ECLI:NL:RBGEL:2026:5192

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
ARN 24/6557
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Eiseres, geboren in 2002 en licht verstandelijk beperkt met epilepsie en angstklachten, diende een eerste Wajong-aanvraag in januari 2022 in, die door het UWV werd afgewezen wegens arbeidsvermogen. Een tweede aanvraag in december 2022 werd opgevat als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, maar ook deze werd afgewezen. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht niet is teruggekomen op het eerdere besluit.

De rechtbank stelt vast dat het UWV het verzoek zorgvuldig heeft onderzocht, inclusief een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een psychodiagnostisch onderzoek. De resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek leiden niet tot de conclusie dat het eerdere besluit onjuist was. De beperkingen van eiseres zijn meegenomen, maar vormen geen reden om het besluit te herzien.

De rechtbank benadrukt dat bij een verzoek om terug te komen op een onherroepelijk besluit de aanvrager nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren die het eerdere besluit onjuist maken. Dit is niet het geval. De rechtbank volgt de motivering van het UWV dat eiseres arbeidsvermogen heeft en dat de beperkingen niet zodanig zijn dat zij geen eenvoudige routinematige taken kan verrichten.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, het UWV is terecht niet teruggekomen op het eerdere besluit, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg en griffier ter Horst op 2 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV is terecht niet teruggekomen op het eerdere afwijzende besluit van 19 juli 2022.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6557

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. O. Kaya-Yazici).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het UWV om niet voor de toekomst terug te komen op het eerdere besluit van 19 juli 2022, waarbij de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) is afgewezen. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht niet is teruggekomen van het eerdere besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht niet is teruggekomen van het eerdere besluit. Eiseres krijgt dan ook geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 13 december 2022 een tweede aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft dit opgevat als een verzoek om terug te komen van het besluit van 19 juli 2022, waarbij de eerste aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering is afgewezen. Het UWV heeft dit afgewezen bij het besluit van 6 april 2023. Met het bestreden besluit van 6 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV hierbij gebleven, onder aanpassing van de motivering.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 19 december 2024.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A. Bal als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2002. Zij is licht verstandelijk beperkt en heeft – sinds een ongeval met haar fiets in 2015 – onder meer epilepsie en angstklachten. Zij woont samen met haar zoontje, haar moeder en haar zusje. Vanaf januari 2022 heeft eiseres individuele begeleiding ontvangen van Thuiszorg Evital uit een indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
3.1.
Eiseres heeft op 18 januari 2022 een eerste aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Na een onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige is de aanvraag van eiseres bij besluit van 19 juli 2022 afgewezen, omdat zij beschikt over arbeidsvermogen.
3.2.
Op 13 december 2022 heeft eiseres een tweede aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Daarbij heeft zij ingebracht de resultaten van een intelligentieonderzoek van 6 februari 2015. Na een onderzoek door een verzekeringsarts heeft het UWV het besluit van 6 april 2023 genomen zoals vermeld onder 2. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden om terug te komen van het besluit van 19 juli 2022.
3.3.
In bezwaar heeft het UWV aan eiseres gevraagd wat het doel is van haar herhaalde aanvraag. Daarop heeft eiseres laten weten dat het haar gaat om een verzoek om een beoordeling op grond van de duuraanspraken-jurisprudentie. [1] Eiseres heeft een verslag van een psychodiagnostisch onderzoek ingebracht van april/mei 2024, opgemaakt door een orthopedagoog werkzaam bij MEE. Na een onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Volgens het UWV is het besluit van 19 juli 2022 niet onjuist. Eiseres heeft op achttienjarige leeftijd, de datum van de eerste Wajong-aanvraag en dat moment [2] , arbeidsvermogen.
Is het verzoek om herziening terecht afgewezen?
