ECLI:NL:RBGEL:2026:5469

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
513696225
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 57 SrArt. 285 SrArt. 350 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor bedreiging met vuurwapen en vernieling garagedeur

Verdachte bedreigde zijn verhuurder op 2 mei 2025 met een zilverkleurig pistool, richtte het wapen op diens hoofd en sommeerde hem mee te gaan. Toen de verhuurder probeerde te vluchten, hoorde hij twee keer een klik van het wapen. Op 4 mei 2025 loste verdachte meerdere schoten op de roldeuren van het garagebedrijf van de verhuurder, waarbij de deur en een auto beschadigd raakten.

Getuigenverklaringen en forensisch onderzoek bevestigden dat verdachte de schoten heeft gelost. Op dezelfde dag werd verdachte aangehouden met een zilverkleurig vuurwapen en munitie, dat een getransformeerd gaspistool betrof, in zijn bezit.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde deze als bedreiging met een misdrijf tegen het leven, vernieling van eigendom en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Gezien de ernst van de feiten, de recidive van verdachte en het ontbreken van een psychische stoornis, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.

Het vuurwapen en de munitie werden onttrokken aan het verkeer, en de papieren zak werd teruggegeven aan de rechthebbende. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden bevolen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf voor bedreiging met een vuurwapen, vernieling en het bezit van een vuurwapen en munitie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/136962-25 + 05/126174-21 (tul)
Datum uitspraak : 12 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
nu gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. M.H. Hogeman, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 mei 2025 tot en met
4 mei 2025 te Apeldoorn
[aangever] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
immers heeft hij -verdachte-
-op 2 mei 2025 aan die [aangever] een (zilverkleurig) pistool, althans een daarop
gelijkend voorwerp, althans een zilverkleurig vuurwapen getoond/voorgehouden
en/of voornoemd pistool op het hoofd van die [aangever] gericht (gehouden) en/of
daarbij gezegd/medegedeeld 'Je gaat nu mee', waarna die [aangever] zich omdraaid
en wegloopt/wegvlucht en/of (vervolgens) twee keer een klik hoort (alsof een
vuurwapen ketst of weigert) en/of
-op 4 mei 2025 met een pistool, althans een vuurwapen, meermalen, althans
eenmaal op/door de roldeuren van het garagebedrijf van die [aangever] geschoten;
2.
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Apeldoorn
opzettelijk en wederrechtelijk de roldeuren van een garagebedrijf en/of een of meer
auto's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar
gemaakt, immers heeft hij -verdachte-
-meerdere malen, althans eenmaal, met een pistool, althans een vuurwapen, kogels
afgevuurt op voornoemde roldeuren (welke kogels vervolgens insloegen
in/op/tegen de zich achter die roldeuren bevindende (geparkeerd(e)/staande)
auto's);
3.
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Apeldoorn
een wapen en/of munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te
weten een pistool, van het merk Zastava, type type [nummer] , kaliber 9 MM
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
munitie (te weten een kogelpatroon, kaliber 9 mm)
voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Ten aanzien van de feiten 1 en 2
De rechtbank zal de feiten 1 en 2 vanwege de onderlinge samenhang hieronder gezamenlijk bespreken.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 2 mei 2025 bij zijn garagebedrijf in Apeldoorn door verdachte, zijnde de huurder van de door aangever aan verdachte verhuurde woning, werd aangesproken over problemen in de huursfeer, te weten stankoverlast. Uit zijn zak haalde verdachte een zilverkleurig pistool en zei “Je gaat nu mee”. Aangever zag dat verdachte het pistool op zijn hoofd richtte. Daarop is aangever snel weggelopen, gevlucht. Terwijl aangever van verdachte afliep, hoorde hij tweemaal een klik. Aangever heeft de indruk dat verdachte op hem schoot, maar dat de kogel niet is afgegaan. [2]
Op 4 mei 2025 deed aangever opnieuw aangifte. Hij heeft verklaard dat hij [getuige 1] hoorde zeggen dat er gaten in de ruit van zijn garagepand zaten. Toen aangever naar zijn garagebedrijf liep, zag hij dat er in de bovenste ruit van de garagedeur twee kogelgaten zaten. Ook zag hij dat aan het dak van een auto schade is veroorzaakt door een schot. Aangever vermoedt dat verdachte deze kogelgaten heeft veroorzaakt, omdat [getuige 1] hem vertelde dat hij verdachte vandaag heeft zien lopen met een vuurwapen en omdat hij op 2 mei 2025 met een vuurwapen is bedreigd door verdachte. [3]
[getuige 1] heeft verklaard dat hij op 4 mei 2025 vanuit zijn woning gelegen aan [adres] in Apeldoorn twee harde knallen hoorde. Hij had het vermoeden dat er geschoten werd. Meteen daarna keek [getuige 1] uit zijn raam. Hij zag een man genaamd [verdachte] op zijn raam aflopen. [getuige 1] herkende hem, omdat [verdachte] in hetzelfde gebouw woont als hij. [getuige 1] zag dat [verdachte] een voorwerp vasthield dat leek op een vuurwapen. [4]
