ECLI:NL:RBGEL:2026:5201

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
K/5004/12091882
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 BWArt. 7:9 BWArt. 7:11 BWArt. 150 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument ontbindt koopovereenkomst wegens niet geleverde bestelling en vordert terugbetaling

Op 26 december 2024 bestelde de consument computerartikelen bij Megekko Webshop B.V. voor een bedrag van € 1.116,50, waarvan hij een deelbetaling van € 372,16 verrichtte. De levering zou op 28 december 2024 plaatsvinden, maar de consument ontving de bestelling niet. Megekko stelde dat het pakket bij de buurman was afgeleverd, maar dit werd gemotiveerd betwist met een verklaring van de buurman.

De kantonrechter oordeelde dat Megekko onvoldoende bewijs leverde dat de bestelling daadwerkelijk was afgeleverd bij de consument of diens buurman. Hierdoor was Megekko tekortgeschoten in haar leveringsverplichting. Na ingebrekestelling en het uitblijven van levering of terugbetaling, was de consument bevoegd de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden.

De rechtbank veroordeelde Megekko tot terugbetaling van de deelbetaling van € 372,16, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 juni 2025, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 67,55. Tevens werd Megekko veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot verklaring voor recht dat Megekko geen aanspraak meer heeft op betaling uit de koopovereenkomst werd eveneens toegewezen.

