ECLI:NL:RBGEL:2026:5325

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/05/450740
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:91 BWArt. 6:92 BWArt. 6:100 BWArt. 6:101 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overeenkomst levering chocoladetabletten en schadevergoeding wegens tekortkoming

Superunie en Droste zijn in geschil over de vraag of Droste gehouden was in 2025 chocoladerepen te leveren en over de schadevergoeding wegens het staken van leveringen. De rechtbank stelt vast dat een overeenkomst voor 2025 tot stand is gekomen, ondanks onzekerheid over de overname van Droste. Droste heeft onvoldoende geleverd en is aansprakelijk voor de schade die Superunie daardoor heeft geleden.

De schade bestaat uit hogere inkoopprijzen die Superunie moest betalen bij een andere leverancier en een forfaitaire vergoeding wegens lege schappen. Superunie mag deze schade verrekenen met openstaande facturen aan Droste. De rechtbank wijst erop dat Superunie haar schade nader moet onderbouwen, met name de omvang van de delta claim en de manco claim.

Droste heeft betwist dat Superunie schade heeft geleden omdat hogere inkoopprijzen aan consumenten zijn doorberekend, maar dit beroep op voordeelstoerekening wordt voorlopig niet gevolgd. Ook is vastgesteld dat Superunie haar schadebeperkingsplicht niet heeft geschonden. De rechtbank houdt de zaak aan om partijen gelegenheid te geven nadere stukken te overleggen en zal daarna beslissen.

Uitkomst: Er is een overeenkomst voor 2025 tot stand gekomen, Droste is tekortgeschoten en aansprakelijk voor schade; zaak aangehouden voor nadere onderbouwing van schade.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/450740 / HA ZA 25-165
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
COÖPERATIEVE INKOOPVERENIGING SUPERUNIE B.A.,
gevestigd te Beesd,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Superunie,
advocaat: mr. A.W. Brantjes,
tegen
DROSTE B.V.,
gevestigd te Vaassen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Droste,
advocaat: mr. M. van Tuijl en mr. Z.F. Poortvliet.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 november 2025,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 maart 2026, waarin de zaak is verwezen naar de rol voor uitlaten partijen over voortzetting dan wel doorhaling van de procedure,
- het eenstemmig verzoek van partijen van 8 april 2026 om vonnis te wijzen,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Tussen partijen is in geschil of Droste, die haar bedrijfsactiviteiten inmiddels heeft gestaakt, gehouden was om in 2025 chocoladerepen te blijven leveren aan (de leden van) Superunie. Volgens Superunie heeft Droste ten onrechte haar leveringen gestaakt en heeft zij daardoor recht op schadevergoeding. Droste meent dat dit niet het geval is en vordert betaling van de facturen die Superunie op grond van de overeenkomst uit 2024 nog aan haar moet voldoen. Superunie meent dat zij die facturen, die zij deels betwist, met haar schadevergoedingsvordering mag verrekenen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen voor 2025 en Droste daarom verplicht was om die chocoladerepen te leveren. Deze overeenkomst was al tot stand gekomen voordat onzeker werd of Droste wel zou worden overgenomen. Van een opschortende voorwaarde die de totstandkoming van de overeenkomst afhankelijk maakte van het slagen van deze overname is niet gebleken. Droste heeft in 2025 te weinig chocoladerepen geleverd en is daarom gehouden de schade te vergoeden die Superunie als gevolg van deze tekortkoming heeft geleden. Deze schade bestaat enerzijds uit hogere inkoopprijzen en anderzijds uit een deels forfaitaire vergoeding wegens lege schappen. De schade kan worden verminderd indien en voor zover Superunie de hogere inkoopprijzen heeft doorberekend aan de consument. Daarover en over de hoogte van de schade mag Superunie zich bij akte uitlaten. De schade wordt ook verminderd met de factuurbedragen over de wel geleverde bestellingen die Superunie nog aan Droste moet betalen. De rechtbank zal hierop beslissen nadat partijen de gelegenheid hebben gehad om de aktes te nemen.

3.De feiten

3.1.
Eind 2020 heeft Superunie als vertegenwoordiger van diverse supermarkten een overeenkomst gesloten met Droste, producent en verkoper van chocola. Deze overeenkomst is vastgelegd in een e-mail van Superunie aan Droste met als onderwerp ‘Bevestiging overeenkomst Eigen Merk tabletten 100 gram en 200 gram’ en met als bijlagen prijsbevestigingen, een leveranciershandboek en inkoopvoorwaarden. Op grond van deze overeenkomst leverde Droste gedurende een periode van twee jaar eigen-merkchocoladetabletten aan (de leden van) Superunie. Deze overeenkomst is een aantal keer voor bepaalde tijd verlengd, in elk geval tot en met 27 december 2024.
3.2.
Eind juni 2024 heeft Droste zich als gegadigde gemeld bij Superunie voor de door Superunie uitgeschreven tender voor de levering van 100 en 200 grams chocoladetabletten voor 2025. Daarbij heeft Droste de algemene inkoopvoorwaarden van Superunie (hierna: de algemene voorwaarden) en het handboek voor leveranciers van Superunie (hierna: het handboek) geaccepteerd.
3.3.
Op 1 juli 2024 heeft Droste haar klanten, waaronder Superunie, per e-mail bericht dat zij haar activiteiten met onmiddellijke ingang staakt. Hierop hebben partijen telefonisch met elkaar gesproken, waarbij Droste aan Superunie heeft laten weten dat haar moedermaatschappij Hosta International AG (hierna: Hosta) de productie naar Duitsland wil verplaatsen. Op 3 juli 2024 heeft Superunie per e-mail gevraagd:
- Per wanneer zal productie Droste overgaan naar Duitsland
- Zal nieuw contract al naar andere entiteit dan Droste gaan?
o Van belang mbt tijdig opvoeren nieuwe leverancier in ons systeem.
3.4.
Op 4 juli 2024 heeft Droste in een e-mail aan Superunie een tabel gestuurd met als titel ‘Offerte aanbod 03-07-2024 (48 Hr geldig)’, met in de tabel een opsomming van verschillende soorten chocoladetabletten en bijbehorende prijzen. Daaronder staat vermeld:
De productie zal zoals het nu gepland staat vanaf 1 december 2024 plaatsvinden in Duitsland. Maar slag om de arm, dit kan ook een maand later worden.
