ECLI:NL:RBGEL:2026:5465

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
K/5001/11919201
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 BWArt. 6:271 BW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding gemengde overeenkomst levering en montage mantelzorgwoning wegens verzuim

Partijen sloten op 18 april 2025 een gemengde overeenkomst voor de levering en montage van een mantelzorgwoning tegen een bedrag van €127.500. De eiseres betaalde de eerste termijn van 35% (€44.625). Na onenigheid over meerwerk en gewijzigde betalingsvoorwaarden stelde Castle Wall dat de overeenkomst was geannuleerd, terwijl eiseres dit ontkende.

Eiseres stelde Castle Wall bij brief van 28 mei 2025 in gebreke en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 4 juni 2025 wegens niet-nakoming. Castle Wall weigerde terugbetaling van de aanbetaling en vorderde in reconventie annuleringskosten, welke niet onderbouwd werden.

De kantonrechter oordeelde dat Castle Wall in verzuim was en dat eiseres bevoegd was de overeenkomst te ontbinden. De vordering tot annuleringskosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs en toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Castle Wall werd veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden wegens verzuim, Castle Wall moet de aanbetaling en incassokosten terugbetalen en wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11919201 \ CV EXPL 25-8146
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser in conventie] ,
gemachtigde: mr. J. Pieters,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam gedaagd bedrijf] B.V.,handelende onder de naam
CASTLE WALL GROUP B.V.,
statutair gevestigd te Zeil en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Castle Wall,
vertegenwoordigd door dhr. G.J. Burgwal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 december 2025 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
Bij e-mail van 4 mei 2026 heeft Castle Wall de griffie bericht dat zij in verband met privéomstandigheden niet in staat is om te verschijnen op de mondelinge behandeling van 8 mei 2026. Omdat er geen klemmende redenen zijn gebleken, heeft de kantonrechter bepaald dat de zitting doorgaat.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat vandaag bij vervroeging een vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
Op 18 april 2025 hebben partijen een overeenkomst gesloten voor de levering en plaatsing van een mantelzorgwoning tegenover de woning van [de eiser in conventie] voor een bedrag van € 127.500,00 (inclusief btw).
2.2.
In de overeenkomst van 18 april 2025 staat, voor zover relevant:
“(…)
Naar aanleiding van uw akkoord op onze offerte met referentie 2025-10036 CWG bevestigen wij hierbij de opdracht voor de levering van de mantelzorg woning genaamd Thornehill type 6, onder de voorwaarden zoals in de offerte omschreven.
(…)
Transport van Heinenoord naar [woonplaats] is opgenomen in de totaal prijs.
Montage van de mantelzorgwoning is opgenomen in de totaal prijs. (…)
Betalingsvoorwaarden:
  • Termijn 1: 35% bij ondertekening opdrachtbevestiging
  • Termijn 2: 30% bij casco gereed
  • Termijn 3: 25% bij gereedkomen unit in de fabriek
  • Termijn 4: 10% bij transport gereed
Start productie:De productie vangt aan binnen 15 werkdagen na ontvangst van de getekende opdrachtbevestiging én ontvangst van de eerste termijnbetaling op rekening van: (…)”
2.3.
[de eiser in conventie] heeft op grond van het hiervoor genoemde betaalschema de eerste termijn van 35% ter hoogte van een bedrag van € 44.625,00 aan Castle Wall voldaan.
2.4.
Vervolgens hebben partijen in mei 2025 overleg gehad over eventuele wijzigingen in het werk en meerwerk, waarvoor Castle Wall een offerte aan [de eiser in conventie] heeft uitgebracht en een gewijzigde overeenkomst heeft opgesteld. Vanwege de extra kosten heeft [de eiser in conventie] deze offerte niet aanvaard, waarna een discussie tussen partijen is ontstaan.
2.5.
Bij e-mail van 27 mei 2025 heeft Castle Wall aangegeven verder te gaan met de uitvoering van de overeenkomst van 18 april 2025. Kort daarna heeft zij aan [de eiser in conventie] meegedeeld dat zij de mantelzorgwoning niet zal monteren.
2.6.
Nadat [de eiser in conventie] erop heeft gewezen dat montage in de overeengekomen prijs is begrepen, heeft Castle Wall opnieuw een gewijzigde overeenkomst aan [de eiser in conventie] voorgelegd en daarin ‘goedgekeurd meerwerk’ en gewijzigde betalingstermijnen opgenomen.
