Uitspraak
1.De procedure
- de incidentele conclusie van eis tot onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak;
- de akte overlegging producties van [de eiser] ;
Rechtbank Gelderland
In deze civiele bodemzaak vordert de eiser inzage in persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG Pro. De procedure werd onjuist ingeleid met een dagvaarding in plaats van een verzoekschrift, zoals voorgeschreven voor AVG-zaken volgens artikel 35 UAVG Pro.
De Vastgoedbeschermer betwistte de bevoegdheid van de kantonrechter en verzocht de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter. De kantonrechter constateerde dat de procedure onjuist was gestart en pastte op grond van artikel 69 Rv Pro een spoorwissel toe, waardoor de procedure wordt voortgezet volgens de verzoekschriftregels met behoud van de oorspronkelijke aanhangigheidsdatum.
Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat hij niet bevoegd was de zaak te behandelen, omdat AVG-verzoeken niet door de kantonrechter maar door de kamer voor andere zaken dan kantonzaken moeten worden behandeld. De zaak werd daarom verwezen naar die kamer te Arnhem.
De eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de Vastgoedbeschermer wegens het onnodig veroorzaken van het incident. Tevens werd gewezen op mogelijke aanvullende griffierechten die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak kunnen worden opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd, past spoorwissel toe naar verzoekschriftprocedure en verwijst de zaak naar de bevoegde kamer.