ECLI:NL:RBGEL:2026:5376
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kapvergunning voor acaciabomen in park
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van negen acaciabomen in een park. Zij stelde onder meer dat er sprake was van belangenverstrengeling bij de beoordeling van de bomen, dat de bomen op de lijst van Bijzondere Bomen stonden en dat alternatieven zoals kandelaberen onvoldoende waren onderzocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college voldoende onderzoek had laten verrichten door een onafhankelijke boomdeskundige en dat de bomen in slechte staat verkeerden met een beperkte levensverwachting. Hoewel het college niet expliciet had gemotiveerd dat de bomen op de lijst van Bijzondere Bomen waren getoetst, leidde dit gebrek niet tot een andere uitkomst omdat aan de strengere criteria was voldaan.
Verder werd geoordeeld dat kandelaberen geen reëel alternatief was gezien de slechte conditie van de bomen. Aangevoerde afspraken over ecologisch onderzoek en verstoring van dieren leefgebied vielen buiten de reikwijdte van de vergunning. De belangenafweging wees uit dat het belang van het college bij het waarborgen van de openbare veiligheid zwaarder woog dan de belangen van verzoekster.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor negen acaciabomen is afgewezen.