ECLI:NL:RBGEL:2026:5348

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
AWB-24_3622
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WIA-uitkering na bezwaar werkgever bevestigd door rechtbank

Eiser was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek per januari 2020. Na een initiële toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering heeft het UWV op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek vastgesteld dat eiser per 25 januari 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna aanvullend onderzoek plaatsvond.

De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat eiser geschikt is voor diverse functies en dat zijn beperkingen niet zodanig zijn dat een urenbeperking noodzakelijk is. Eiser voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank oordeelde dat de medische onderbouwing zorgvuldig en gemotiveerd is.

De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen van eiser zijn onderschat en dat de urenbeperking niet gerechtvaardigd is. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter Van Boetzelaer-Gulyas op 8 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/3622

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P.G.W. van Wees),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: J.M. Marquenie),
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[naam bedrijf] B.V. uit [plaats], werkgever
(gemachtigde: H.E. Wonnink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering van eiser op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 8 juni 2024. Eiser is het niet eens met deze beslissing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht de WIA-uitkering van eiser heeft beëindigd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 8 november 2022 heeft het UWV aan eiser meegedeeld dat de loongerelateerde WGA [1] -uitkering met ingang van 24 januari 2023 eindigt en dat eiser vanaf die datum in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. De werkgever van eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.1.
Met het bericht van 13 oktober 2023 heeft het UWV de werkgever en eiser meegedeeld dat het UWV het voornemen heeft om het besluit van 8 november 2022 te wijzigen in die zin dat eiser met ingang van 25 januari 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. De aan eiser toegekende WGA-loonaanvullingsuitkering wordt dan zes weken na de definitieve beslissing op bezwaar beëindigd. Eiser heeft een zienswijze ingediend.
2.2.
Met het besluit van 26 april 2024 heeft het UWV vervolgens het bezwaar van de werkgever gegrond verklaard. Eiser wordt met ingang van 25 januari 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard. De WGA-loonaanvullingsuitkering van eiser wordt met ingang van 8 juni 2024 beëindigd.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De werkgever heeft ook schriftelijk gereageerd.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van het UWV en de gemachtigde van de werkgever.