Nieuwe contract zal dan moeten worden opgemaakt met:
HOSTA (…).
3.5.
Op 25 en 30 juli 2024 heeft Droste nogmaals tabellen gemaild naar Superunie, met daarin opsommingen van diverse kostenposten zoals personeel, grondstoffen, opslag transport en verpakkingsmateriaal.
3.6.
Op 20 augustus 2024 heeft Superunie een overeenkomst gesloten met een derde partij, Baronie-De Heer B.V. (hierna: Baronie), voor de levering van 200 grams chocoladetabletten.
3.7.
Eveneens op 20 augustus 2024 heeft Droste aan Superunie het volgende e-mailbericht gestuurd:
We zijn ontzettend blij onderstaande bericht met jullie te kunnen delen.
(…)
Hosta (…) maakte in juli 2024 haar voornemen bekend om samen met het huidige managementteam van Droste op zoek te gaan naar een geïnteresseerde partij om het bedrijf met de bijbehorende activiteiten voort te zetten. (…)
De managementteams van Droste en Hosta (…) hebben [bedrijf] NV bereid gevonden om de activiteiten in Vaassen over te nemen onder de leiding van het huidige managementteam. (…)
Dankzij de overname blijft Droste (…) bestaan. [bedrijf] NV is van plan om de productie van reguliere Droste producten (…) zo snel mogelijk te hervatten en voort te zetten in de fabriek in Vaassen. (…)
3.8.
Dezelfde dag heeft Droste aan Superunie twee e-mails gestuurd met tabellen met daarin opsommingen van merken en productsoorten. Ook zijn er kolommen met daarin de vermelding ‘Totaal CE Tender contract’ en ‘Verbeterd voorstel B 16-8-24’. In een van de laatste drie groen gearceerde kolommen staat ‘Aanbod Droste 20-8-2024’, met daaronder voor elke productsoort steeds de prijs van € 0,90. In de laatste e-mail heeft Droste het merk ‘Grothe’ veranderd in ‘Plus’.
3.9.
Hierop heeft Superunie eveneens op 20 augustus 2024 geantwoord:
Dank voor de verbetering. Zoals aangegeven kan ik hiermee contract bij jullie onderbrengen. (…)
Kan je ons het tenderdocument toesturen met de aantallen zoals hierboven en de prijzen zoals overeengekomen. Wij stellen een contract op voor de periode 01-01-2025 tm 31-12-2025.
Ps kunnen we nog chocolade kopen voor Dirk?
3.10.
Bij e-mail van 11 september 2024 heeft de verpakkingscoördinator van Superunie aan een medewerker van Droste gevraagd naar de status ‘voor het aanleveren van de verpakkingsgegevens’. Hierop heeft deze medewerker de volgende dag geantwoord met de vraag of ‘het al zeker [is] dat wij de G’woon 100g chocoladetabletten flowpack weer voor jullie gaan produceren?’. De verpakkingscoördinator van Superunie heeft deze e-mail dezelfde dag doorgestuurd aan de inkoper van Superunie, die de e-mail eveneens op 12 september 2024 aan de vaste contactpersoon van Droste heeft doorgestuurd met de opmerking:
Deal is vanuit ons bevestigt en akkoord. Kan je ajb nogmaals bevestigen dat jullie chocolade hebben ingekocht?
Hierop heeft deze vaste contactpersoon van Droste op 18 september 2024 geantwoord:
Zoals gisteren ook telefonisch besproken, chocolade is ingedekt.
3.11.
Bij e-mail van 12 september 2024 heeft Droste Superunie het volgende bericht:
Bijgaand KvK uittreksel van LoveChock (een dochtervennootschap van [bedrijf] N.V.,
toevoeging rb.) zoals gisteren besproken
Kunnen jullie hiermee deze nieuwe leverancier aanmaken?
(…) Hierop (LoveChock BV) sluiten we dan het 2025 Eigen Merk 100g Tabletten contract af zoals gisteren besproken.
3.12.
Hierop heeft de inkoopcoördinator van Superunie dezelfde dag als volgt geantwoord:
(…) begrijp ik hieruit dat jullie vanuit een ander bedrijf gaan factureren voor de 100 grams tabletten? Als dat zo is moet er snel meer duidelijk komen.
Per wanneer zou dit gaan gelden? Is dit voor altijd of gaat het nog terug naar Droste? Met andere woorden moeten wij Droste dan als leverancier uit ons systeem te halen.
Dit heeft impact voor het proces dat nu loopt voor het nieuwe contract. Bij een ‘nieuwe’ leverancier zijn nieuwe ean codes nodig. Wat betekent dat alle folie en de omdozen aangepast dienen te worden. Wat dus betekent dat alle folie die jullie nu hebben niet meer gebruikt kan worden.
3.13.
Bij e-mail van 17 september 2024 heeft Superunie Droste na een tussen partijen gevoerd telefoongesprek het volgende bericht:
(…) de situatie zoals je deze schetst is niet werkbaar voor ons. Wij kunnen het contract niet onder een ander bedrijf hangen dan waar we gaan factureren. Wat wel mogelijk is is dat wij nog geen contract opstellen en hiermee wachten tot het nieuwe jaar. We kunnen alleen niet te lang wachten met een contract gezien onze belangen ook beschermd dienen te worden. Kan je aangeven wanneer de deal finaal rond zal zijn zodat we eventueel met contract kunnen wachten.
Indien we contract en facturatie niet onder droste kunnen organiseren moeten we dit zo snel mogelijk weten. Zou betekenen dat we met een groot probleem zitten.
3.14.
Hierop heeft Droste de volgende dag geantwoord:
We stellen voor om het contract tussen Superunie CV en Droste BV inzake de EM tabletten 100g, zoals door jullie voorgesteld, eind november op te stellen en te valideren/ondertekenen OK.
3.15.
Wederom daags daarop heeft Superunie hierop geantwoord:
Wij stellen het opstellen van contract even uit. Hebben contact.
3.16.
In oktober 2024 hebben partijen diverse malen contact over (het ontwerp van) het verpakkingsmateriaal van de chocoladetabletten.
3.17.
Bij e-mail van 4 december 2024 heeft de verkoopmanager van Superunie Droste gevraagd:
(…) kan het zijn dat wij nooit een ingevuld prijsdocument van jullie hebben ontvangen voor de 100 grams tabletten? Ik kan geen prijzen aanpassen als ik deze niet heb. Graag ontvang ik deze vandaag aangezien het contract al over een paar weken ingaat.
