Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
1.De procedure
.
Rechtbank Gelderland
Verzoekers, bestaande uit kerkelijke organisaties, dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die was aangewezen in een civielrechtelijk kort geding over de interne rechtsorde van hun kerkgenootschap. Zij stelden dat de rechter als actief lid van de Gereformeerde Gemeenten onvoldoende afstand kon bewaren en zich eerder kritisch had uitgelaten over de interne kerkelijke rechtspraak, waardoor de objectieve schijn van partijdigheid bestond.
De rechter ontkende lid te zijn van de betrokken gemeente en stelde geen bezwaar te hebben tegen kerkelijke rechtspraak, hoewel hij zorgen uitte over de wijze van uitvoering daarvan. Eisers in het kort geding stuurden een schriftelijk standpunt, maar werden niet als partij in het wrakingsverzoek erkend, waardoor hun standpunt buiten beschouwing bleef.
De wrakingskamer oordeelde dat de combinatie van het kerkelijk lidmaatschap, eerdere kritische uitlatingen, persoonlijke betrokkenheid via e-mails en telefoongesprekken een zodanige verwevenheid vormde dat de objectieve schijn van partijdigheid was gewekt. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en de rechter gewraakt. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt toegewezen wegens de objectieve schijn van partijdigheid.