ECLI:NL:RBGEL:2026:5368
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebruik tijdelijke opvanglocatie zonder vergunning
Verzoeker diende een handhavingsverzoek in tegen het zonder omgevingsvergunning aangevangen gebruik van een tijdelijke opvanglocatie voor dak- en thuislozen. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees dit verzoek af omdat er sprake was van concreet zicht op legalisatie, aangezien een vergunningaanvraag was ingediend en het college bereid was deze te verlenen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die het gebruik van de opvanglocatie zou verbieden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had, omdat het college voldoende had gemotiveerd waarom het handhavingsverzoek was afgewezen en er daadwerkelijk sprake was van concreet zicht op legalisatie.
De voorzieningenrechter kon niet vooruitlopen op de beoordeling van de vergunningaanvraag en de onderliggende motieven van het college. Het college had toegezegd de ingebruikname van de opvanglocatie pas na vergunningverlening toe te staan, waarna bezwaar en een eventuele voorlopige voorziening mogelijk zijn. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebruik van de tijdelijke opvanglocatie zonder vergunning wordt afgewezen wegens concreet zicht op legalisatie.