Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[naam bedrijf] B.V. uit [plaats], werkgever
Rechtbank Gelderland
Eiser was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek per januari 2020. Na een initiële toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering heeft het UWV op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek vastgesteld dat eiser per 25 januari 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna aanvullend onderzoek plaatsvond.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat eiser geschikt is voor diverse functies en dat zijn beperkingen niet zodanig zijn dat een urenbeperking noodzakelijk is. Eiser voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank oordeelde dat de medische onderbouwing zorgvuldig en gemotiveerd is.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen van eiser zijn onderschat en dat de urenbeperking niet gerechtvaardigd is. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter Van Boetzelaer-Gulyas op 8 juli 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering.