ECLI:NL:RBGEL:2026:542

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
460195
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis kort geding over eigenrichting en terugplaatsing van verwijderde kabels en kastjes

Partijen sloten op 3 maart 2023 een overeenkomst waarbij gedaagde werkzaamheden zou uitvoeren voor eiseres tegen betaling van €174.175,17 exclusief btw. Na aanvang ontstond een geschil waarbij eiseres betaling van een factuur van €13.000 opschortte. Diverse overleggen en e-mailwisselingen volgden.

Op 6 oktober 2025 verwijderde gedaagde eigenmachtig kabels, elektrakasten en glasvezelkastjes van het terrein van eiseres, die eigendom waren van eiseres. De rechtbank oordeelt dat dit eigenrichting betreft en onrechtmatig is, en veroordeelt gedaagde tot terugplaatsing en herstel binnen een week na betekening van het vonnis, met een dwangsom bij niet-nakoming.

De vorderingen van gedaagde tot betaling van een geldsom worden afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat eiseres onterecht opschortte. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugplaatsing en herstel van verwijderde zaken met dwangsom, vordering tot betaling factuur wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/460195 / KZ ZA 25-195
Vonnis in kort geding van 26 januari 2026
in de zaak van
[eiseres in conv],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conv] ,
advocaat: mr. M.J. Koning,
tegen
[gedaagde in conv],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conv] ,
advocaat: mr. M.J.F. van den Berg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 12 van [eiseres in conv]
- de producties 1 tot en met 17 van [gedaagde in conv]
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2026
- de eis in reconventie
- de pleitnota van [eiseres in conv] .

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben omstreeks 3 maart 2023 een overeenkomst gesloten waarbij [gedaagde in conv] zich heeft verplicht om werkzaamheden uit te voeren voor [eiseres in conv] tegen betaling van € 174.175,17 (exclusief btw). Onder de werkzaamheden vallen onder andere het leggen en koppelen van elektra op de aanwezige hoofdinfra en het leggen van glasvezel kabels.
2.2.
Partijen zijn wederzijds begonnen met uitvoering geven aan de overeenkomst. Op enig moment is discussie ontstaan. [eiseres in conv] heeft onder andere betaling van de factuur van [gedaagde in conv] met kenmerk VFB01152 d.d. 13 juni 2023 ter hoogte van € 13.000,00 (excl. btw) (hierna: de factuur) opgeschort. [eiseres in conv] en [gedaagde in conv] hebben diverse malen overleg gehad zowel mondeling als schriftelijk. Partijen hebben onder andere de volgende e-mailberichten gewisseld;
Per e-mail van 18 april 2024 bericht [gedaagde in conv] aan [eiseres in conv] onder andere het volgende;
Vanmiddag hebben we een prettig gesprek gehad, ik denk dat het goed is dat we elkaar in deze setting hebben besproken.
Om vanuit beide kanten weer op één lijn te komen ben je met [naam 1] tot een oplossing gekomen betreffende de afwikkeling van de openstaande facturen á €35.884,61

De kasten t.b.v. de gasvezelvoorziening worden geplaatst z.s.m. geplaatst, dit
plant [naam 2] in.
(…)

Tevens is er een bedrag van € 15.000,00 on hold gezet, dit bedrag wordt
voldaan zodra het aanbetaalde bedrag t.b.v. het transformatorhuis aan [naam 3]
van [bedrijf 1] is terugbetaald aan je of dat er een andere oplossing is gevonden.
(…)

[gedaagde in conv] ( [naam 4] ) neemt contact op met [naam 3] om te trachten tot een oplossing
te komen betreffende de aanbetaling op het transformatorhuis. Uitgangspunt
hierbij is dat de aanbetaling wordt terugbetaald aan je.
Op 24 december 2024 schrijft [eiseres in conv] per e-mail aan [gedaagde in conv] , voor zover in deze zaak relevant;

