ECLI:NL:RBGEL:2026:5232

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
12025970
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 7:225 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst wegens herhaalde huurachterstand

Stichting ProWonen verhuurt een woning aan [gedaagde] c.s. die meerdere malen een huurachterstand heeft laten ontstaan. Na eerdere procedure over een achterstand van zes maanden, ontstond opnieuw een achterstand van bijna drie maanden. ProWonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

De kantonrechter stelt vast dat de huurder de huur niet tijdig heeft betaald en dat buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd zijn. De huurder heeft een deel van de betalingen betwist, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De ontbinding wordt voorwaardelijk uitgesproken, waarbij de huurder een laatste kans krijgt om de huur tijdig te voldoen.

Indien de huur niet tijdig wordt betaald, zal de huurovereenkomst ontbonden zijn en moet de huurder binnen veertien dagen ontruimen. De gebruiksvergoeding wordt toegewezen vanaf mei 2026. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, maar niet tot vergoeding van extra proceskosten wegens vermeend onrechtmatig handelen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden wegens herhaalde huurachterstand met veroordeling tot betaling van incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, en ontruiming bij niet tijdige betaling.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 12025970 \ CV EXPL 25-3532
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
STICHTING PROWONEN,
te Borculo,
eisende partij,
hierna te noemen: ProWonen,
gemachtigde: mr. S. Pelgrim (AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders),
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde sub 3],
te [woonplaats] ,
4.
[gedaagde sub 4],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna gedaagden sub 1 en 2 gezamenlijk te noemen: [gedaagde ] c.s. (in mannelijk enkelvoud),
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 januari 2026,
- de e-mail van 19 januari 2026 van [gedaagde ] c.s. met producties,
- de brief van 20 maart 2026 van ProWonen met producties,
- de brief van 24 maart 2026 van ProWonen met productie,
- de e-mailberichten van 31 maart 2026 van [gedaagde ] c.s. met producties,
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de akte van ProWonen,
- de antwoordakte van [gedaagde ] c.s.,
- de brief van [gedaagde ] c.s. met producties, ter griffie ontvangen op 10 juni 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
ProWonen verhuurt aan [gedaagde ] c.s. de woning met toebehoren aan het adres [adres] te [woonplaats] tegen een maandelijks bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van laatstelijk € 636,10.
2.2.
[gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn de meerderjarige kinderen van [gedaagde ] c.s. en zij wonen ook in het gehuurde.
2.3.
[gedaagde ] c.s. heeft gerekend tot en met 1 april 2025 een huurachterstand van zes maanden laten ontstaan. Partijen hebben daarover geprocedeerd bij de kantonrechter van deze rechtbank (zaakgegevens 11561434 CV EXPL 25-557). ProWonen heeft in die procedure onder meer betaling door [gedaagde ] c.s. van de huurachterstand gevorderd. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [gedaagde ] c.s. de volledige huurachterstand ingelopen. Bij mondelinge uitspraak van 19 juni 2025 heeft de kantonrechter [gedaagde ] c.s. veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 137,32 wegens de onbetaald gebleven buitengerechtelijke incassokosten en een bedrag van € 927,77 aan proceskosten.
2.4.
Vanaf mei 2025 heeft [gedaagde ] c.s. de huur niet tijdig aan ProWonen betaald.
2.5.
Op 7 augustus, 5 september en 10 december 2025 heeft de gemachtigde van ProWonen aan [gedaagde sub 1] een zogenoemde 14-dagenbrief verzonden.
In de laatste brief is onder meer vermeld:
“(…)U wordt nog éénmaal in de gelegenheid gesteld om binnen een termijnbinnen 14 dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgdhet bedrag van€ 1.272,20 (huur november en december 2025)onder vermelding van het dossiernummer over te maken (…)”
2.6.
Op 16 december 2025 (na het uitbrengen van de dagvaarding) heeft [gedaagde ] c.s. een bedrag van € 1.272,20 aan de incassogemachtigde van ProWonen betaald onder vermelding van het dossiernummer dat in de brief van 10 december 2025 is vermeld.