2.7.
[de eiser in conventie] heeft daarop gereageerd dat zij niet instemt met andere betalingsvoorwaarden en/of meerwerk, aangezien partijen op 18 april 2025 al een overeenkomst hebben gesloten.
2.8.
Vervolgens heeft Castle Wall het volgende aan [de eiser in conventie] gemaild:
“Geen gewijzigde overeenkomst is geen overeenkomst daar je deze hebt ontbonden. Alles doen we voor je, Gratis keuken bijna gratis badkamer, bijna gratis montage en ga zo maar door. Ik kap ermee of je tekent en dat moet wel daar we volgens het UAV moeten werken en wij aan onze leveringsvoorwaarden dienen te voldoen. (…)
Als je niet wilt tekenen is er geen overeenkomst daar je zoals aangegeven deze ontbonden hebt. (…) Wij zullen maandag aanstaande dan ook alles annuleren qua bestellingen en zullen de mantelzorgwoning uit de planning en productie halen.
Genoeg is genoeg en je bent nu te ver gegaan en hebt dit geheel aan jezelf te danken.”
2.9.
Bij brief van 28 mei 2025 heeft de gemachtigde van [de eiser in conventie] Castle Wall gesommeerd om de overeenkomst van 18 april 2025 alsnog na te komen, bij gebreke waarvan Castle Wall in verzuim zal verkeren (productie 3 dagvaarding).
2.10.
Bij e-mail van 29 mei 2025 heeft Castle Wall [de eiser in conventie] een laatste termijn gegeven om de gewijzigde opdrachtbevestiging en bijlagen te ondertekenen en te retourneren, bij gebreke waarvan Castle Wall de overeenkomst als geannuleerd zal beschouwen en annuleringskosten en schadevergoeding in rekening zal brengen (productie 4 dagvaarding).
2.11.
Bij brief van 4 juni 2025 heeft de gemachtigde van [de eiser in conventie] namens [de eiser in conventie] de overeenkomst ontbonden en Castle Wall gesommeerd binnen vijftien dagen het bedrag van € 44.625,00 terug te betalen (productie 7 dagvaarding).
2.12.
Op 9 augustus 2025 heeft Castle Wall aan [de eiser in conventie] te kennen gegeven dat zij nog steeds bereid is om de mantelzorgwoning te realiseren en dat zij graag daarover in gesprek wil (productie 8 dagvaarding).
2.13.
Castle Wall is tot op heden niet tot terugbetaling overgegaan.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
[de eiser in conventie] vordert in conventie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. primair voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van 18 april 2025 buitengerechtelijk is ontbonden, subsidiair dat de kantonrechter tot ontbinding van deze overeenkomst zal overgaan;
II. de veroordeling van Castle Wall tot betaling van:
a. € 44.625,00 aan hoofdsom;
b. de wettelijke rente over € 44.625,00 vanaf 20 juni 2025 tot de dag van algehele betaling;
c. € 1.477,71 aan buitengerechtelijke incassokosten;
d. de proceskosten.
3.2.
[de eiser in conventie] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Castle Wall de overeenkomst van 18 april 2025 niet is nagekomen, ondanks daartoe te zijn gesommeerd. Zij verkeert daarom in verzuim op grond waarvan [de eiser in conventie] de overeenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden.
3.3.
Castle Wall betwist de vorderingen en voert daarvoor het volgende aan. [de eiser in conventie] heeft de opdracht eenzijdig geannuleerd. Op grond van de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn, is [de eiser in conventie] dan ook gehouden tot betaling van de annuleringskosten, waarvan Castle Wall in reconventie betaling vordert.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.
4.2.
[de eiser in conventie] vordert in deze procedure een bedrag dat de competentiegrens van de kantonrechter (€ 25.000,00) overstijgt. Zij stelt dat de kantonrechter toch bevoegd is om de zaak te behandelen, omdat de overeenkomst tussen haar en Castle Wall moet worden gekwalificeerd als een gemengde overeenkomst consumentenkoop en aanneming van werk. Castle Wall betwist de door [de eiser in conventie] gestelde bevoegdheid van de kantonrechter niet.
4.3.