Zoals je correct formuleert, is er in april van dit jaar – helaas noodgedwongen – overleg geweest (en zijn we toen tot een oplossing gekomen) vanwege de acties van [naam 5] . Dat ik heb meegewerkt aan de oplossing en daar ook uitvoering aan heb gegeven, is
wederom een bevestiging van mijn welwillendheid en proactieve houding in het vinden van oplossingen voor jullie, terwijl [naam 5] niet mijn opdrachtgever is en hieromtrent ook niet onder mijn verantwoordelijkheid valt, maar onder die van jullie.
Je gaf eerder aan dat [naam 5] niet nauw met jullie samenwerkt, maar nu bevestig je juist dat jullie (nog steeds) nauw met hem samenwerken en kennelijk ook binnen afzienbare tijd afspraken met hem kunnen maken. Dat is tegenstrijdig. [naam 5] is de oorzaak van het ontstaan van dit probleem, en zoals ik al eerder aangaf, valt [naam 5] onder jullie verantwoordelijkheid, niet de mijne. Het werk dat jullie mij beloofden af te ronden, is door de acties van [naam 5] niet afgerond. De factuur voor de gereed gemelde werkzaamheden, die reeds gedeeltelijk is betaald, is dus ook betwistbaar.
2.3.
Op 6 oktober 2025 heeft [gedaagde in conv] diverse door [gedaagde in conv] op en in het terrein van [eiseres in conv] geïnstalleerde en zich in de grond bevindende kabels doorgesneden en meerdere door [gedaagde in conv] geleverde, geplaatste en ingegraven elektrakasten (tussenmeters) en glasvezelkastjes verwijderd en meegenomen.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiseres in conv] vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A [gedaagde in conv] veroordeelt om binnen een week na datum van dit vonnis alle door haar op 6 oktober 2025 van het terrein van [eiseres in conv] meegenomen zaken aan [eiseres in conv] te retourneren, deze opnieuw te installeren en (ook overigens) alles ter plaatse terug te brengen naar de situatie van voor 6 oktober 2025,
B bepaalt dat [gedaagde in conv] een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij de veroordeling zoals gevorderd onder A niet volledig nakomt, tot een maximum van € 200.000,00,
C [gedaagde in conv] veroordeelt om binnen twee weken na de datum van dit vonnis de door haar geleverde vijf watermeterputten waterpas te plaatsen,
D [gedaagde in conv] veroordeelt om binnen twee weken na de datum van dit vonnis sleutels van de glasvezelkastjes aan [eiseres in conv] te leveren, althans [eiseres in conv] een handleiding of informatie te verstrekken waaruit blijkt hoe deze kastjes kunnen worden geopend,
E bepaalt dat [gedaagde in conv] een dwangsom verbeurt voor iedere dag of dagdeel dat zij de veroordelingen zoals gevorderd onder C en/of D niet volledig nakomt, tot een maximum van € 20.000,00.
3.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.3.
[gedaagde in conv] vordert - samengevat - veroordeling van [eiseres in conv] tot betaling van € 15.730,00, vermeerderd met rente en kosten waaronder incassokosten van € 932,30.
3.4.
[gedaagde in conv] vordert voorwaardelijk, in het geval dat één van de vorderingen van [eiseres in conv] in conventie wordt toegewezen, dat de voorzieningenrechter bepaalt dat;
Primair:
- [gedaagde in conv] niet eerder verplicht is om te voldoen aan de veroordelingen in het vonnis dan nadat [eiseres in conv] het volledige bedrag zoals gevorderd in reconventie aan [gedaagde in conv] heeft voldaan;
Subsidiair:
- [gedaagde in conv] niet eerder verplicht is om te voldoen aan de veroordeling in dit vonnis dan nadat [eiseres in conv] de volledige bedragen zoals gevorderd in reconventie op de derdengeldrekening van de advocaat van [eiseres in conv] ten behoeve van [gedaagde in conv] heeft bijgeschreven met verzending door [eiseres in conv] van gelijktijdige schriftelijke instructies aan Stichting Beheer Derdengelden SUEZ Advocaten inhoudende dat de bijgeschreven bedragen aan [gedaagde in conv] dienen te worden doorgestort, althans voldaan, zodra [gedaagde in conv] heeft voldaan aan de veroordeling in dit vonnis.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseres in conv] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
[gedaagde in conv] heeft eigenrichting gepleegd en dient de gevolgen daarvan ongedaan te maken
4.2.
[gedaagde in conv] heeft onrechtmatig gehandeld door op 6 oktober 2025 de kabels, elektrakasten en glasvezelkastjes te verwijderen van het terrein van [eiseres in conv] . Deze zaken zijn eigendom van [eiseres in conv] . De zaken waren al geleverd en (al dan niet in de grond) geïnstalleerd waardoor zij eigendom van [eiseres in conv] zijn geworden. [gedaagde in conv] heeft het eigendomsrecht van [eiseres in conv] ook niet betwist. [gedaagde in conv] heeft niet het recht om deze zaken weer weg te nemen, ook niet als haar facturen niet worden betaald. Door dit wel te doen heeft [gedaagde in conv] eigenrichting gepleegd en dat is niet toegestaan. Het enkele feit dat [gedaagde in conv] eigenrichting heeft gepleegd en daarbij een inbreuk heeft gemaakt op de rechten van [eiseres in conv] geeft [eiseres in conv] voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Buiten