In de bijlage zit een leeg prijsdocument wat je hiervoor kunt gebruiken om in te vullen met de prijs die jullie zijn overeengekomen met [inkoper] [de inkoper van Superunie,
toevoeging rb.].
Contractperiode loopt altijd van een maandag tot en met een zondag. De maandag van week 1-2025 is 30 december 2024. Ik houd deze dan ook aan voor ingang contract (…).
3.18.
Diezelfde dag heeft een medewerker van Droste hierop per e-mail, waarbij hij als bijlage een document heeft gevoegd met de benaming ‘Superunie Tenderdocument’, geantwoord:
Omdat [contactpersoon] [de vaste contactpersoon bij Droste,
toevoeging rb.] ziek is ontvang je van mij het ingevulde prijsdocument.
De Grothe tabletten 100g. worden vervangen door de KarBer’s Choc. Tabletten 100g.
3.19.
Eveneens op 4 december 2024 mailen partijen met elkaar over de prijzen in het document, waarop nog een aantal wijzigingen in het prijsdocument worden aangebracht door de inkoopcoördinator van Superunie, die zijn bevestigd door de medewerker van Droste. In diezelfde mailwisseling deelt de inkoopcoördinator dat het contract in de maak is en zo snel mogelijk ‘jullie kant’ op komt.
3.20.
Bij e-mail van 17 december 2024 heeft Superunie aan haar vaste contactpersoon bij Droste een aantal documenten toegestuurd, waaronder twee contractbevestigingen met als data 10 oktober 2024 en 4 december 2024 die zien op de producten ‘BK Chocoladetablet 100 gram’ respectievelijk ‘Leverancierslabel Chocoladetablet 100 gram’. Beide contractbevestigingen hebben een looptijd van 30 december 2024 tot en met 28 december 2025 en verklaren de algemene voorwaarden en het handboek van Superunie van toepassing.
3.21.
In de contractbevestigingen is op pagina 5 het volgende opgenomen:
Superunie is gerechtigd om – indien een lid van Superunie elders moet bij- of inkopen, omdat u niet optimaal levert of kan leveren, het meerbedrag per gelijk gewicht/aantallen product als schade van u te vorderen en u zult deze meerkosten ook als schadevergoeding aan Superunie ten behoeve van het betrokken lid voldoen. U kunt het totaalbedrag dat Superunie ten behoeve van al haar leden vordert zoals hierboven bedoeld, in mindering laten strekken op uitstaande facturen van Superunie en/of indien dat niet (meer) het geval is direct overmaken op het door Superunie opgegeven bankrekeningnummer.
3.22.
Artikel 12.1 van de algemene voorwaarden bepaalt dat de leverancier aansprakelijk is voor alle schade die door of in verband met de uitvoering van de overeenkomst ontstaat, waaronder ook schade als gevolg van door leden van Superunie gevorderde vergoeding van schade. Artikel 12.4 van de algemene voorwaarden bepaalt verder dat de leverancier aansprakelijk is voor alle kosten en schade van Superunie in verband met door haar getroffen maatregelen ter voorkoming van (verdere) schade. Daarnaast bepaalt artikel 1 sub d van Pro het handboek dat de leverancier door Superunie geleden schade c.q. gemaakte kosten als gevolg van het niet, niet tijdig, onvolledig of anderszins niet-conform leveren van producten dient te vergoeden. Artikel 5.b.2. van het handboek stelt de servicegraad minimaal vast op 98,5%, ‘gemeten op geleverd aantal handelseenheden ten opzichte van initieel besteld aantal handelseenheden per leverdag’. De bepaling schrijft ook voor dat partijen in gesprek gaan als de servicegraad onder het minimale niveau komt en dat Superunie de mogelijkheid heeft om kosten, ‘zijnde EUR 2,50 per collo’, te verrekenen. Artikel 8 van Pro het handboek biedt Superunie tot slot de mogelijkheid haar vorderingen op de leverancier te verrekenen met vorderingen van de leverancier op haar.
3.23.
In een e-mailwisseling met als onderwerp ‘Opvraag voorraadstanden Droste Chocolade tablets 200 gram sanering’ heeft Droste Superunie diverse keren een update gestuurd van de stand van zaken tot dat moment, voor het laatst op 19 december 2024.
3.24.
In januari 2025 heeft Droste diverse bestellingen geleverd aan (de leden van) Superunie en daarvoor facturen gestuurd. Na de vijfde week heeft zij haar leveringen gestaakt.
3.25.
Bij e-mail van 7 januari 2025 heeft Droste Superunie meegedeeld dat zij ‘op dit moment geen groen licht’ heeft om de 100 grams chocoladetabletten voor Superunie te produceren en bij e-mail van 23 januari 2025 heeft Droste Superunie bericht met onmiddellijke ingang te stoppen met al haar activiteiten. Vervolgens heeft zij haar leveringen aan (de leden van) Superunie gestaakt.
3.26.
Op 27 januari 2025 heeft (de advocaat van) Superunie Droste per e-mail aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt als gevolg van de voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Hierop hebben (de advocaten van) partijen uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd, waarbij (de advocaat van) Droste Superunie heeft gesommeerd tot betaling aan haar van een aantal openstaande facturen en Superunie zich ten aanzien van die facturen heeft beroepen op verrekening met haar schadevergoedingsvordering.
3.27.
Daags na het op 27 maart 2025 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Superunie conservatoir beslag gelegd op een aan Droste in eigendom toebehorend bedrijfspand. Na het tussen partijen gevoerde kort geding heeft Droste een bankgarantie afgegeven. Partijen zijn voor het onderliggende geschil niet tot een regeling gekomen.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
Superunie vordert - samengevat en na wijziging van eis - veroordeling van Droste tot betaling van primair € 735.659,34 en subsidiair € 1.018.148,03, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
Superunie stelt dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Droste tot en met 28 december 2025 is gehouden tot levering aan haar van chocola. Droste is begin 2025 gestopt met het leveren van chocola aan (de leden van) Superunie. Superunie heeft hierdoor elders chocola voor een hogere prijs moeten inkopen. Op grond van de overeenkomst is Droste gehouden deze meerkosten aan Superunie te betalen. Deze verplichting bestaat ook op grond van artikel 12 van Pro de toepasselijke algemene voorwaarden en artikel 1 sub d van Pro het eveneens toepasselijke handboek. De hoogte van de kosten bedraagt € 1.314.776,17. Daarop moet een bedrag van € 282.488,69 in mindering worden gebracht vanwege facturen die Droste met de schadevergoeding mag verrekenen. In totaal resteert een bedrag van € 735.659,34 dat Droste Superunie moet betalen. Als het beroep op verrekening niet opgaat vordert zij subsidiair € 1.018.148,03. Daarnaast vordert zij € 5.187,71 aan beslagkosten en € 6.675,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.
