ECLI:NL:RBGEL:2026:5476
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor betaling proceskosten
Eiser heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn bijzondere bijstand aangevraagd voor de betaling van proceskosten ter hoogte van €1.086, opgelegd in een civiele procedure. Het college wees de aanvraag af omdat bijzondere bijstand niet wordt toegekend voor het aflossen van schulden, tenzij er zeer dringende redenen zijn.
De rechtbank bevestigt dat proceskosten die door een civiele rechter zijn opgelegd als schuld aan een derde gelden en dat eiser ten tijde van de aanvraag en daarna voldoende middelen had om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Eiser ontving immers algemene bijstand.
Eiser stelde dat sprake is van een onrechtmatige daad door het college, maar de rechtbank oordeelt dat dit een civielrechtelijke kwestie is en niet aan de bestuursrechter kan worden voorgelegd. Er zijn geen zeer dringende redenen vastgesteld die een uitzondering op de afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen bijzondere bijstand ontvangt en ook geen griffierecht of proceskostenvergoeding krijgt. De uitspraak is mondeling gedaan op 29 juni 2026 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.