3.Het geschil

3.1.
Stichting ProWonen vordert (samengevat), na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
1. de huurovereenkomst zal ontbinden,
2. [gedaagde ] c.s. en [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal veroordelen tot ontruiming van het gehuurde,
3. [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal veroordelen de gevorderde ontruiming te gehengen en te gedogen,
4. [gedaagde ] c.s. en [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 369,37, vermeerderd met wettelijke rente,
5. [gedaagde ] c.s. en [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal veroordelen tot betaling van de nog te verschijnen termijnen van € 636,10, te vermeerderen met eventuele verhogingen,
6. [gedaagde ] c.s. en [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
7. [gedaagde ] c.s. zal veroordelen tot betaling van de reële proceskosten voor het nemen van de akte na de mondelinge behandeling,
3.2.
[gedaagde ] c.s. en [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vordering van ProWonen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Huurachterstand
4.1.
ProWonen vorderde aanvankelijk in deze procedure betaling van een huurachterstand van € 1.907,00. Nadat de dagvaarding is uitgebracht heeft [gedaagde ] c.s. diverse betalingen aan (de incassogemachtigde van) ProWonen verricht. ProWonen heeft vervolgens in de akte na de mondelinge behandeling haar eis verminderd in die zin dat zij niet langer betaling van een huurachterstand vordert.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
4.2.
ProWonen maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Niet in geschil is dat [gedaagde ] c.s. gerekend tot en met 7 augustus 2025 een huurachterstand heeft laten ontstaan van € 1.250,60 en dat hij deze huurachterstand heeft ingelopen na afloop van de betalingstermijn die in de aanmaning van 7 augustus 2025 is gegeven. Voorts is niet in geschil dat [gedaagde ] c.s. gerekend tot en met 5 september 2025 een huurachterstand van € 636,10 heeft laten ontstaan en dat hij deze huurachterstand heeft ingelopen na afloop van de betalingstermijn die in de aanmaning van 5 september 2025 is gegeven. [gedaagde ] c.s. is daarom in beginsel buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Aangezien voormelde aanmaningen voorts voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro en de hoogte van het gevorderde bedrag in overeenstemming is met het tarief dat is weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijn de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten jegens [gedaagde ] c.s. ter hoogte van € 342,44 toewijsbaar.
4.3.
[gedaagde ] c.s. moet aan ProWonen ook wettelijke rente betalen over de huur die te laat is betaald. De jegens [gedaagde ] c.s. gevorderde wettelijke rente, tot 26 november 2025 berekend op een bedrag van € 26,93, is als op de wet gegrond eveneens toewijsbaar.
4.4.
De vordering die strekt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zal worden afgewezen omdat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] geen huurders van het gehuurde zijn en een grondslag voor toewijzing van dit onderdeel van de vordering ontbreekt.
Verrekening
4.5.
[gedaagde ] c.s. stelt dat hij nog een bedrag tegoed heeft van ProWonen omdat hij vanaf mei 2025 meer huur aan ProWonen heeft betaald dan hij eigenlijk was verschuldigd. De kantonrechter begrijpt dit verweer aldus dat [gedaagde ] c.s. zich beroept op verrekening met een tegenvordering die hij stelt te hebben op ProWonen.
4.6.
[gedaagde ] c.s. heeft diverse bankafschriften overgelegd waaruit volgens hem blijkt welke betalingen hij aan ProWonen heeft verricht. Wanneer deze bankafschriften worden vergeleken met het overzicht dat ProWonen als productie E bij de akte na de mondelinge behandeling heeft ingebracht, zijn partijen het erover eens dat [gedaagde ] c.s. vanaf 16 mei 2025 tot en met 13 april 2026 in ieder geval de volgende betalingen aan (de incassogemachtigde van) ProWonen heeft verricht:
Betaaldatum
Bedrag
16-05-2025
€ 609,90
10-07-2025
€ 628,50
11-09-2025
€ 628,50
06-10-2025
€ 628,00
27-10-2025
€ 628,50
16-12-2025
€ 300,00
17-12-2025
€ 636,10
13-04-2026
€ 638,50
13-04-2026
€ 638,50
13-04-2026
€ 638,50
13-04-2026
€ 638,50
Totaalbedrag
€ 6.613,50
4.7.
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde ] c.s. op 10 juli 2025 een bedrag van € 1.210,00 aan ProWonen heeft betaald. [gedaagde ] c.s. heeft ter onderbouwing van deze gestelde betaling twee bankafschriften van zijn zakelijke bankrekening overgelegd waarin een betaling is weergegeven van € 1.210,00 aan ProWonen. ProWonen betwist gemotiveerd dat zij deze betaling heeft ontvangen. Zij heeft daartoe diverse screenshots van haar bankrekening overgelegd waaruit blijkt dat zij heeft gezocht op zowel het rekeningnummer van de zakelijke rekening van [gedaagde ] c.s. als op de hoogte van de betaling maar dat op basis van deze zoekopdrachten de gestelde betaling van 10 juli 2025 niet is gevonden. In het licht van deze gemotiveerde betwisting had het op de weg van [gedaagde ] c.s. gelegen de stelling dat hij op 10 juli 2025 voormeld bedrag aan ProWonen heeft betaald, verder te onderbouwen. [gedaagde ] c.s. heeft dat echter nagelaten. [gedaagde ] c.s. heeft daarmee zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken is dan ook dat [gedaagde ] c.s. op 10 juli 2025 € 1.210,00 aan ProWonen heeft betaald.