4.3.
Droste concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Superunie, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Superunie in de kosten van deze procedure. Zij betwist dat tussen partijen is overeengekomen dat zij tot en met 28 december 2025 chocola zou leveren aan (de leden van) Superunie. Zij betwist ook de hoogte van de schade. Daarnaast stelt zij dat Superunie haar schadebeperkingsplicht heeft geschonden door tegen te hoge prijzen elders in te kopen (artikel 6:101 BW Pro). Tot slot doet zij een beroep op artikel 6:100 BW Pro en stelt zij dat Superunie de hogere inkoopprijzen heeft kunnen doorberekenen aan de consument.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.5.
Droste vordert - samengevat - veroordeling van Superunie tot betaling van € 291.707,09, vermeerderd met rente en kosten. Droste legt aan de vordering nakoming van de betalingsverplichting van Superunie ten grondslag van de tussen partijen gesloten overeenkomst over 2024. Bij antwoordakte eiswijziging in conventie heeft zij erkend dat haar vordering met € 9.218,40 dient te worden verminderd, zodat de rechtbank uitgaat van een totale vordering van € 282.488,69.
4.6.
Superunie concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Droste, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Droste, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Droste in de kosten van deze procedure. Zij betwist een deel van de vordering van Droste (voor een bedrag van in totaal € 9.218,40) en stelt dat zij het wel verschuldigde deel (in totaal € 282.488,69) mag verrekenen met haar vordering in conventie op grond van artikel 8 van Pro het handboek. Subsidiair, in het geval komt vast te staan dat geen overeenkomst is gesloten voor 2025, betwist zij de hoogte van de facturen omdat die zijn gebaseerd op de nieuwe (hogere) prijzen voor de overeenkomst voor 2025 in plaats van 2024.
4.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie en in reconventie
5.1.
Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of tussen hen een overeenkomst is gesloten op basis waarvan Droste ook voor het jaar 2025 is gehouden aan (de leden van) Superunie chocola te leveren. Partijen hebben in dat verband zowel in conventie als in reconventie vorderingen ingesteld. Deze zullen gelet op de samenhang hierna gezamenlijk worden beoordeeld.
Is tussen partijen een overeenkomst voor 2025 gesloten?
5.2.
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 lid 1 BW Pro). Het antwoord op de vraag of sprake is van wilsovereenstemming, hangt af van wat partijen hebben verklaard en hebben afgeleid uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen. Ook is van belang dat de totstandkoming van een overeenkomst veronderstelt dat partijen elkaars verklaringen en gedragingen in de gegeven omstandigheden zo mochten begrijpen, dat zij aan het tot dan toe bereikte resultaat al gebonden zouden zijn. Beslissend is niet of partijen nog in onderhandeling zijn over één of meer openstaande punten, maar of over de essentialia van de overeenkomst overeenstemming is bereikt. Het antwoord op de vraag wat de essentialia van een overeenkomst zijn, hangt af van de bedoeling van partijen, van het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder onderhandelen en van de verdere omstandigheden van het geval (Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9414).
5.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst alleen kon worden gesloten als Droste zou worden overgenomen. Zonder zekerheid over haar voortbestaan was Droste niet in staat de overeenkomst te sluiten en zonder zekerheid over levering van de producten was Superunie niet bereid de overeenkomst te sluiten. Ondanks het bericht van Droste in juli 2024 dat zij haar bedrijfsactiviteiten zou staken zijn partijen met elkaar in onderhandeling gebleven over de levering van aanvankelijk zowel de 100 als 200 grams chocoladetabletten, voor welke tender Droste zich eind juni 2024 ook had ingeschreven. Met die inschrijving is zij ook akkoord gegaan met de algemene voorwaarden en het handboek van Superunie. Op 20 augustus 2024 bericht Droste Superunie dat de overname rond is en dezelfde dag doet zij Superunie (opnieuw) een aanbod voor de 100 grams chocoladetabletten, zonder daarbij enig voorbehoud te maken. Superunie heeft dit aanbod dezelfde dag aanvaard (zie r.o. 3.9: ‘hiermee [kan ik het] contract bij jullie onderbrengen’). Daarmee is op die dag tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen.
5.4.
Hieraan staat niet in de weg dat Superunie op dat moment nog geen opdrachtbevestiging had gestuurd of dat Droste nog geen overeenkomst had ondertekend. Superunie heeft ter zitting onweersproken verklaard dat deze gang van zaken gebruikelijk was tussen partijen. Onder verwijzing naar de door Droste overgelegde en hiervoor onder r.o. 3.1 geciteerde e-mailcorrespondentie benadrukt zij dat in het verleden steeds een eenzijdig ondertekende contractbevestiging volgde nadat daarvoor over alle zaken overeenstemming was bereikt. Droste heeft deze gang van zaken niet betwist. De afspraken over onder meer kwaliteit en prijzen kwamen ook nu via de mail tot stand, waarna de systemen door Droste werden gevuld met informatie. Partijen hebben daarnaast in oktober 2024 contact met elkaar gehad over het verpakkingsmateriaal en Droste heeft op 4 december 2024 op verzoek van Superunie een prijsdocument ingevuld en toegestuurd. Superunie heeft op 17 december 2024, toen alle informatie was ingevoerd en het contract bijna zou ingaan, de alleen door haar ondertekende opdrachtbevestiging gestuurd naar Droste. Droste heeft niet betwist dat alle essentialia akkoord waren, terwijl uit een door haarzelf overgelegde verklaring blijkt dat over receptuur, prijs en aantallen overeenstemming was bereikt. Superunie heeft uit deze handelingen mogen afleiden dat Droste zich gebonden achtte aan het bereikte resultaat.
5.5.