4. Eiseres voert aan dat bij haar geen sprake is van arbeidsvermogen en dat ten onrechte niet is getoetst of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Volgens eiseres is zij niet vier uur per dag belastbaar vanwege onregelmatig optredende epilepsieaanvallen, de vermoeidheid en de verminderde energie in verband met het gebruik van medicatie. Verder is van belang dat eiseres ook niet eerder in staat is gebleken om te werken of stage te lopen, waarbij zij vier uur per dag moest werken. Zij kon ook maar maximaal drie uur per week naar school en heeft door haar beperkingen geen opleiding kunnen afronden. Ook moet worden meegenomen dat de epilepsieaanvallen getriggerd kunnen worden door externe factoren. Haar psychische klachten in combinatie met haar verstandelijke beperking zorgen ervoor dat ze moeite heeft met het begrijpen van mensen en regelmatig problemen heeft bij omgang met anderen. Zij kan daardoor niet functioneren in arbeid, omdat dit zorgt voor stress en daarmee een toename van de epilepsieaanvallen. Ook ontbreken bij haar basale werknemersvaardigheden. Eiseres heeft in arbeid moeite met het begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies van een werkgever vanwege haar beperkingen. Het UWV bevestigt ook dat eiseres praktisch geen leervermogen heeft. In ieder geval is gebleken dat zij afspraken niet kan nakomen, zonder daarbij één op één begeleiding te ontvangen. Eiseres wordt sinds haar ongeval begeleid door of haar moeder of professionele instanties. Volgens het UWV is er geen medische reden waarom eiseres niet op tijd kan zijn op afspraken, maar uit het psychodiagnostisch onderzoek blijkt dat eiseres moeite heeft met het op tijd komen op afspraken en dat zij haar opleidingen niet heeft kunnen afronden vanwege haar beperkingen. Overigens is op het psychodiagnostisch onderzoek niet gereageerd. Het onderzoek is dan ook onzorgvuldig uitgevoerd.
4.1.
Op grond van de duuraanspraken-jurisprudentie geldt dat voor een aanvraag, waarbij voor de toekomst wordt verzocht om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit, de aanvrager zijn aanvraag deugdelijk en toereikend moet onderbouwen. Met name zijn hierbij feiten en omstandigheden relevant die – ten minste ook – zien op de voor het oorspronkelijke besluit geldende beoordelingsdatum. Een enkele herhaling van feiten en omstandigheden die bij de beoordeling van de eerdere aanvraag zijn betrokken zal doorgaans niet voldoende zijn. Het is vervolgens aan het UWV om te onderzoeken of en in hoeverre het oorspronkelijke besluit onjuist was. Als de onjuistheid van het besluit door het UWV wordt vastgesteld, is het UWV gehouden een belangenafweging te maken en moet bij de bestuursrechter een minder terughoudende toetsing plaatsvinden. Het is met een evenwichtige en zorgvuldige belangenafweging niet verenigbaar dat een besluit, waarbij ten onrechte geen of een te lage aanspraak is toegekend, in zulke gevallen blijvend aan de aanvrager wordt tegengeworpen. [3] Het gaat hier dus niet om de toets of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Dat het UWV dit niet heeft getoetst, is dus terecht.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is het door de verzekeringsarts b&b verrichte onderzoek niet onzorgvuldig geweest. Dat hij niet gereageerd zou hebben op het psychodiagnostisch onderzoek is feitelijk onjuist. Dat het erop lijkt dat de resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek niet zijn gelezen, zoals eiseres tijdens de zitting heeft gesteld, volgt de rechtbank ook niet. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b van 26 juli 2024 volgt immers dat hij kennis heeft genomen van de resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek en daarop heeft gereageerd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres zijn gemist.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b toereikend gemotiveerd, dat de resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek geen aanleiding geven om aan te nemen dat het eerdere besluit van 19 juli 2022 onjuist is. Dat die resultaten aangeven dat eiseres op een licht verstandelijk beperkt -/uitzonderlijk laag cognitief niveau functioneert en de verzekeringsarts bij de eerdere beoordeling in 2022 bij de diagnose heeft geschreven: ‘zeer lichte verstandelijke beperking??’ en er van is uitgegaan dat eiseres op een eenvoudig niveau functioneert en haar IQ beneden gemiddeld lijkt, maakt het eerdere besluit nog niet onjuist. De verzekeringsarts b&b heeft voldoende gemotiveerd dat eiseres als gevolg van de laagbegaafdheid en het praktisch niet hebben van een leervermogen alleen taken kan verrichten die routinematig kunnen worden uitgevoerd en eenvoudig, voorspelbaar en gestructureerd zijn. Volgens de verzekeringsarts b&b komt dit overeen met de door eiseres ingebrachte informatie. De rechtbank volgt dit gelet op het in het verslag van het psychodiagnostisch onderzoek gegeven advies om voor eiseres individuele begeleiding in te zetten bij onder meer (sociale) contacten en communicatie met instellingen, bij het oplossen van haar problemen of bepaalde zaken die spelen en om structuur in en regie over haar persoonlijk leven aan te brengen en te behouden. Daarbij wordt geadviseerd om onder meer in eenvoudige taal en korte zinnen te spreken, belangrijke informatie te (laten) herhalen en informatie ook visueel aan te bieden. Hierbij acht de rechtbank van belang dat een eventuele noodzaak van voortdurend toezicht en intensieve begeleiding in beginsel niet in de weg staat aan het aannemen van arbeidsvermogen. [4] Eiseres heeft er tijdens de zitting nog op gewezen dat uit de resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek ook volgt dat eiseres bij haar stage in een supermarkt niet goed begreep hoe ze vakken moest vullen. Daaruit leidt eiseres af dat ze ook de geduide taak van het plaatsen van onderdelen op een printplaat niet kan verrichten, omdat dit moeilijker is dan vakkenvullen. Dit volgt de rechtbank niet. Bij een Wajong-beoordeling gaat het er niet om of eiseres kan werken, stage lopen of school kan volgen, maar of zij een specifieke Wajong-taak, eventueel in het kader van beschut werk en dus met intensieve begeleiding en permanent toezicht, kan uitvoeren. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de communicatie-adviezen zoals die zijn gegeven in het verslag van het psychodiagnostisch onderzoek. Hieraan doet niet af dat eiseres tijdens het onderzoek veel herhaling van een instructie nodig had, omdat daarmee rekening is gehouden bij de gegeven adviezen. Dat eiseres moeite heeft anderen te begrijpen betekent ook niet dat zij niet een specifieke Wajong-taak zou kunnen verrichten. Hetzelfde geldt voor het gestelde dat eiseres alles samen doet met haar moeder. De verzekeringsarts b&b heeft op dat punt in zijn rapport van 26 juli 2024 voldoende gemotiveerd dat hiervoor geen medische reden is. Verder is er bij het besluit van 19 juli 2022 ook uitgegaan van taken die eenvoudig moeten zijn en die geen groot appèl op schoolse vaardigheden doen en dat structuur en duidelijkheid gewenst is.
4.4.
Ook voor het overige is toereikend gemotiveerd dat wat eiseres heeft aangevoerd, niet leidt tot de conclusie dat het besluit van 19 juli 2022 onjuist is geweest. Met de onregelmatig optredende epilepsieaanvallen, dat stress daar een negatieve invloed op heeft, met de vermoeidheid en de verminderde energie door het gebruik van medicatie is bij het oorspronkelijke besluit rekening gehouden. De verzekeringsarts b&b heeft verder voldoende toegelicht dat eiseres in verband met de astma, epilepsie en angstklachten niet overvraagd moet worden en daarom is aangewezen op taken die routinematig kunnen worden uitgevoerd en eenvoudig, voorspelbaar en gestructureerd zijn. Dat voorkomt ook stress. Verder heeft hij voldoende gemotiveerd dat er geen medische reden is om aan te nemen dat de moeheid dusdanig is dat eiseres de eenvoudige, routinematige taken niet kan verrichten. Bij het oorspronkelijke besluit is er ook rekening mee gehouden dat eiseres in het schooljaar 2018-2019 maar enkele uren naar school is geweest en het praktijkonderwijs niet heeft afgerond. Dat dit niet afronden veroorzaakt is door haar beperkingen volgt niet uit de stukken. De informatie van de praktijkschool vermeldt juist dat dit was vanwege een verhuizing naar Duitsland.
4.5.
Wat eiseres aanvoert omtrent het moeite hebben met het begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies van een werkgever, waardoor bij haar basale werknemersvaardigheden ontbreken, slaagt ook niet. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij daartoe, met in begrip van de in het verslag van het psychodiagnostisch onderzoek gegeven adviezen en met begeleiding, medisch niet in staat is. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport van 26 juli 2024 verder voldoende toegelicht dat er geen medische reden is waarom eiseres niet op tijd zou kunnen zijn op afspraken. Dat in het verslag van het psychodiagnostisch onderzoek staat dat de begeleider van eiseres vraagt waarom het eiseres niet lukt om naar haar afspraken te gaan, is daarvoor onvoldoende. Ook dit maakt daarom niet dat geconcludeerd moet worden dat het oorspronkelijke besluit van 19 juli 2022 onjuist is geweest.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht niet voor de toekomst is teruggekomen van het eerdere besluit van 19 juli 2022. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit houdt in dat voor de toekomst wordt verzocht om terug te komen van het besluit van 19 juli 2022, zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1 en hierna onder ro. 4.1.
2.De rechtbank begrijpt: de datum van de tweede Wajong-aanvraag.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 2 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1478.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 12 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2052.