Beoordeling door de rechtbank

Wat er voorafging aan de besluitvorming in deze zaak
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser was werkzaam als productiemedewerker voor 23,75 uur per week. Per 28 januari 2020 heeft eiser zich ziekgemeld met gezondheidsklachten.
3.1.
Op 4 november 2021 heeft eiser een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend bij het UWV. Naar aanleiding van deze aanvraag hebben onderzoeken plaatsgevonden door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van het UWV. Uit deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat eiser per datum einde wachttijd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Met het besluit van 26 januari 2022 is vervolgens aan eiser van 25 januari 2022 tot en met 24 januari 2023 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Met het besluit van 8 november 2022 heeft het UWV eiser meegedeeld dat zijn loongerelateerde WGA-uitkering met ingang van 25 januari 2023 wordt gewijzigd in een WGA-loonaanvullingsuitkering. De werkgever heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat er geen recent medisch en arbeidsdeskundig onderzoek aan het besluit ten grondslag is gelegd.
4.1.
Naar aanleiding van dit bezwaar heeft onderzoek plaatsgevonden door een arts van het UWV [2] en een arbeidsdeskundige. De arts heeft telefonisch contact gehad met eiser. De arts heeft daarnaast dossierstudie verricht en informatie bij de behandelaar opgevraagd. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport van 18 september 2023. De arts heeft geconcludeerd dat in hoofdlijnen sprake is van een ongewijzigde situatie ten opzichte van 2021 en heeft enkele beperkingen aangepast. De arts heeft gesteld dat de medische situatie op lange termijn in belangrijke mate kan verbeteren en heeft zijn belastbaarheid vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 september 2023.
4.2.
Op basis van de FML heeft een arbeidsdeskundige in het rapport van 12 oktober 2023 geconcludeerd dat eiser niet geschikt wordt geacht voor de maatgevende arbeid. Wel wordt eiser met zijn beperkingen geschikt geacht voor de volgende functies: productieplanner, werkvoorbereider (SBC-code 513010), administratief medewerker (SBC-code 315133, schadecorrespondent (SBC-code 516080) en de restfuncties telefonist, medewerker callcenter (SBC-code 315174) en receptionist (SBC-code 315120). De mate van arbeidsongeschiktheid van eiser is per 25 januari 2023 vastgesteld op 21,43%.
4.3.
Met het bericht van 13 oktober 2023 heeft het UWV de werkgever en eiser meegedeeld dat het UWV het voornemen heeft om het besluit van 8 november 2022 te wijzigen in die zin dat eiser met ingang van 25 januari 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. De aan eiser toegekende WGA-loonaanvullingsuitkering wordt niet eerder dan zes weken na de definitieve beslissing op bezwaar beëindigd. Eiser heeft een zienswijze ingediend tegen dit voornemen.
4.4.
Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Het UWV heeft dit besluit (mede) gebaseerd op een medisch onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek. Het medisch onderzoek van het UWV is neergelegd in een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 17 april 2024. Het arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV is vastgelegd in een rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 25 april 2024.
4.5.
De verzekeringsarts b&b heeft dossierstudie verricht en kennisgenomen van de medische informatie. Ook is eiser gezien op een spreekuur, waar aansluitend een lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts b&b heeft vervolgens aanvullende beperkingen aangenomen in de FML.
4.6.
De arbeidsdeskundige b&b heeft geconcludeerd dat de door de arbeidsdeskundige geduide functies, ook met de door de verzekeringsarts b&b aangepaste FML, nog steeds passend zijn.
Lichamelijke en psychische beperkingen
5. Eiser heeft aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn klachten. Hij heeft meer lichamelijke en psychische beperkingen. Eiser heeft chronische pijnklachten. Eiser is niet in staat om vier uur te lopen. Verder hebben de klachten ook invloed op het geheugen van eiser en hij heeft concentratieproblemen.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de medische onderbouwing van het bestreden besluit. De (verzekerings)artsen van het UWV hebben dossierstudie verricht en kennisgenomen van de informatie van de behandelend sector. De verzekeringsarts b&b heeft eiser gezien op een spreekuur en heeft hem ook nog lichamelijk onderzocht. Er is rekening gehouden met de diagnoses ‘Whiplash trauma’ en de ‘Status na de HNP operatie’ en daarom is aangenomen dat eiser alleen rug- en neksparende arbeid kan verrichten. Voor de psychische klachten zijn er enkele beperkingen aangenomen in de rubriek sociaal functioneren. De verzekeringsarts b&b heeft inzichtelijk gemotiveerd dat geen aanvullende beperkingen hoeven te worden aangenomen, omdat er geen onderliggend psychiatrisch ziektebeeld is gediagnosticeerd. Er is geen medische informatie voorhanden waaruit blijkt dat de lichamelijke en psychische klachten van eiser op de datum in geding zijn onderschat.
Urenbeperking
6. Eiser heeft daarnaast aangevoerd dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Eiser heeft veel pijnmedicatie. De medicijnen maken eiser suf en dat gecombineerd met het slechte slapen door de pijn zorgt voor een verhoogde rustbehoefte. Eiser is niet in staat om een hele dag te werken.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b op inhoudelijk overtuigende wijze gemotiveerd dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in de Standaard ‘Duurbelastbaarheid in Arbeid’. Er is geen sprake van een aanzienlijke energetische beperking die volgt uit de aard en ernst van de aandoeningen waar eiser aan lijdt. Er is ook geen sprake van een duidelijk verhoogde rustbehoefte. Eiser slaapt overdag wel, maar dit is te zien als een gedragsmatige aanpassing en kan niet verklaard worden vanuit zijn aandoening. Er is daarnaast ook geen aanleiding om uit preventieve overwegingen een urenbeperking aan te nemen en eiser is niet verminderd beschikbaar voor arbeid.
6.2.
Dat de arts van het UWV in zijn rapport van 18 september 2023 heeft geconcludeerd dat in hoofdlijnen sprake is van een ongewijzigde situatie ten opzichte van 2021 maakt niet dat eiser in 2023 weer 80-100% arbeidsongeschikt moest worden beschouwd. Allereerst heeft de arts van het UWV geconcludeerd dat de situatie in ‘hoofdlijnen’ ongewijzigd is. Daarbij komt dat uit de systematiek van de regelgeving volgt dat het, ook met een vergelijkbare FML, zo kan zijn dat er op een ander moment wel functies geduid kunnen worden in het CBBS. [3] De (verzekerings)artsen hebben inzichtelijk gemotiveerd dat geen sprake is van een situatie van ‘geen benutbare mogelijkheden’. Daarom hebben de artsen van het UWV een FML opgesteld. De arbeidsdeskundigen hebben met die FML nog functies voor eiser kunnen duiden.
Geselecteerde functies
7. Uitgaande van de juistheid van de FML heeft de arbeidsdeskundige b&b voldoende gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor eiser geschikt zijn.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G. Cornelisse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
2.Het rapport is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts.
3.Claim Beoordelings- en Borgingssysteem.