Voor zover Droste betoogt dat de overeenkomst slechts tot stand zou komen onder de opschortende voorwaarde dat Droste zou worden overgenomen heeft zij dat onvoldoende onderbouwd. De afspraak van partijen van 18 september 2024 om nog geen contract (waarmee contractbevestiging wordt bedoeld, zo begrijpt althans de rechtbank) op te stellen kan niet zo worden begrepen. Superunie heeft toegelicht dat dit uitstel een ‘administratieve tegemoetkoming’ aan Droste was omdat Droste de overeenkomst niet op haar naam kon zetten zolang de overname niet rond was. Voor Superunie was de contractbevestiging slechts een formaliteit die geen afbreuk deed aan de overeenstemming die er op dat moment al was. Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat zij de contractbevestiging nog op een andere naam zou kunnen zetten als zou blijken dat bijvoorbeeld LoveChock de leverancier zou worden, maar dan wel ‘vanuit de afspraak met Droste’. Dit had niet haar voorkeur, omdat het ‘on boarden’ van een andere leverancier tijd zou kosten en onder andere de verpakkingen zouden moet worden gewijzigd vanwege nieuwe zogenoemde EAN-codes. Gelet op deze toelichting, die Droste niet althans onvoldoende heeft weersproken, en de hiervoor beschreven wijze waarop partijen in het verleden overeenstemming bereikten, kan het wachten met het toesturen van de contractbevestiging niet zo worden uitgelegd dat geen overeenkomst (meer) bestond tussen partijen. Gesteld noch gebleken is daarnaast dat partijen een ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen die zag op deze onzekere situatie, wat Droste in haar conclusie van antwoord ook heeft onderschreven, of dat de overeenkomst is beëindigd.
5.6.
Ondertussen heeft Droste zich ook niet gedragen alsof er geen overeenkomst (meer) was. Zo heeft zij het hiervoor bedoelde proces van het vullen van de systemen niet gestaakt en evenmin heeft zij op enig ander moment gemeld dat er geen overeenkomst (meer) was zolang zij niet zou zijn overgenomen. Integendeel: op dezelfde dag als waarop partijen afspreken het opstellen van het contract uit te stellen, informeert Droste Superunie dat de ‘chocolade is ingedekt’. Hiermee bedoelt zij – zo is tussen partijen niet in geschil – dat deze is ingekocht. Deze mededeling was voor Superunie van groot belang omdat de prijs van cacao op dat moment hard steeg. Voor de aansluiting op het oude contract was van belang dat snel werd ingekocht. Met deze bevestiging had zij zekerheid dat Droste in staat was onder het nieuwe contract te produceren en te leveren. Ter zitting heeft Droste weliswaar verklaard dat zij niet zelf maar LoveChock de chocolade had ingekocht, maar deze informatie heeft zij niet met Superunie gedeeld. Zij heeft het belang van Superunie bij zekerheid over het inkopen van chocolade voor (de uitvoering van) de overeenkomst niet betwist. De bevestiging dat de chocolade is ingekocht stuurt Droste bovendien nadat Superunie – in reactie op een vraag van een andere medewerker van Droste naar de status van de overeenkomst – meldt dat de ‘deal’ vanuit haar bevestigd en akkoord is, waarna zij om bevestiging van Droste vraagt dat de chocolade is ingedekt. Die bevestiging krijgt zij vervolgens, terwijl een ontkenning van de ‘deal’ uitblijft. Uit deze reactie van Droste mocht Superunie tegen deze achtergrond dan ook afleiden dat Droste ook voor 2025 de chocoladetabletten zou leveren en zich dus gebonden achtte aan de overeenkomst.
5.7.
Droste heeft voorts niet afwijzend gereageerd op de contractbevestigingen die zij van Superunie ontving. Als het zo is dat de ontvanger van die contractbevestigingen op dat moment langdurig afwezig was en zij deze contractbevestigingen daarom pas later heeft gezien, komt dat voor haar eigen rekening en risico. Deze afwezigheid kan bovendien niet worden vastgesteld, nu het door Droste overgelegde
out of office-bericht dateert van 24 februari 2025 en daarmee van ruim na het versturen van de contractbevestigingen. Voor zover zij hiertegen op dat moment nog had kunnen protesteren, geldt dat zij Superunie eerder had moeten informeren over de langdurige afwezigheid en een andere contactpersoon had moeten aanwijzen. Dit heeft zij echter niet gedaan. Zij wist bovendien dat deze medewerker voornamelijk contact had met Superunie over het nieuwe contract en ook de eerdere contractbevestigingen had ontvangen.
5.8.
Tot slot is Droste vanaf januari 2025 gaan leveren tegen de nieuw afgesproken prijzen, zo heeft zij zelf ook erkend. Zij heeft voor deze leveringen facturen gestuurd tegen de nieuwe prijzen en die heeft zij in deze procedure ook gevorderd. Weliswaar heeft zij verklaard dat deze prijzen het gevolg zijn van een administratieve vergissing, maar zij heeft haar eis niet verminderd naar de prijzen die golden onder het oude contract uit 2024. Haar systeem was al helemaal omgezet naar het nieuwe contract, zo heeft zij ter zitting verklaard. De omstandigheid dat operatie en management hier mogelijk langs elkaar heen hebben gewerkt komt voor rekening en risico van Droste. Uit het leveren en factureren tegen de nieuwe prijzen heeft Superunie mogen afleiden dat Droste uitvoering gaf aan de nieuwe overeenkomst. Ook als juist is dat Droste alleen oude voorraden heeft geleverd, maakt dit niet dat zij ook onder dit oude contract heeft geleverd. Superunie heeft ter zitting onweersproken verklaard dat er behalve voor de prijzen geen ‘harde knip’ zit tussen de producten die worden geleverd onder het oude en het nieuwe contract. Het kan dus zijn dat producten voor de nieuwe prijs worden geleverd die onder de oude prijs zijn geproduceerd. Eveneens onweersproken heeft zij verklaard dat over het uitleveren van oude voorraden individuele afspraken worden gemaakt per leverancier als de relatie niet wordt voortgezet, onder meer om deze te laten aansluiten op het nieuwe contract. Zo wordt geprobeerd te voorkomen dat oude voorraden moeten worden weggegooid en dat de oude leverancier nog levert tegelijk met de nieuwe leverancier, wat niet altijd wenselijk is. Dergelijke afspraken zijn hier echter niet gemaakt. De enkele omstandigheid dat Superunie eind december 2024 nog de voorraadstanden van de Droste-repen heeft opgevraagd maakt daarom niet dat Droste enkel was gehouden deze oude voorraden te verkopen en geen verplichting had voor het nieuwe jaar.
