Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- het deskundigenbericht van 13 januari 2026
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
woensdag 19 augustus 2026voor het nemen van een akte door beiden partijen tegelijk over wat is vermeld onder 2.10,
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak tussen eiser en Achmea Schadeverzekeringen N.V. staat de looptijd van de schade wegens verlies aan verdienvermogen centraal. De rechtbank baseert zich op een deskundigenonderzoek dat de pensioenleeftijd van zelfstandigen in de bouwsector analyseert. Uit het onderzoek blijkt dat zelfstandigen gemiddeld tot circa 68 jaar werken, met een stijgende trend die voor eiser een pensioenleeftijd van circa 70 jaar voorspelt.
Eiser stelt dat hij zonder het ongeval tot 70 jaar zou hebben doorgewerkt, mede omdat hij nauwelijks pensioenvoorzieningen heeft opgebouwd. Achmea betoogt dat rekening moet worden gehouden met pre-existent letsel en een pensioenvoorziening, waardoor eiser eerder zou zijn gestopt, namelijk rond 62 jaar.
De rechtbank weegt de medische rapporten en statistische gegevens en concludeert dat het niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn pre-existente letsel of pensioenvoorziening vóór zijn AOW-leeftijd zou zijn gestopt met werken. Tegelijkertijd acht de rechtbank het ook niet waarschijnlijk dat eiser na zijn AOW-leeftijd zou zijn doorgewerkt. Daarom wordt de looptijd van de schade vastgesteld tot de AOW-leeftijd van 30 maart 2034.
De rechtbank geeft partijen de gelegenheid om in overleg te treden over de berekening van de schade en wijst de zaak toe voor verdere behandeling, waarbij een deskundige kan worden benoemd indien partijen niet tot overeenstemming komen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de looptijd van het verlies aan verdienvermogen vast tot de AOW-leeftijd van eiser op 30 maart 2034.