Uitkomst: Verkoper is tekortgeschoten in levering en moet deelbetaling, rente en incassokosten aan consument terugbetalen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 12091882 \ CV EXPL 26-381
Vonnis van 5 juni 2026
in de zaak van
[naam eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: mr. B. van Treijen,
toevoegingsnummer 2GZ4896,
tegen
MEGEKKO WEBSHOP B.V.,
kantoorhoudende te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Megekko,
procederend bij: M. Schouw (manager klantenservice & retouren).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de akte producties van [de eiser] ,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 26 december 2024 bestelt [de eiser] een aantal computerartikelen in de webwinkel van Megekko voor € 1.116,50. De bestelling heeft het ordernummer ME261224001092 (hierna: de bestelling) en het afleveradres is zijn adres aan de [straatnaam] [huisnummer eiser] te [woonplaats] .
2.2.
[de eiser] heeft in het bestelproces gekozen om in drie delen te betalen, waarna hij het eerste deel ter hoogte van € 372,16 heeft betaald.
2.3.
Op 28 december 2024 zou de bezorging van de bestelling door PostNL plaatsvinden. Op deze dag plakt [de eiser] daarom een briefje op zijn voordeur waarop staat: ‘Pakket bij nr. [huisnummer buurman] ’. Op het adres [straatnaam] [huisnummer buurman] te [woonplaats] woont [de buurman] , de buurman van [de eiser] (hierna: de buurman).
2.4.
Op 30 december 2024 neemt [de eiser] contact op met Megekko waarbij hij laat weten dat hij de bestelling niet heeft ontvangen.
2.5.
Op 14 januari 2025 om 15:44 uur stuurt Megekko een mail naar [de eiser] . In de mail staat, voor zover relevant, het volgende:
“We hebben navraag gedaan bij de betreffende afdeling, en de bezorgdienst laat ons het volgende weten: “Het depot heeft navraag gedaan bij de chauffeur, en geeft mij de volgende terugkoppeling: de chauffeur heeft het bij nummer 3 bezorgd, er hing een briefje aan de deur, zie foto. Hij twijfelde al heel erg of hij dit wel moest doen, vandaar een foto gemaakt. Maar hij gaat dit niet meer doen de volgende keer.” Je bestelling ligt dus in ieder geval bij nummer 3. In de toekomst zal de bezorger niet meer naar dit briefje luisteren voor de veiligheid.”
2.6.
Op 14 januari 2025 om 18:01 uur mailt [de eiser] naar Megekko dat de buurman niet aanwezig was op 28 december 2024 en dat de bestelling daar niet ligt.
2.7.
Op 26 januari 2025 stuurt [de eiser] een mail naar Megekko waarin hij schrijft dat de bestelling niet bij zijn buurman is geleverd. Verder staat in de mail, voor zover relevant, het volgende:
“Via deze brief geef ik u een laatste kans om u aan de afspraak te houden, ik geef u hiervoor EEN WEEK de tijd om de bestelling opnieuw te sturen of mijn eerst betaling (372,16 €) terugbetalen naar mijn rekeningnummer.
Doet u dat niet, dan zal ons contract ontbinden, ook stel ik u vast aansprakelijk voor alle schade die ik hierdoor heb gehad want ik had de producten dreigend nodig voor mijn werk en studie afgelopen maand.”
2.8.
Op 21 mei 2025 stuurt de gemachtigde van [de eiser] een brief aan Megekko waarin hij namens [de eiser] de koopovereenkomst ontbindt. Hierin wordt Megekko ook gesommeerd tot terugbetaling binnen veertien dagen van de deelbetaling van € 372,16.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • de veroordeling van Megekko tot betaling van € 372,16, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 mei 2025,
  • te verklaren voor recht dat er bij Megekko, en eventuele rechtsopvolgers, geen recht bestaat op betaling uit de koopovereenkomst zoals gedaan bij Megekko op 26 december 2024 met ordernummer ME261224001092,
  • de veroordeling van Megekko tot betaling van € 67,55 aan buitengerechtelijke kosten, dan wel een bedrag in goede justitie te betalen,
  • de veroordeling van Megekko in de proceskosten.
3.2.
[de eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Megekko tekort is geschoten in de nakoming van de (consumenten)koopovereenkomst, aangezien Megekko de bestelling niet heeft geleverd. Ondanks aanmaning is Megekko niet overgegaan tot levering. Hij heeft de overeenkomst daarom buitengerechtelijk ontbonden en vordert de gedeeltelijk betaalde koopsom van € 372,16 terug. Aangezien incassobureaus de resterende vordering willen incasseren, vordert [de eiser] een verklaring voor recht dat Megekko geen recht op betaling heeft uit de koopovereenkomst met betrekking tot de bestelling. Aangezien Megekko de (gedeeltelijke) aankoopsom van € 372,16, ondanks sommatie, niet heeft terugbetaald, is zij de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 67,55 verschuldigd geworden.
3.3.
Megekko voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met veroordeling van [de eiser] in de kosten van deze procedure. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak staat de vraag centraal of Megekko tekort is geschoten in de op haar rustende verplichting om de door [de eiser] bestelde goederen te leveren, of [de eiser] om die reden terecht de koopovereenkomst heeft ontbonden en of hij recht heeft op terugbetaling van de door hem verrichte deelbetaling.
4.2.
Bij de beoordeling stelt de kantonrechter voorop dat sprake is van een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW Pro aangezien [de eiser] als consument computerartikelen heeft gekocht bij Megekko, die als verkoper heeft gehandeld in het kader van haar bedrijfsactiviteit.
4.3.