De schadeberekening
5.9.
Gelet op het voorgaande is een overeenkomst tot stand gekomen tussen partijen en daarmee rustte op Droste ook voor 2025 een verbintenis tot het leveren van 100 grams chocoladetabletten. Niet in geschil is dat zij deze verbintenis niet (geheel) is nagekomen. Dit betekent dat zij in beginsel is gehouden de schade te vergoeden die Superunie heeft geleden als gevolg van deze tekortkoming. De contractbevestigingen, waaronder ook de daarop toepasselijke algemene voorwaarden en het handboek, bevatten regelingen over de schade in het algemeen en hogere inkoopprijzen en onvoldoende leveringen in het bijzonder.
Schade door hogere inkoopprijzen (de ‘delta claim’)
5.10.
Als onderdeel van haar schade vordert Superunie het verschil tussen de hogere netto inkoopprijzen die zij met Baronie, haar nieuwe leverancier voor de 100 grams chocoladetabletten, is overeengekomen en de netto inkoopprijzen die zij met Droste was overeengekomen. Dit wordt door haar de delta claim genoemd. Aan deze vordering legt Superunie het bepaalde op pagina 5 van de contractbevestiging ten grondslag (zie r.o. 3.21). Dit komt er kort gezegd op neer dat Superunie is gerechtigd om, indien zij elders moet inkopen omdat Droste onvoldoende levert, het meerbedrag per gelijk gewicht en aantallen product als schade te vorderen. Zij stelt dat zij met Baronie voor de 100 grams chocoladetabletten in de smaken wit, melk, melk hazelnoot en puur achtereenvolgens € 1,09, € 1,012, € 1,0247 en € 1,0686 is overeengekomen, waar zij met Droste steeds € 0,90 was overeengekomen. Het verschil (de delta) tussen beide netto inkoopprijzen bedraagt daarmee achtereenvolgens € 0,19, € 0,112, € 0,1247 en € 0,1686. Baronie zou Superunie vanaf 24 maart 2025 tot 1 januari 2026 5.615.550 chocoladetabletten leveren. Zij stelt verder dat de hogere inkoopprijzen werden veroorzaakt doordat de prijzen in de periode waarin Droste haar leveringen staakte aanzienlijk waren gestegen en zij met spoed op zoek moest naar een andere leverancier om nog langer lege schappen te voorkomen. Zij kon daardoor niet optimaal gebruik maken van de marktwerking en onderhandelen om de inkoopprijsstijging te beperken.
5.11.
Superunie heeft ter onderbouwing van haar vordering voorafgaand aan de zitting aanvullende producties overgelegd met een nadere toelichting op de schadeberekening. Productie 19 bevat een uitdraai van haar systeem met de prijzen met Baronie. Hierin staan de hiervoor genoemde netto inkoopprijzen. De bruto inkoopprijzen die op de uitdraai staan komen overeen met de prijzen genoemd in de als productie 20 overgelegde overeenkomst met Baronie en de als productie 21 overgelegde e-mail. De inkoopprijzen staan daarmee voldoende vast. De rechtbank kan echter het hiervoor eveneens genoemde totaal aantal ingekochte chocoladetabletten niet herleiden naar de aantallen uit de overeenkomst met Baronie, dat weliswaar 24 maart 2025 als ingangsdatum vermeldt maar na 1 januari 2026 doorloopt. Superunie heeft daarbij verzuimd een onderbouwde berekening te geven van de totale netto inkoopprijs met Baronie over de relevante periode, waaruit in elk geval ook per chocoladesoort de ingekochte aantallen blijken. Dit ontbreekt ook voor de totale nette inkoopprijs die zij anders (dat wil zeggen bij voortduring van de overeenkomst) aan Droste had moeten betalen, waarbij de rechtbank wel begrijpt dat de inkoopprijs met Droste volgt uit de e-mail van 20 augustus 2024, die Superunie voor dit doel nogmaals heeft overgelegd als productie 22. Die inkoopprijs staat daarmee ook voldoende vast. Daarnaast is het de rechtbank niet duidelijk waarom Superunie de schade heeft berekend vanaf 24 maart 2025, te weten week 13, terwijl zij voor het door haar gestelde tekort (de hierna te bespreken manco claim) een vergoeding vordert tot en met week 13. De schade over die week lijkt daarmee tweemaal te worden gevorderd.
5.12.
De rechtbank begrijpt dat het verschil tussen de totale netto inkoopprijs met Baronie verminderd met de totale netto inkoopprijs met Droste resulteert in de totale delta claim. Het is de rechtbank echter niet duidelijk uit welk bedrag de delta claim bestaat en welk deel van de vordering deze delta claim na wijziging van eis vertegenwoordigt. De schermafbeelding die Superunie met haar spreekaantekeningen heeft overgelegd bevat een overzicht van producten, aantallen en prijzen en telt op tot een bedrag van € 821.382,59. Dit bedrag is hoger dan het door haar na wijziging van eis primair gevorderde bedrag van € 735.659,35, terwijl evenmin duidelijk is welk deel de hierna te bespreken manco claim daarvan uitmaakt (ook niet na verrekening van de aan Droste verschuldigde factuurbedragen). De rechtbank is het dan ook in zoverre met Droste eens dat Superunie dit deel van haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Gelet hierop zal de rechtbank Superunie in de gelegenheid stellen deze schadepost bij akte nader te onderbouwen, waarna Droste in de gelegenheid zal worden gesteld daarop bij antwoordakte te reageren.
5.13.
