ECLI:NL:RBGEL:2026:5212

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
ARN 26/1712
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Meststoffenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen boetes Meststoffenwet met schorsing besluiten

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om twee boetes van in totaal €90.300 op te leggen wegens overtredingen van de Meststoffenwet. De minister handhaafde deze boetes in een besluit van 27 november 2025.

De minister bood aan de inning van de boetes op te schorten tot twee weken na de uitspraak in de bodemzaak, mits verzoeker zelf de proceskosten draagt. Verzoeker wees dit aanbod af, waarna de minister executoriaal beslag liet leggen op bankrekeningen en voertuigen van verzoeker, met dreiging van executoriale verkoop.

De voorzieningenrechter constateert dat niet-schorsing onomkeerbare gevolgen heeft door verkoop van voertuigen. Gezien de belangen en het aanbod van de minister, wordt een ordemaatregel getroffen waarbij de boetebesluiten worden geschorst. Een zitting over de voorlopige voorziening wordt gepland in het najaar van 2026. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de bodemprocedure is afgerond.

Uitkomst: De boetebesluiten worden geschorst om executoriale verkoop van voertuigen te voorkomen tot de bodemprocedure is afgerond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1712

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. A.C.M. Brom),
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigde: mr. H.J. Kram).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de minister om verzoeker twee boetes op te leggen van in totaal € 90.300 in verband met overtredingen van de Meststoffenwet. De minister heeft deze boetes opgelegd in een besluit van 9 januari 2025. Met het bestreden besluit van 27 november 2025 op het bezwaar van verzoeker heeft de minister de boetes gehandhaafd.
1.1. Verzoeker heeft beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.2. De minister heeft bij brief van 3 april 2026 verklaard gezien de omvang van de in het geding zijnde bestuurlijke boete en de inhoud van het verzoekschrift bereid te zijn de inning van dit bedrag aan te houden tot twee weken nadat uitspraak is gedaan in de bodemzaak ARN 26/118, mits verzoeker bereid is zelf zijn kosten (proceskosten en griffierecht) voor het aanhangig maken van dit verzoek te dragen.
1.3. Verzoeker heeft het aanbod van de minister niet aanvaard. Dit betekent dat de minister de opgelegde bestuurlijke boete kan invorderen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gerechtsdeurwaarder op 30 maart 2026 namens de minister bankbeslag geeft gelegd bij verzoeker. Ook is beslag gelegd op de voertuigen van verzoeker. De voertuigen zullen executoriaal worden verkocht.
1.4.
De voorzieningenrechter stelt vast dat als het verzoek van verzoeker niet wordt toegewezen, tot executoriale verkoop van de voertuigen zal worden overgegaan. Dit zal derhalve tot onomkeerbare gevolgen leiden.
1.5.
Op korte termijn is het plannen van een zitting niet mogelijk. Na afweging van de verschillende belangen, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de minister op zichzelf wel bereid is de inning op te schorten, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een ordemaatregel te treffen. De ordemaatregel houdt in dat de besluiten van 9 januari 2025 en 27 november 2025 worden geschorst.
1.6.
De voorzieningenrechter zal in het najaar van 2026 een zitting plannen, waarbij zal worden beoordeeld of aanleiding bestaat de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
1.7.
Een beslissing over de proceskosten houdt de voorzieningenrechter aan tot de beslissing tot handhaving, opheffing of wijziging van de nu getroffen voorlopige voorziening

Beslissing

De voorzieningen schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van 9 januari 2025 en 17 november 2925.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.