ECLI:NL:RBGEL:2026:5281
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid incident in erfrechtelijke procedure over legitieme portie
In deze civiele erfrechtelijke procedure vordert de eiser, een erfgenaam, haar legitieme portie uit de nalatenschap van de overleden erflaatster. De gedaagde, tevens erfgenaam en executeur, stelt in een incident dat de eiser niet-ontvankelijk is omdat hij zijn taken als executeur heeft afgerond en de eiser zich tot alle erfgenamen moet wenden.
De rechtbank oordeelt dat de executeur zijn beheerstaak nog niet heeft beëindigd, mede omdat hij dit niet heeft medegedeeld aan de erfgenamen en uit een recente mail blijkt dat hij zich nog als executeur beschouwt. Hierdoor is de eiser terecht in haar vorderingen tegen de executeur in die hoedanigheid.
De stellingen dat de eiser geen belang heeft bij haar vordering of dat zij zelf de stukken kan opvragen, raken niet aan haar ontvankelijkheid maar aan de beoordeling van de vordering zelf. De rechtbank wijst de incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid af en compenseert de proceskosten tussen partijen. De hoofdzaak wordt aangehouden en op een later moment behandeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid af en bepaalt dat de executeur zijn taak nog niet heeft beëindigd.