De rechtbank volgt Droste niet in haar standpunt dat Superunie de hogere inkoopprijzen met Baronie ook voor het overige onvoldoende heeft onderbouwd. Met het overleggen van de overeenkomst met Baronie en haar akkoord per e-mail heeft zij voldoende onderbouwd dat die overeenkomst daadwerkelijk is gesloten voor de gestelde netto inkoopprijzen. De omstandigheid dat deze overeenkomst niet is ondertekend staat hieraan niet in de weg, nu deze wijze van totstandkoming zoals hiervoor overwogen vergelijkbaar is met de wijze waarop destijds de overeenkomst met Droste tot stand is gekomen. Ook het ontbreken van facturen staat niet in de weg aan het oordeel dat Superunie na contractsluiting daadwerkelijk is overgegaan tot afname van de chocoladetabletten voor deze prijzen. Met de uitdraai uit het systeem waar de prijzen zijn ingevoerd heeft Superunie laten zien dat zij uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst op een wijze die vergelijkbaar is met de wijze waarop destijds de overeenkomst met Droste is uitgevoerd. In dit kader is echter wel van belang dat Superunie zoals hiervoor overwogen nader onderbouwt hoeveel chocoladetabletten zij per chocoladesoort met Baronie heeft afgesproken af te nemen tot 1 januari 2026.
5.14.
Tot slot heeft Superunie ter zitting nogmaals uitgelegd dat zij vanwege het beëindigen van de overeenkomst door Droste genoodzaakt was in allerijl op zoek te gaan naar een andere leverancier in een periode waarin de cacaoprijzen snel stegen, waardoor haar onderhandelingsruimte beperkt was. Het is begrijpelijk dat de inkoopprijzen die zij met Baronie heeft afgesproken hoger liggen dan wanneer zij meer rekening had kunnen houden met de marktwerking. Anders dan Droste betoogt valt tegen die achtergrond niet in te zien hoe Superunie meer alternatieven had moeten zoeken en een betere prijs had kunnen bedingen. Dit heeft Droste ook niet nader onderbouwd. Evenmin valt in te zien waarom de schade van Superunie zou moeten worden berekend op basis van de huidige marktprijzen, terwijl zij de prijzen op het moment van contractsluiting met Baronie heeft moeten afspreken voor de rest van de contractperiode. Dit is gelijk aan de wijze waarop de prijzen destijds met Droste zelf zijn afgesproken, gebaseerd op de prijs van de chocolade die zij had ingekocht (‘ingedekt’, zie de e-mail van Droste van 18 september 2024). Superunie is daarom niet gehouden hierin meer inzicht te geven dan zij heeft gedaan.
Het beroep op voordeelstoerekening
5.15.
Ter zitting heeft Droste verder betwist dat Superunie daadwerkelijk schade heeft geleden, ook als sprake is van meerkosten vanwege hogere inkoopprijzen elders, omdat zij deze hogere inkoopprijzen (via haar leden) heeft kunnen doorberekenen aan de consument. Zij heeft deze stelling onderbouwd met een marktonderzoek dat zij heeft laten verrichten door Crawford & Company Nederland B.V. (hierna: Crawford). Hieruit blijkt volgens haar dat de gemiddelde supermarktprijzen, in het bijzonder die van 100 grams eigen merk chocoladerepen en specifiek die van Superunie, in 2025 zijn gestegen ten opzichte van 2024. Zij wijst erop dat de prijzen van de Baronie-repen in 2025 13-32% hoger lagen dan die van de Droste-repen. De chocoladetabletten zijn verder niet vergelijkbaar omdat die van Droste eigen-merkrepen zijn terwijl die van Baronie ook door andere retailers worden verkocht en daarvoor een hogere prijs wordt betaald, zo volgt volgens haar uit het rapport van Crawford. Zij legt uit dat de marges op de Baronie-repen hoger zijn dan op de Droste-repen. Dit betekent volgens haar dat Superunie geen schade heeft geleden maar aan de Baronie-repen heeft verdiend.
5.16.
De rechtbank begrijpt dat Droste met het voorgaande een beroep doet op artikel 6:100 BW Pro: heeft een zelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet, voor zover dit redelijk is, dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht. Doordat Superunie was gehouden een overeenkomst met Baronie te sluiten heeft zij behalve hogere inkoopprijzen (het nadeel) ook hogere marges kunnen behalen en de hogere inkoopprijzen kunnen doorberekenen aan de consument (het voordeel). Superunie heeft op dit eerst ter zitting opgeworpen beroep op voordeelstoerekening nog niet kunnen reageren. Zij zal de gelegenheid krijgen dit bij akte alsnog te doen. Nu Droste haar stelling ter zitting al heeft gemotiveerd bestaat geen aanleiding haar hierop bij antwoordakte te laten reageren.
Schade door lege schappen (de ‘manco claim’)
5.17.
Naast vergoeding van schade wegens hogere inkoopprijzen vordert Superunie ook vergoeding van schade die zij heeft geleden doordat Droste in 2025 gedurende dertien weken onvoldoende heeft geleverd, waarvan zij na de eerste vijf weken niets meer heeft geleverd. Hierdoor werd zij geconfronteerd met lege schappen. Dit wordt door Superunie de ‘manco claim’ genoemd. De rechtbank begrijpt dat deze post de periode beslaat vanaf de ingangsdatum van de overeenkomst met Droste tot de ingangsdatum van de overeenkomst met Baronie. Deze kosten begroot Superunie na wijziging van eis ter zitting op een bedrag van € 196.765,44.
5.18.
Aan dit deel van haar vordering legt Superunie artikel 5.b.2 van haar handboek ten grondslag. Op grond van die bepaling heeft Superunie het recht om, zo is althans tussen partijen niet in geschil, een bedrag van € 2,50 per collo bij Droste in rekening te brengen in het geval Droste niet de minimale servicegraad van 98,5% haalt. Deze bepaling kwalificeert als boetebeding in de zin van artikel 6:91 BW Pro, nu daarin is bepaald dat de schuldenaar is gehouden een geldsom te betalen als zij in de nakoming van haar verbintenis tekortschiet. Dat is hier het geval nu Droste € 2,50 per collo moet betalen als zij onvoldoende producten levert. Anders dan Droste aanvoert betekent dit echter niet dat Superunie geen recht heeft op deze boete naast haar andere schadevergoedingsvordering. De bepaling waarnaar Droste ter onderbouwing hiervan wijst, artikel 6:92 BW Pro, bepaalt enkel dat de schuldeiser geen nakoming kan vorderen zowel van het boetebeding als van de verbintenis waaraan het boetebeding verbonden is. In dit geval vordert Superunie echter niet dat Droste alsnog haar leveringsverplichting nakomt. Zij kan derhalve naast schadevergoeding wegens hogere inkoopprijzen in beginsel ook aanspraak maken op (in dit geval op een factor 2,5 gefixeerde) schadevergoeding wegens onvolledige leveringen.
5.19.