Een overeenkomst kan worden ontbonden als een partij tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst. Artikel 7:9 BW Pro bepaalt dat de verkoper verplicht is de verkochte zaak af te leveren aan de koper en dat onder aflevering wordt verstaan het stellen van de zaak in het bezit van de koper. [de eiser] stelt dat hij de bestelling niet heeft ontvangen. Megekko voert als verweer aan dat zij de bestelling wel degelijk heeft afgeleverd. De kantonrechter overweegt dat Megekko zich hiermee op het standpunt stelt dat zij de koopovereenkomst correct is nagekomen en dat de op haar rustende verplichting tot aflevering van de verkochte zaak daardoor teniet is gegaan. Op grond van artikel 7:11 BW Pro in verband met artikel 150 Rv Pro is het in dit geval aan Megekko om voldoende onderbouwd te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat de bestelling aan [de eiser] is afgeleverd.
4.4.
Tussen partijen staat vast dat de bestelling niet op het adres van [de eiser] is bezorgd. Megekko stelt dat zij conform het verzoek van [de eiser] de bestelling bij de buurman heeft geleverd – opmerkelijk genoeg naar eigen zeggen in strijd met haar eigen voorwaarden – en heeft dit onderbouwd door navraag te doen bij PostNL. PostNL heeft daarop contact opgenomen met de pakketbezorger en hij heeft teruggekoppeld dat hij het pakket bij nummer drie heeft bezorgd. Hierbij is een foto van de voordeur van [de eiser] met het briefje bijgevoegd. [de eiser] heeft de stelling van Megekko gemotiveerd betwist met een getekende verklaring van de buurman, waarin staat dat hij op de (gestelde) bezorgdag geen pakketten heeft aangenomen en dat hij toen ook niet thuis was. Megekko heeft wel een afschrift van de status van het pakket bijgevoegd, maar de kantonrechter overweegt dat dit geen onderbouwing vormt voor een aflevering bij de buren. Hoewel op het afschrift staat dat het pakket is bezorgd, staat daarop enkel het adres van [de eiser] en wordt hij aangemerkt als de ontvanger van het pakket. Er wordt niet gesproken over een levering bij een ander persoon of adres. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [de eiser] had het op de weg van Megekko gelegen om nader (met stukken) te onderbouwen dat de bestelling bij de buurman is bezorgd. Dit laatste is daarom niet vast komen te staan, zodat daaraan niet de conclusie kan worden verbonden dat [de eiser] de bestelling daadwerkelijk heeft ontvangen.
4.5.
Gelet op het voorgaande neemt de kantonrechter als vaststaand feit aan dat geen bezitsverschaffing heeft plaatsgevonden. Megekko heeft nog aangevoerd dat zij niet is tekortgeschoten in de op haar rustende verplichting tot aflevering aangezien [de eiser] in strijd heeft gehandeld met de aflevervoorwaarden en dat hij pas na twee dagen actie heeft ondernomen. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden niet afdoen aan de afleververplichting van Megekko als verkoper. Daarom slagen de verweren niet. Aangezien geen bezitsverschaffing heeft plaatsgevonden, is Megekko tekort geschoten in de nakoming van haar verplichting uit de koopovereenkomst tot aflevering van de bestelling.
4.6.
De bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden ontstaat pas als sprake is van verzuim. [de eiser] heeft Megekko op 26 januari 2025 verzocht om haar verplichting tot levering alsnog binnen een week na te komen. Megekko heeft geen gehoor gegeven aan deze ingebrekestelling, waardoor zij in verzuim verkeert. Gelet op het voorgaande was [de eiser] bevoegd om de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De ontbinding heeft tot gevolg dat partijen worden bevrijd uit de verbintenissen uit de overeenkomst en dat reeds ontvangen prestaties ongedaan moeten worden gemaakt. Dit betekent dat [de eiser] recht heeft op teruggave van de door hem (gedeeltelijk) betaalde koopprijs. Megekko zal gelet op het voorgaande dus worden veroordeeld tot terugbetaling van de deelbetaling van € 372,16.
4.7.
Aangezien [de eiser] terecht tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst is overgegaan, heeft Megekko geen recht (meer) op betaling van de koopprijs. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.
4.8.
Megekko is ook wettelijke rente verschuldigd, omdat zij de deelbetaling niet binnen de termijn van veertien dagen uit de ingebrekestelling van 21 mei 2025 heeft terugbetaald. Aangezien zij daardoor in verzuim verkeert, zal de gevorderde wettelijke rente daarom worden toegewezen vanaf de datum waarop de termijn uit de ingebrekestelling is verstreken, te weten 5 juni 2025, tot aan de dag van volledige betaling.
4.9.
De kantonrechter overweegt dat [de eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten. De hoogte van het gevorderde bedrag van € 67,55 is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en die worden geacht redelijk te zijn, zodat de vordering ook op dit punt zal worden toegewezen.
4.10.
Megekko wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [de eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Megekko niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [de eiser] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
Totaal
310,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Megekko om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 372,16, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
verklaart voor recht dat er bij Megekko, en eventuele rechtsopvolgers, geen recht bestaat op betaling uit de koopovereenkomst zoals gedaan bij Megekko op 26 december 2024 met ordernummer ME261224001092,
5.3.
veroordeelt Megekko om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 67,55 aan buitengerechtelijke kosten,
5.4.
veroordeelt Megekko in de proceskosten van € 310,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
5 juni 2026.
67756/560