Verdachte heeft verklaard dat hij op 2 mei 2025 naar [aangever] is toegegaan en dat het klopt dat hij heeft gezegd dat [aangever] met hem mee moest komen. Verdachte is vervolgens geconfronteerd met de verklaring van aangever, inhoudende dat verdachte een vuurwapen in diens richting hield, waardoor aangever angstig werd en is weggerend. Hierop heeft verdachte verklaard ‘het is meer dan dat. Het is al maanden.’ [5] Daarnaast is verdachte geconfronteerd met getuigenverklaringen waaruit blijkt dat hij op 4 mei 2025 is gezien met een vuurwapen en dat er meerdere knallen zijn gehoord. Hierop heeft verdachte verklaard ‘Ik houd mijn mond’. Op de vraag of hij door een deur heeft geschoten, heeft verdachte verklaard ‘ik zeg niets’.
Op 4 mei 2025 zijn de handen van verdachte bemonsterd op de aanwezigheid van schotresten. Deze bemonsteringen zijn gewaarmerkt als SIN AAJS9481NL. [6] De bemonsteringen zijn onderzocht door het NFI. Daaruit volgt dat de bevindingen van het onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten op de onderzoeksset schiethanden [AAJS9481NL] waarmee de handen van verdachte zijn bemonsterd, zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer er schotresten op deze bemonsteringen aanwezig zijn, dan wanneer er geen schotresten op deze bemonsteringen aanwezig zijn.
Gelet op deze bevindingen en de verklaringen van [aangever] en [getuige 1] concludeert de rechtbank dat verdachte degene is geweest die op 4 mei 2025 heeft geschoten op de garagedeur. Als gevolg daarvan is de ruit van deze deur vernield en is de auto die erachter stond beschadigd. Daarnaast stelt de rechtbank op grond van het voorgaande vast dat verdachte op 2 mei 2025 een vuurwapen heeft gericht op het hoofd van [aangever] en hem heeft gesommeerd om mee te komen. Toen [aangever] probeerde weg te komen, heeft hij tweemaal een klik gehoord alsof het vuurwapen van verdachte weigerde. Dit, in combinatie met het meermalen schieten op de deur van zijn garage twee dagen later, levert een bedreiging op, die van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij [aangever] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
[getuige 2] heeft verklaard dat hij op 4 mei 2025 op de parkeerplaats van het politiebureau in Apeldoorn een man bij een auto zag staan. De man pakte een zilverkleurig voorwerp uit het dashboardkastje en haalde dit uit elkaar. In zijn linkerhand had hij een magazijn vast en in zijn rechterhand een zilverkleurig pistool. [getuige 2] heeft de man gevraagd om het pistool op het muurtje te leggen van de grindbak. Dat deed de man. [getuige 2] is toen naar binnen gegaan om dit te melden. [7]
Verbalisant [verbalisant 1] beschrijft dat hij op 4 mei 2025 een man zag staan, toen hij het politiebureau in Apeldoorn uitliep. Hij hoorde de man zeggen dat hij iets bij zich had. Daarna liep de man naar de grindbak en wees naar het voorwerp dat daar lag. De verbalisant zag dat het om een zilverkleurig vuurwapen, dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ging met daarnaast een patroonhouder. Toen besefte de verbalisant dat verdachte voor hem stond, waarop hij werd aangehouden. [8]
Het vuurwapen en de munitie zijn onderzocht. Daaruit blijkt dat het wapen een getransformeerd gaspistool betreft van het merk Zastava, type [nummer] , kaliber 6.35 mm. Dit is een vuurwapen in de zin van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. De munitie betreft een kogelpatroon van het kaliber 6.35 mm. Dit is munitie in de zin van categorie III van de Wet wapens en munitie. [9]
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte voornoemd vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad op 4 mei 2025. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde feit.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
een ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 2 mei 2025 tot en met
4 mei 2025 te Apeldoorn
[aangever] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,
immers heeft hij -verdachte-
-op 2 mei 2025 aan die [aangever] een (zilverkleurig) pistool,
althans een daarop
gelijkend voorwerp, althans een zilverkleurig vuurwapengetoond/voorgehouden
en
/ofvoornoemd pistool op het hoofd van die [aangever] gericht (gehouden) en
/of
daarbij gezegd
/medegedeeld'Je gaat nu mee', waarna die [aangever] zich omdraai
td
en wegloopt/wegvlucht en
/of(vervolgens) twee keer een klik hoort (alsof een
vuurwapen ketst of weigert) en
/of
-op 4 mei 2025 met een pistool,
althans een vuurwapen,meermalen
, althans
eenmaal op/door de roldeuren van het garagebedrijf van die [aangever] geschoten;
2.
hij op
of omstreeks4 mei 2025 te Apeldoorn
opzettelijk en wederrechtelijk de roldeuren van een garagebedrijf en
/ofeen
of meer
auto
's, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever]
, in elk
geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft vernield,
en/ofbeschadigd,
onbruikbaar
gemaakt,immers heeft hij -verdachte-
-meerdere malen
, althans eenmaal,met een pistool
, althans een vuurwapen,kogels
afgevuur
dtop voornoemde roldeuren (welke kogels vervolgens insloegen
in/op
/tegende zich achter die roldeuren bevindende (geparkeerd
(e)/staande)
auto
's);
3.
hij op
of omstreeks4 mei 2025 te Apeldoorn
een wapen en
/ofmunitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te
weten een pistool, van het merk Zastava, type
type[nummer] , kaliber
6.359MM
zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool en
/of
munitie (te weten een kogelpatroon, kaliber
6.359mm)
voorhanden heeft gehad;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Ten aanzien van feit 2:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen.
Ten aanzien van feit 3:
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen en munitie van categorie III.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie levert in het algemeen het risico van het feitelijk gebruik daarvan op. Dat risico heeft zich in dit geval ook verwezenlijkt. Verdachte heeft zich namelijk schuldig gemaakt aan het bedreigen van zijn verhuurder ( [aangever] ) met een vuurwapen. Twee dagen later heeft verdachte twee schoten gelost op de roldeuren van de garage van [aangever] . Hierbij heeft hij de garagedeur vernield en een auto beschadigd. Dit moet voor [aangever] niet alleen erg beangstigend zijn geweest, maar ook zeer vervelend door de schade die is ontstaan. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij zich eerder schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden om het bewezenverklaarde feit te plegen. De rechtbank meent dan ook dat sprake is van relevante recidive en zal hier in strafverzwarende zin rekening mee houden.
Verdachte heeft het persoonlijkheidsonderzoek (grotendeels) geweigerd. Uit het rapport van het Pieter Baan Centrum volgt dat de deskundigen als gevolg hiervan geen diagnose kunnen stellen en dat niet kan worden vastgesteld of een psychische stoornis een rol heeft gespeeld bij het plegen van de feiten. Daarom onthouden de deskundigen zich van advies over het eventueel opleggen van een behandeling om eventueel recidivegevaar te beperken.
Uit het reclasseringsadvies volgt dat gesproken kan worden van een beginnend delictpatroon ten aanzien van geweldsdelicten. Omdat verdachte gesprekken met zowel de reclassering als de Pro Justitia rapporteurs heeft geweigerd, kan geen risico-inschatting gemaakt worden. De reclassering adviseert negatief over tbs met voorwaarden. Zij zien geen mogelijkheden om met voorwaarden risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
De rechtbank heeft bij haar oordeel rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die in vergelijkbare zaken doorgaans worden opgelegd. Volgens deze oriëntatiepunten geldt voor bedreiging met een vuurwapen een gevangenisstraf van 6 maanden. Voor het voorhanden hebben van een pistool gaan de oriëntatiepunten uit van een gevangenisstraf van 8 maanden.
Alles afwegende, acht de rechtbank, in lijn met de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden passend en geboden. Hierop zal in mindering worden gebracht de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht het vuurwapen en de munitie te onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de papieren zak heeft hij verzocht deze terug te geven aan de rechthebbende.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
Het vuurwapen en de munitie
De rechtbank zal beslissen dat de in beslag genomen munitie en het vuurwapen, met betrekking tot welke de feiten 1, 2 en 3 zijn begaan, worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
De papieren zak
De rechtbank zal de teruggave van de papieren zak aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/126174-21)

De politierechter heeft verdachte op 8 september 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Toewijzing
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 36 b, 36c, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden;
 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf;
De beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/126174-21)
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 8 september 2023 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden (parketnummer 05/126174-21);
De beslissing ten aanzien van het beslag
 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het vuurwapen en de munitie;
 gelast de teruggave van de papieren zak aan de rechthebbende.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. O. El Kadi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025206959, gesloten op 16 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 13-14.
3.Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 50-51.
4.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 61.
5.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 106-107.
6.Het proces-verbaal van forensisch onderzoek persoon, p. 38-39.
7.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 24-25.
8.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 15.
9.Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 29-30.