Ter onderbouwing van haar schade stelde Superunie aanvankelijk dat Droste gedurende veertien weken 84.133 handelseenheden (een eenheid bevat vierentwintig repen, aangeduid als collo) te weinig heeft geleverd (door haar manco genoemd). Uit de bij de spreekaantekeningen overgelegde schermafbeelding leidt de rechtbank af dat Superunie dit tekort heeft vermenigvuldigd met € 2,50, waardoor zij aanvankelijk op een bedrag van € 210.332,94 uitkwam. Nadat zij ontdekte dat het tekort slechts een periode van dertien weken besloeg, heeft zij – zo begrijpt althans de rechtbank – daarop een bedrag van € 13.5687,50 in mindering gebracht en haar eis verminderd naar € 196.765,44. Droste wijst er echter terecht op dat ook deze vordering onvoldoende is onderbouwd. Zo ontbreken de gegevens op basis waarvan Superunie tot de gestelde tekorten uit haar schermafbeelding is gekomen. Gelet hierop zal de rechtbank Superunie in de gelegenheid stellen deze schadepost bij akte nader te onderbouwen, waarna Droste in de gelegenheid zal worden gesteld daarop bij antwoordakte te reageren.
Schadebeperkingsplicht niet geschonden
5.20.
Vaststaat dat Superunie na het staken van de leveringen door Droste een overeenkomst heeft gesloten met Baronie voor de 100 grams chocoladetabletten, nadat zij dat eerder ook al voor de 200 grams chocoladetabletten had gedaan. Droste betwist niet alleen dat Superunie hogere kosten had doordat zij deze overeenkomst moest sluiten, althans dat Superunie schade heeft geleden, maar stelt ook dat Superunie vanwege de onzekerheid over de overname van Droste de overeenkomst met Baronie eerder had moeten sluiten. In dat geval zou zij volgens Droste hogere inkoopprijzen hebben kunnen vermijden. Voor zover Droste bedoelt dat Superunie vanwege die onzekerheid de overeenkomst met haar had moeten beëindigen en eerder een nieuwe leverancier had moeten zoeken, kan zij daarin niet worden gevolgd.
5.21.
Weliswaar hadden beide partijen gelet op de onzekerheid over de overname van Droste bij de ander kunnen informeren naar de stand van zaken, maar dit lag meer op de weg van Droste dan van Superunie. Droste was immers op de hoogte van de voortgang van de onderhandelingen over de overname met [bedrijf] en heeft, zo heeft zij ter zitting verklaard, het contact met Superunie voortgezet in de hoop
going concerndoor te kunnen gaan zodra de overname rond was. Droste had dus baat bij het laten voortduren van het contact met Superunie, terwijl zij wist dat voor Superunie zekerheid over de leveringen van belang was ter voorkoming van lege schappen. Ook wist zij dat voor Superunie van belang was om te weten dat Droste chocolade had ingekocht voor de prijzen nog verder zouden stijgen. Droste heeft het contact met Superunie voortgezet en hierdoor bij Superunie de suggestie gewekt dat zij ook voor 2025 chocolade zou leveren. Zij had die suggestie kunnen wegnemen maar heeft dat niet gedaan. Zij heeft het erop laten aankomen door Superunie pas te informeren nadat de onderhandelingen met [bedrijf] , die nog tot de eerste of tweede week van december 2024 hebben voortgeduurd, waren stuk gelopen. Dat had zij veel eerder moeten doen. Pas op 7 januari 2025, nadat alle systemen waren gevuld, de contractbevestigingen waren ontvangen en de eerste bestellingen waren geleverd, heeft zij Superunie geïnformeerd niet met haar verder te kunnen.
5.22.
Door niet al veel eerder duidelijkheid te geven, heeft Droste Superunie de kans ontnomen om tijdig een andere leverancier te contracteren die voor lagere prijzen chocolade had kunnen inkopen. Anders dan Droste stelt is niet gebleken dat Superunie geen alternatieven voor Baronie heeft onderzocht. Zij heeft immers in elk geval gesprekken gevoerd met [bedrijf] , zo heeft Droste ook zelf betoogd. Gesteld noch gebleken is dat [bedrijf] of een andere partij de chocolade tegen lagere prijzen kon inkopen dan Baronie, terwijl Superunie ook in het kader van haar schadebeperkingsplicht in elk geval tot op zekere hoogte de vrijheid toekomt een overeenkomst te sluiten met een door haar gekozen partij tegen voor haar gunstige voorwaarden. Bij deze stand van zaken kan zij Superunie niet verwijten zelf te hebben bijgedragen aan het ontstaan en de omvang van de schade.
Beroep op verrekening
5.23.
Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat Superunie aan Droste nog een bedrag van € 282.488,69 moet betalen voor de levering van chocoladetabletten. Evenmin is in geschil dat Superunie deze vordering mag verrekenen met de vordering die zij op Droste heeft. Dit bedrag zal daarom in mindering worden gebracht op het bedrag waarop Superunie recht heeft uit hoofde van haar schadevergoedingsvordering op Droste. Het bedrag dat resteert zal afhangen van de hoogte van haar schade, voor de onderbouwing waarvan Superunie de hiervoor bedoelde gelegenheid zal krijgen. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank niet toekomen aan beoordeling van de door Superunie na wijziging van eis subsidiair ingestelde vordering, die immers is ingesteld voor het geval het beroep op verrekening wordt afgewezen.
Hoe nu verder?
5.24.
Partijen zullen op na te melden wijze inde gelegenheid worden gesteld aktes te nemen. De beslissing op de vorderingen in conventie in reconventie zal in afwachting daarvan worden aangehouden.
5.25.
De rechtbank kan zich voorstellen dat het voorgaande partijen aanleiding geeft een minnelijke regeling te treffen over een of meer punten. Indien dat het geval is, verzoekt de rechtbank partijen haar daarover zo spoedig mogelijk te informeren.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie en in reconventie
6.1.
stelt Superunie in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over hetgeen is overwogen in r.o. 5.12, 5.16 en 5.19,
6.2.
verwijst de zaak daartoe naar de rol van 29 juli 2026,
6.3.
verstaat dat indien Superunie voornoemde akte neemt, Droste op een termijn van vier weken bij akte zal kunnen antwoorden
uitsluitendop hetgeen waarover Superunie zich ten aanzien van r.o. 5.12 en 5.19 heeft uitgelaten,
6.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
1547