Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Nijmegen.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2.1. De burgemeester heeft bij e-mail van 20 maart 2026 aangegeven dat na 9 april 2026 een aanmaning zal worden verzonden en dat verzoeker een verzoek kan indienen om een betalingsregeling te treffen.
2.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker bij het verzoekschrift geen stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van het spoedeisend belang. De enkele stelling dat hij door het treffen van een betalingsregeling in financiële problemen zal komen is onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen, te meer nu op voorhand niet duidelijk is wat die betalingsregeling zal inhouden. Dat binnen een afzienbare tijd een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan is dan ook niet aannemelijk gemaakt. De conclusie is daarom dat er geen spoedeisend belang is.
3. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. Hiervan is niet gebleken.