beschouwing kan daarom blijven in hoeverre het park al geëxploiteerd had kunnen worden en of [eiseres in conv] al verplicht was om een chalet te leveren. De uitingen daarover van [eiseres in conv] geven ook geen aanleiding om af te zien van een proceskostenveroordeling van [gedaagde in conv] . [eiseres in conv] betwist dat zij een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven en deze feiten zijn niet dragend voor de veroordeling van [gedaagde in conv] . De vordering onder A in conventie wordt daarom toegewezen. Gezien de relatief korte termijn voor nakoming en de gevorderde dwangsommen dient voldoende gewaarborgd te worden dat [gedaagde in conv] tijdig bekend is met de ingangsdatum van de termijn tot nakoming van de veroordeling. De termijn tot nakoming gaat daarom in na betekening van dit vonnis.
4.3.
De vorderingen met betrekking tot het herstel van de watermeterputten en het afleveren van de sleutels van de glasvezelkasten worden afgewezen. [gedaagde in conv] betwist dat de watermeterputten ondeugdelijk zijn geplaatst en stelt dat het normaal is dat er water in de putten staat omdat ze onder grondniveau zijn geplaatst. Verder stelt [gedaagde in conv] dat de sleutels van de glasvezelkastjes onderaan de kastjes geplakt zijn en dat hij geen sleutels heeft. Zonder nader feitenonderzoek is onvoldoende aannemelijk dat de watermeterputten onjuist zijn geplaatst en dat [gedaagde in conv] nog sleutels heeft van de glasvezelkastjes. Voor nader feitenonderzoek is in kort geding geen plaats.
4.4.
[gedaagde in conv] heeft verweer gevoerd tegen de dwangsommen en stelt dat hij vrijwillig zal nakomen. Gezien het feit dat [gedaagde in conv] eigenrichting heeft gepleegd acht de voorzieningenrechter echter een extra prikkel tot nakoming bestaande uit een dwangsom op zijn plaats. De gevorderde dwangsom zal wel worden beperkt als volgt.
4.5.
[gedaagde in conv] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres in conv] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.103,35
in reconventie
4.6.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
het is onvoldoende aannemelijk dat [eiseres in conv] onterecht opschort
4.7.
Volgens [gedaagde in conv] hebben partijen afgesproken dat [eiseres in conv] de factuur zou betalen, nadat zij een betaling van [bedrijf 1] zou ontvangen. Deze betaling is al voldaan. Op deze toezegging kan [eiseres in conv] niet meer terugkomen, aldus [gedaagde in conv] . Uit de e-mail van 24 december 2024 (2.2 )van [eiseres in conv] lijkt te volgen dat zij bevestigt dat in april 2024 de afspraken met betrekking tot de factuur zijn gemaakt zoals gesteld door [gedaagde in conv] . [eiseres in conv] zegt in haar e-mail bijvoorbeeld “
Zoals je correct formuleert, is er in april van dit jaar – helaas noodgedwongen – overleg geweest (en zijn we toen tot een oplossing gekomen”. [eiseres in conv] beroept zich echter in dezelfde e-mail op opschorting omdat bepaalde werkzaamheden door [bedrijf 1] niet juist zijn uitgevoerd. Zonder nader feitenonderzoek, waarvoor in kort geding geen plaats is, is onvoldoende aannemelijk dat [eiseres in conv] onterecht opschort. In samenhang met de rechtsregel dat bij voorzieningen in kort geding bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, terughoudendheid op zijn plaats is, maakt dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.
4.8.
De voorwaardelijke eis in reconventie wordt op dezelfde gronden afgewezen als de eis in reconventie. Aanvullend wordt nog opgemerkt dat ook als de vordering in reconventie zou zijn toegewezen, de voorwaardelijke eis in reconventie zou zijn afgewezen. Het risico dat [gedaagde in conv] haar factuur niet betaald krijgt, is immers juist het risico dat [gedaagde in conv] niet had mogen ondervangen door eigenrichting te plegen. [gedaagde in conv] kan dan niet het risico van wanbetaling alsnog ondervangen door nakoming van haar veroordeling afhankelijk te stellen van betaling van de factuur.
4.9.
[gedaagde in conv] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres in conv] worden begroot op:
- salaris advocaat
553,50
(factor 0,5 × 1.107,00)
- nakosten
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
692,50

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in conv] om binnen een week na betekening van dit vonnis alle door haar op 6 oktober 2025 van het terrein van [eiseres in conv] meegenomen zaken, waaronder in ieder geval alle elektrakasten (tussenmeters), glasvezelkastjes en kabels, aan [eiseres in conv] te retourneren, deze opnieuw te installeren en (ook overigens) alles ter plaatse terug te brengen naar de situatie van vóór haar daden d.d. 6 oktober 2025,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in conv] om aan [eiseres in conv] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [gedaagde in conv] in de proceskosten van € 2.103,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen van [gedaagde in conv] af,
5.7.
veroordeelt [gedaagde in conv] in de proceskosten van € 692,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.