeloos wordt verklaard, dat wordt verstaan dat er geen rechtsmiddelen meer open staan tegen dit vonnis en dat de bewaarder van de registers wordt gemachtigd om de hypothecaire inschrijving door te halen.
3.2.
[de eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zover [de eiser] weet is de lening al voordat Victoria Onroerend Goed is ontbonden, afgelost. [de eiser] heeft ook niets meer vernomen van Victoria Onroerend Goed. Het enige bericht dat zij kan vinden dat over de desbetreffende lening lijkt te gaan dateert van 2005. [de eiser] is eventueel bereid om het ingeschreven bedrag in depot te plaatsen.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [de eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
spoedeisend belang
4.2.
Het spoedeisend belang volgt uit het feit dat [de eiser] op 29 juni 2026 haar woning vrij van hypotheek moet leveren. Anders verbeurt zij een boete en/of kan de koopovereenkomst potentieel ontbonden worden.
wettelijk kader
4.3.
Als een hypotheek teniet is gegaan, is op grond van artikel 3:274 lid 1 BW Pro is de schuldeiser verplicht om bij authentieke akte een verklaring af te geven dat de hypotheek is komen te vervallen. Op grond van lid 3 is artikel 3:29 BW Pro van overeenkomstige toepassing indien de verklaring niet wordt afgegeven. Op grond van artikel 3:29 lid 1 BW Pro kan de rechtbank op vordering van de onmiddellijk belanghebbende een inschrijving waardeloos verklaren als de verklaring niet wordt afgegeven.
vordering tegen Victoria Onroerend Goed
4.4.
Victoria Onroerend Goed is ontbonden en opgehouden te bestaan omdat zij geen baten meer had. [de eiser] heeft de voormalig enig bestuurder gedagvaard in persoon in haar hoedanigheid van vereffenaar van Victoria Onroerend Goed. Uit de stukken blijkt echter dat in het handelsregister is geregistreerd dat Victoria Onroerend Goed is opgehouden te bestaan omdat op 30 oktober 2007 geen bekende baten meer aanwezig waren. Dit betekent dat geen sprake is van een vennootschap in liquidatie die vereffend wordt en er is geen vereffenaar. Victoria Onroerend Goed is opgehouden te bestaan en kan niet in rechte betrokken worden. [de eiser] is daarom niet-ontvankelijk voor zover haar vordering zich richt tegen Victoria Onroerend Goed.
onmiddellijk belanghebbende
4.5.
Ondanks dat [de eiser] niet-ontvankelijk is in haar vordering tegen Victoria Onroerend Goed, is zij wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:29 lid 1 BW Pro. [de eiser] heeft daarom een zelfstandig belang om de hypothecaire inschrijving waardeloos te laten verklaren.
4.6.
Op basis van de stellingen van [de eiser] en de stukken die ter onderbouwing van de stellingen van [de eiser] in het dossier zijn overgelegd is voldoende aannemelijk geworden dat de lening niet meer opeisbaar is. [de eiser] stelt dat de lening is afgelost. Deze stelling is niet verder met stukken onderbouwd. Feit is wel dat Victoria Onroerend Goed is ontbonden en opgehouden te bestaan sinds 2007 en het lijkt er in ieder geval op dat sinds die tijd geen beroep meer is gedaan op aflossing van de lening. [de eiser] heeft contact gehad met de laatste bestuurder, de dagvaarding is in persoon aan haar betekend, en die had geen weet van de lening. Het is daarom in grote mate aannemelijk dat Victoria Onroerend Goed in ieder geval geen beroep meer heeft gedaan op aflossing van de lening sinds 2007. Voor zover de lening toen al niet was afgelost, is voldoende aannemelijk dat de vordering inmiddels is verjaard. Omdat de onderliggende vordering door betaling teniet is gegaan of niet meer opeisbaar is, is de hypotheek waardeloos geworden. De vordering om de hypotheek waardeloos te verklaring wordt daarom toegewezen.
kracht van gewijsde
4.7.
[de eiser] heeft verklaard dat zij niet in hoger beroep gaat tegen dit vonnis mits de verklaring van waardeloosheid wordt toegewezen. Nu deze verklaring wordt toegewezen, is sprake van berusting zoals bedoeld in artikel 334 Rv Pro. Hierdoor staat geen rechtsmiddel meer open tegen dit vonnis en gaat het vonnis per heden in kracht van gewijsde. Hierdoor is het direct mogelijk om deze verklaring in te schrijven zoals bedoeld in artikel 3:29 lid 4 BW Pro.
onbekende belanghebbenden
4.8.
Omdat de dagvaarding niet openbaar is betekend aan Victoria Onroerend Goed, hebben onbekende belanghebbenden gelieerd aan Victoria Onroerend Goed geen kennis kunnen nemen van de vordering van [de eiser] . Dit kan bijvoorbeeld gaan om rechtsopvolgers die geen inschrijving hebben genomen of crediteuren van Victoria Onroerend Goed. Een belangenafweging brengt met zich dat [de eiser] niet wordt verplicht om de dagvaarding te herstellen, dat zou ertoe leiden dat [de eiser] onevenredig benadeeld wordt. [de eiser] heeft reeds in haar dagvaarding verklaard dat zei bereid is om het bedrag van de inschrijving tijdelijk in depot te zetten. Ter zitting is daarom besproken dat [de eiser] wordt verplicht om het ingeschreven bedrag in depot te
plaatsenbij de notaris, het vonnis openbaar te beteken en het bedrag tot vier weken na openbare betekening in het depot te laten staan. Op die manier wordt in het zeer uitzonderlijke geval dat nog een derde zou willen opkomen tegen de waardeloosverklaring, diens belang voldoende behartigd. Vier weken na openbare betekening van het vonnis mag het bedrag weer worden vrijgegeven.
machtiging bewaarder
4.9.
Op grond van artikel 3:29 lid 4 BW Pro is de bewaarder na inschrijving van de waardeloosverklaring van rechtswege gemachtigd om de hypotheek door te halen. De vordering om hem daartoe te veroordelen wordt daarom afgewezen.
4.10.
[de eiser] dient haar eigen proceskosten te betalen omdat zij jegens Victoria Onroerend Goed niet-ontvankelijk is verklaard en Victoria Onroerend Goed niet meer bestaat.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verklaart [de eiser] niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens Victoria Onroerend Goed,
5.2.
verklaart de hypothecaire inschrijving ten behoeve van Victoria Onroerend Goed op de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] in [plaatsnaam] , kadastraal bekend, gemeente [plaatsnaam] , [kadasterkenmerken] , waardeloos in de zin van artikel 3:29 van Pro het Burgerlijk Wetboek,
5.3.
bepaalt dat de waardeloosverklaring niet eerder mag worden ingeschreven dan nadat een bedrag van € 33.000,00 in depot is geplaatst bij een notaris,
5.4.
bepaalt dat voornoemd depot weer mag worden vrijgegeven vier weken na de dag van openbare betekening van dit vonnis,
5.5.
verklaart dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open staat en dat de uitspraak met ingang van de dag van de uitspraak in kracht van gewijsde gaat,
5.6.
bepaalt dat [de eiser] haar eigen proceskosten draagt,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J.M. Weijnen en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.