Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten
Samenvatting
Procesverloop
2.1. Met het besluit van 9 april 2026 heeft het college het besluit van 5 februari 2026 ingetrokken.
2.2. Verzoekster heeft tegen het besluit van 9 april 2026 bezwaar gemaakt (bezwaar 2) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.3. Na het sluiten van het onderzoek op de zitting heeft verzoekster nadere stukken ingediend. De voorzieningenrechter ziet in deze stukken geen aanleiding om het onderzoek te heropenen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
8. Omdat de beroepen gegrond worden verklaard is er aanleiding om te bepalen dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht voor de voorlopige voorziening dient te betalen. Doordat de beroepen kort voor de zitting zijn ingediend was op het moment van de zitting nog geen griffierecht voor de beroepen geheven. Daarom zal de voorzieningenrechter niet bepalen dat het college ook het griffierecht voor de beroepen dient te vergoeden. Van overige proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.