4.8.
[gedaagde ] c.s. heeft op 16 december 2025 een bedrag van € 1.272,20 aan de incassogemachtigde van ProWonen betaald. ProWonen heeft van deze betaling € 972,00 afgeboekt op de door [gedaagde ] c.s. verschuldigde proceskosten van de vorige procedure tussen partijen en € 300,00 op de huurachterstand. Om deze reden is in het hiervoor onder r.o. 4.6. opgenomen overzicht bij de betaling van 16 december 2025 een bedrag van € 300,00 opgenomen. In de akte na de mondelinge behandeling heeft ProWonen dit echter hersteld en heeft zij ook het bedrag van € 972,00 in mindering gebracht op de huurachterstand. Uitgangspunt is dan ook dat [gedaagde ] c.s. over de periode van 16 mei 2025 tot en met 13 april 2026 een bedrag van € 7.585,50 (€ 6.613,50 + € 972,00) aan huur heeft betaald. [gedaagde ] c.s. was over deze periode een totaalbedrag van € 7.574,80 ((2 x € 606,90) + (10 x € 636,10)) aan huur aan ProWonen verschuldigd. Dit betekent dat [gedaagde ] c.s. € 10,70 (€ 7.574,80 -/- € 7.585,50) teveel aan huur heeft betaald. Dit bedrag strekt in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten. In zoverre slaagt het verweer van [gedaagde ] c.s. op dit punt. De vordering die strekt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 331,74 (€ 342,44 -/- € 10,70).
Ontbinding en ontruiming
4.9.
Aan de orde is vervolgens de vraag of de huurovereenkomst moet worden ontbonden. Uitgangspunt bij deze beoordeling is artikel 6:265 BW Pro waarin is bepaald dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis in de regel ontbinding wettigt. Dat is slechts anders als de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat de huurachterstand van bijna drie maanden die [gedaagde ] c.s. voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding heeft laten ontstaan terwijl ProWonen ook al in 2025 een procedure jegens [gedaagde ] c.s. aanhangig heeft gemaakt wegens een huurachterstand van zes maanden, de ontbinding en de ontruiming rechtvaardigt.
4.11.
Gezien de ingrijpendheid van een ontbinding en ontruiming, het woonbelang van [gedaagde ] c.s. en zijn kinderen en de omstandigheid dat nu geen sprake is van een huurachterstand, ziet de kantonrechter aanleiding om de ontbinding slechts voorwaardelijk toe te wijzen. Dat wil zeggen dat de huurovereenkomst pas zal zijn ontbonden als de huur weer niet (op tijd) wordt betaald. Daarmee wordt aan [gedaagde ] c.s. een allerlaatste kans geboden om te laten zien dat hij bereid is en in staat is om aan de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen te kunnen voldoen. Hij dient zich daarbij goed te realiseren dat het niet tijdig betalen van de huur, automatisch met zich brengt dat [gedaagde ] c.s. de woning dan alsnog zal moeten ontruimen en dat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] die ontruiming moeten gehengen en gedogen. De ontruimingstermijn zal op veertien dagen worden bepaald.
4.12.
De gevorderde gebruiksvergoeding zal op grond van artikel 7:225 BW Pro worden toegewezen jegens [gedaagde ] c.s. met dien verstande dat de gebruiksvergoeding zal worden toegewezen vanaf de maand mei 2026 omdat vast staat dat [gedaagde ] c.s. de huur tot en met april 2026 heeft betaald. De jegens [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] gevorderde gebruiksvergoeding zal worden afgewezen omdat zij geen huurders van het gehuurde zijn.
4.13.
De uitspraak zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard gelet op het belang van ProWonen om, als de overeenkomst wordt ontbonden, de woning zo snel mogelijk aan een ander te kunnen verhuren.
4.14.
[gedaagde ] c.s. is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
ProWonen vordert dat [gedaagde ] c.s. wordt veroordeeld in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten voor het nemen van de akte na de mondelinge behandeling. ProWonen stelt daartoe dat [gedaagde ] c.s. vervalste betalingsbewijzen in het geding heeft gebracht en dat ProWonen daarom extra kosten heeft moeten maken.
De kantonrechter overweegt dat voor toewijzing van de werkelijk gemaakte proceskosten alleen aanleiding bestaat als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door [gedaagde ] c.s. Daarvan is in dit geval niet gebleken. De enkele omstandigheid dat de gestelde betaling van 10 juli 2025 niet voorkomt in het systeem van ProWonen en [gedaagde ] c.s. er vervolgens niet in is geslaagd het bestaan van deze gestelde betaling verder te onderbouwen, maakt niet dat daardoor vast staat dat [gedaagde ] c.s. het betalingsbewijs heeft vervalst en dat hij daarom onrechtmatig heeft gehandeld.
De proceskosten van ProWonen zullen overeenkomstig het liquidatietarief worden vastgesteld en begroot als volgt:
- kosten van de dagvaarding
149,77
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
651,00
(3 punten × € 217,00)
- nakosten
109,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.438,77