De kantonrechter moet (ambtshalve) toetsen of hij deze zaak kan behandelen en beslissen. Op grond van artikel 93 aanhef Pro sub c Rv worden geschillen met betrekking tot een consumentenkoop door de kantonrechter behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. De inhoud van de overeenkomst wordt bepaald door de opdrachtbevestiging die door [de eiser in conventie] is overgelegd als productie 2 bij dagvaarding. Daaruit volgt dat Castle Wall zich jegens [de eiser in conventie] heeft verbonden om een modulair pakket ten behoeve van het realiseren van een mantelzorgwoning te leveren en te monteren. Aldus is sprake van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 BW Pro tussen partijen, bestaande uit enerzijds consumentenkoop, anderzijds aanneming van werk, zodat de kantonrechter bevoegd is van deze zaak kennis te nemen en te beslissen.
4.4.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of Castle Wall is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door het modulair pakket ten behoeve van het realiseren van een mantelzorgwoning niet tijdig te leveren en te monteren en of [de eiser in conventie] als gevolg daarvan bevoegd was tot ontbinding van de overeenkomst.
4.5.
In artikel 6:265 BW Pro is bepaald dat een partij de overeenkomst kan ontbinden als de andere partij tekortschiet in de nakoming van een van haar verbintenissen. Indien nakoming niet blijvend onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer die andere partij in verzuim is. Op grond van het bepaalde in artikel 6:82 lid 1 BW Pro raakt die andere partij in verzuim wanneer hij in gebreke wordt gesteld door de schuldeiser via een schriftelijke ingebrekestelling waarbij hem een termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft.
4.6.
Het staat vast dat [de eiser in conventie] Castle Wall op 28 mei 2025 in gebreke heeft gesteld, maar dat Castle Wall daaraan geen gevolg heeft gegeven. Dit betekent dat Castle Wall is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en in verzuim verkeert, zodat [de eiser in conventie] bevoegd was de overeenkomst op 4 juni 2025 te ontbinden. Het door Castle Wall gevoerde (bevrijdend) verweer dat [de eiser in conventie] de overeenkomst heeft geannuleerd, wordt als niet onderbouwd verworpen. Weliswaar hebben partijen gediscussieerd over het meerwerk en aanpassingen met betrekking tot de mantelzorgwoning, maar niet is gebleken dat [de eiser in conventie] de overeenkomst ondubbelzinnig en uitdrukkelijk heeft geannuleerd. Ook is niet gebleken dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van Castle Wall van toepassing zijn verklaard. In het verlengde hiervan wordt de in reconventie gevorderde betaling van annuleringskosten, waarvan de hoogte evenmin door Castle Wall onderbouwd was, afgewezen.
4.7.
Het gevolg van ontbinding van een overeenkomst is dat partijen van hun verbintenissen daaronder bevrijd zijn. Indien partijen reeds geheel of gedeeltelijk hebben gepresteerd, ontstaan verbintenissen tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW Pro). [de eiser in conventie] had € 44.625,00 aanbetaald voor de levering en montage van het modulair pakket. Castle Wall is gehouden dit bedrag terug te betalen aan [de eiser in conventie] en zal hiertoe worden veroordeeld. De daarover gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen.
4.8.
De gevorderde verklaring voor recht dat [de eiser in conventie] de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden, zal worden toegewezen.
4.9.
[de eiser in conventie] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [de eiser in conventie] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [de eiser in conventie] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [de eiser in conventie] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 1.477,71 worden toegewezen.
4.10.
Castle Wall wordt zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten in conventie van [de eiser in conventie] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.732,00
(2 punten × € 866,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.756,04
4.11.
Omdat [de eiser in conventie] in reconventie geen noemenswaardige werkzaamheden heeft verricht, anders dan de werkzaamheden die zij al heeft verricht in het kader van de conventie en waarvoor al is geoordeeld dat een proceskostenveroordeling wordt toegekend, worden de proceskosten van [de eiser in conventie] in de reconventie begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig door [de eiser in conventie] is ontbonden,
5.2.
veroordeelt Castle Wall om aan [de eiser in conventie] te betalen een bedrag van € 44.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 20 juni 2025 tot de dag van algehele betaling,
5.3.
veroordeelt Castle Wall om aan [de eiser in conventie] te betalen een bedrag van € 1.477,71 aan buitengerechtelijke kosten,
5.4.
veroordeelt Castle Wall in de proceskosten van € 2.756,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.5.
wijst de vordering af,
5.6.
veroordeelt Castle Wall in de proceskosten, begroot op nihil,
in conventie en in reconventie
5.7.
veroordeelt Castle Wall tot betaling van de kosten van betekening als Castle Wall niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
46409/53854