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde ] c.s. hoofdelijk om aan ProWonen te betalen een bedrag van € 358,67, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 1.907,00 vanaf 10 december 2025 tot 16 december 2025,
5.2.
veroordeelt [gedaagde ] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.438,77, te vermeerderen met de kosten van betekening,
en voor het geval
- delopende huurmet ingang van de maand mei 2026 niet telkens stipt op tijd
(dat wil zeggen telkens uiterlijk de eerste van de maand) (zal zijn of) wordt betaald:
5.3.
ontbindt de huurovereenkomst met ingang van de dag nadat [gedaagde ] c.s. ten aanzien van de nakoming van de bovenbedoelde betalingsverbintenis in verzuim is geraakt en veroordeelt [gedaagde ] c.s. om het gehuurde aan het adres [adres] te [woonplaats] binnen veertien dagen na de ontbinding te ontruimen, ontruimd te houden en te verlaten met alle aanwezige personen en roerende zaken, voor zover deze roerende zaken althans het eigendom van ProWonen niet zijn en met overhandiging van de sleutels ter vrije beschikking van ProWonen te stellen,
5.4.
veroordeelt [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] de onder 5.3. genoemde ontruiming te gehengen en te gedogen,
5.5.
veroordeelt [gedaagde ] c.s. hoofdelijk aan ProWonen te betalen een bedrag gelijk aan de verschuldigde huur (inclusief indexering) per maand vanaf de dag van ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de dag der ontruiming,
en in alle gevallen
5.6.
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.J.I.M. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
lt